Terug naar de krant

Een cadeau kán je doorgeven

essay
Een boek? Ovenwanten? Parfum? Sommige cadeaus kan je gerust doorgeven, andere beslist niet.
Leeslijst

He’s a regifter!” Elaine uit de sitcom Seinfeld is er net achter gekomen dat Jerry als bedankje een etikettenapparaat heeft gekregen van een vriend aan wie zij dat eerder cadeau had gedaan. Een doorgever! Ze spuugt het woord uit. Ze had hem net zo goed een oplichter of een dierenbeul kunnen noemen. Een cadeau dat zij voor hem kocht, heeft hij doorgegeven aan iemand anders? Waar haalt-ie het gore lef vandaan?

Vergeet even dat het om een etikettenapparaat ging. Het waren de jaren negentig. Januari 1995, seizoen 6, aflevering 12 om precies te zijn. Vervang label maker door chocoladefontein, sierkussen of geurkaars. En probeer je dan beurtelings te verplaatsen in de drie betrokkenen op het moment dat voor iedereen duidelijk is welke weg dit object heeft afgelegd. De eerste gever, de ontvanger/doorgever en de tweede ontvanger. Het is voor alle drie op z’n minst ongemakkelijk en voor de eerste gever ook nog beledigend.

Je zou bijna concluderen: geef een cadeau nooit door aan iemand anders.

Maar dat is te simpel. We leven in een tijd die vraagt om flexibel denken. De wereld wordt overspoeld door spullen, met desastreuze gevolgen die we hier verder niet hoeven op te sommen. Maar wie alleen al leest dat van de ongeveer negen miljard ton plastic die sinds de jaren vijftig wereldwijd is geproduceerd, het grootste deel alweer afval is, weet dat de wereld niet zit te wachten op nóg een chocoladefontein.

Probeer eens terug te halen hoeveel cadeaus er in de loop der jaren je huis zijn binnengeslopen, en hoe weinig daarvan nog steeds een vonk van vreugde geven. Dan doemt aan de andere kant meteen het kerkhof op van afgedankte en weggegooide geschenken. Om benauwd van te worden. In dat licht is doorgeven, het recyclen van cadeaus, eerder een deugd dan een zonde.

Maar hoe dan? Welke cadeaus wel of niet? Bij welke gelegenheden? Welke ontvangers? Met welke begeleidende woorden? En dan de ontvangende kant: hoe bedank je voor een cadeau dat overduidelijk een doorgevertje is? En wat moet en mag je ermee?

De gouden ring die van moeder op dochter wordt doorgegeven, is duidelijk niet het probleem. De waarde neemt alleen maar toe met elke nieuwe generatie die het sieraad ontvangt. Als het niet financieel is, dan toch in elk geval emotioneel. Daar kan een nieuwe ring niet tegenop. Zelfs als je zo’n sieraad nooit draagt, kun je er blij mee zijn en het opbergen tot de volgende generatie aan de beurt is.

Maar verdient het eikenhouten dressoir waar je vader zo aan gehecht was een plek in jouw zorgvuldig gecureerde Scandinavische interieur? Nee, is het antwoord. En dat moet dan ook maar meteen gezegd. Want probeer zo’n cadeau maar eens weg te moffelen of door te geven.

Dat is dan meteen een uitzondering op de regel: je mag een cadeau, ook een doorgeefcadeau, nooit weigeren. Dat verzin ik niet zelf, dat vond Beatrijs Ritsema, de vorig jaar overleden koningin van de moderne etiquette. „De zorg en moeite die mensen nemen om een passende attentie te geven verdienen onze dankbaarheid”, staat in haar postume bundel Soms is beleefdheid het hoogst haalbare (2024). „En verder kunnen we de rotzooi gerust achter de rododendrons flikkeren.”

