Terug naar de krant

Genieten, je hebt het onvoldoende geleerd

essay
Wat zou je retrospectief anders hebben moeten doen? Wie wil je straks zijn? Oek de Jong (71) schrijft een brief aan zijn jongere zelf, Menno Sedee (31) aan zijn oudere zelf.
Leeslijst

Oek de Jong


Wat vreemd om een brief te schrijven aan degene die ik ooit ben geweest en al zolang niet meer ben. Ik schrijf aan een achtentwintigjarige in de zomer van 1981. Ik zie je in de tweekamerwoning met de zwart geverfde vloeren aan de Hoogte Kadijk, op het Kadijkseiland, een schaars bevolkte wijk in de Amsterdamse binnenstad met de leegstaande pakhuizen van het Entrepotdok, het leegstaande Zeemanshuis, een kolossale elektriciteitscentrale buiten werking, loodsen met autospuiterijen, een autokerkhof en op de hoek van de straat het tankstation van Texaco. Ik kan dat huis, waar je negen jaar zult wonen, nog zo voor me zien – alsof ik er gister nog ben geweest. Ik zou bijna alle voorwerpen in dat huis nog kunnen opnoemen, van de geblakerde espressopot tot de grijs met zwart geschilderde stalen tafel waaraan je schrijft (en die ik nog steeds gebruik). Boven je wonen de drie Marokkaanse mannen uit Tinerhir, die je helpt met paperassen van de gemeente, en beneden je woont de Poolse kattenvrouw met een stuk of tien half wilde katten, die je een bord warm eten komt brengen als ze dagenlang van vroeg tot laat je elektrische IBM heeft horen ratelen.

Daar zit je, onverhoeds en overnight een bestsellerauteur geworden met je eerste roman, en je kunt eigenlijk nog maar één ding doen: een tweede roman schrijven en bewijzen dat je geen eendagsvlieg bent. Het is geen fijne positie. Je doet van alles om de druk van de ketel te halen: je geeft geen interviews meer, je wilt niet meer op televisie verschijnen, je ontvlucht geregeld voor een paar weken de stad, je bent gaan hardlopen, je zwemt, je zet het nu en dan met een vriend op een zuipen, maar veel helpen doet het niet, want die kop van je maalt maar door. Elke ochtend voel je bij het opstaan weer de druk.

Je woont alleen. Je bent weggegaan bij je eerste geliefde, je hebt een paar verliefdheden achter de rug, en nu ben je verzeild geraakt in een driehoeksverhouding. Je kende die deftige uitdrukking menage à trois, maar had nooit gedacht dat zoiets jouzelf kon overkomen. Je zit er om de een of andere reden aan vast, aan een vrouw die ‘dol’ op je is en zegt dat ze van twee mannen houdt. Ook dit is niet bevorderlijk voor je gemoedsrust.

Je geniet elke dag, veel meer dan je beseft, je ontmoet veel nieuwe mensen, je houdt van het leven in de stad, want je houdt van snelheid en intensiteit, je reist, je geniet van alles wat je ziet met je gulzige ogen – maar over al dat genieten ligt meestal een waas van onrust en zorg. Je bent altijd een beetje gejaagd. En als je jezelf dan toestaat om op het balkon te zitten en zomaar wat te staren over de loodsen tussen de huizen en het water, trekt er een triestheid door je heen. Je staat op en dwingt jezelf om weer wat te gaan doen. Je dwingt jezelf te veel, en je gaat te hard.

Oek de Jong
Foto Wendelien Daan

Ik weet dat jonge mensen liever niets aannemen van ouderen. Alleen als het echt niet anders kan of als ze er meteen van leren en baat bij hebben. Maar liever niet. Zo zit de mens nu eenmaal in elkaar. Maar jij staat misschien toch wat welwillender tegenover mij, je oudere zelf. Ik sta in elk geval welwillend tegenover jou. Wij houden veelal van dezelfde dingen. Ik vind Fellini’s Otto e mezzo (8 ½), die jij net hebt gezien, nog altijd een briljante en intrigerende film. Ik hou nog altijd van een stevige Barbera, net als jij, van een lichtblauw zwembad vol zonlicht, en een flink aantal van jouw boeken staan nog steeds in mijn kast. Ik ken de vrouw die je nu in haar macht heeft, die je vertedert, verleidt, meesleept en soms zo kwaad maakt dat je haar wekenlang niet wilt zien, van wie je je probeert los te maken zonder dat dat je lukt. Ik weet hoe je je voelt als je op een zomeravond na het werk naar het tankstation loopt om twee biertjes te kopen en daar, het is er nog druk, even onder de mensen te zijn. Dus sta me toe dat ik een paar dingen zeg.

