Niemand kookt de rijst zo goed als mevrouw Yong. Dat vindt iedereen, ook zijzelf. Droog en toch romig, met chili en ansjovis. Glanzend liggen de witte rijstcirkels op een twintigtal borden. Daaromheen de gerechten van andere bewoners van Rotterdams Ongedocumenteerden Steunpunt (ROS). Kip met groente, salade met biet, salade met peterselie. De borden zijn nog niet leeg of er wordt al een grote tulband aangesneden.
Maarten Goezinnen, coördinator van het steunpunt, neemt een plak tulband, loopt naar zijn kantoor. Hij komt terug met een stapel brieven. Van de advocaat, zegt hij.
Van de advocaat?
Ja. 25 ongedocumenteerden gaan donderdag 5 december naar de rechtbank. Hun advocaat daagt de gemeente Rotterdam. Want de noodopvang voor kwetsbare ongedocumenteerde daklozen sluit per 1 januari en dan staan ze op straat. Waar moeten ze heen? Een aantal is zeer kwetsbaar en kan op straat niet overleven, zeggen de medewerkers van het steunpunt. Het zonder pardon op straat zetten van ongedocumenteerden met wie afspraken zijn gemaakt over opvang, is tegen de wet, zo zullen ze voor de rechter betogen.
‘Doodgevroren’
Het begon allemaal vijf jaar geleden. Om te voorkomen dat mensen op straat zouden slapen, openden in 2019 vijf gemeenten – Rotterdam, Amsterdam, Utrecht, Eindhoven en Groningen – de zogeheten Landelijke Vreemdelingen Voorzieningen (LVV), beter bekend als de bed-bad-broodregeling voor kwetsbare ongedocumenteerden. „Ik moet er niet aan denken dat ik een keer wakker word en dat er iemand in mijn gemeente onder een brug is doodgevroren”, zei toenmalig burgemeester Ahmed Aboutaleb van Rotterdam al in 2015. Om er de garantie aan toe te voegen: „In Rotterdam slaapt niemand op straat.”
Die bezorgdheid bestond niet alleen bij de gemeenten. Ze waren ook verplicht om voor opvang te zorgen, omdat het Europees Comité voor Sociale Rechten (ECSR) van de Raad van Europa in 2014 had bepaald dat iedereen recht heeft op basale noodopvang, ook uitgeprocedeerden. Zo begon een periode van vijf jaar getouwtrek over de voorwaarden van een bed-bad-broodregeling, wat eindigde in de huidige LVV.
Niet iedereen stond te springen. De partij Leefbaar Rotterdam was faliekant tegen de opvang. Maar ze zat in de oppositie en bovendien moest het van de Europese regels. Dus financierde de gemeente bedden bij het Ongedocumenteerden Steunpunt (ROS), het Leger des Heils en tot voor kort ook bij de Rotterdamse Pauluskerk. Met als voorwaarde dat ze zouden proberen terugkeer te stimuleren in het geval dat een verblijfsvergunning onhaalbaar bleek. In Nederland leven, volgens een rapport uit 2020 van een onderzoeksbureau van het ministerie van Justitie, tussen de 23.000 en 58.000 mensen zonder verblijfspapieren.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2024/10/03152245/data122545114-a87c0f.jpg)
Herkomstland
Met het kabinet-Schoof werd alles anders. In september zei asielminister Marjolein Faber (PVV) dat ze de financiering van de bed-bad-broodregeling zou stopzetten. Omdat ze wil dat de ongedocumenteerden teruggaan naar het land van herkomst, in plaats van in een gesubsidieerde opvang verblijven.
Vier van de vijf gemeenten weigerden de opvang te sluiten en gingen er zelf voor betalen. Wel moest het goedkoper en dus nóg soberder. Rotterdam besloot als enige anders: de coalitie van Leefbaar, VVD, Denk en D66 besloot om per 1 januari helemaal te stoppen met de regeling.
Dat D66 daarin meeging, wekt verbazing in Rotterdam, maar de partij nam het besluit niet lichtvaardig, zegt fractievoorzitter Agnes Maassen. „Er is zo weinig vertrouwen in de politiek. Voor ons was het belangrijker om in deze coalitie te blijven, ook al zijn we het er niet mee eens”, legt ze uit. „Wij geloven dat je niet altijd moet weglopen.”
