Terug naar de krant

Dit zijn de tien mooiste lelijke straatmeubels

rubriek Top tien
Als je blind ergens wordt neergezet en je ziet een van deze objecten, dan weet je dat je in Nederland bent, weet Mark van Wonderen.
Leeslijst

Mark van Wonderen zit met 35 anderen in de appgroep ‘Opperclass treurtrippers’. De leden kunnen zich bijzonder goed verkneukelen over „spuugmooie” plekken, aldus de groepsbeschrijving. Ofwel: plekken die „mooi van de lelijkheid” zijn. „Iedereen plaatst foto’s als ze weer eens heerlijk aan het ronddwalen zijn door Lelystad of Zoetermeer”, zegt Van Wonderen (48), leraar Duits en journalist, in zijn wel echt mooie negentiende-eeuwse straat in Amsterdam-Oost. Eén à twee keer per jaar gaat de groep op ‘treurtrip’, zoals binnenkort naar Maarssenbroek, een gedeelte van Maarssen. „Heerlijk, lekker Vinex kijken, veertig, vijftig jaar na de bouw.”

In 2020 publiceerde Van Wonderen Treurtrips. Hij fotografeerde de „mooiste lelijkste” plekken van het land, en schreef er „inspirerende fiets-, wandel- en scootmobielroutes” bij. Geen „afzeikboek”, maar een „ode aan afwijkend Nederland”. „Vandaag de dag is er voor elke vierkante meter een bestemmingsplan. Dit is een eerbetoon aan de wijken die nog onbekommerd staan weg te kwijnen.”

Wat precies mooi lelijk is, en wat lelijk lelijk, „is heel moeilijk uit te leggen”, zegt Van Wonderen, opgegroeid in het „veel te mooie” Bergen. Je weet dat je langs ‘mooi lelijk’ rijdt „als je eigenlijk heel hard op de rem wil trappen en denkt: wie heeft hier toestemming voor gegeven? Zo’n plek wijkt af van het gangbare straatbeeld. Dat verdient waardering.” Hij denkt aan het Chinees-Indische restaurant – waar hij ook een fotoboek over heeft uitgebracht, Chin.Ind.Spec.Rest. (2018) – „met nog een indianenbeeld voor de deur omdat het ooit een American diner was”, of aan Buikslotermeerplein in Amsterdam, een „volslagen ratjetoe aan jarentachtigflats met van die lichtblauwe Trespa-platen en een bunkerachtig gedrocht waarin eens een bowlingbaan zat”. ‘Lelijk lelijk’ is gewoonweg saai. „De rijtjeshuizen in Purmerend of Hoofddorp, daar heb ik niets mee. Dat vind ik oprecht lelijk.”

De tien straatmeubels die Van Wonderen rangschikte zijn van de eerste categorie.

10Anti-fietshekjes

Mark van Wonderen: „Als ik deze twee hekjes zie op een plek waar je er zo omheen kunt, kan ik een glimlach zelden onderdrukken. Ze zijn zo geplaatst dat je er niet doorheen kunt scooteren of fietsen, maar Nederlanders laten zich natuurlijk niet de wet voorschrijven. Er ontstaan prachtige olifantenpaadjes. De overlast op de voetpaden wordt er ook bepaald niet minder van. En als je er niet omheen kunt fietsen: voor mensen met een rollator of een scootmobiel is het ook een extra hindernis. Dergelijke hekjes zijn overigens opvallend vaak in flatwijken en bloemkoolbuurten te vinden. Dat is een mooie bijkomstigheid.”

Foto Ruchama van der Tas

9.Antiplasplaat

„Dit is niet per se een heel Nederlands fenomeen, maar het fascineert me. Ik heb moet googelen wat de benaming was, en ik stuitte op ‘anti-plasplaat’. Zo wordt het aangeboden in catalogi waar gemeentes straatmeubilair uit kunnen bestellen. Het is denk ik het lelijkste dat ik in het Nederlandse straatbeeld kan vinden, maar ook bizar effectief. De roestvrijstalen driehoek loopt schuin af, zodat mannen daar niet pissen omdat ze anders onder hun eigen urine zitten. Het is ook weer wel heel Nederlands, omdat je ze vooral ziet in jarenzestig- en zeventigwijken die heel speels gebouwd zijn, met allerlei hoekjes en nisjes, die bijna uitnodigen om te gaan plassen. Dan wordt een falend ontwerp in de stedenbouw zichtbaar: leuk al die hoekjes, maar sociaal ontzettend onveilig. Je kunt je er makkelijk verstoppen. Van nieuwe winkelcentra zijn de gevels strakgetrokken.”

