Terug naar de krant

Een bliksemsnelle opmars: hoe Syrische rebellen Assad verdreven

achtergrond
Reconstructie Binnen twee weken leidde een offensief van Syrische rebellen dat begon in het noordwesten van het land tot de val van het regime van de Syrische president Bashar al-Assad. Hoe verliep hun razendsnelle opmars?
Leeslijst

Bijna veertien jaar nadat Syriërs in opstand kwamen tegen president Bashar al-Assad, veroverden Syrische rebellen het door burgeroorlog verwoeste land in zo’n elf dagen. Reconstructie van een verrassend snelle zegetocht.

Woensdag 27 november

Rebellengroepen onder leiding van Hayat Tahrir al-Sham (HTS) lanceren een offensief in noordwestelijk Syrië. Volgens verschillende analisten had het zogenaamde ‘Afschrikking van Agressie’-offensief aanvankelijk een lokaal karakter. Een belangrijk doel was om de gebieden ten westen van de stad Aleppo schoon te vegen, vanwaar het regime jarenlang steden en dorpen in rebellengebied bestookte, zegt Syrië-expert Charles Lister van het Middle Eastern Institute, een Amerikaanse denktank.

Het offensief had in oktober moeten plaatsvinden, maar werd toen afgeblazen omdat Turkije lucht kreeg van de operatie, aldus Lister zaterdag op een conferentie in Doha. Eind november lanceerde de HTS de aanval alsnog. Verschillende media, waaronder The Times of Israël en Middle Eastern Eye melden dat Turkije uiteindelijk wel groen licht gaf voor de aanval, iets wat Lister tegenspreekt. Wel is duidelijk dat de pro-Turkse groepering SNL (Syrisch Nationaal Leger) gelijktijdig een eigen offensief inzette ten noordoosten van Aleppo.

Het gemak waarmee de rebellen kunnen oprukken verbaast velen, inclusief waarschijnlijk de milities zelf. Ze stoten door richting Aleppo.

Zaterdag 30 november

Regeringstroepen lijken weg te smelten onder druk van het rebellenoffensief. Nadat gewapende groepen vrijdagavond 29 november de buitenwijken van Aleppo bereiken, duurt de slag om de tweede stad van Syrië minder dan een dag.

Het moreel onder de militairen van de impopulaire Assad is laag. Soldaten krijgen weinig betaald en het leger bestaat grotendeels uit dienstplichtigen. Enkele dagen later verhoogt Assad de lonen van beroepsmilitairen met 50 procent, in een poging het moreel alsnog op te krikken. Daarbij is de staat van het leger na jaren burgeroorlog, wanbeleid en sancties „een weerspiegeling van de algemene ineenstorting van Syrische overheidsinstituten” aldus Jihad Yazigi, hoofdredacteur van The Syria Report.

De rebellen hebben de laatste jaren daarentegen gebruikt om zich beter te organiseren. Zo zette de HTS-militie in 2021 een militaire academie op en was er voor dit offensief een commandocentrum ingericht. In promotiefilmpjes prijkt HTS met commandotroepen, zoals de ‘Rode Banden’-eenheid, vernoemd naar de bandana’s die ze om hun hoofd dragen. Vanuit de lucht wordt HTS bijgestaan door de ‘Valkenbrigade’, een drone-eenheid.

De rebellen worden zelf ook vanuit de lucht onder vuur genomen. De dagen ervoor voerden de Russen, bondgenoten van Assad, volgens datacollectief ACLED grofweg veertig luchtaanvallen uit op posities van de rebellen. De grote vraag is of Rusland en Assads andere bondgenoot Iran het regime verder zullen helpen. Intussen richten de rebellen hun pijlen op de volgende grote stad naar het zuiden, Hama.

Donderdag 5 december

Terwijl het regeringsleger er bij Aleppo voor koos zich terug te trekken, probeert het stand te houden bij Hama, een strategisch knooppunt op de M5-snelweg richting Damascus. Toch lukt het na vier dagen vechten de rebellen ook hier de stad op donderdagochtend binnen te dringen. Vroeg in de middag bevestigt het Syrische leger dat het de controle over de stad heeft verloren.

