In de popmuziek gebeurt behalve muziek maken van alles: intrige, overspel, steken onder water, disstracks. Klassieke muziek daarentegen is prachtig, ontroerend en enerverend, maar ook behoorlijk braaf. Dus wat de 81-jarige dirigent John Eliot Gardiner nu heeft geflikt, mag gerust een donderslag bij heldere hemel genoemd worden. Er is beef in klassiekland!
Dat zit zo: de Britse John Eliot Gardiner geldt als een muzikaal genie. Een veeleisend, onvoorspelbaar, lichtgeraakt genie. Hij richtte in 1966 het Monteverdi Choir op, en kort daarop het Monteverdi Orchestra dat in 1978 (na wat veranderingen) de naam English Baroque Soloists kreeg (samen ‘MCO’). Samen werden die twee groepen met Gardiner wereldberoemd, vooral met muziek uit de barok en de klassiek periode. Opnames van hen gelden voor veel mensen nog steeds als de standaard, en waar dat niet geldt zet je toch altijd óók even een opname van Gardiner op om te horen hoe híj het deed. Dat hij geen makkelijke is, daar doen musici over het algemeen niet geheimzinnig over. Voor veel mensen, ook musici, gold het resultaat.
En toen sloeg hij vorig jaar een zanger in z’n gezicht.
Op het Franse Berlioz Festival was de toen 29-jarige zanger William Thomas aan de ‘verkeerde’ kant van het podium afgelopen. De getuigenissen van wat er zich daarna achter de schermen precies afspeelde verschillen, maar Gardiner heeft Thomas in ieder geval die klap gegeven. Einde carrière? Je zou het wel denken. De week erop liet Gardiner via zijn management weten al zijn toekomstige concerten af te zeggen om een ‘periode van reflectie’ in te gaan onder ‘specialistische hulp’.
Dat deed hij, en dit jaar vond hij dat hij er wel weer klaar voor was. In een interview in de Süddeutsche Zeitung noemt hij het gebeuren een ‘schokkend en betreurenswaardig incident’ waarna hij ‘gedragstherapie’ onderging: „Ik heb het gevoel dat ik mezelf vandaag beter ken dan vroeger.” Dat gezegd hebbende, wilde hij wel weer aan de slag bij zijn MCO. Maar die zijn inmiddels doorgegaan met een andere dirigent, en het management vond het wel goed zo. In juli wezen ze Gardiner definitief de deur. De tournee van de ensembles, waarvan Gardiner het repertoire nog had bepaald, zou met een andere dirigent gespeeld worden. Einde carrière? Je zou het wel denken.
En toen verraste Gardiner vriend en vijand in september door op zijn 81ste terug te slaan: hij richtte een nieuw koor en orkest op. De Constellation Choir & Orchestra. Daarmee tourde hij afgelopen week; niet alleen tegelijk met zijn oude ensembles, maar ook nog eens met exact dezelfde muziek. De klassieke wereld vatte het op als een disstrack deluxe. In de Elbphilharmonie in Hamburg klonken op twee achtereenvolgende zaterdagen beide concerten.
/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data125639826-2f2d1e.jpg|https://images.nrc.nl/uFgeRq5pVV3zqFhT32y9jdqJ-04=/1920x/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data125639826-2f2d1e.jpg|https://images.nrc.nl/GrQ39TtNlqHsqqzPpVZLjeErioo=/5760x/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data125639826-2f2d1e.jpg)
Geen bezwaar
Zangers uit het Monteverdi Choir lijken geen (te zwaarwegende) bezwaren te hebben om weer onder Gardiner te zingen: zeventien van de achttien zangers die nu in het Constellation Choir zitten, werkten al eerder met Gardiner, onder meer in het Monteverdi Choir. Van de 32 orkestmusici hebben er 29 in eerdere orkesten van Gardiner gezeten. Dat lijkt aan te sluiten bij wat Gardiner in de Süddeutsche Zeitung zegt: alleen het management zou dwars hebben gelegen; veel musici zouden hem terug hebben gewild.
Anderzijds hebben in ieder geval 28 van de 49 musici die nu concerten geven met MCO ook al eens met Gardiner gespeeld. Zij zijn nu óf niet door Gardiner gevraagd, of hebben bedankt. De rest van het orkest lijkt aangevuld met musici uit andere barokorkesten. Opvallend is wel dat twee solisten die nu met MCO meezingen (sopraan Hilary Cronin en bas Florian Störtz) in 2025 op de rol staan bij Gardiners nieuwe ensemble.
