Pas toen de Atjese Irma Lisa de rand van de heuvel had bereikt en achterom durfde te kijken, zag ze de golf. Een zwarte muur van ruim twintig meter hoog kwam op haar af. „Ik wist dat ik keek naar al mijn dorpsgenoten en familie. Iedereen die ik kende, was verzwolgen door de zee.” De 52-jarige Lisa pauzeert om haar verdriet weg te slikken. Twintig jaar later wordt ze nog altijd gekweld door de herinnering. „Ik denk er liever niet aan, maar in de nacht komen de beelden terug.” In haar geboortedorp Mon Ikeun nam de tsunami het leven van 4.200 van de vijfduizend inwoners.
Op zondag 26 december 2004 bezocht Lisa haar zus in Lhoknga, een dorp op het uiterste puntje van Atjeh, een autonome deelstaat van Indonesië, gelegen op het eiland Sumatra. Op die dag, om iets voor acht uur ’s ochtends, werd de regio getroffen door een aardbeving. Twee aardkorsten in de Indische Oceaan botsten 160 kilometer voor de Sumatraanse kust en duwden het zeewater met de energie van vijf megaton springstof TNT omhoog.
Het zeewater sjeesde met een snelheid van vijfhonderd kilometer per uur in de richting van Indonesië. Lhoknga was een van de eerste plaatsen die werd getroffen, tien minuten na de beving. Twee uur later bereikte de watermassa Thailand, Sri Lanka en India. Een andere golf ging in de richting van Afrika. De natuurramp kostte volgens cijfers van de VN in totaal zeker 227.000 mensen in vijftien landen het leven. In de Indonesische provincie Atjeh kwamen 167.000 mensen om.
Lisa zit in haar woonkamer in Mon Ikeun, een vissersdorp op enkele minuten rijafstand van de Atjese hoofdstad Banda Atjeh. De meeste overlevenden zijn teruggekeerd en wonen in stenen huizen gebouwd door een van de vele internationale organisaties die Atjeh na de ramp te hulp kwamen. De tsunami betekende ook het einde van een lange guerrillaoorlog tussen de Atjese afscheidingsbeweging GAM en Indonesië. Vastgelopen onderhandelingen werden opengebroken en leidden in 2005 tot een vredesakkoord.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2024/12/23132601/data125798007-3afec7.jpg)
Het water komt
Minuten na de aardschokken hoorde Lisa waarschuwingen van militairen die vanuit een uitkijktoren een vreemde watermassa op het land zagen afkomen. „Ze riepen: ‘Het water komt!’ Niemand reageerde. ‘Rennen!’ riep ik, maar veel mensen bleven apathisch staan.” Zo hard ze konden renden Lisa, haar zus en familieleden in de richting van Mata Ie, een hoger gelegen plateau. Maar de wegen ernaartoe zijn smal. En veel mensen reden juist in tegenovergestelde richting om te kijken wat er na de aardbeving van hun huis over was. „Het was chaos. Mensen duwden elkaar overhoop.”
Lisa en haar familie wisten Mata Ie te bereiken. „Ik vroeg een militair uit Lhoknga of er overlevenden waren. Hij zei: ‘Vergeet dat het bestond, het is volledig verwoest.’” Lisa weet niet hoeveel mensen uit haar familie overleden zijn. „Ik wil niet tellen, dat is te moeilijk, maar het moeten er honderden zijn.”
Lisa geeft les op de basisschool en is actief in het dorpsbestuur. Ze ontmoette haar echtgenoot na de tsunami in een opvangkamp. Hun kinderen zijn zestien en achttien jaar. Ze maakt zich zorgen over de huidige situatie. Twintig jaar na dato is het evacuatieplan nog altijd niet in orde. De smalle bergweg naar Mata Ie zit vol gaten. „En de mensen moeten ‘tsunami-slim’ worden”, zegt Lisa. Op haar school vertelt ze wat een tsunami is, zodat de kinderen weten dat ze direct naar Mata Ie moeten rennen zodra ze een aardbeving voelen.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2024/12/23132617/data125798831-3c21b1.jpg)
Geen gewone golven
Visser Ahmad Fawzi (57), die zich ‘Nene’ noemt, was die dag met zijn boot op zee. „Ik hoorde een diep gebrom, het water bewoog op een manier zoals het nog nooit had bewogen. Het waren geen gewone golven,” vertelt hij, terwijl hij onder een houten afkapping voor zijn huis in het naburige dorp Alue Dayah Teungoh zojuist gevangen oesters selecteert. Na dertig minuten zag hij een koelkast voorbij drijven. „Ik dacht nog: dat is mooi meegenomen. Maar toen ik de koelkast in mijn boot wilde hijsen, kreeg ik argwaan.”
