Terug naar de krant

‘De uitkomst van deze rechtszaak zal de toekomst van onze planeet bepalen’

interview

Margaretha Wewerinke-Singh | hoofdadvocaat Het Internationaal Gerechtshof in Den Haag moet bepalen of klimaatvervuilers aansprakelijk zijn voor de schade die ze veroorzaken. Volgens de hoofdadvocaat van het eilandstaatje Vanuatu is „het vernietigen van het klimaatsysteem illegaal onder internationaal recht”.

Leeslijst

Het is David tegen Goliath bij het Internationaal Gerechtshof (ICJ) in Den Haag. Het piepkleine eilandstaatje Vanuatu is een juridisch gevecht aangegaan met de machtigste landen van de wereld. Vanuatu wil weten hoe ver de verantwoordelijkheid van grote vervuilers strekt voor het veroorzaken van klimaatverandering. En welke gevolgen die verantwoordelijkheid heeft.

Gedurende twee weken van hoorzittingen luisteren de vijftien rechters van het hof naar de argumenten van bijna honderd landen en twaalf organisaties. Waarschijnlijk zullen zij in de loop van volgend jaar met een advies komen dat grote gevolgen kan hebben. Voor Vanuatu en andere kwetsbare landen, omdat hun voortbestaan op het spel staat door zeespiegelstijging en steeds extremer weer. Maar ook voor de grote vervuilers, omdat hun verdienmodel mogelijk onhoudbaar wordt en hun economie totaal op de schop moet.

De hoorzittingen hebben iets surrealistisch. Op het ene moment komt Saoedi-Arabië tot de conclusie dat olie- en gaswinning helemaal niet zo destructief zijn als wordt beweerd, en dat fossiele brandstoffen landen juist ook kunnen helpen om hun armoede te overwinnen. Meteen daarna mag Australië vertellen hoe geweldig zijn klimaatbeleid is en hoe het land er alles aan doet om zijn broeikasgassen te reduceren – want de schade die ze veroorzaken is evident. Maar hoeveel Australië doet is aan het land zelf, zo is het in klimaatverdragen afgesproken. Rechters moeten zich daar niet in mengen.

Vervolgens legt een vertegenwoordiger van de Bahamas op dezelfde ingetogen en beleefde toon uit dat klimaatverandering nog vóór 2050 meer dan de helft van de kustlijn van de eilandengroep zwaar zal beschadigen en dat er aan het einde van de eeuw geen strand meer over is. Door toedoen van rijke landen zullen delen van de eilanden onbewoonbaar worden. Het hof heeft volgens de Bahamas een „historische kans om het gedrag van landen te beïnvloeden en daarmee ons land te redden”.

Margaretha Wewerinke-Singh, universitair hoofddocent duurzaamheidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam en bijzonder hoogleraar recht aan de Universiteit van Fiji, is een van de twee hoofdadvocaten van het juridische team van Vanuatu in deze zaak. Zij was een van de eerste sprekers op dag één en schroomde niet om grote woorden te gebruiken. „De uitkomst van deze zaak zal generaties lang doorwerken”, zei ze, en zowel het lot van Vanuatu als „de toekomst van onze planeet bepalen”.

Vanuatu bevindt zich volgens Wewerinke-Singh in de frontlinie van een crisis die het land niet zelf heeft gecreëerd, een crisis die de eilanders en veel andere volkeren bedreigt. „In deze zaak gaat het om de wettigheid onder het internationale recht van een bepaald gedrag dat door specifieke staten in de loop van de tijd is vertoond. Staten die daarmee het klimaatsysteem hebben verstoord en Vanuatu daarmee nu al aanzienlijke schade hebben toegebracht. Dat gedrag bedreigt het voortbestaan van de bevolking van Vanuatu en van de mensheid als geheel.”

Tussen alle hoorzittingen door neemt Wewerinke-Singh de tijd voor een telefonisch interview. Ze komt net uit een gezamenlijk overleg met wat ze „geallieerde landen” noemt – de groep van kwetsbare staten die dagelijks bijeenkomen in een conferentiezaal in de buurt van het Haagse Vredespaleis om hun strategie te bespreken.

U begint uw toespraak met een bekend juridisch principe: Ubi jus, ibi remedium – waar een recht bestaat, is er ook een remedie, een mogelijkheid om het recht te herstellen.

„Dat is een juridisch feit, een onbetwistbare rechtsregel die zelfs Saoedi-Arabië niet zal ontkennen. Als je zegt dat er rechten zijn, dan zijn er ook remedies wanneer die rechten worden geschonden. Door deze onbetwistbare regel van het recht als uitgangspunt te kiezen, wilde ik laten zien dat we het hier hebben over fundamentele rechten, met een inherent recht op herstel.”

Geïndustrialiseerde landen betogen dat een discussie over rechtsherstel thuishoort in de mondiale klimaatonderhandelingen. Zelfs een land als Duitsland, dat klimaatverandering toch heel serieus neemt, komt tot die conclusie.

