Terug naar de krant

Even voelt het particuliere universeel

column Josette Daemen
Leeslijst

Een jaar of dertien geleden stond ik een keer buiten in de rij voor een studentenfeestje, toen de jongen voor me zei dat hij had gehoord dat er binnen met uitwerpselen werd gegooid. Ik vermoedde gelijk dat het onzin was, wat het later ook bleek te zijn, maar de meid naast me reageerde serieus. „Ik vind het niet normaal als mensen met poep gooien.”

Merkwaardig vond ik het, hoe ze dat zei, met de nadruk op die eerste persoon enkelvoud. Alsof het ging om een uiterst persoonlijk en subjectief oordeel – zij vond met poep gooien niet normaal – in plaats van een opvatting die je algemeen gedeeld mag veronderstellen. Van iets overduidelijk universeels maakte zij iets particuliers. Het ergerde me.

Later ontwikkelde ik een vergelijkbare ergernis aan het tegenovergestelde fenomeen, bij onterechte inzet van de tweede persoon enkelvoud. Opvallend vaak hoor ik mensen gebruik maken van een universele ‘je’-vorm, terwijl ze in feite iets van hun particuliere ‘ik’ willen uitdrukken. In televisieprogramma’s als Boer zoekt vrouw en Onderweg naar liefde zeggen deelnemers in van die korte interviewtjes tussen de bedrijven door bijvoorbeeld de hele tijd dit soort dingen: „Als je Harm zo in z’n overall ziet, dan gaat je hartje toch wat sneller kloppen.” Of: „Met Karlijn voel je wel die gezelligheidsklik, maar je wil ook iemand die een beetje kan wakeboarden.”

Nee! Roep ik in mijn hoofd tegen zo’n ‘je’-zegger. Jouw hartje bonst voor Harm in z’n overall. Jij wil iemand die kan wakeboarden. Niet ik. Laat mij erbuiten.

Ook mensen die iets ergs is overkomen spreken vaak in de tweede persoon enkelvoud. Over het moment dat er een ernstige ziekte bij ze werd ontdekt: ‘de grond zakt onder je voeten vandaan’. Over een liefdesbedrog dat hun werd aangedaan: ‘Je wereld stort in’.

Als het gaat om dit soort zware zaken heb ik meestal wel begrip voor een beroep op het universele ‘je’. Zulk taalgebruik kan namelijk ook een functie dienen. Ten eerste plaatst het de narigheid net wat verder op afstand van degene die erover vertelt. ‘Mijn wereld stortte in’ is voor de bedrogene misschien te pijnlijk om te zeggen; door in plaats daarvan te spreken over ‘je wereld’ dekt hij zijn eigen specifieke kwetsuur veilig toe met een sluier van algemeenheid.

Dit hangt samen met een tweede functie van het algemene ‘je’: de spreker suggereert ermee dat zijn beleving voor meer mensen geldt, of dat die in ieder geval ook voor anderen zou opgaan als zij zich in een vergelijkbare situatie zouden bevinden. De zieke die verklaart dat ‘de grond onder je voeten vandaan zakt’ zegt eigenlijk: als jou zou overkomen wat mij nu gebeurt, dan zou de aarde ook onder jouw voetzolen verdwijnen. Zo fungeert de tweede persoon enkelvoud als uitnodiging aan de toehoorder om met de spreker mee te leven.

Magistraal gebruik van het universele ‘je’ trof ik een tijd geleden in de Nederlandse vertaling van Les Années (De jaren), van Annie Ernaux. In deze ‘collectieve autobiografie van onze tijd’ blikt de Franse schrijfster terug op haar leven van 1941 tot 2006 zonder ook maar één keer het woord ‘ik’ te gebruiken; haar hele verhaal staat in de ‘men’-, ‘we’-, ‘ze’- en ‘je’-vorm.

Hier gebruikt de vertelster het ‘je’ zoals oude mensen dat doen wanneer ze over vroeger spreken: „Terwijl je aan de keukentafel je huiswerk zat te maken, riepen de advertenties op Radio Luxembourg, net zo goed als de liedjes, het zekere geluk op dat de toekomst je brengen zou.” Later: „Van de transistorradio werd je blij op een manier die niet eerder bestond, blij namelijk dat je alleen was zonder het te zijn, dat je naar believen kon beschikken over het gedruis en de verscheidenheid van de wereld.”

Ik lees het, en zonder het beschrevene zelf ooit te hebben meegemaakt denk ik onwillekeurig: oh ja, zo was het toen inderdaad. Even voelt het particuliere universeel. Toch ook wel weer mooi. Vind ik dan.

Josette Daemen is politiek filosoof aan het Instituut Bestuurskunde van Universiteit Leiden.

Een versie van dit artikel verscheen ook in de krant van 11 januari 2025.

Mail de redactie

Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?

U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.

Maximaal 120 woorden a.u.b.
Vul je naam in