Toen hij stukken puin zag drijven, wist Nene dat er iets helemaal mis was. Hij besloot terug te varen. Twintig minuten later kwam hij aan in zijn dorp. Hij voer door totale vernietiging. In een zee van modder en brokstukken ontwaarde hij ontblote lichamen, geraamtes van huizen en huisraad. Een vrouw riep om haar kinderen en gleed voor hij haar kon grijpen weg in een modderstroom. Anderen wist hij op het droge te brengen. Van de drieduizend dorpsgenoten hebben slechts 125 het overleefd.
Ik hoorde een diep gebrom, het water bewoog op een manier zoals het nog nooit had bewogen
Nene’s dorp Alue Dayah Teungoh ligt op vijftien minuten loopafstand van Banda Atjeh. Ook daar lag alles aan puin. Een stalen schip dat aan de kust had gelegen, was midden in de stad beland. Overlevenden zaten op kapotte daken. Op droge delen lagen de eerste rijen dode lichamen, haastig afgedekt met stukken textiel. Stadsgenoten tilden de doeken op, op zoek naar geliefden.
In Banda Atjeh zijn naar schatting 61.000 mensen omgekomen, een kwart van alle inwoners. De meeste slachtoffers zijn anoniem begraven in lokale massagraven.

Een stuk triplex
Als een roze zonnegloed op het water glinstert, komt Nene’s vrouw Ani (52) thuis van een moskeebezoek. Net als Lisa en haar man hebben Nene en Ani elkaar ontmoet in het opvangkamp in Medan. „Ze heeft heel veel meegemaakt,” zegt Nene. Hij vraagt zijn vrouw of ze haar verhaal wil vertellen. Ze knikt en klimt naast hem op de verhoogde houten vloer van de werkhut.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2024/12/23132613/data125798585-b9f380.jpg)
„Het was zondag, we hadden een vrije dag. Mijn dochter speelde buiten. De beving was zo hevig dat ze zich moest vasthouden aan een kokosboom om niet te vallen. Ons huis schudde, alles viel kapot. Toen mijn man even later thuiskwam, zagen we dat de zee zich terugtrok, maar we wisten niet wat dat betekende”, zegt Ani. Ze zagen een vreemde witte golf op zee. Ani vertrouwde het niet. Ze begon te rennen met haar twee dochters aan de hand. „Mensen keken me aan alsof ik gek was.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2024/12/23132608/data125798435-46fe90.jpg)
Ani’s man volgde hen met hun brommer. Ze sprong achterop, haar dochters van vier en negen jaar zette ze tussen hen in. „We hebben mensen aangereden. De weg was overvol.” Ze lieten de brommer achter, renden door en bereikten de brug aan de rand van het dorp. Vanaf daar konden ze hogerop komen.
Maar ze werden ingehaald door de zwarte, kolkende, donderende golf, vol modder en puin. Het kwam tot aan haar enkel, haar middel. Ze zag mensen voorbijdrijven. En alles werd zwart. „Ik werd rondgeslingerd alsof ik in een centrifuge zat”, zegt Ani.
De modderstroom duwde haar een winkel in. Instinctief hield Ani zich vast aan de muur. Haar oudste dochter had ze nog bij zich. En toen kwam er nog een golf. „Ik hoorde mijn dochter roepen. ‘Mama! Mama! Mama!’ Drie keer.” Ani werd opnieuw meegesleurd. Ze bad tot Allah, zegt ze. „Ik smeekte hem: laat me leven, ik zal vanaf nu een beter persoon zijn, een goede moslim.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2024/12/23132614/data125798615-cbcbec.jpg)
En toen zag ze een stuk triplex waaraan ze zich vastgreep. „Het exacte stuk triplex dat ik aan de buren had gegeven, waarmee ze hun toilet konden afscheiden van hun huiskamer.” Ze botste tegen een gebouw. „Ik weet niet waar ik de kracht vandaan haalde, maar ik klom op het dak.” De modder zat overal, in haar mond, oren en ogen. „Ik opende mijn ogen, maar ik zag bijna niets.” Om haar heen lagen dode lichamen. Ze greep alle kinderlichamen beet, op zoek naar haar dochter. Uren later werd Ani gered door een helikopter. Met een touw om haar middel werd ze van het dak gehesen.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2024/12/23132611/data125798528-0a6124.jpg)
Reddingswerkers brachten haar naar het opvangkamp in het Sumatraanse Medan. „Ik was gek van wanhoop. Ik was gebroken.” Nene kijkt toe, hij kent haar pijn. „Toen ik haar zag in het kamp, was ze zo verdrietig.” Hij probeerde haar te kalmeren. „Ik begreep dat hij me wilde troosten,” vertelt Ani. Een jaar na hun ontmoeting waren ze getrouwd en al snel werd hun eerste dochter geboren. Een tweede volgde.