Andere concertzalen waren overigens nog vergevingsgezinder dan de Elbphilharmonie, die er als enige voor koos om beide ensembles een kans te geven. Omdat MCO dit programma oorspronkelijk met Gardiner zou komen spelen en publiek wellicht meer voor de naam Gardiner dan voor het repertoire een kaartje kocht, belden de concertzalen van Wenen, Luxemburg, Dortmund en Versailles MCO gewoon af en vervingen het door Gardiner met zijn nieuwe ensemble. MCO heeft het nu moeten doen met een kortere tournee: alleen Milaan, Frankfurt, Hamburg en Londen bleven over. In Hamburg mocht publiek kosteloos kaartjes ruilen. De Elbphilharmonie laat weten dat een kleine 200 mensen (van de 2.100 in totaal) dat gedaan hebben.
Gardiner zo charmant mogelijk
Het worden uiteindelijk twee compleet verschillende, allebei uitverkochte concerten. Op hun première 7 december hebben Gardiner en zijn nieuwe ensemble pech: door storm is hun ochtendvlucht uit Engeland geannuleerd. Een uur voor het concert landen ze pas in Hamburg. Dertig minuten nemen de musici om in allerijl te wennen aan de zaal, terwijl het publiek voor gesloten deuren wacht in voelbaar opgewonden spanning.
Vertraging of niet, het concert met twee cantates van Bach (BWV 36 en 110) en een kerstmis van Charpentier (H 9) slaagt goed. Niet kippenvel-opwekkend geweldig, maar wel goed. Met name de Bachs zijn lekker krachtig. Verschillende musici stralen minstens even opgewonden als het ontvankelijke publiek. Tenor Peter Davoren maakt indruk en de foutloze helderheid van natuurtrompettist Neil Brough is van de buitencategorie. Hier en daar beukt het geheel wat onbarmhartig, maar ze hebben dan ook een stressvolle reisdag af te reageren.
En Gardiner? Hij doet er ondertussen alles aan om allercharmantst over te komen. Hij glimlacht van begin tot einde, geeft hij zijn theorbist bij het passeren schouderklopjes (die hij absoluut verdient), gebaart vriendelijk inzetten naar de solisten, onder wie de mooi zingende Nederlandse alt Eline Welle. Bij foutjes kijkt hij niet of allerhartelijkst op.
/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data125644428-ce0201.jpg|https://images.nrc.nl/51HwJ6Kxd9YEb0QRtXAWs03P1IA=/1920x/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data125644428-ce0201.jpg|https://images.nrc.nl/Guzgv49YfafbNiUiCeQD6kd_oek=/5760x/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data125644428-ce0201.jpg)
Vergelijking
Maar op 14 december geven ook het Monteverdi Choir en de English Baroque Soloists met de Franse dirigent Christophe Rousset een interessant concert: veel lichtvoetiger en dansanter. Het koor heeft een betere balans, zowel onderling als met de instrumentalisten. Nu maakt vooral Charpentier indruk; waar Gardiner Charpentier ‘op z’n Bachs’ deed, doet Rousset Bach ‘op z’n Charpentiers’. Tenor Ruari Bowen legt het ruim af tegen tenor Davoren, maar daar staat tegenover dat sopraan Hilary Cronin dan weer je oren doet spitsen. Bas Florian Störtz maakt van zijn aria’s operette.
Het argument van de Elbphilharmonie dat beide concerten programmeren artistiek interessant vergelijkingsmateriaal oplevert, blijkt te kloppen. Een ‘betere’ is niet aan te wijzen, maar een luxe kwestie van smaak.
Het eindapplaus voor Gardiner na de toegift duurt ‘maar’ een minuut of twee, maar is luid en duidelijk: Gardiner is in Duitsland uncanceled. „DANKE!” roept iemand. Het ontroert hem zichtbaar. Hij bedankt de zaal en zegt „een nieuw hoofdstuk” te beginnen met „energie, bewustzijn en inspiratie”. Maar dat wil niet zeggen dat Gardiners oude ensembles voor het Hamburgse publiek zijn afgeschreven: dat eindapplaus is ruim twee keer zo lang en even enthousiast. Nu klinkt een luid „MERCI!”