Zijn vader reed met de groentekar, zijn moeder werkte hard mee en Gerrit Vooges zelf hield de mulo na twee jaar voor gezien. Hij kon net als zijn zussen en zijn halve familie terecht in de chocoladefabriek om de hoek – Droste, in Haarlem. Het was 1961, Gerrit was veertien. Hij werkte er een halve eeuw en in het najaar van 2010 zat hij net twee maanden pensioengerechtigd thuis toen het uitvaartwezen hem riep. Of hij drager wilde worden.
Dat ze hem vroegen is geen toeval, veel mensen in Haarlem kennen Gerrit Vooges. Hij zat in de ondernemingsraad van Droste, was veertig jaar lang wijkraadvoorzitter in de Sportheldenbuurt, organiseerde feesten bij de in 2016 opgeheven voetbalclub De Brug en in het verpleeghuis waar zijn moeder heen was verhuisd zat hij als voorzitter in de cliëntenraad, waar hij zich hardmaakte voor de leefomstandigheden van bewoners. In dat tehuis zag hij natuurlijk de jongens die de overledenen haalden, ze zeiden weleens dat ze mensen nodig hadden. Ja, waarschijnlijk kwamen ze zo bij hem uit.
Gerrit – ja dat mag, zeg vooral Gerrit – droeg op oproepbasis een jaar of vijf kisten. Best zwaar werk inderdaad, dat wordt onderschat hoor, vooral langs het gat van het graf als je je armen moet strekken, en je moet ook geen last hebben van dieptevrees. Hij groette de overledene altijd, bleef vervolgens even staan langs het graf en gaf dan een knikje van respect. Zo hoorde dat vond hij, maar dat deden niet alle dragers. Gerrit, kom bij ons in dienst, zei de directeur van Ename Uitvaartzorg. Zo werd hij in 2017 ‘gastheer’ in het rouwcentrum en crematorium en die rol vervult hij nog, in zijn 78ste levensjaar en het 64ste jaar van zijn loopbaan. de oudste collega na hem is zo’n dertig jaar jonger.




Gastheer Gerrit rijdt de kist op een baar van de koelcel naar de rouwkamer, waar hij het licht dimt en de kaarsen aansteekt voor als de familie zo komt. Hij haalt alvast het deksel eraf en als de handen niet meer gevouwen op de borst liggen maar een arm langs het lichaam is gevallen, legt hij die voorzichtig weer terug. Het kan ook weleens zijn dat het ooglid wat is gaan wijken en een gleufje is ontstaan, Gerrit sluit het oog dan. Op de dag van de uitvaart ontvangt hij de familie en de gasten, hij is erbij vanaf hun binnenkomst tot bij het graf of de oven. En als de dragers komen, zegt hij: over tien minuten is de dienst afgelopen, dan moet u klaarstaan in een rijtje.
Gerrit is ridder in de orde van Oranje-Nassau, dat heeft zijn inzet in Haarlem en omstreken hem opgeleverd. Geen lid hè. Ridder. De meesten worden lid. Op zijn jasje siert een oranjeblauw draag-insigne dat hij naar eigen zeggen liever thuisliet maar op zijn werk zeiden ze ‘draag het nou Gerrit’ en als collega’s die hem nog niet zo lang kennen ernaar vragen, dan zegt hij dat hij heeft gewonnen op de Olympische Spelen.
Sporten deed hij nooit, maar hij voelt zich goed en fit. Ken je Westerveld, het oudste crematorium van Nederland? Nou daar is beneden de ontvangst en de wandeling naar het crematorium zelf is een klim van acht tot tien minuten over een duin heen. Dat loopt hij soms twee, drie, vier keer op een dag. Komt hij rustig aan de acht- à tienduizend stappen.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2024/12/20100554/data125755992-b18110.jpg)
Het belangrijkste aan zijn werk, zegt Gerrit, is respect voor de overledene. Daar draait alles om. Ook als niemand erbij is behalve hij en de dragers, als iemand, een dakloze meestal, in opdracht van de sociale dienst ten grave wordt gedragen. Ook zo iemand mag niet anoniem verdwijnen. Hij neemt dan het woord. ‘Wij zijn hier samengekomen om de laatste eer te bewijzen aan…’ en dan spreekt hij de volledige naam van die persoon uit en de geboorte- en sterfdatum. Voordat we hem aan de aarde toevertrouwen wensen we we hem een goede reis, zegt Gerrit. En dan daalt de kist.
Hij was nooit echt bang voor de dood en is dat nu al helemaal niet meer. Iedereen komt aan de beurt.
In augustus werd Gerrit 77. „Wat denk je ervan?” zei hij tegen de directeur. „Wat denk je er zelf van?”, antwoordde de directeur. En toen zei Gerrit: „Ik wil doorgaan, als jullie tevreden zijn.” Dat waren ze. Meer dan dat. Dus als hij zo gezond blijft als hij nu is…laat hem dat heel even afkloppen…dan wil hij doorgaan tot zijn tachtigste.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2024/12/20100541/data125760149-b19cfe.jpg)




/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2024/12/20100556/data125755956-f9fd43.jpg)