Ik voel dat mijn dochters nog leven. Misschien zijn ze wel in Nederland
Haar eerste man heeft Ani nooit meer gezien. Ze heeft geaccepteerd, dat hij is overleden. Maar de dood van haar dochters kan ze niet accepteren. Hun lichamen zijn nooit gevonden. „Er zijn kinderen meegenomen naar het westen,” zegt ze. „Ik voel dat mijn dochters nog leven. Misschien zijn ze wel in Nederland.” Ze wil een oproep doen aan de lezers van NRC om naar de foto van haar gezicht te kijken. „Misschien is er een gelijkenis. Ze zijn nu 24 en 29 jaar.”




Arme landen
Geofysicus Nazli Ismael (53), werkzaam voor de Atjese Syriah Kuala Universiteit, was in Zweden toen de tsunami zijn moederland trof. Hij bestudeerde nota bene het ontstaan van tsunami’s, maar het duurde een dag voordat hij de ernst van de situatie doorkreeg. „Ik had moeite om het Zweedse nieuws te volgen en de berichtgeving uit Indonesië was in eerste instantie spaarzaam.”
Daarbij richtte tsunami-onderzoek zich in die tijd vooral op de Stille Oceaan, veelal uitgevoerd door Japanse en Amerikaanse instituten. „Pas na 2004 realiseerde ik me dat geofysische kennis in het gebied rond de Indische Oceaan minder ontwikkeld was, omdat er arme landen liggen.” Inmiddels is deze omissie rechtgezet, stelt hij in zijn thuisstad Banda Atjeh, waar hij deelneemt aan een geofysisch congres. Hij combineert er zijn onderzoek naar de aardkorst met het bestuderen van lokale kennis.
Zo zijn op het Atjese eiland Simeulue, dat het allereerst door de tsunami werd getroffen, niet meer dan zeven van de 78.000 duizend inwoners overleden. Elke avond voordat ze gaan slapen, vertelden ouders op het eiland hun kinderen over de ‘smong’. Als de aarde beeft, moet je rennen naar de heuvels, zo gaat het verhaal, want dan komt de grote vloed uit de zee. „De mensen op het eiland wisten wat ze moesten doen”, zegt Ismael.
De geofysicus bestudeert ook beschrijvingen van tsunami’s in oude Atjese geschriften. „Onderzoek naar aardlagen wijst uit dat er gemiddeld achthonderd jaar tussen twee tsunami’s zit. Maar door bestudering van oude teksten weten we dat er in de 14e eeuw een ‘tweeling-tsunami’ plaatsvond. Er zat toen minder dan vijftig jaar tussen twee tsunami’s. Het enige dat we dus zeker weten is dat het voorspellen van een nieuwe tsunami onmogelijk is. We moeten altijd voorbereid zijn.”
Oefenen met vluchtwegen
Syah Putria (50), de lokale leidinggevende bij het Indonesische rampenpreventiebureau BPNP, geeft toe dat het rampenplan nog niet helemaal op orde is. Zo zouden er vaker oefeningen moeten zijn, zodat mensen weten dat ze meteen moeten vluchten en niet eerst naar huis kunnen om geliefden op te halen. „Bewustwording heeft helaas geen prioriteit.”
Hij legt uit dat alle financiering uit Jakarta terechtkomt in een algemeen wederopbouwfonds. „En politici bouwen liever bruggen, wegen en gebouwen.” Dat belangrijke vluchtwegen zoals de bergweg in Lisa’s dorp Mon Ikeun nog niet op orde zijn, komt volgens Putria doordat de overheid een kuststrook van drie kilometer tot rode zone heeft verklaard. „Officieel mogen mensen daar niet wonen. Voor de inwoners van dorpen als Mon Ikeun zijn woningen in de heuvels gebouwd.” Maar Putria weet dat veel mensen toch teruggaan naar hun geboortedorp, hun fruitbomen en vissersboten, omdat ze in de heuvels geen inkomen hebben.
Lisa is ervan overtuigd dat een nieuwe tsunami onvermijdelijk is, maar elders aarden kan ze niet. Ze probeert daarom zo voorbereid mogelijk te zijn. Zoals de meeste Atjeeërs is ze diepgelovig. De tsunami heeft na jarenlange oorlog vrede gebracht, zo is de overtuiging, en dat was een geschenk van Allah.
Geen van de geïnterviewden ziet de tsunami als straf. Zelfs Ani heeft haar geloof niet verloren. „Het was een natuurramp,” aldus Lisa. „De doden zijn nu bij Allah. Hij toonde juist genade aan degenen die het lijden niet aankonden. Hij is wel degelijk almachtig.” Iedereen die wel de kracht had om te overleven, staat hij bij, stelt ze. „Die zijn uitverkoren om anderen te helpen.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2024/12/23132616/data125798791-a92e46.jpg)