Eerst over het genieten, want iets belangrijkers is er niet. Je hebt het onvoldoende geleerd. Je staat het jezelf te weinig toe, je neemt er te weinig de tijd voor. En als je geniet is er algauw weer de een of andere zorg, die voor onrust zorgt. Het is of je steeds iets tussen jezelf en de dingen plaatst. Je wilt steeds iets, en genieten is juist ophouden met dat steeds iets willen.

Jij bent een kijker, van jongs af aan, je hebt er zelfs een zekere aanleg voor, maar je geniet maar half van wat je ziet, treft en boeit. De wereld straalt en ‘als je goed om je heen kijkt, zie je dat alles gekleurd is’ (K. Schippers). Mijn lichaam begint gebreken te vertonen. Mijn zicht verslechterde opeens razendsnel, het werd wazig. Ik kon bij helder daglicht de krant nog net lezen. Staar dus. Ik kreeg twee nieuwe lenzen. Toen ik na de eerste operatie met één oog weer scherp en helder zag, ervoer ik het pure geluk van het kunnen zien. Zelfs het zink van de dakgoot waar ik als eerste mijn blik op richtte toen ik het plastic kapje van mijn oog had getrokken – zelfs dat oude zink was al mooi om te zien, en ik zag het blad van de rode beuk achter mijn huis, scherp tot op de nerf, en ik kon er geen genoeg van krijgen. Het is een groot genot om de wereld te kunnen zien. Sta er bij stil, letterlijk. Neem er de tijd voor. Leef trager, en alles zal je beter afgaan.

Tegenwoordig is het levenstempo van jonge mensen nog veel hoger, ze staan nu allemaal voortdurend onder druk, en de een na de ander valt uit met een burn-out. Jij bent door je vroegtijdige bestseller in penibele omstandigheden geraakt. Zelfverzekerd en beheerst van buiten, maar onzeker en opgejaagd van binnen. Trager leven. Ik heb gemerkt dat ik meer geniet, sneller werk en beter met anderen omga als ik een zekere traagheid in mijn leven weet te brengen. Jij hebt, nu je zo onder druk staat en er steeds aan je wordt getrokken, de neiging om je terug te trekken en anderen te mijden. Isoleer je niet. Zoek juist het gezelschap en de warmte van anderen. Geef zelf die warmte, want je krijgt hem terug. Oordeel minder, wees niet zo venijnig, wees niet zo afwerend – ook dat zal je leven vergemakkelijken. Steek jezelf in nieuwe kleren, koop behoorlijke meubelen, vul je ijskast en zorg goed voor jezelf in plaats van jezelf altijd maar af te knijpen.

Eerzucht, ambitie en geldingsdrang jagen je op. Je hormonen jagen je op
Oek de Jong

Ik kan niet aan deze vaderlijke opmerkingen ontkomen en ik geneer me er een beetje voor. Dit is toch stuitend? Ik vrees ook dat ze geen enkele zin hebben. Je bent jong en kunt niet anders dan jong zijn. Je wilt juist leven in de allerhoogste versnelling. Je moet je plaats in de wereld nog veroveren. Eerzucht, ambitie en geldingsdrang jagen je op. Je hormonen jagen je op. Je voelt je onophoudelijk aangetrokken tot leuke, lieve, interessante en mooie vrouwen, maar je begrijpt nog weinig van ze, want je gaat te snel, en je raakt dus onophoudelijk in de problemen. Leef trager en je gaat het allemaal scherper zien. Maar ik vrees dat dat onmogelijk is voor de achtentwintigjarige die je bent. Zelfs de slow motion van je Tai Chi-lessen verandert je niet.

Op een zonovergoten middag in het voorjaar van 1985 zul je bij het tankstation van Texaco een exemplaar kopen van het machtige, veelgelezen en zeer invloedrijke weekblad Vrij Nederland. Het nummer is net uit. Je vouwt de krant dubbel, beducht om hem in te zien. Je loopt over de Kadijk naar de scheepswerf waar je zeilsloep ligt, je gaat in de boot zitten, je hoort het water klotsen tegen de romp en van de overkant van de Nieuwe Vaart komt het kabaal van het verkeer op de Oostenburgergracht. Je hart bonst. Je trekt de boekenbijlage uit de krant, je ziet dat de cover volledig aan je nieuwe roman is gewijd en je voelt: het is gelukt. Want een krant maakt geen cover voor een mislukt boek. Het is bizar: vijf jaar gewerkt en in een paar seconden weet je dat de beoordeling van je werk goed zal zijn. Je intuïtie klopt. De recensies zijn fantastisch, de lezers omarmen je boek. Je kunt blij zijn, immens opgelucht, eindelijk van de druk bevrijd.

Maar de prijs zal hoog zijn, en je gaat dat spoedig merken. Het begint met hyperventilatie. Je bent opgebrand, je hebt iets in jezelf kapot gemaakt en zult jarenlang niet of nauwelijks kunnen schrijven.

