Terug naar de krant

Een militaristische koers doet Nederland geen goed

opinie

Defensie Versterking van de krijgsmacht biedt geen garanties, blijf inzetten op samenwerking en internationale afspraken, betoogt . Militarisering is geen noodzakelijkheid.
Leeslijst

De boodschap is alomtegenwoordig dezer dagen: in het licht van de ‘verslechterde internationale veiligheidssituatie’ zet Europa vol in op het versneld versterken van de krijgsmacht. De redenering achter dit beleid wordt zo vaak herhaald, niet zelden in alarmistische bewoordingen, dat de logica vanzelfsprekend lijkt: door ons (beter) te bewapenen schrikken we onze vijand af en waarborgen we de veiligheid, terwijl ‘niets doen’ onvermijdelijk zal leiden tot onze ondergang.

Het voorlopige hoogtepunt van deze retoriek kwam afgelopen december, toen NAVO-chef Mark Rutte in een veelbesproken toespraak pleitte voor drastische opschaling van defensieproductie en -uitgaven, om ons zo te kunnen behoeden voor het gevaar dat „in volle snelheid op ons afkomt”.

Het geloof in de krijgsmacht als schepper en beschermer van de nationale veiligheid vindt zijn oorsprong in het politiek realisme, een stroming die, samen met het liberalisme, al decennialang het denken over internationale politiek beheerst. Realisten zien de wereld als een regelloos strijdtoneel zonder overkoepelende autoriteit, waarin soevereine staten niet de enige, maar wel de belangrijkste spelers zijn. De staat draagt immers de ultieme verantwoordelijkheid: het beschermen van zijn burgers tegen de externe dreigingen van andere, machtsbeluste staten.

Afschrikkende werking

Dit wereldbeeld komt duidelijk tot uiting in de visie van het Nederlandse ministerie van Defensie op de huidige geopolitieke situatie. In de Defensienota 2024 schetsen minister Ruben Brekelmans (VVD) en staatssecretaris Gijs Tuinman (BBB) een onheilspellend beeld: „De nietsontziende Russische agressie, maar ook een assertiever China en terreur aanjagend Iran bedreigen onze veiligheid.” Hoe kunnen we het beste omgaan met deze dreiging? Door ons te bewapenen natuurlijk, want de „basis van onze veiligheid is een sterke krijgsmacht”.

Het legitimerende verhaal achter de huidige koers legt vooral de nadruk op de afschrikkende werking van bewapening. Die zou vijanden ervan overtuigen dat aanvallen óf zinloos is, omdat een sterke verdediging het doel onbereikbaar maakt, óf te gevaarlijk, omdat een tegenaanval hen te veel schade zou toebrengen. Ook Commandant der Strijdkrachten Onno Eichelsheim draagt deze boodschap vol overtuiging uit. In een NOS-reportage eind december omschreef hij de inzet van Nederlandse militairen in Litouwen en F-35’s in Estland als „een stok om mee te slaan”. „Wij willen ook vrede”, beweerde hij, „en alle activiteiten van defensie zijn er op gericht om te voorkomen dat het oorlog wordt. Maar dat moet je wel met een stevige stok doen.”

In werkelijkheid handelen staten lang niet altijd rationeel

Het ultieme voorbeeld van succesvolle militaire afschrikking is het uitblijven van een directe confrontatie tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie tijdens de Koude Oorlog, toen het vooruitzicht van een nucleaire oorlog, en dus totale vernietiging, hen daarvan weerhield. Behalve dat de twee grootmachten (proxy-)oorlogen uitvochten in onder meer Korea, Vietnam en Afghanistan die alles behalve ‘koud’ waren, en dat nucleaire escalatie constant op de loer lag, valt er op de theorie het nodige af te dingen.

De benadering veronderstelt dat betrokken partijen rationeel handelen en zich laten leiden door een soort kosten-batenanalyse die ze vertelt of een aanval gunstig voor ze zal uitpakken of niet. In werkelijkheid handelen staten lang niet altijd rationeel. Ze worden immers bestuurd door mensen, en factoren zoals onderschatting van de tegenstander, interne politieke problemen, ideologie, of een mate van onverschilligheid over de gevolgen kunnen evenzeer meespelen in de beslissing om een offensief te beginnen.

Permanente escalatie

Een sterke krijgsmacht biedt geen garantie tegen gewapend conflict. Sterker nog, militarisering kan juist escalatie in de hand werken, zoals bijvoorbeeld blijkt uit de tweestrijd tussen India en Pakistan. De wapenwedloop waarin beide landen sinds hun onafhankelijkheid in 1947 verwikkeld zijn, met als dieptepunt de ontwikkeling van nucleaire wapens, heeft geleid tot permanent wantrouwen, geweldsuitbarstingen en de ondermijning van verschillende diplomatieke vredesinitiatieven, en daarmee tot voortdurende instabiliteit in de regio.

