‘Nothing really matters to me…” Voor de 21ste keer blaast ‘Bohemian Rhapsody’ weer het jaar uit, als nummer 1 van de Top 2000.
Op Oudejaarsavond hoor je Queen-gitarist Brian May zijn lyrische solo’s spelen door Britse Vox-versterkers. Of luister naar het huilende gitaarduet in ‘Hotel California’, van The Eagles, dit jaar op de derde plek: Joe Walsh en Don Felder speelden hun klassieker op Fender-versterkers.
Het warme geluid van de buizenversterker heeft zich tussen de oren van muziekliefhebbers genesteld. Het Amerikaanse Fender maakt al versterkers sinds de jaren veertig. Maar er zit een nadeel aan die vertrouwde techniek: buizen slijten, net als gloeilampen, en de versterkers zijn vaak duur en niet te tillen. Je kunt ze wel kopiëren of klonen, met een computer. Tegenwoordig passen alle iconische klanken van de Top 2000 in één kastje.
Er klinkt een schreeuw uit de broekzak van Bert Meulendijk. En dat betekent: kassa. Met deze kreet uit een Jiskefet-scène geeft de telefoon van de gitarist een seintje dat er via zijn webwinkel opnieuw een ‘profiel’ is verkocht – een digitale kopie van een gitaarversterker.
Zijn studio staat vol buizenapparatuur, verzameld gedurende decennia gitaarspelen. Maar zelf gebruikt Meulendijk alleen nog een Kemper, een mosgroen kastje van de gelijknamige Duitse firma. Het apparaat ziet eruit als een radio uit het Sovjet-tijdperk, in werkelijkheid is het een computer die de klank nabootst van tientallen populaire versterkermodellen.
Je hoeft slechts zo’n profiel te ‘laden’ en dan klinkt het alsof er een Marshall JMP100 (Angus Young van AC/DC, dit jaar op nummer 30 met ‘Thunderstruck’) naast je staat te brullen. Met één druk op de knop verandert het geluid in een Dumble (favoriete versterker van Stevie Ray Vaughan, op nummer 1.485 met ‘Pride and Joy’) of een Fender Twin Reverb (Nirvana’s Kurt Cobain op ‘Smells Like Teen Spirit’, op nummer 36).
Meulendijk kloonde zijn eigen versterkerverzameling en verkoopt die profielen aan andere Kemper-gebruikers. Een versterker ‘profileren’ is zo gepiept, maar de finetuning luistert nauw. „Ik ben weken bezig met het bewerken en luisteren of het werkt in de mix of live, op het podium.”
Meulendijk koos in 1989 bewust voor een carrière als studiomuzikant. „Ik heb tours gedaan, dan speel je wekenlang dezelfde dingen. Ik vind studiowerk uitdagender, creatiever ook.” Hij heeft net een partij ingespeeld, een klusje voor producer Ferdi Bolland. Je kunt Meulendijks gitaarspel horen op honderden platen en producties, zoals op ‘Are You With Me ’ van Lost Frequencies (anderhalf miljard keer gestreamd op YouTube en Spotify).
„Niet dat iemand mij herkent”, zegt Meulendijk. Hij vindt het prima om op de achtergrond te blijven. Ook bij de Edwin Evers Band zul je hem niet snel molenwiekend over het podium zien rennen. Maar Meulendijks klanken zijn wel wereldberoemd. Sinds hij tien jaar geleden de Kemper ontdekte, heeft hij tienduizenden profielen verkocht, vooral in Duitsland en in de VS. Er spelen nu dus duizenden gitaristen met de ‘Bert-sound’.
Heeft hij nog wel zijn eigen unieke geluid of wordt het eenheidsworst? „Als je tien gitaristen op dezelfde versterker laat spelen, klinken ze toch allemaal anders. Het zit ook in het instrument, en vooral in je vingers.”