 
Menno Sedee
Foto Wendelien Daan

Stop met dat dominante gedrag, stop er gewoon mee

Menno Sedee

Een vriendin van je kwam laatst, veertig jaar geleden dus, met het volgende idee: spreek met een groep vrienden af rond je zeventigste je huizen te verkopen. Met het verzamelde geld koop je een veel groter huis, een landelijke villa of zo, met liften. Hou geld over voor een kok, schoonmaker, personal trainer en chauffeur. Ziehier: je persoonlijke verzorgingstehuis.

Herinner je je het gevoel dat je hierbij kreeg, Menno? De laatste fase van je leven, besefte je, kan iets zijn om naar uit te kijken. Die hoeft niet saai en eenzaam te zijn, vol beperkingen en verloren vrienden. Je kan elke avond met vrienden de wereld doornemen, naar het theater gaan, boeken bespreken.

Misschien is de villa in 2064 schaamteloos elitair en naïef gebleken, maar ik wíl het geloven: mijn laatste levensfase ligt in mijn eigen handen. In jouw handen. Je hóéft geen eenzame, verzuurde man te worden. Natuurlijk, je gezondheid heb je niet altijd mee. Er kunnen nog duizenden andere ongelukken gebeuren, en misschien zijn die ook al gebeurd. Deze brief gaat over wat je wél kan doen.

Er zijn stomme en leuke oude mannen en we gaan er samen voor zorgen dat je bij die laatste groep gaat horen. Daarom deze brief. Lees gewoon deze brief. En als die te laat komt: stop met dat zure, chagrijnige of dominante gedrag. Stop er gewoon mee.

Stop met praten, ten eerste. Zet simpelweg, veel eerder dan je geneigd bent, een punt in je verhaal. Of liever een vraagteken. Verzín desnoods een vraag. Je kunt gewoon andermans woorden herhalen, leerde beroepsinterviewer Coen Verbraak je ooit. („We gaan op vakantie naar Oostenrijk.” „Oostenrijk?”) Het is eigenlijk een oefening in luisteren.

Praat de krant niet na. (Je zat eens in een restaurant een oom aan te horen over de krappe huizenmarkt. Ja, je komt er moeilijk tussen. Ja, mensen betalen belachelijke bedragen. Ja, zeker in Amsterdam. Ja, lage rente, beleggers. Jij had het ook gelezen, wat zeg ik, je had het zelfs meegemaakt. Je oom had het alleen maar gelezen.) Kom in plaats daarvan met een originele take, zoals onze ouders laatst: „Hoezo wonen wij eigenlijk in een te groot huis? Mensen zouden eens moeten stoppen met scheiden! Als wij uit elkaar zouden gaan, hebben we twee huizen nodig. Nu maar één.” Heel leuk boomerig.

Draag mooie kleren. Mooie kleren staan oude mensen beter dan jonge mensen. Je maakt het snelste indruk met mooie kleren. Dring niet voor. Als je naar een discussieavond gaat, en je krijgt de microfoon om een vraag te stellen, hou het dan bij maximaal drie zinnen.

Zeg ja tegen dat nieuwe sportklasje, ja tegen de app die de jeugd heeft
Menno Sedee

En het belangrijkste: doe nieuwe dingen. Zeg ja tegen dat nieuwe gekke sportklasje, ja tegen de app die de jeugd tegenwoordig heeft, of het equivalent van een app in 2064, het maakt niet uit wat je erop doet, de lat ligt laag voor oude mensen, maak daar gebruik van.

Het idee dat ik jou kan veranderen, ontstond aan het eind van onze studententijd. Al jaren verzonnen mijn huisgenoten en ik goede voornemens, soms voor elkaar. Aan een hardloopwedstrijd meedoen, meer lokale producten kopen, tantraseks, vrijwilligerswerk, vaker ‘ja’ zeggen tegen jongens, vaker ‘nee’ zeggen tegen jongens, stripteasen, speechen, een erotisch verhaal schrijven, vloggen.

Toen we het studentenleven wel zo’n beetje hadden uitgespeeld, alles nog mogelijk was in onze carrière, we weinig hoefden te doen voor een fit lijf, nog vaak in het café zaten, naar restaurants gingen én dat ook konden betalen, hoefden we niet zoveel meer. De goede voornemens waren op. Ik schreef op: schrijf een brief naar je oudere zelf. Ik bedoelde: herinner dit. Verander niet. Maar het moest wel nú. Voor ik roestig werd. Voor ik was vergeten welke ‘ik’ ik me moest herinneren.

Ik deed het niet, net zoals elk ander voornemen nog wacht op het perfecte moment. Elk jaar ben ik van plan om duidelijker te praten. Om nog één jaar heel onverantwoordelijk te leven. Om er nu even écht gedurfd uit te gaan zien. Ik doe het nooit.

