De zaak
Wat zou de elf maanden oude baby T. zélf tegen de rechtbank zeggen, als ze kon praten? Hoe naar ze zich moet hebben gevoeld, hoe angstig ze was en hoe ziek ze werd? De officier van justitie oefent vandaag zware druk op de rechtbank Den Haag uit. Ze eist een straf van 36 maanden cel. Want wat hier is gebeurd „mag niet, kan niet en moet niet meer gebeuren”. De centrale figuur, moeder Sara (27), zou een halve milligram ‘snel werkende’ oxycodon aan baby T. hebben gegeven. Sara haalt op haar beurt haar vierjarige zoontje aan. Die mocht eerder, tijdens haar 53 dagen voorarrest niet op bezoek komen. Voor Sinterklaas zou hij hebben gevraagd of ze hem „nooit meer alleen wil laten”.
Er wordt stevig op het gemoed gespeeld vanochtend. Moeder wordt verdacht van poging tot doodslag op het eigen kind vanuit de behoefte aandacht voor zichzelf te willen afdwingen. Het Münchhausen-by-proxysyndroom, kindermishandeling door falsificatie, is de hypothese. Ofwel het manipuleren of fingeren van ziekte of stoornissen.
Sara zou baby T. een pilletje hebben gegeven uit boosheid en wraakzucht jegens haar partner die weer eens niet kwam opdagen toen ze hem nodig had. En uit frustratie met de huisartsenpost die T.’s symptomen niet ernstig namen of niet zagen. En haar naar huis stuurden, terwijl zij zélf haar baby versuft vond en moeilijk wakker te krijgen.
Het enige dat vaststaat is dat baby T. daarna in een kinderziekenhuis belandde met sporen van oxycodon in het bloed, een krachtige opioïde pijnstiller. Maar wie diende die toe en wanneer precies? Er zijn vier kandidaten: het vierjarige broertje dat tv zat te kijken, haar vriend die z’n drugsverdoving uitsliep, moeder Sara dus, maar ook baby T. zelf, die net kon kruipen en een pilletje gevonden zou kunnen hebben. In baby T.’s bloed bleken behalve oxycodon ook cocaïnesporen aanwezig, die op een met coke vervuilde omgeving zouden wijzen, de woning van stiefvader dus.
Het OM- scenario bestaat uit puzzelstukjes en interpretaties
Het bewijs van het OM tegen Sara bestaat uit toxicologisch onderzoek, WhatsAppjes, verklaringen van ouders, familie en artsen, verdachte zoektermen in Google, een filmpje van de versufte baby, maar vooral moeders frequente eerdere ziekenhuisbezoek met beide kinderen. Een ‘smoking gun’ ontbreekt: het OM-scenario bestaat uit puzzelstukjes en interpretaties. Door een van haar exen wordt ze als ‘leugenachtig’, veeleisend en aandachtsziek gezien.
De baby overleefde de dosis ‘oxy’ met een nachtje ziekenhuis. Het kind is terug bij moeder Sara, die met haar (inmiddels) drie kinderen tot tevredenheid van de Kinderbescherming functioneert. De reclassering constateert dat zij een netwerk heeft, een woning en een uitkering. En geen strafblad. Ze geeft op alle vragen van de rechter helder antwoord. De enige tegen wie bezwaren bestaan is de stiefvader. Die mag baby T. alleen onder toezicht bezoeken.
Uit psychiatrisch onderzoek kwam ‘Münchhausen’ als theoretische mogelijkheid: het was ‘niet uitgesloten’ maar ook niet vastgesteld. Wel zou ze „behoefte aan aandacht hebben die ze medicaliseert”. Overigens zagen de deskundigen haar als een „overbezorgde moeder met kwetsbare kinderen”. Oxycodon was Sara ooit voorgeschreven. Haar vriend leende het soms ‘wegens rugpijn’. Het was dus in huis, binnen handbereik, mogelijk zelfs in haar tas. In de rechtbank verdedigt ze haar frequente ziekenhuisbezoek en haar online zoektermen uit andere ervaringen. Met twee kinderen maakte ze eerder ziekenhuisopnamen mee, zware medicatie en kunstmatig slapen.
Het hardste bewijs van de officier komt uit toxicologisch en forensisch onderzoek. Daaruit moet blijken dat het tijdstip waarop baby T. de ‘oxy’ kreeg, precies ná het bezoek aan de huisartsenpost moet hebben gelegen. Dat de artsen daar ‘niets’ opmerkelijks vonden is voor het OM sleutelbewijs. Sara herinnert zich juist een twijfelende arts-assistent die z’n opleider vroeg om te komen kijken naar een baby die hij niet alert had kunnen krijgen. Daarna reed Sara bezorgd door naar het kinderziekenhuis, waar baby T. bekend was.
Het oordeel
De rechtbank spreekt in een beknopt vonnis Sara vrij van alle beschuldigingen. Het staat voor de rechters ‘niet buiten redelijke twijfel vast’ dat de oxycodon door haar is toegediend. Daarbij geeft de doorslag dat de deskundigen niet konden vaststellen wanneer het middel precies is toegediend. De officier rekende met een inwerkingstijd van een uur en komt uit op inname na het bezoek aan de huisartsenpost. De rechtbank vindt dat er te weinig bekend is over de snelheid waarmee kleine kinderen dit middel in hun bloed opnemen. „Het middel is niet geregistreerd voor toepassing bij kinderen en de beschikbare onderzoeken op basis van een klein aantal personen laten tussen die personen grote verschillen zien wat betreft (..) opname, verdeling over het lichaam en uitscheiding van het middel.” En dus mag je volwassenen niet als uitgangspunt nemen, wat het OM deed.
Voor dat ‘verminderde bewustzijn’ van baby T. zijn verschillende ‘startmomenten’ denkbaar. Ook op momenten dat alternatieve scenario’s denkbaar zijn met broertje, stiefvader of baby T. zelf in de hoofdrol. Voor de ‘verdachte zoektermen’ op haar telefoon legde moeder Sara consistent plausibele verklaringen af, vindt de rechtbank. Het veronderstelde ‘Münchhausen-motief’ negeert de rechtbank.
Correctie (10 december 2024): aanvankelijk werd een paar keer de vader van baby T. vermeld, waar de vriend van verdachte Sara werd bedoeld: de stiefvader van baby T. dus.