Annie Zinhagel houdt een stuk suikerrietstengel omhoog. Dik als een babyarmpje. Het gaat van hand tot hand. Ze vertelt hoe slaven de stengels op de plantages in Suriname kapten, persten, het sap opvingen en verhitten in ketels. Kappen, persen, eindeloos roeren, het was zeer zwaar werk. De rietsuiker werd verscheept naar Nederland.
Naar Delfshaven in Rotterdam bijvoorbeeld. Daar staan we nu, bij de oude haven. Tussen de langsrijdende scooters en fatbikes. Ondanks het Duitse bombardement op Rotterdam en veel sloop, ligt de achttiende en negentiende eeuwse slavernij-geschiedenis hier nog altijd op straat.
Je moet wel weten waar te kijken. Annie Zinhagel loopt voorop. Ze vertelt hoe suiker van de Surinaamse plantages een weg vond naar welgestelde handen, die er veel mee verdienden. Een bonte stoet van gemeenteambtenaren, buurtbewoners en andere geïnteresseerden achter haar aan.
Wij lopen, zij wijst en vertelt. Een oud pakhuis, een jeneverstokerij, het geboortehuis van Piet Hein. „Voor de één een held, voor de ander een rover.” We wringen ons een antiquariaat binnen om oude prenten van het plantagebestaan te bekijken. We staan stil voor een voormalige suikerfabriek.
We zien de fatbikes, scooters en bakfietsen niet meer. We zien het Delfshaven van twee eeuwen geleden. We stoppen bij Schoonderloo, een plek waar in de achttiende eeuw mensen werden tentoongesteld. Een mismaakte man, een vrouw met baard. Ook een zwart persoon. Bezoekers mochten die mensen aanraken en erin knijpen.
We eindigen de tour in de eetzaal van de Engelse kerk St. Mary’s aan de rand van Delfshaven. Daar serveren Filia Uiterloo en Mildred Cairo Surinaamse gekruide rijst met kip. In die kerk pleitte een groep vooruitstrevende vrouwen voor de afschaffing van de slavernij. Al ver voor 1863, toen het uiteindelijk een feit was in Suriname en op de Caribische eilanden.
Annie Zinhagel vindt het niet erg dat wij dit allemaal niet wisten. Ze wil dat we het nu wél weten. Daarom loopt ze naast haar werk met groepen door Delfshaven, mede dankzij de door haar opgerichte stichting SurinameOso (Surinaams huis). Geboren en opgegroeid in Rotterdam-West, leerde zij de geschiedenis van haar voorvaderen pas kennen toen ze een aantal jaar in Suriname werkte. Die geschiedenis kennen, zegt ze, was verhelderend en helend. En als andere Rotterdammers die voortaan ook kennen, voelt dat als erkenning.
Dat het nieuwe kabinet de beëdiging plande op de dag dat de afschaffing van de slavernij gevierd wordt, is triest, vinden we met ons mondvol rijst. Gelukkig werd het een dag later, op 2 juli.
Iemand scrolt driftig op zijn telefoon. Op die dag herdenken we ook iets, zegt hij. Dat 72 jaar geleden Madurodam werd gesticht. Nederland, maar dan alles in het klein.