De zaak
„Als ik nu een enkelband krijg, bij mijn moeder thuis, zal ik gelijk beginnen met werken, schulden aflossen”, bezweert Martijn van der V. „Ik zal zorgen dat ik op het goede pad kom.”
Martijn (25) wordt verdacht van oplichting: bankhelpdeskfraude om precies te zijn. Door zich voor te doen als bankmedewerker zou hij zes slachtoffers telefonisch ervan hebben overtuigd grote sommen geld – variërend van zo’n 1.500 euro tot ruim 181.000 euro – over te boeken naar buitenlandse rekeningen.
De vraag die de rechters vandaag moeten beantwoorden, is niet of Martijn (die heeft bekend) schuldig is. De vraag is of hij de behandeling van zijn strafzaak in mei 2025 in vrijheid mag afwachten. Diezelfde vraag moest de rechtbank afgelopen juni ook al eens beantwoorden. Ondanks een negatief advies van de reclassering besloten de rechters toen om Martijns voorlopige hechtenis te schorsen, waardoor hij vrij kwam.
Hij hield zich echter niet aan de voorwaarden van de rechtbank. Hij ging blowen – wat niet mocht – en onttrok zich aan het toezicht van de reclassering door maanden vakantie in Marokko te vieren. Eenmaal terug werd hij opgepakt en opnieuw in de cel gezet. Vandaar dat hij deze dinsdagmiddag in december door twee agenten de rechtszaal in Breda wordt binnengebracht.
Naast rechters, de officier van justitie, de griffier, Martijn, diens beeldbellende advocaat en NRC is er nog iemand aanwezig in de rechtszaal: een stoïcijns kijkende oude man. Hij blijkt Marijns grootste slachtoffer te zijn. In 2022 boekte hij op een avond ruim 181.000 euro over van zijn zakelijke ING-rekening.
Ik heb van mijn zestiende tot mijn 75ste voor dat geld gewerkt
„Een Marokkaan probeert al uw geld weg te sluizen. Ik ga u helpen.” Met die woorden belde een zogenaamde ING-medewerker hem ’s avonds op, vertelt de man op de gang tijdens een onderbreking van de rechtszaak. Urenlang zat hij met de fraudeur aan de lijn. Tot hij iedere euro die hij apart had staan voor de oude dag met zijn vrouw had overgeboekt naar rekeningen in Litouwen.
Toen de ING-rekening leeg was, probeerde de oplichter hem zo ver te krijgen ook de inhoud van zijn Volksbank-rekening over te maken. Maar die bank alarmeerde de politie.
Van wat hij overmaakte, zag hij geen cent terug. „Ik heb op een gegeven moment gedacht: ik wil niet meer leven”, vertelt het slachtoffer. „Ik heb van mijn zestiende tot mijn 75ste voor dat geld gewerkt.” Hij hekelt de verdachte die „kan lullen als Brugman” en in de rechtszaal „zielig zit te doen”.
Verdachte Martijn heeft ook in de rechtszaal zijn woordje klaar. Hij had geen klik met de reclassering, hij sloeg aan het blowen omdat hij geen goede begeleiding kreeg. Het geld voor zijn lange vakantie in Marokko? Dat kwam van callcenterwerk dat hij na zijn vrijlating deed.
De rechters vragen zich af of Martijn – gezet, kaal, getrimde baard, zwarte capuchonjas, joggingbroek en vieze witte sneakers – niet weer in de fout zal gaan als ze hem vrijlaten. Ze wijzen erop dat hij in de gevangenis doorging met blowen, wat verboden is. „Dat gebruik ik om rustig te worden”, antwoordt hij. En dat was nodig want hij had in de cel vernomen dat de Rabobank, de bank van andere slachtoffers, een ton van hem eist.
De rechters wijzen erop dat hij zijn vriendin inzette om wiet naar binnen te smokkelen. „Dat weekend was ik jarig”, rechtvaardigt Martijn dit. En ze stellen de vraag waarom het hem ‘buiten’ wél zou lukken om te stoppen met blowen als dat in de cel niet eens lukt. „Met hulp”, antwoordt hij.
De rechters vertellen dat de reclassering ook nu tegen de voorlopige vrijlating van Martijn is. Wat het Openbaar Ministerie betreft wordt de voorlopige hechtenis van Martijn niet geschorst en komt hij dus niet vrij. De officier van justitie wijst erop dat hij straks na de behandeling van de strafzaak, eenmaal veroordeeld, hoogstwaarschijnlijk toch weer de cel in moet. Mocht de rechtbank anders beslissen, dan moet hij een enkelband krijgen en onder behandeling voor zijn blowverslaving, vindt het OM.
Het oordeel
De rechters trekken zich terug om zich te beraden over de vraag of Martijn tijdelijk op vrije voeten gesteld moet worden. Wekelijks vinden er tientallen van dit soort ‘pro forma’ rechtszaken door heel Nederland plaats. Zo lang een strafzaak nog niet op zitting is geweest, moet de rechter iedere drie maanden de voorlopige hechtenis van een verdachte toetsen.
Doorgaans doen de rechters meteen uitspraak. Zo ook deze decemberdag. „De rechtbank heeft er goed over nagedacht, want er was wel iets om over na te denken”, vertelt de voorzitter als de rechters na een kwartier terugkeren van overleg.
Ze somt op dat Martijn van heel ernstige strafbare feiten wordt verdacht, dat hij al eens op vrije voeten is gesteld en dat het toen goed misliep. „U heeft uw kans al verspeeld door die vorige keer te verknallen.”
Toch wordt Martijn opnieuw vrijgelaten, met enkelband, drugsverbod en verplichte behandeling als voorwaarde. De rechtbank motiveert die beslissing door erop te wijzen dat Martijns strafzaak pas in mei plaatsvindt. „Eigenlijk is alleen de reden dat de rechtbank u toch die kans gaat geven dat de inhoudelijke behandeling [van de strafzaak] nog lang op zich laat wachten.”