In een brief aan de gemeenteraad openbaarde wethouder Faouzi Achbar (Denk) begin oktober dat van de 45 Rotterdammers die gebruikmaken van de regeling, tien tot twaalf mensen zo kwetsbaar zijn – ze hebben bijvoorbeeld medische hulp nodig – dat het beëindigen van de regeling „tot zeer inhumane situaties zal leiden met een grote kans tot overlijden”.
Als na 1 januari toch een ongedocumenteerde overlijdt, dan stappen we uit de coalitie. Dat is onze rode lijn
Daarop diende D66-fractievoorzitter Agnes Maassen samen met Denk een motie in waarin ze gebood dat de gemeente voor die meest kwetsbare ongedocumenteerden moest blijven zorgen. „Als er na 1 januari toch een van hen overlijdt”, licht Maassen toe, „dan stappen we uit de coalitie. Dat is onze grens, onze rode lijn.”
Hoe het overschrijden van die rode lijn voorkomen gaat worden, is nog onduidelijk. Op aandringen van de oppositie beloofde Achbar voor 4 december met een plan te komen voor de kwetsbaarsten. Dat is er nog niet.
Ook de direct betrokkenen roerden zich. 25 ongedocumenteerden besloten, gesteund door het ROS en het Leger des Heils, aan advocaat Pim Fischer te vragen naar deze zaak te kijken. Fischer deed dat en was verbijsterd. Hij stelt dat de gemeente niet opeens „afzonderlijke traject-afspraken” met cliënten eenzijdig op kan zeggen en de mensen vervolgens op straat kan zetten.
Fundamenteler, stelt Fischer, is dat de minister niet motiveert waarom de opvang plots moet stoppen. Ook ongedocumenteerden hebben rechten en die kunnen niet worden afgenomen zonder deugdelijke motivering, stelt Fischer. Dat is de basis van de rechtsstaat, betoogt hij. Hij vindt dat „onbestaanbaar”. „Het kan niet dat een minister zegt: ik hou gewoon op met die regeling, bekijk het maar.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2024/10/08214216/data122807036-b723a2.jpg)
Overleven
Terug naar de huis- en eetkamer van het ROS. Daar zit Chuks (35) uit Nigeria, met twee fleecetruien over elkaar. Chuks probeert al een tijd met behulp van het ROS terug te keren naar Nigeria. Niet eenvoudig omdat ook Nigeria inreispapieren moet verstrekken. Het terugkeerverzoek ligt nu bij de ambassade. Een administratief proces dat hij nooit vanaf de straat had kunnen doen. „Op straat ben je alleen maar bezig met overleven tot de volgende dag”, legt hij uit.
Chuks hád trouwens een verblijfsvergunning. Hij kwam als veertienjarige vluchteling alleen naar Nederland en hoorde pas na jaren dat hij mocht blijven. Toen kwam zijn leven op de rit: hij begon een opleiding en werkte bij een bakkerij in Apeldoorn. In 2014 besloot hij te verhuizen. Brieven van het IND kwamen terecht op zijn oude adres. Hij reageerde niet en zijn verblijfsvergunning werd ingetrokken. Hij kwam daar pas in 2018 achter, toen hij wilde verlengen.
De goedlachse mevrouw Yong (65) heeft een vergelijkbaar verhaal. Ze kwam op haar zeventiende vanuit Singapore naar Nederland. Jarenlang werkte ze zeven dagen per week in Chinese restaurants in Nederland. Ze trouwde en kreeg een verblijfsvergunning. Ook verbleef ze enkele jaren in China, om in het restaurant van kennissen te helpen.
De China-jaren nekten haar. De IND zei dat ze te lang in het buitenland was geweest zonder de juiste administratieve handelingen te verrichten. Haar verblijfsvergunning werd ingetrokken, na zo’n dertig jaar legaal verblijf in Nederland. Tien jaar overleefde ze door tegen kost en inwoning te werken als huishoudelijke hulp en kinderoppas. Vier maanden geleden belandde ze toch op straat en kwam, onder meer vanwege haar leeftijd, terecht bij het ROS. Met behulp van Vluchtelingenwerk probeert ze haar verblijfsvergunning terug te krijgen.
