Terug naar de krant

De strijd tussen oud en nieuw in Amerika

column Luuk van Middelaar
Leeslijst

De Amerikaanse democratie balde haar enorme vermogen tot politieke vernieuwing dit jaar samen in één adembenemende zomer. Tussen het voor Joe Biden desastreuze debat met Donald Trump van 27 juni en het tv-debat van die laatste met de nieuwe Democratische kandidate Kamala Harris van komende dinsdag liggen elf weken.

Zelden bracht het Amerikaanse schouwtoneel binnen kort bestek zo veel plotwendingen en cliffhangers. Van de kogel die Trump tot op een haar van de dood bracht („Fight! Fight!”) tot de nipte aftocht van aftakelend patriarch Biden en de vlekkeloze opkomst van Harris. Politiek theater, zeker, maar met een historische inzet die de wereld tot toeschouwer maakt.

In de kern draait een stembusgang als deze om continuïteit versus breuk. Voor editie 2024 zou je verwachten: de Democraten, in het Witte Huis, vertegenwoordigen het oude maar vertrouwde, de Republikeinen verandering en het nieuwe. Tot eind juli stevenden we inderdaad af op een scenario met Joe Biden (81) die vooral zijn erfenis verdedigde – ongeveer zoals de toen even oude Duitse kanselier Konrad Adenauer in 1957 de Bondsdagverkiezingen won met de leuze Keine Experimente!.

Maar de onverwachte kantelingen van deze race maken dat nu Harris, hoewel zittend vicepresident, zich kan opwerpen als kandidaat van de vernieuwing, terwijl uitdager Trump, de 78-jarige oud-president, als man van de oude garde overkomt. Dat past hem niet.

In zijn zegejaar 2016 was Trump de Nieuwe Man. Hij verpletterde eerst het establishment van de Republikeinse Partij en versloeg op verkiezingsdag de Democraten van Hillary Clinton. Zij was weliswaar de eerste vrouwelijke presidentskandidaat maar belichaamde als voormalig First Lady tegelijk de gevestigde orde. Trumps wens om in Washington een breuk in beleid en stijl te forceren maakte veel energie los. Acht jaar later verlangt hij terug naar het disruptieve elan dat hem in het Witte Huis bracht, maar zit er sleet op de formule.

In 2020 won Biden, als oud-vicepresident een vertrouwd gezicht, in de rol van hersteller van de orde, na de jaren met iets te veel trumpiaanse chaos en pandemisch leed. Als man van troost en rouw vertolkte hij waar het Amerikaanse publiek in dat eerste coronajaar behoefte aan had. Wel beloofde Biden een overgangspresident te zijn, een brug naar de volgende generatie leiders. Eenmaal aan de macht – dat grote elixer – verzuimde hij die brug naar de toekomst neer te laten. Tot wanhoop van zijn partij.

In een schitterende ironie is het deze zomer de 84-jarige oud-voorzitter van het Huis van Afgevaardigden Nancy Pelosi geweest die de president namens de Democratische partijbasis en jonge kiezers op de beroerde toestand van de peilingen wees. Biden mompelde dat de prognoses waarover zijn team beschikte heus een pad naar de meerderheid in het Kiescollege toonden, waarop Pelosi snijdend moet hebben gezegd: „Show me those numbers, Joe.” Daarna ging het snel.

Politieke partijen functioneren, behalve als leverancier van ideeën voor de toekomst, tevens als selectiemechanismen voor politiek personeel. (Een rol die bijvoorbeeld de Chinese CCP goed afgaat en de Nederlandse PVV wat minder.) Waar in de VS de Democratische Partij deze zomer op de valreep bewees deze taak te kunnen vervullen, had Trump net voordien op de Republikeinse Conventie het pad naar interne tegenspraak en vernieuwing afgesneden.

In de zelfverzekerde weken na de mislukte aanslag op zijn leven en met zijn toen-nog-tegenstander Biden in de touwen, maakte hij de jonge trumpiaan J.D. Vance tot running-mate en dus kroonprins voor 2028. Een verdere stap in de overname van de Grand Old Party van Lincoln en Reagan door de Make-America-Great-Again-beweging. Maar toen passeerde Harris Biden en nu oogt de 40-jarige Vance minder als brug naar de toekomst dan als bijwagen van Trump.

Het grote debat van 10 september luidt de slotfase in. Veel kan in deze campagne nog gebeuren tot verkiezingsdag 5 november. Te beginnen in dat tv-duel, waarin de druk bij Harris ligt. Na de verrassende omkering in partijposities die de zomer bracht – wie is oud, wie is nieuw? – staat Trump in landelijke peilingen licht achter.

Toch maken Republikeinse strategen zich weinig zorgen zolang die achterstand beperkt blijft. Ook zonder landelijke meerderheid kan hun partij de overhand in het Kiescollege behalen. Net als in 2016 en 2020 draait het om een zevental swing states, waar het nek aan nek gaat en peilers Trumps aanhang voorheen vaak onderschatten.

Voorlopig moet de wereld nog afwachten en de adem inhouden.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof en historicus.
Een versie van dit artikel verscheen ook in de krant van 4 september 2024.

Mail de redactie

Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?

U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.

Maximaal 120 woorden a.u.b.
Vul je naam in