Ze hebben de schaduw maar even opgezocht, Amadou Bamba Seck en zijn collega’s. Terwijl voor hen mensen voorbij schuiven in statige boubous, militaire uniformen en hakken die klikken op het beton, richting de tribunes die speciaal voor deze dag zijn opgezet, houden zij hun leerlingen in de gaten. Stilletjes zitten zij zondagochtend met zijn tientallen op hun eigen tribune, gekleed in dezelfde witte shirts als hun docenten, starend naar de parade voor hen.
Zo groots hebben ze het hier nog nooit gezien, zegt Seck. Ieder jaar op 1 december zijn zij en de leerlingen deel van de herdenking van een bloedbad. Hun school staat op het terrein van de militaire basis in Thiaroye, een garnizoensstadje vlak bij de Senegalese hoofdstad Dakar, waar Franse militairen op 1 december 1944 het vuur openden op hun koloniale troepen. De reden: ze hadden het gewaagd hun nog niet uitbetaalde soldij op te eisen.
/s3/static.nrc.nl/bvhw/files/2023/03/data98058148-fcd77e.jpg)
Hij ziet het als een manier om zijn leerlingen over de pijnlijke geschiedenis van deze plek te leren, zegt Seck. Maar normaal gesproken is dat een bescheiden affaire. En dus niet, zoals nu, een ceremonie met zo’n duizend genodigden, waaronder staatshoofden en ministers, live uitgezonden op nationale televisie. Het werd tijd, zegt Seck, die in Thiaroye opgroeide. „Wij weten al tachtig jaar wat hier is gebeurd. Maar nog steeds wachten we op erkenning en gerechtigheid.”
Seck heeft deze dagen machtige medestanders. Ook Senegals nieuwe leiders eisen rekenschap voor een van de donkerste pagina’s uit hun koloniale geschiedenis. De tirailleurs Sénégalais, zoals deze soldaten afkomstig uit heel West- en Centraal Afrika werden genoemd, waren destijds net teruggekeerd uit Frankrijk, waar ze naast de Fransen tegen nazi-Duitsland hadden gevochten. Tientallen, en volgens sommige historici zelfs enkele honderden van hen kwamen bij het bloedbad om.
Dat tachtig jaar later nog altijd niemand precies weet hoeveel tirailleurs die dag werden vermoord, is slechts een van de vele mysteries die de tragedie nog altijd omhullen. En die, tachtig jaar, later meer dan ooit hun stempel drukken op de historisch nauwe relatie tussen Frankrijk en Senegal.
Panafrikanisme
Die relatie staat onder druk. Senegals president Bassirou Diomaye Faye en zijn premier Ousmane Sonko schoten afgelopen voorjaar naar de macht met een discours dat draaide om panafrikanisme, soevereiniteit én het herzien van Senegals verhoudingen met de oud-kolonisator. In Faye’s en Sonko’s ‘nieuwe politiek’ staat ‘Thiaroye’ centraal. Niet alleen als manier om zich af te zetten tegen hun voorgangers, die hun vingers niet aan deze gevoelige kwestie wilden branden. Maar ook als boodschap naar hun Afrikaanse buren: in Senegal is een nieuw tijdperk aangebroken.
„We moeten alles doen om de waarheid boven tafel te krijgen”, zei president Faye aan de vooravond van tachtigjarige herdenking tegen de Franse krant Le Monde. Daar hoorde ook een grootschalige, zij het een sobere, ceremonie bij met onder de genodigden de staatshoofden van de Afrikaanse oud-koloniën waaruit Frankrijk tirailleurs ronselde. Vijf van hen, onder wie de presidenten van Gabon en Mauritanië, waren zondag aanwezig.
/s3/static.nrc.nl/bvhw/files/2023/05/data99908990-90094b.jpg)
De grote afwezige was Emmanuel Macron. In het programma dat vooraf met journalisten werd gedeeld, stond een speech van de Franse president aangekondigd, maar uiteindelijk was het zijn minister van Buitenlandse Zaken die namens hem het woord nam en een krans legde op de militaire begraafplaats van Thiaroye. Daar, verstopt onder rijen witte naamloze tombes, wordt gedacht dat een deel van de slachtoffers in massagraven ligt.
Macron liet wel van zich horen. Daags voor de herdenking schreef hij een brief aan president Faye. Daarin noemde hij als eerste Franse president ooit de gebeurtenissen in Thiaroye een massacre, een bloedbad. En niet een reactie op een muiterij, zoals lang de officiële Franse lezing was. Zelfs zijn voorganger François Hollande, die in 2014 een eerste aanzet deed om rekenschap te geven voor de tragedie, ging niet zover. Hij hield het toen bij een „bloedige repressie”.
/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data125102405-6bbc17.jpg|https://images.nrc.nl/8eXANhZwUgvYtGIvx54cJW0eb9g=/1920x/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data125102405-6bbc17.jpg|https://images.nrc.nl/i__F-lilodeO6RHyNyBbFE5NiyQ=/5760x/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data125102405-6bbc17.jpg)
„Ik prijs [Macrons] morele moed”, sprak Faye zondag tijdens de herdenking. Máár, benadrukte de president: erkenning alleen is niet voldoende. Daarvoor moet de doofpot écht open.
Ook in Frankrijk loopt de druk op. Zo dienden tientallen parlementariërs vorige week een resolutie in waarin ze om een parlementaire enquête vragen naar het bloedbad in Thiaroye. Onder de ondertekenaars zijn ook enkele leden van Macrons meerderheid.
Faye en Sonko zijn niet van plan op Frankrijk te wachten. Zij riepen afgelopen september een eigen commissie in leven, bestaande uit historici en archivarissen, die zich moeten buigen over de spaarzame archieven over het bloedbad. De historici die hen voorgingen, troffen vooral gaten. Zo is nergens een appèllijst te vinden met de namen van de die dag aanwezige soldaten.
/s3/static.nrc.nl/bvhw/files/2024/11/web-0112buitsjaad.jpg)
De Franse minister Jean-Noël Barrot benadrukte zondag de bereidheid bij deze zoektocht te helpen. Maar dat hij er stond en niet zijn baas tekent de gevoeligheid van de kwestie, die opkomt op een moment dat Frankrijk zijn greep op zijn voormalige empire definitief verloren lijkt. Zo kondigde Tsjaad donderdag aan zijn defensie-akkoorden met Parijs te schrappen, waarmee opnieuw een Franse basis in de Sahel dreigt te sluiten.
Ook in Senegal ligt de aanwezigheid van pakweg 350 Franse troepen onder vuur. In Le Monde hintte Faye vorige week op hun toekomstige vertrek. Daarover ging het zondag niet. Laat Thiaroye niet alleen een wond, maar ook een les zijn, zei de Senegalese president in plaats daarvan. „Een les die ons leert dat broederschap, eenheid en de weigering om te vergeten de krachtigste wapens zijn die vrije volkeren hebben om hun toekomst te schrijven.”