Foto Ruchama van der Tas

8.Kunststof afvalbak

„Ik weet niet zeker of deze nog bestaan: de kunststof afvalbak met zo’n afval-logo erop. Een afvalbak op een afvalbak. Ze doen me terugdenken aan lange, lome zomers uit mijn jeugd. Ze stonden bij parken, op stranden, bij zwembaden. Het wemelde altijd van de wespen rond die bakken, vanwege ijsjes of blikjes frisdrank die erin zaten. Daarom moest ik er altijd ver weg van blijven. Er zaten altijd wel wat schroeiplekken op, omdat mensen hun peuken erin gooiden. Sommige bakken waren half weggesmolten. Tegenwoordig zie je veel degelijkere, ijzeren korven. Die zijn meer hufterproof, kunnen niet kapotgetrapt worden.”

Foto Getty Images

7.Krijtbord speciaalzaak

„De lachende bakker. De bloemenman die voldaan aan zijn bloemen ruikt. De visvrouw in klederdracht die een haring naar binnen werkt. Ik vraag me af of ze er nog wel zijn. Hier om de hoek op de Javastraat of de Dappermarkt zag ik ze in ieder geval niet, maar ik denk nog wel in kleinere plaatsen, in de ouderwetse Dorpsstraat of Stationsstraat. Waar nog echte specialiteitenwinkeltjes zitten: de bakker, slager, groenteboer, visboer. Op zo’n bord schrijven ze dan de aanbieding van de dag. Maar ze verdwijnen samen met de speciaalzaak. De traiteur heb je natuurlijk nog wel, maar daarvoor is zo’n bord te ordinair, vrees ik. Zo staat dit reclamebord symbool voor het veranderende Nederlandse winkellandschap.”

Foto Ruchama van der Tas

6.Kauwgomballenautomaat

„Ook dit apparaat appelleert aan gevoelens van nostalgie. Eigenlijk zie je ze alleen nog maar aan de gevel van de Chin. Ind. Spec. Rest. uit de jaren zeventig of tachtig, waar nooit enige vernieuwing heeft plaatsgevonden, vaak ver weg van de Randstad. Of van die fijne oude snackbars waar ze nog bruine tegeltjes aan de muur hebben. Heerlijk als ze gewoon zijn meeverouderd: als de rode kleur is verweerd, de snoep die erin zit keihard is geworden. Het liefste heb ik dat je er nog een ouderwets kwartje in moet gooien. Als ik bij een Chinees-Indisch restaurant ben, ga ik altijd even kijken. En net als die restaurants, verdwijnen deze automaten. Daar staan mensen niet bij stil. De moderne versies zijn de kauwgomballenautomaten bij de supermarkt, in bolvorm, op een paal.”

Foto ANP

5.Patatzakman

„Dit fascineert mij mateloos. Ik vind dit werkelijk het meest onwaarschijnlijke straatmeubilair ooit. Ik noem het maar de patatzakman. Het is een patatzak, met een gezicht van iemand die knetterstoned is, een duim opsteekt en een patatje uit zijn eigen hersenpan zit op te eten. Het is zo weerzinwekkend, zo afstotend: wie heeft dit ontworpen? En wie vindt het een goed idee om dit voor een patatzaak neer te zetten? Welke consument wil hierdoor een patatje gaan eten? Nog mooier als hij er al een tijdje staat: vaak is er dan iets afgebroken. Ik heb er ooit een gezien die groen was van het mos, daarmee kreeg hij de uitstraling van een seriemoordenaar. Hij kost ook nog een lieve duit van 895 euro. Als ik documentairemaker zou zijn, zou ik erin duiken. De oorsprong van de patatzakman, wie voelt zich geroepen?”

