De landen van de Europese Unie geven dit jaar naar verwachting gezamenlijk 326 miljard euro uit aan defensie. Daarmee stijgen de defensie-uitgaven met bijna 17 procent ten opzichte van vorig jaar, toen de EU-lidstaten 279 miljard euro uitgaven.
Dat blijkt uit de jaarlijkse rapportage van het Europees Defensieagentschap (EDA). De Europese militaire uitgaven beslaan dit jaar 1,9 procent van het bruto binnenlands product (bbp) van de hele Unie, een record. In 2023 lag dat percentage nog op 1,6, zo blijkt uit de data van het EDA. De jongste gegevens tonen dat de EU-landen gezamenlijk dus steeds dichter naar de norm van 2 procent kruipen die de NAVO stelt aan zijn 32 leden.
Het EDA, dat in 2004 werd opgericht om de EU-lidstaten te ondersteunen bij het verbeteren van hun defensiecapaciteit, schrijft de sterke verhoging van de defensie-uitgaven toe aan de oorlog die Rusland in 2022 begon tegen Oekraïne. De meeste EU-landen zijn sindsdien in hoog tempo aan de slag gegaan met het moderniseren van hun strijdkrachten en het aanvullen en uitbreiden van hun wapenarsenalen en voorraden. Sinds 2021 stegen de gezamenlijke militaire uitgaven in de EU-landen met maar liefst 30 procent.
Reparatie van bezuinigingen
Een deel van de extra uitgaven wordt volgens het EDA gedaan om Europese defensiebezuinigingen uit het recente verleden te „repareren”, en om voorraden aan te vullen die leeg zijn geraakt door leveringen van materiaal en munitie aan Oekraïne. Daardoor stijgen de Europese investeringen in wapens en munitie in hoog tempo: in 2023 ging het in totaal om 72 miljard euro, 17 procent meer dan het jaar ervoor. Dit jaar stijgt dat bedrag volgens de ramingen naar 100 miljard euro.
De Tsjechische chef van het EDA, Jiri Sedivy, stelt in een toelichting op de defensiecijfers dat de EU-landen relatief weinig uitgeven aan innovatie en ontwikkeling van defensietechnologie. Hij wijst op een flinke achterstand op dit gebied ten opzichte van de Verenigde Staten en China. „De EU zet stappen met defensie-investeringen, aangespoord door de urgentie van de dreigingen waar we tegen aankijken”, aldus Sedivy. „Maar een groot deel wordt uitgegeven aan wapens en munitie die buiten Europa zijn geproduceerd.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2024/12/05154319/data125239726-abc557.jpg)
Het EDA stelt dat de EU-lidstaten op defensiegebied minder afhankelijk moeten worden van andere landen en de Europese veiligheid moet bewaken door zelf meer te innoveren en meer samen te werken, ook met de NAVO. „Meer dan ooit staat de defensie van de Europese Unie op een kruispunt”, aldus de EDA-rapportage, doelend op de „geopolitieke veranderingen” en „ernstige veiligheidsvraagstukken”.
Vijf landen geven minder uit
Opvallend in de Europese gegevens is de scheve verdeling van de defensie-uitgaven binnen de EU. Van de 27 EU-lidstaten gaven 22 landen in 2023 meer geld uit aan defensie ten opzichte van het jaar ervoor. Ondanks de oorlog in Oekraïne, die in februari 2022 in volle hevigheid uitbrak, gaven vijf EU-lidstaten vorig jaar minder geld uit aan defensie dan het jaar ervoor: Griekenland, Roemenië, Kroatië, Slowakije en Cyprus. Bij de Grieken geldt overigens de nuancering dat zij in 2022 de hoogste defensie-uitgaven van de hele EU hadden, met bijna 4 procent van het bbp.
/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data125169623-f3e504.jpg)
Nederland zat volgens het Europees Defensieagentschap in een kopgroep van elf landen die hun defensie-uitgaven vorig jaar met meer dan tien procent lieten stijgen, net als Finland, Hongarije, Polen, Tsjechië, Bulgarije, Luxemburg, Denemarken en de drie Baltische staten.
Van de lidstaten van de Europese Unie geeft Polen relatief het meest uit aan defensie. Volgens de EDA-gegevens over 2023 spendeerde Warschau 3,3 procent van het bbp aan defensie. Polen wordt op enige afstand gevolgd door Estland (3 procent), Letland (2,9), Griekenland en Litouwen (beide 2,8). Nederland zat in 2023 op 1,5 procent, België op 1,2 procent en Ierland, dat geen lid is van de NAVO, op 0,2 procent.