Kun je antisemitisme bestrijden met discriminatie? En is het kabinet dat inderdaad van plan, na de Maccabi-rellen in Amsterdam? De recente brief die het kabinet erover schreef, lijkt het te suggereren. Want daarin dook weer het plan op om het ‘intrekken van het Nederlanderschap’ te onderzoeken als remedie. Dat ‘denaturaliseren’ is de juridische vertaling van de wens om iedereen die Wilders niet zint eruit te kunnen gooien, althans buiten de Nederlandse samenleving te plaatsen. Het kabinet blijkt dat dus het onderzoeken waard te vinden. In dit geval bij ‘ernstige misdrijven’ met een ‘aspect van discriminatie, zoals antisemitisme’.
Ter herinnering: op 7 november ontstonden in Amsterdam nachtelijke rellen onder het mom van ‘Jodenjacht’ en met ‘paspoortcontroles’ door geweldbelust scootervolk, op zoek naar Israëliërs/Joden. Die waren op hun beurt eerder rellend en vernielend door de stad getrokken op zoek naar pro-Palestina-uitingen. Bestuur, media en politiek waren the morning after in verwarring. De premier en de rechtse coalitie grepen terug op post-9/11-frames over „niet geïntegreerde” migranten die „onze waarden” niet delen. Waarna er publiekelijk een wedloop in het ‘benoemen’ van vooral dit probleem ontstond. Met het collectief belasteren van burgers met een migratie-achtergrond tot gevolg.
Nu werd de discussie over denaturalisatie ook in 2015 al gevoerd bij de tijdelijke wet Intrekken Nederlanderschap, destijds met de nationale veiligheid als excuus. Toen werd vastgesteld dat dit alleen verdachte burgers kon treffen die überhaupt twee nationaliteiten hebben. Waarmee het risico van ongeoorloofde discriminatie ontstond. Die groep ‘dubbelen’ zou terug moeten vallen op het niet-Nederlandse paspoort. Waarmee automatisch hun legitieme aanwezigheid in Nederland ter discussie zou komen. Op denaturalisatie volgt immers ongewenstverklaring, wat een ‘zelfstandige vertrekplicht inhoudt’ – en wie zich daaraan niet houdt, wordt uitgewezen.
Dat dit verdachte burgers met één paspoort niet kán treffen, is louter het gevolg van het internationale verdragsverbod om burgers statenloos te maken. Wie statenloos is, kan immers nergens meer heen, heeft nergens rechten en is overal ongewenst. Feitelijk komt denaturalisatie voor dubbele paspoorthouders neer op het definiëren van twee typen Nederlandse burgers. Dat is in strijd met artikel 1 van de Grondwet, waarin staat dat „allen die zich in Nederland bevinden, in gelijke gevallen gelijk worden behandeld”.
Dat geldt hier niet dus. Autochtone, witte terroristen of IS-gangers en ‘antisemieten’ van eigen bodem behouden hun Nederlandse staatsburgerschap. Lui met een andere huidskleur, achtergrond, oorsprong en tweede paspoort, ja, die mogen hun Nederlanderschap inleveren.
Dat is ook al enige tientallen keren gebeurd, vooral met IS-gangers. In het kader van de ‘nationale veiligheid’ is daar zelfs geen strafrechtelijke veroordeling voor nodig. Ooit vond premier Rutte het immers maar beter als deze groep zou sneuvelen in de Syrische woestijn, liever dan dat ze terug mochten. Maar moet dat nou ook gelden bij ‘ernstige misdrijven met een aspect van discriminatie, zoals antisemitisme’? Is dit geen typisch voorbeeld van een hellend vlak? In het regeerakkoord was al een onderzoek aangekondigd of denaturalisatie niet uitgebreid kon worden „naar andere ernstige misdrijven”.
Destijds adviseerde de Raad van State tevergeefs die tijdelijke wet niet permanent te maken omdat IS was gevallen en het probleem van de ‘uitreizigers’ leek opgelost. Maar ‘denaturalisatie’ is wel degelijk in het arsenaal van de staat blijven hangen. En nu zijn de Maccabi-rellen dus aanleiding om te zien of hier een voldoende ‘ernstig misdrijf’ in kan worden gelezen.
Ik zou zeggen, denk hier nog eens over na. Gedenaturaliseerde burgers blijken hier gewoon verder te leven, buiten het zicht van het gezag, op basis van dat tweede paspoort. Is zo’n vergaande maatregel proportioneel of effectief? En wat is de boodschap aan álle houders van twee paspoorten? Moeten die concluderen dat hún Nederlandse pas slechts voorwaardelijk is? Terwijl de witte Nederlander z’n pas onvoorwaardelijk heeft? Artikel 1 van de Grondwet, met z’n „gelijke gevallen” waarin alle Nederlanders „gelijk worden behandeld”, wordt dan een aanfluiting. Eerste- en tweederangs burgers zijn dan een juridisch feit. En dat is de rechtsstaat onwaardig.