Twintig Canadese mensenrechtenactivisten mogen China niet meer in. Ook legt China beslag op het onroerend goed en de bezittingen van twee mensenrechtenorganisaties in China. Dat schrijft het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken op zijn website.
Het besluit is een reactie, zo schrijft het Chinese ministerie, zonder toe te lichten waarop precies. Waarschijnlijk gaat het om eerdere Canadese sancties tegen acht hogere Chinese ambtenaren. Die sancties kondigde Canada aan op 10 december, op internationale mensenrechtendag. Het gaat om huidige en voormalige Chinese ambtenaren die een rol spelen bij de onderdrukking van Oeigoeren, Tibetanen en de religieuze beweging Falun Gong.
De onderdrukking van Oeigoeren, een etnische moslimminderheid in China, is wijdverbreid en inmiddels ook goed gedocumenteerd ondanks pogingen van de Chinese autoriteiten om dat te voorkomen. Ongeveer een miljoen mensen in de noordwestelijke Chinese provincie Xinjiang zijn opgepakt en onder druk gezet. Velen zitten vast in interneringskampen.
China lijfde Tibet in 1950 in en maakt daar sindsdien de dienst uit. De repressie is zwaar. Kritiek daarop wordt structureel door China afgestraft.