Terug naar de krant

Blijven oefenen

column Karin Amatmoekrim
Leeslijst

Laatst speelde het nummer ‘1999’ van Prince op de radio. Herinneringen aan Oudjaarsnacht in 1999 drongen zich aan me op. Op het feestje waar ik was (ik herinner me een schimmige club in een kelder in Amsterdam) was iedereen nog bang voor een wereldwijde uitval van computersystemen wanneer het magische jaar 1999 zou over gaan in het nog magischer klinkend 2000. Toen dat drama uitbleef, dansten we met de handen in de lucht op Prince’s woorden: Life is just a party / and parties weren’t meant to last. Een waarheid uit twee delen, bedacht ik toen ik het lied weer hoorde. Het laatste deel – dat net als feestjes, het leven eindig is – daarvan ben ik me bewust. Ik word ouder, en de mensen om me heen ook, en dat leidt tot ziekte en soms tot de dood. Ik zie vriendinnen hun ouders begraven en we beseffen dat we geluk hebben ze nog relatief lang bij ons te hebben gehad, maar naar het eindeloze verdriet op hun gezichten kijkend, lijkt het me dat het verlies niet minder pijn doet.

Dat eerste deel van de wijsheid – dat het leven een feestje is – daar moet ik mezelf af en toe aan herinneren. 2024 was alles bij elkaar genomen een afschuwelijk jaar. Niet voor mij persoonlijk – op dat gebied vielen mij dit jaar juist talloze zegeningen te beurt, van een bekroning van mijn nieuwste boek, tot de romantische liefde die zich op manieren aan me openbaarde die ik niet voor mogelijk had gehouden. Maar buiten de muren van mijn huis, buiten de zachte omhelzing van mijn eigen huid, leek de wereld uiteen te vallen. Hele samenlevingen raakten gevangen in een cultus van verheven stupiditeit, waarbij alle vormen van vooruitgang (wetenschappelijk, mensenrechtelijk, algehele beschaving) teruggedraaid dreigen te worden. De wereld is verworden tot een circus, en wij zijn het publiek, machteloos veroordeeld tot variaties van verbazing en afschuw. Ik had dit in 1999 niet kunnen vermoeden.

Het zal te maken hebben met ouder worden, maar er gaat voor mij toch wel veel steun uit van de muziek en de films die aan de eeuwwisseling verbonden zijn. Misschien keek ik daarom gisteren weer naar Love Actually. Een van de personages in de film zegt dat je met Kerstmis eerlijk moet zijn. Ik moest denken aan hoe ik de dag ervoor iemand had willen aanrijden. Het was een man op een elektrische fiets die mij uitschold omdat hij vond dat ik hem voorrang had moeten verlenen. Om zijn woorden kracht bij te zetten, schopte hij tegen de zijkant van mijn auto, en fietste toen weg.

Het is bijna Kerstmis, dus ik zal eerlijk zijn: die trap tegen mijn auto deed een woede in mij ontvlammen die ik niet vaak heb gevoeld. Voor ik het wist, zette ik de achtervolging in, met de oprechte bedoeling om hem van zijn fiets te rijden. Ik weet niet wat er was gebeurd als hij niet een zijstraat in was geschoten. Achteraf was ik verbijsterd over de moordlust die zich van me meester had gemaakt na een toch wel erg onbelangrijke aanleiding.

Love Actually begint en eindigt in de ontvangsthal van een vliegveld. De voice-over stelt dat de wereld een vreselijke plek is, maar wie om zich heen kijkt in een ontvangsthal, herkent de emotie waarmee mensen elkaar daar in de armen sluiten. Het is een genegenheid waartoe we allemaal in staat zijn. Ik besefte al kijkend, dat als het gaat om liefde, we vooral goed zijn in het kleine. Om die liefde voor de ander te voelen in de grotere wereld – dat vergt veel, heel veel oefening. Ik wens ons voor 2025 allemaal het geduld om te blijven oefenen. Steeds opnieuw, desnoods tot we erbij neervallen.

Karin Amatmoekrim is schrijver en letterkundige. Ze schrijft om de week op deze plek een column.
Een versie van dit artikel verscheen ook in de krant van 24 december 2024.

Mail de redactie

Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?

U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.

Maximaal 120 woorden a.u.b.
Vul je naam in