Ondanks legitieme kritiek worden critici van bewapening vaak weggezet als naïef. Het is echter heel goed mogelijk om de dreiging vanuit Rusland te erkennen en het nut in te zien van maatregelen tegen cyberaanvallen, sabotageacties en desinformatiecampagnes, én je tegelijkertijd te verzetten tegen de militaristische koers die we varen. Niet alleen om bovengenoemde redenen, maar ook omdat militarisering samenlevingen schaadt. Het onttrekt middelen aan essentiële sectoren zoals zorg en onderwijs, versterkt patriarchale structuren (door verheerlijking van traditionele genderrollen), beperkt de vrijheid van meningsuiting (door verhoogde surveillance en inperkingen van demonstratierechten onder het mom van veiligheid) en is schadelijk voor milieu en klimaat (door aanleg van militaire infrastructuur en productie en gebruik van wapens en voertuigen). Zo tornt militarisering aan essentiële onderdelen van een veilig bestaan.

Kernwapenverdragen

Maar wat is het alternatief? Concessies doen aan een agressor kan gevaarlijk zijn, zo is gebleken uit de mislukte Europese ‘appeasement’-politiek in aanloop naar de Tweede Wereldoorlog. Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk gingen toen in een poging oorlog te voorkomen akkoord met Hitlers annexatie van het Sudetenland. Toch hebben we gedurende de decennia daarna gezien dat toenadering en samenwerking wel degelijk effectief kunnen zijn. Om spanningen op een geweldloze manier te beheersen, en om grensoverschrijdende problemen aan te pakken. De wereld hoeft geen strijdtoneel te blijven; het kán ook een coöperatieve plek zijn.

Dat het ingewikkeld is betekent niet dat het onmogelijk is

De verdiensten van de Europese Unie zijn natuurlijk een schoolvoorbeeld van dit principe. De lidstaten hebben laten zien dat samenwerking in plaats van rivaliteit duurzame vrede brengt. Bij het aanpakken van gedeelde uitdagingen op het vlak van economie, gezondheid en klimaat kan juist het overstijgen van grenzen veiligheid, in brede vorm, teweegbrengen. Dit begon allemaal met de oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, die de productie van cruciale materialen voor wapens onder een overkoepelend gezag plaatste en zo een nieuwe wapenwedloop tussen aartsvijanden Frankrijk en Duitsland wist te voorkomen.

Succesvolle initiatieven op het gebied van wapenbeheersing en ontwapening hebben ook bewezen een effectief middel te zijn voor de-escalatie en het voorkomen van bloedvergieten. Kernwapenverdragen hebben wereldwijd geleid tot een afname van de kernwapenvoorraden en meer transparantie, wat het gebruik van deze wapens heeft helpen voorkomen, zowel tijdens als na de Koude Oorlog. Het Chemische Wapenverdrag, dat in 1997 van kracht ging en door 193 staten is ondertekend, resulteerde zelfs in de eliminatie van alle vooralsnog bekende chemische wapens per juli 2023, toen de VS hun laatste voorraad vernietigden.

Politieke wil

Natuurlijk zijn er kanttekeningen te plaatsen bij dit succes. Niet alle huidige nucleaire machten hebben de kernwapenverdragen ondertekend, en de bereidheid om bestaande afspraken te vernieuwen neemt af. Wat betreft chemische wapens heeft het nu gevallen Assad-regime die tussen 2012 en 2019 nog ingezet tegen de Syrische bevolking. Toch hebben de verdragen geleid tot de vernietiging van een aanzienlijk aantal van deze wapens en, niet onbelangrijk, tot het stigmatiseren van hun ontwikkeling en gebruik. Hier is ongetwijfeld enorm veel leed mee voorkomen. Het demonstreert bovendien dat staten, ook als ze geen warme banden onderhouden, in staat zijn om effectieve afspraken te maken en na te leven.

Zoals de Amerikaanse filosoof Judith Butler betoogt in The Force of Nonviolence is conflict een potentieel onderdeel van elke sociale band. De vraag of dat op een geweldloze manier wordt afgehandeld of uitmondt in bloedvergieten is, in het geval van spanningen tussen staten, een kwestie van politieke wil. Pessimisten, of ‘realisten’, zullen beweren dat onwil altijd de overhand zal hebben; ook de loop van de geschiedenis suggereert dat het zoeken naar vreedzame oplossingen en het samenwerken voor gezamenlijke doelen ingewikkelder is dan het gebaande pad van isolatie, bewapening en oorlogsvoering te volgen. Maar dat het ingewikkeld is betekent niet dat het onmogelijk is, ook dat is gebleken. Militarisering, met alle risico’s die het met zich meebrengt, blijft altijd een keuze, hoe zeer die ook gepresenteerd wordt als noodzakelijkheid.

Lees ook
Ooit was ik een pacifistische provo. Nu wil ik dat Europa zich gaat bewapenen
Bernhardkazerne in Amersfoort.
Klik op het vinkje naast 'Ik ben geen robot'

Een versie van dit artikel verscheen ook in de krant van 11 januari 2025.

Mail de redactie

Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?

U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.

Maximaal 120 woorden a.u.b.
Vul je naam in