Net zoals ik nooit iets heb geschreven zonder deadline, nooit een dagboek, nooit gedichten, bleef ook ‘brief aan m’n oudere zelf schrijven’ jarenlang bovenaan mijn to-do-lijst staan (omdat de lijst op alfabet staat gesorteerd).

Er was een opdracht van de krant voor nodig – misschien liet ik de brief expres vallen op de redactie. Maar inmiddels ben ik acht jaar ouder en nu al bang dat het te laat is.

Ik betrap me op ouwelijke gedachtes. Je moet je partner niet willen veranderen, zeggen ze. Waarom je oudere zelf dan wel, denk ik nu. Met één brief? Schattig. Arrogant, eigenlijk. Navelstaarderig, ook. Een psychiater vertelde me onlangs dat de oude mannen die ik nu stom vind, ik vroeger waarschijnlijk ook stom had gevonden. Mensen veranderen nu eenmaal niet.

Ik las laatst dat ouderen intuïtief aanvoelen wat hen blij kan maken, beter dan mensen tussen de circa twintig à zestig jaar. Ze doen vooral wat ze willen, en veel minder wat ze zogenaamd moeten. Ik zou jou dus eigenlijk helemaal niets moeten vertellen.

Soms zit ik met m’n vrienden als een stel zure nichten te praten tijdens een etentje, en dan denk ik niet: Menno, word leuker. Ik vind mezelf dan al heel leuk.

Een paar jaar geleden gaf ik mijn moeder het boek Kruip nooit achter een geranium. Als dat niet al cringe genoeg is schreef ik erin: „Kijk nooit om. Je moet het lef hebben altijd nieuwe dingen te kunnen doen. En te beseffen dat het daarvoor nooit te laat is.” Onze moeder was al een tijdje voor haar pensioengerechtigde leeftijd gestopt met werken. Ik was bang dat ze daarom snel oud zou worden, maar ze werd juist, verlost van de werkdruk, alerter, attenter. Voor wie had ik die boodschap eigenlijk geschreven? Emigreren, het klimaat redden, een nieuwe sport beginnen, lenig worden, of rijk; ik zie het nu al allemaal niet meer gebeuren.

Mensen die een brief schrijven naar hun jongere zelf, schrijven vaak iets als: wees gerust, het komt allemaal goed. Maar wie zegt dat zij niet al een bord voor hun kop hebben? Ik moet me nu al inhouden dat niet ook te schrijven.

Ik besluit dat het kan, verbeteren. En wat lees ik: het nieuwe boek van New York Times-columnist David Brooks gaat erover. Er zijn mensen die vragen stellen, schrijft hij, en mensen die dat niet doen. De eerste groep noemt hij Verlichters, die zijn nieuwsgierig naar anderen, de tweede Verkleiners, die zijn vooral met zichzelf bezig. Brooks werd van een Verkleiner een Verlichter. Kijk aan.

Sommige mensen zeggen dat als je ouder bent, je je eindelijk niet meer druk maakt om wat anderen van je vinden. Dat vind jij een bar slecht idee, oke? Sommigen zeggen dat je allang blij mag zijn dat je gezond bent. Dat vind jij een wel een heel lage lat.

Ik heb me oude mensen voor de geest gehaald waar ik tegenop kijk. Veel tantes, een aantal ooms. Vrienden van twee keer mijn leeftijd, BN’ ers aan de talkshowtafel. Ze zijn laatst van mening veranderd. Ze nemen het leven niet te zwaar, alleen als het moet. Hun ogen twinkelen. Ze zien er verzorgd uit. Ze vragen nog of iets hen staat. Ze omarmen hun kwaaltjes. Vragen hulp. Ze flirten nog. Soms iets te veel.

Ik hoop dat je inmiddels voor die haartransplantatie bent gegaan, en scheer het anders gewoon af. Bleek je tanden gerust (iets). Draag sieraden. Ga op poweryoga. Ga taallessen geven aan nieuwe Nederlanders. Stuur neefjes en nichtjes lukraak foto’s en boekentips. Bel ze op, maar maak het nooit te lang. Laat je zien op straat. Blijf flirten.

Laatst stond ik voor de boekwinkel op iemand te wachten. Een man op leeftijd haastte zich naar binnen, het was bijna sluitingstijd. Hij had een hele stapel boeken bij zich, om terug te brengen misschien. Ineens herkende ik hem als een van de vrienden van twee keer mijn leeftijd. Ik draaide me om om gedag te zeggen, maar toen was hij al binnen. Gretig, nieuwsgierig, levenslustig. Zo wil ik worden, dacht ik. Zo wil ik nu al zijn.

Een versie van dit artikel verscheen ook in de krant van 4 mei 2024.

Mail de redactie

Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?

U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.

Maximaal 120 woorden a.u.b.
Vul je naam in