Misschien is zo’n erfstuk eigenlijk ook geen doorgeefcadeau. Een betere definitie van een doorgeefcadeau is: een nieuw cadeau dat je zonder het zelf gebruikt te hebben aan een ander geeft. Hoewel ‘nieuw’ en ‘ongebruikt’ ook relatieve begrippen zijn. Mag je die broodrooster even uit de doos halen om te kijken of hij net zo rood is als op het plaatje? Ja. Maar rooster er één boterham in, en het wordt lastig om hem nog als nieuw door te geven zonder dat het opvalt. Trek dat gerust door naar andere cadeaus: een boek met één ezelsoor geef je ook niet door.

Ritsema kreeg van een lezer ooit een kras voorbeeld opgestuurd. Een vriendin die meestal aankomt met iets van een paar euro uit de Xenos, geeft een keukenschort van een exclusief merk cadeau. Het is op internet niet meer te vinden én (betrapt!) er zitten vlekken in. „Is het oké om mij een tweedehands cadeau te geven?”, vraagt de lezeres. Het gaat om het gebaar, luidt het cliché. Maar is een schort met vlekken een warme omhelzing of een middelvinger?

Ritsema komt, zoals gewoonlijk, met een relativerend antwoord. „Neem een cadeau op face value: ofwel u vindt het leuk en neemt het in gebruik, ook al moet het eerst de was in. Ofwel u vindt het niks, ook al komt het nieuw uit een dure winkel, en dan gooit u het weg of u geeft het aan iemand anders.” Wees gewoon aardig en doe niet zo moeilijk, zegt ze eigenlijk. Zolang je het niet al te persoonlijk opvat, en je je tot niets verplicht voelt, is het krijgen van een doorgeefcadeau makkelijker dan het geven. De enige die kan afgaan is de gever.

Verder is de literatuur overigens niet scheutig met goede adviezen voor ontvangers van doorgeefcadeaus. Het is geen opgave om oprecht enthousiast te reageren als het doorgeefcadeau je op het lijf geschreven is. Maar wat zeg je als je een liefdeloos afdankertje uitpakt? Enthousiast uitroepen wat je ziet dan maar, zoals mensen volgens Jerry Seinfeld doen als ze iets krijgen waar ze niet blij mee zijn. „Ooooh, een chocoladefontein!” En als het stilvalt gewoon doorgaan. „…een echte elektrische chocoladefontein! Een zwarte! Van Princess!”

Dan de doorgever. Waar kom je mee weg? Het vervelende is dat het meestal niet het object zelf is maar de verpakking die doorgeven bemoeilijkt. De sticker die de doos verzegelde is één aanwijzing dat de nieuwigheid er al vanaf is. Net als het ontbreken van een label aan een kledingstuk. Maar het is vooral de cadeauverpakking die verraadt dat het een tweedekansgeschenk is.

Een eigen papiertje zegt niet alles over de herkomst. Eigen papier gebruik je ook voor een cadeau dat je online besteld hebt. Nieuw luxe cadeaupapier is sowieso beter dan sinterklaaspapier of een verkreukeld doorgeefpapiertje dat nog achterin de kast lag. Maar een mooi papiertje maakt niet ieder doorgeefcadeau als nieuw: hoe pak je in vredesnaam een fles parfum in zoals ze dat bij Douglas of de Bijenkorf doen? Zoiets ziet er al snel tweedehands uit. Als het je niks kan schelen hoe dat overkomt: vooral doorgeven! Maar wie bij het inpakken al gêne voelt, ziet er misschien toch liever vanaf.

Over parfum gesproken. Er was eens een vriend die behoorlijk diep in de buidel had getast voor de favoriete geur van een goede vriendin. Het kleinste flesje was al prohibitief duur, maar vooruit, ze werd maar één keer veertig. Toen hij op de cadeautafel een twee keer zo grote fles zag staan en zijn onderkaak naar beneden zakte, schoot een andere vriendin hem fluisterend aan. „Uit de cadeaukast van m’n werk.” Dus deze vriendin, die kennelijk een grabbelton vol relatiegeschenken tot haar beschikking had, maakte goede sier met een cadeau waarvoor ze geen cent had betaald!? Een overdreven groot cadeau bovendien, waar alle andere cadeaus lullig bij afstaken.