Niet alle muzikanten willen ervoor uitkomen dat ze digitaal werken. Zo treedt de Britse rockband Status Quo (‘Whatever you want’, op nummer 733) op met een muur van witte Marshalls op het podium. In één van die versterkers zit stiekem een kleine groene Kemper geschroefd die het daadwerkelijke geluid maakt.
Bert Meulendijk maakt er geen geheim van. „De kans is klein dat ik ooit nog een buizenversterker koop.” De digitale alternatieven zijn vederlicht en qua klank maakt het niet meer uit, vindt de beroepsgitarist. Als je moet kiezen tussen rock-’n-roll of rugpijn, dan is de keuze niet zo moeilijk.
Spijkerriem
Je kunt gitaarversterkers klonen, maar de andere optie is het buizengeluid te ‘modelleren’, met computeralgoritmes. Deze techniek stamt uit de jaren negentig en was eerst in trek bij metalgitaristen die de wat industriële sound wel bij hun spijkerriem vonden passen.
Modelleren raakte in een stroomversnelling omdat de prijzen daalden – meer concurrentie voor pioniers als Line6 en Fractal. Het geluid werd veel realistischer dankzij krachtiger chips en via internet kun je inmiddels alle denkbare versterkertypes downloaden. Ook Metallica (‘Nothing Else Matters’, nummer 11) doet het inmiddels digitaal.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2024/12/27095214/web-2812ZAT-ECO-ADS-32-wk52-Klein-Roel-Venderbosch.jpg)
De ‘amp-simulators’ vlogen afgelopen jaar over de toonbank, constateert Jochanan Bax. Ooit had hij met zijn broer een drive-in-show met licht en geluid, nu runt hij de grootste Nederlandse muziekwinkel. „Gitaristen zijn nooit klaar, ze zijn altijd op zoek naar een nieuwe sound”, zegt Bax. De digitale versterkers worden gekocht ‘voor erbij’, om thuis te kunnen spelen op lage volumes. Hij ziet de omzet van buizenversterkers langzaam afnemen. Jammer, want daar zit wel meer marge op.
De buizen zijn lang niet uitgestorven, zegt Marijn van der Maat. Hij bouwde in het verleden zelf versterkers en is gitaartechnicus, je kunt hem tegenkomen in de coulissen bij Racoon, Ilse de Lange of De Staat. In de muziekwinkel waar hij werkt, kiezen piepjonge muzikanten meestal voor versterkers die eruitzien of ze uit de jaren vijftig geteleporteerd zijn. „Alle gitaristen zijn ooit begonnen omdat ze een held hadden als John Mayer, Slash van Guns N’ Roses of David Gilmour van Pink Floyd. Die werken vaak nog met oude spullen.” Zelf – Marijn was tot voor kort gitarist in een surfrockband – houdt hij het ook bij de traditionele apparatuur. „Die vind ik het meest inspirerend.”
Staccatostijl
Gruizig, ruig, donkerbruin, zuigend en pompend… het vocabulaire voor gitaargeluiden is even rijk als verwarrend. Gitaristen kunnen urenlang praten over de ingrediënten van hun versterkers. Hetzelfde geldt voor de effectpedalen waarmee je het klankbeeld verder inkleurt, zoals een schilder verf mengt op een palet.
Jop van Summeren, bassist van De Staat (‘Witch Doctor’, nummer 555) zocht uitbreiding van zijn klankspectrum. Hij had eerst een koffer vol effectpedaaltjes voor zich op het podium liggen, maar zweert tegenwoordig bij de Fractal. Dat past goed bij de staccatostijl van De Staat.
„Vaak gaat het in de digitale wereld over het nabootsen van de sound van vroeger. Maar ik ben geen purist. Ik wil extreme dingen kunnen programmeren, geluiden die niet te maken zijn met analoge spullen.” Van Summeren wordt even filosofisch: „Alles is een zoektocht naar een geluid dat je in je hoofd hebt.” Dat is de manier om nieuwe klassiekers te maken, voor de volgende Top 2000.