Toen arts en hoofdcoördinator van Artsen zonder Grenzen (AzG) in Haïti Christophe Garnier besloot dat het niet meer verantwoord was om zijn medisch personeel in het door bendegeweld geterroriseerde Caribische land te laten werken, deed hij dat met pijn in zijn hart. Er was een reeks levensbedreigende gebeurtenissen aan voorafgegaan. Op 11 november werden drie patiënten met schotwonden in een ambulance van AzG aangevallen door politieagenten en burgermilities. Een patiënt lukte het te ontsnappen, twee anderen werden liggend in de ambulance geëxecuteerd.
In diezelfde week werd medisch personeel van AzG bedreigd met ontvoering, verkrachting en moord. Gewapende burgermilities probeerden een ambulance in brand te steken. „We zijn als Artsen zonder Grenzen al 37 jaar actief in Haïti en hebben het land in verschillende fases meegemaakt. Maar de omstandigheden waaronder we nu hier werken, zijn levensbedreigend. Het is een zware afweging geweest, maar voor nu moeten we onze werkzaamheden voor onbepaalde tijd opschorten”, zegt Garnier in een telefonisch interview vanuit de hoofdstad Port-au-Prince.
Van de 1.500 artsen en verplegend personeel is de meerderheid Haïtiaans. Voorlopig schort AzG de werkzaamheden op, maar beëindigt deze niet definitief.
De Haïtiaanse hoofdstad is voor zo’n 80 procent in handen van gewelddadige en rivaliserende bendes die steeds vaker kindsoldaten ronselen. De bendes zijn in oorlog met de regering en de nationale politie. Ongeveer zeshonderd Keniaanse politieagenten zijn sinds juni in Haïti aanwezig en proberen het land veiliger te maken en de bevolking te ‘verlossen’ van de bendes, vooralsnog zonder veel succes. Integendeel, het bendegeweld verspreidt zich verder buiten Port-au-Prince.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2024/12/03225750/web-0412BUI_Haiti4.jpg)
‘Zonder aanzien des persoons’
Voor het medisch personeel van Artsen zonder Grenzen, dat in alle wijken van de hoofdstad met ambulances en reddingsteams werkzaam was, komt het gevaar inmiddels van alle kanten. „Als wij mensen behandelen voor schot- of brandwonden – het meest voorkomende letsel hier – weten we niet of we met een bendelid te maken hebben of met een burger. Onze taak is puur hulp verlenen en medische zorg geven, zonder aanzien des persoons. Maar nu worden wij steeds vaker zelf het doelwit”, zegt Garnier.
Ook de groei van het aantal burgermilities ziet de arts als groot gevaar. Ze worden gevormd door burgers die hun eigen wijken beschermen tegen de bendes, maar zelf ook gewapende groepen vormen. Met de recente geweldsexplosie tot gevolg.
Er moet onderzocht worden hoe het kan dat politieagenten ons aanvielen
Haïti is sinds de moord op president Jovenel Moïse in 2021 in een bloedige geweldspiraal terechtgekomen. Het bendegeweld is steeds extremer en grootschaliger geworden. Volgens de VN kwamen er dit jaar tot september al bijna vijfduizend mensen om het leven. Sinds 2022 zijn zo’n 700.000 Haïtianen op de vlucht geslagen. Na de moord op president Moïse zijn er geen verkiezingen meer geweest in Haïti. Er is een overgangsregering aangesteld die een mandaat heeft tot 2026 en in die periode verkiezingen moet organiseren. Maar naast een veiligheidscrisis is er een politieke crisis: de laatste premier Garry Conille werd onlangs, na nog geen half jaar aan de macht te zijn geweest, zonder duidelijke reden ontslagen.

„We hebben bij ons in de buurt helemaal geen ziekenhuizen, alleen de ambulances van Artsen zonder Grenzen kwamen hier nog”, zegt Marie-Ange Haitis, die met haar drie dochters in de gemeente Gressier woont, zestien kilometer buiten Port-au-Prince. In appberichten vertelt ze hoe gewapende bendes ook dit deel van het land in handen hebben gekregen. „Wij moesten al veertien keer verhuizen. We zijn op de vlucht, nergens is het veilig. Op dit moment bivakkeren we met meerdere mensen in een verlaten schoolgebouw, naast een ngo”, zegt ze.
Ambulances rijden niet
Artsen zonder Grenzen runt vier ziekenhuizen in Port-au-Prince. De patiënten die daar nog liggen, worden ondanks de opschorting van het werk nog wel behandeld, zegt Garnier. Maar de ambulances van de hulporganisatie rijden niet meer. Ook gaat medisch personeel niet meer de wijken in. „We zijn veel te zichtbaar. En ik kan het personeel op deze manier ook niet in gevaar brengen. Er moet eerst onderzocht worden hoe het mogelijk was dat politieagenten ons hebben kunnen aanvallen. Er is een rode lijn overschreden, dit had nooit mogen gebeuren.”
Dat AzG juist door politieagenten is aangevallen laat zien hoe diep de wetteloosheid in het land en de instituten is doorgedrongen, meent Garnier hoewel hij niet wil twijfelen aan het ,het instituut politie’. „Het waren individuele foute politieagenten.”
Garnier wil dat de regering de aanval publiekelijk veroordeelt en duidelijk maakt dat volgens internationaal recht een ambulance nooit mag worden aangevallen. „Onze mensen moeten veilig zijn.”
/s3/static.nrc.nl/bvhw/files/2023/11/data107893229-a64982.jpg)
:format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/taxonomy/4a3ec6c-commentaar-artikelafbeelding-2024.png)