Foto Ruchama van der Tas

4.Parkbankje

„Een rugleuning van twee planken, een zitgedeelte van twee of drie planken. Een betonnen voet. Nederland is er mee bezaaid: elk park, elk hertenkamp. Maar toch: hij verdwijnt. En daar mogen we wel even bij stilstaan. Als een straat of park wordt herontworpen, denken de ontwerpers: we moeten nieuwe bankjes. Dan zie je vaak die lange van ijzer, omdat ze meer hufterproof zijn. Of van die moderne latjes. Maar dit is het oerbankje. Het is pure eenvoud. Zit lekker. Er wordt vaak in gekerfd of brand op gesticht, dus tegenwoordig heb je ze van hard kunststof. Daar begon het mee, dat was de eerste aanpassing. Daarna zag je op veel plekken een stalen middenstang verschijnen, om te voorkomen dat daklozen erop gaan slapen. Deze lijkt me ook heerlijk liggen, het zitvlak helt wat naar achteren.”

Foto Ruchama van der Tas

3.Wipkip

„In de volksmond heet dit een wipkip, want dat heeft zo’n lekkere binnenrijm. De officiële naam is veertoestel, of veerelement. Zo vind je ze in de catalogi. Ik weet ook niet zeker of dit een kip is. Op mijn fietstochten door de stad heb ik ook een krokodil gezien, een racewagen, een konijn. Maar altijd met hetzelfde idee: een springveer en daarop een stoeltje waar een kind op kan zitten. Je zet je af en je gaat bewegen. Geniaal in z’n eenvoud. Volgens mij zie je ’m in wel meer Europese landen, het is een Deens ontwerp, maar ik zie ’m in Nederland wel heel vaak. Mijn lievelings zijn de plekken waar er niks om de wipkip heen staat; geen glijbaan, geen schommel, maar wel een paar heel grote flats. Gewoon een paar solitaire wipkippen, zo van: we moesten hier ook iets voor de kinderen doen. Fantastisch.”

Foto Ruchama van der Tas

2.Lantaarnpaal ‘Industria 2000’

„Deze lantaarnpaal, ontworpen door Friso Kramer, is in de jaren zestig en zeventig massaal door gemeentes aangekocht en neergezet in nieuwbouwwijken, vaak de wijken die mijn goedkeuring kunnen wegdragen. Als ik ergens door een stad loop en ik zie deze Industria 2000, dan denk ik: ah, lekker. Simpel, praktisch, onopvallend. Hij symboliseert het positivisme over de vooruitgang in die tijd. Alleen al de naam! Dezelfde wijken zijn vijftig, zestig jaar later verloederd. Nu is de Industria 2000 een beetje vergane glorie. Als een straat of buurt op de schop gaat, is hij het eerste slachtoffer. Maar veel Nederlanders beseffen niet dat hij een groot onderdeel is geweest van hun leven.”

Foto Ruchama van der Tas

1.30×30-stoeptegel

„Een paar weken geleden was ik in Neurenberg, in Duitsland, en ineens voelde het er heel erg Nederlands. Ik kon niet verklaren waarom. De huizen waren toch juist heel erg Duits? Tot het kwartje viel: de stoeptegels! Eén straat was gemaakt van deze 30-bij-30-tegels. In Duitsland zijn stoepen vaak van baksteen, in Engeland geasfalteerd, in Zuid-Europa van grind of klinkertjes. Dit grauwe en grijze is zo heerlijk Hollands, zeker met kauwgomresten erop en sigarettenstompjes in de groef. De grootte is ook perfect: onder Nederlandse stoepen liggen natuurlijk heel veel kabels. Zo’n tegel van 9,5 kilo is niet te groot voor stratenmakers om mee te werken. Maar ook deze tegel zit in het verdomhoekje. Als straten en pleinen opnieuw worden vormgegeven is het: betontegel eruit, klinker erin. En eenmaal eruit, komt die nooit meer terug. Ze liggen huizenhoog opgestapeld op gemeentewerven.”

Foto Ruchama van der Tas

Een versie van dit artikel verscheen ook in de krant van 2 november 2024.

Mail de redactie

Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?

U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.

Maximaal 120 woorden a.u.b.
Vul je naam in