„Ja, jammer is dat. Duitsland neemt het klimaat serieus, maar klimaatrechtvaardigheid absoluut niet. Duitsland verzet zich met hand en tand tegen enige erkenning van de verplichting om klimaatschade te compenseren. Ze verwezen in hun toespraak nadrukkelijk naar artikel 8 in het Klimaatakkoord van Parijs over Loss and Damage, schade en verlies. Daarin staat expliciet dat artikel 8 geen juridische basis biedt voor een verplichting tot compensatie. Natuurlijk wil Duitsland vanuit de goedheid van zijn hart en op vrijwillige basis best betalen, maar dus niet omdat het moet.

„Volgens mij hebben ze zichzelf daarmee behoorlijk in de vingers gesneden. Want met dit punt benadrukt Duitsland dat er volgens het Parijsakkoord op het gebied van klimaatschade geen bijzondere wetten gelden voor rechtsherstel, in juridische termen zou je zeggen: er bestaat hiervoor geen ‘lex specialis’. En waar geen speciaal recht bestaat, is het algemeen recht van toepassing, het ‘lex generalis’. En dat algemene recht vereist dat schade wordt gecompenseerd.”

Toch zit er wat in, dat het mondiale klimaatbeleid om politieke keuzes gaat. Kan de bemoeienis van rechters dat proces niet doorkruisen?

„Dat is een geldig argument. Als de klimaatonderhandelingen goed werken, is het ook een geloofwaardig argument. Maar niet als de onderhandelingen niet doen wat ze moeten doen. Het doel van de klimaatverdragen, namelijk de concentraties van broeikasgassen stabiliseren op een niveau dat gevaarlijke, door de mens veroorzaakte verstoring van het klimaatsysteem voorkomt, wordt al decennia lang genegeerd. Ook de specifieke bepalingen in die verdragen, zoals over technologieoverdracht, worden niet gerespecteerd.”

Klimaatbeleid vraagt om grote transities, die heel complex zijn. Je zou kunt zeggen: landen doen hun best.

„Ja, maar dat is niet genoeg. Marteling is verboden. Landen kunnen dus niet zeggen: we doen ons best om het zo min mogelijk te doen. Het is verboden, het mag niet. Voor het veroorzaken van gevaarlijke klimaatverandering geldt vanwege de ernst van de gevolgen, waaronder schending van mensenrechten, hetzelfde.”

Hoopt u dat de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof een bodem legt onder de klimaatonderhandelingen en grenzen aangeeft van wat landen zich kunnen permitteren op het gebied van broeikasgasuitstoot?

„Het gaat verder dan dat. Ons argument is, dat het vernietigen van het klimaatsysteem, dat tot op zekere hoogte al heeft plaatsgevonden, illegaal is onder internationaal recht. De juridische vraag is dus niet: hoeveel mogen landen nog uitstoten? Nee, want daarmee negeer je de schendingen die al hebben plaatsgevonden. Dit is een principiële uitspraak.”

Maar wat betekent die principiële uitspraak? Moet Nederland per direct al zijn tankstations sluiten?

„Mij gaat het in de eerste plaats om het recht. Daar moet helderheid over komen. Dat het recht wordt geschonden en dat dit onmiddellijk moet stoppen. Dat botst natuurlijk met de werkelijkheid. Nederland kan onmogelijk in één keer de gaskraan dichtdraaien. Dus je moet breder kijken hoe je zo snel mogelijk de schending kunt stoppen en geen nieuwe schendingen meer veroorzaakt – en dus nieuwe schade. Nederland kan bijvoorbeeld ook winst boeken door andere landen te helpen hun emissies terug te dringen, met financiering, technologieoverdracht en samenwerking. Uiteraard zonder dit soort steun als excuus te gebruiken om de transitie in eigen land te vertragen.

Maar zijn we dan niet toch gewoon weer terug bij de klimaatonderhandelingen?

„Ja, klimaatconferenties blijven belangrijk, maar de geloofwaardigheid ervan is zoek. Waar het om gaat is dat de integriteit wordt teruggebracht. Dat kan met behulp van het recht. Als het hof met een sterk oordeel komt, kan dat doorwerken in de nationale plannen van landen om hun emissies te reduceren, anderen daarbij te helpen en schadevergoeding te betalen. Zo’n oordeel kan er ook toe leiden dat de private sector gaat meebetalen. Met een krachtige uitspraak pak je in één klap een heleboel problemen aan. De klimaatverandering zelf, maar ook de rechtvaardigheid en de financiering van het mondiale beleid.”

In uw toespraak maande u de rechters dat ze klimaatverandering onbestraft laten als ze zich niet krachtig uitspreken. Simpel gezegd: wie zwijgt, stemt toe.

„Ja, precies.”

Gaat dat niet te ver?

„Neem kernwapens. Het Hof heeft destijds gezegd dat kernwapens alleen legaal kunnen worden gebruikt bij zelfverdediging. De ruimte die zo’n oordeel open laat heeft wel degelijk effect. Het helpt Poetin nu om met kernwapens te dreigen. Het doet ertoe wat het hof zegt, en dus ook wat het hof niet zegt.”

Een versie van dit artikel verscheen ook in de krant van 10 december 2024.

Mail de redactie

Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?

U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.

Maximaal 120 woorden a.u.b.
Vul je naam in