Het vertrouwen onder de rebellen groeit. Er verschijnt in de middag een video-boodschap van HTS-leider Abu Mohammed al-Jolani gericht aan de Iraakse premier Mohammed al-Sudani, waarin hij benadrukt dat de rebellen geen ruzie zoeken met Irak. Integendeel, Jolani kijkt uit naar „strategische, economische en politieke banden” tussen Irak en het „nieuwe Syrië.”

Vrijdag 6 december

Terwijl de rebellen richting Homs opstomen, begint Iran met het evacueren van militaire bevelhebbers en personeel uit Syrië. Medi Rahmati, een prominente Iraanse analist en overheidsadviseur, zegt tegen de The New York Times dat Iran „het Syrische regime niet kan adviseren of ondersteunen als het leger zelf niet wil vechten.”

In tegenstelling tot in 2012 heeft Iran Assad de afgelopen dagen geen serieuze steun willen bieden, of daar niet de tijd voor gekregen. Ook de Russen, die hun handen vol hebben aan Oekraïne, helpen Assad maar mondjesmaat. Wel bombarderen ze nog een belangrijke brug bij de plaats Rastan, tussen Hama en Homs. Deze raakte beschadigd maar werd niet volledig vernietigd.

Geïnspireerd door de opmars in het noorden openen lokale gewapende groepen in de Daraa-provincie ten zuiden van Damascus een tweede front. Vrijdagmiddag verschijnen er video’s online van tientallen mannen op motoren die naar het noorden rijden. Die avond bezetten lokale rebellen het grootste deel van de zuidelijke stad Daraa. In het nabijgelegen Sweida, waar veel Druzen wonen, bestormen rebellen overheidskantoren en gevangenissen. Ook Koerdische troepen in het noorden en rebellengroepen in oosten lanceren offensieven.

Zaterdag 7 december

De nacht van vrijdag op zaterdag wordt er bij Homs gevochten. De stad is een scharnierpunt dat het noorden met het zuiden van Syrië verbindt. Verliest Assad Homs, dan verliest hij toegang tot kustplaatsen Tartus en Latakia, en dus toegang tot de Middellandse Zee.

Die avond is dat precies wat er gebeurt als ooggetuigen zien dat rebellen zaterdagavond de centrale wijken van de stad doordringen. De Syrische rebellencommandant Hassan Abdul Ghany Homs bevestigt dat de stad volledig is bevrijd, ook zouden volgens hem ruim 3.500 gevangenen uit de militaire gevangenis zijn bevrijd. De weg naar Damascus ligt open.

Op dat moment staan de rebellen in het zuiden ook al bij de voorsteden van de hoofdstad. In een van die voorsteden, Jermana, op slechts 10 kilometer van het centrum van Damascus, trokken burgers zaterdag een standbeeld omver van Hafez al-Assad, de vader van de huidige president Bashar al-Assad. Volgens inwoners van Damascus heerst er verwarring en angst in de straten van de hoofdstad. Assad is nergens te bekennen.

Zondag 8 december

Hoewel het Syrische ministerie van Binnenlandse Zaken de dag ervoor nog sprak over de verdediging van Damascus als „een ring van staal,” kunnen de rebellen de hoofdstad vrijwel zonder tegenwerking binnenstromen.

Reuters meldt dat Assad zondagochtend het land per vliegtuig is ontvlucht. Even later verschijnen er rebellen op de staatstelevisie die verklaren dat „het regime van de tiran Bashar al-Assad omver is geworpen.”

Lees ook
Bashar al-Assad: een brute dictator vol geldingsdrang die Syrië verschroeide
Een Syrische oppositiestrijder schiet op een afbeelding van de verdreven Syrische president Bashar al-Assad, donderdag in de Syrische stad Hama.
Een versie van dit artikel verscheen ook in de krant van 9 december 2024.

Mail de redactie

Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?

U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.

Maximaal 120 woorden a.u.b.
Vul je naam in