Pech
Chuks zegt dat hij niet in pech gelooft. Tegenslag kan ook een nieuwe weg blootleggen, zegt hij. Maar van Nederland verwacht hij niet veel meer. Toch ging hij naar de afspraak van de gemeente Rotterdam, waar twee ambtenaren de taak hadden alle 45 Rotterdammers uit de LVV in een persoonlijk gesprek te vertellen dat ze per 1 januari op straat zouden staan. Chuks schudde hun hand na een kwartier. Zij konden er ook niet echt iets aan doen, vond hij.
Ook mevrouw Yong ging langs. De ambtenaren vertelden haar dat ze niet verwachten dat het ROS haar op straat zal zetten. ROS-medewerker Katja van Nimwegen is verontwaardigd: „De gemeente stopt met betalen, maar gaat er wel van uit dat wij zullen blijven opvangen?”
De regeling resulteerde bijzonder vaak in terugkeer in Rotterdam. Des te vreemder dus dat Leefbaar staat te juichen om het afschaffen
Martijn van Leerdam is directeur-predikant van de Pauluskerk, een hoekig, modern gebouw in het centrum van Rotterdam. Zijn kerk vangt al 35 jaar ongedocumenteerde migranten op die nergens anders terechtkunnen. Van Leerdam en zijn voorgangers streden jaren voor een bed-bad-broodregeling. Dakloosheid, zegt hij, kost de samenleving veel meer dan de opvang. Hij betwijfelt of de minister met het afschaffen van de regeling bereikt dat deze mensen terugkeren naar het land van herkomst. „Dat is wensdenken. Als het zo simpel was, dan was het al wel eerder gelukt.”
Er gaan weinig mensen vanuit de LVV terug naar het herkomstland. Maar dat aantal ligt in Rotterdam wel hoger dan bij andere LVV’s. Rotterdam is al ‘kampioen terugkeer’, zegt Van Leerdam. Volgens hem werkte de regeling dus: „Ze bood perspectief en resulteerde in Rotterdam bijzonder vaak in terugkeer. Daarom des te vreemder dat Leefbaar staat te juichen om het afschaffen.”
Geld
De Pauluskerk ontving dit jaar al geen geld meer van de gemeente voor de LVV. De regels om mensen toe te laten tot de LVV waren volgens Van Leerdam zo streng, dat de bedden vaak leeg bleven. „En dat met een lange rij daklozen zonder slaapplaats voor de deur.” Sommige cliënten van de Pauluskerk zijn afhankelijk van medische zorg. Die worden nu door de kerk opgevangen, op eigen houtje en eigen kosten, met behulp van onder meer christelijke fondsen.
Een van hen is Lala (52) die in de kerk een kop thee drinkt. Hij is sinds zijn optreden in februari in de NTR-talkshow De Sociëteit, een mediapersoonlijkheid. Op zijn LinkedIn-pagina staat ‘ervaringsdeskundige Pauluskerk’ en hij krijgt dagelijks berichten.
Lala heeft nooit een verblijfsvergunning gehad en denkt er nooit een te krijgen. In de Pauluskerk heeft hij een bed vanwege zijn leeftijd en gezondheid. „De mensen zijn niet slecht, het systeem is slecht.” zegt hij. „Mensen bij de Pauluskerk geven mij vertrouwen in de mensheid.”
„En soms krijgen mensen vanwege hun slechte gezondheid ineens wel een verblijfsvergunning, omdat dan ook het IND inziet, dat ze niet terug kunnen”, legt Van Leerdam uit. „Het wrange daaraan is dat ze dan in een levensfase terecht zijn gekomen waarin ze niet meer van hun legale leven kunnen genieten.”
In de huiskamer van het ROS wil mevrouw Yong niet genieten. Ze wil werken. Ze heeft nooit anders gedaan en kan niet stilzitten. En ze kan alles: Chinese, Indische en Singaporese gerechten bereiden, bedienen, personeel aansturen en gezellig met de klanten kletsen, zodat ze de volgende keer wéér komen. Naar Singapore wil ze niet. Ze is er al bijna zestig jaar niet geweest, Nederland is haar thuis.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2024/07/12133608/data118400845-a13be8.jpg)