Een deel van het ongemak zit in de prijs: met een duur cadeau steek je anderen de loef af – los van de vraag of het nieuw of doorgegeven is. De onwetende ontvanger zou zich bovendien verplicht kunnen voelen ook iets duurs terug te geven. En stel dat de ontvangende partij wél doorheeft dat het een doorgevertje is, wat moet die er dan van denken: is dit wat onze vriendschap en mijn veertigste verjaardag jou waard zijn?

Niet dat het verboden is iets moois of duurs door te geven wat je gekregen hebt. Maar misschien beter op een ander moment dan op een verjaardag. Als je bij haar komt eten bijvoorbeeld of haar een hart onder de riem wilt steken. Of zomaar. En misschien dan ook maar meteen met open vizier. „Ik heb dit gekregen, maar ik dacht meteen aan jou.” Welbeschouwd is ‘zomaar’ bij elk cadeau waarvan je weet dat iemand anders er blijer van wordt dan jijzelf de meest onbaatzuchtige manier van doorgeven.

Zoals gezegd, het kerkhof van overbodige spullen ligt vol cadeaus waar de ontvanger niet op zat te wachten. Naast de chocoladefontein, het sierkussen en de geurkaarsen liggen bergen waxinelichthouders, ovenwanten, Loesje-kalenders, lollige mokken en ongelezen boeken.

Wat die laatste categorie betreft: een ongelezen en onbeduimeld boek kan prima naar een volgende jarige, zolang de vegetariër maar niet de Worstbijbel krijgt. En zolang er maar niet in geschreven is (‘Van Henk, je weet wel waarom’). Terzijde: geef sowieso nooit een boek cadeau dat je zelf te dik vindt om te lezen. Ook niet als het nieuw is.

Veel weggegooide cadeaus hadden op het juiste moment, bij de juiste ontvanger en de juiste gelegenheid nog prima een tweede leven kunnen krijgen. Een lollige mok doorgeven is altijd een slecht idee, behalve bij het dobbelspel dat juist draait om het bemachtigen van dat ene mooie cadeau tussen de prullen. Met ovenwanten of waxinelichthouders is een jongvolwassene die net zelfstandig woont misschien wel dolblij. En de ongelezen boeken kunnen altijd nog naar een straatboekenkastje, je hoeft de ontvanger niet te kennen om een cadeau door te geven.

Niet iedereen aan wie je geacht wordt iets te geven staat zo dichtbij dat je er veel tijd en geld voor over hebt. Soms weet je niet eens wat iemands smaak is. Gelukkig zijn er dan nog de spullen die niet alleen gemaakt zijn om te geven, maar ook gemaakt lijken om door te geven. Hoe handig zou het zijn om hiervoor een stukje kastruimte te reserveren, zodat je in voorkomende gevallen in je eigen cadeauwinkel kunt shoppen.

Bovenaan in de doorgeefpiramide: alles van Rituals. Of nou ja, bijna alles. Doucheschuim wil je misschien graag houden. Maar wat doe je met een kerstpakket met geurstokjes, huisparfum of autodoekjes? Vooral onuitgepakt laten en doorgeven aan iemand die het eventueel ook weer kan doorgeven aan iemand die het ook weer kan doorgeven. Op enig moment bereikt de cadeaudoos vanzelf iemand die altijd al een Sleep Aroma Diffuser wilde hebben maar er zelf geen 40 euro voor over had.

Wel uitkijken dat je het niet per ongeluk teruggeeft aan degene van wie je het ooit kreeg. Zoals het ook verstandig is om een cadeau ver buiten de kring van de eerste gever door te geven. Voordat je het weet komt het als een boemerang bij je terug.

Een versie van dit artikel verscheen ook in de krant van 7 december 2024.

Mail de redactie

Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?

U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.

Maximaal 120 woorden a.u.b.
Vul je naam in