Het is een fraaie neogotische façade, schuin tegenover het hippe Hotel Amour in het 9de arrondissement van Parijs. Je zou zeggen: dit moet een kerk geweest zijn, of een stadsklooster, in ieder geval iets spiritueels, een plek waar zacht geprevel klonk. Wanneer ik ’s ochtends koffiedrink op het terras van Amour, zie ik weleens meisjes in het Emily in Paris-genre bevallig voor de gevel poseren, de ideale achtergrond voor een Instagram-post.
De werkelijkheid blijkt anders. Op nummer 9 van de Rue de Navarin werd meer geslagen dan gebeden, en hard ook. In de tweede helft van de negentiende eeuw en de eerste helft van de twintigste eeuw was Chez Christiane een befaamd bordeel voor klanten met passions pariculières – zeg maar BDSM. Achter de onberispelijke façade kon je je laten vastbinden, vernederen, je laten geselen door een van de in leer gehulde vrouwen van Madame Christiane. Behalve laarzen likken stond er ook kinky rollenspel op het menu. Wie wilde kon zich laten martelen door de Spaanse inquisitie. Voor zover ik kan nagaan sloot het bordeel zijn deuren in 1946, toen La loi Marthe Richard door het parlement werd aangenomen en bordelen in Frankrijk verboden werden. Van het oorspronkelijke interieur is niets bewaard gebleven. Als zomers de ramen openstaan zie ik glimpen van bureaus met stapels papieren. Alleen in vergeelde politierapporten kun je nog iets terugvinden van die donker- intieme wereld.
Maison close
Pijn en onderwerping zijn niet zo mijn ding, maar wat mij intrigeert aan de verdwenen wereld van Chez Christiane is eerder het intieme, verborgen karakter ervan. Wat zich afspeelde in dit maison close, net als in de vele andere in deze buurt, werd volledig afgeschermd van de buitenwereld. De klanten en de vrouwen die hen onder handen namen wisten zich volledig ongezien in een intiem universum, dat nauwelijks raakte aan het leven buiten de muren van het bordeel. Er waren geen sociale media om erover te communiceren, geen uitgelekte beelden. Wie aanbelde bij Chez Christiane betrad een andere dimensie, waartoe de buitenwereld – afgezien van zo nu en dan de zedenpolitie – nauwelijks doordrong. Andersom zullen klanten en sekswerkers hun ervaringen niet naar buiten hebben gebracht. Privé en publiek bleven streng gescheiden. Daarin speelde de maatschappelijke orde natuurlijk een grote rol. Chez Christiane bestond bij de gratie van zijn onzichtbaarheid. Iedereen deed alsof het bordeel niet bestond en daardoor kon het bestaan. Sindsdien heeft een cultureel-maatschappelijke omwenteling plaatsgevonden. De Parijse bordelen werden met La loi Marthe Richard verboden omdat de vrouwen die er werkten als slachtoffer werden gezien. Sinds 2016 is het de klant die strafbaar is, niet de sekswerker.
Dat spiegelt een veel bredere maatschappelijke ontwikkeling – vanuit het duister naar het daglicht. Iedereen mag gezien worden, en moet zich gerespecteerd voelen. Seksuele voorkeuren, hoe particulier ook, hoeven niet langer weggemoffeld te worden als een ranzig geheim. En als ze dat wel worden, wordt dat als iets negatiefs gezien, een onnodige hindernis in het uitoefenen van het recht om jezelf te zijn.
Deze zomer werd me een mooie illustratie aangeleverd. Een bevriende Parijzenaar, die naast zijn werk als schrijver ook culturele rondleidingen geeft, vertelde me dat hij een groep van 25 dominatrixen op sleeptouw had genomen. Ze kwamen overal vandaan en bezochten Parijs ter gelegenheid van France FemDom, een evenement waar – ik citeer de website – „de wereld van de vrouwelijke dominantie gevierd en verkend” werd. Deze vrouwen hadden niets te verbergen. Het was een divers gezelschap geweest, vertelde hun gids me; sommigen van hen waren het summum van klassieke vrouwelijkheid, andere uitgesproken non-binair. Een van hen had haar slavin bij zich. De wereld van de vrouwelijke dominantie staat ook, volgens de organisatie van France FemDom, volledig in het licht van gelijkheid en wederzijds respect. Grenzen worden alleen overschreden wanneer ze niet grensoverschrijdend zijn.
De jardin secret van Chez Christiane is de afgelopen decennia dus flink omgeploegd. Maar hoe verhoudt identiteit, jezelf kunnen zijn, zich tot intimiteit? En hoe intiem is openbare intimiteit nog?
Opvattingen over intimiteit zijn af te lezen aan meubels
De grens tussen wat privé en wat publiek is, lijkt soms zelfs helemaal weggevallen. Zeker in het van oudsher katholieke Frankrijk, waar de scheiding tussen publiek en privé lang als niet minder dan heilig werd beschouwd, wordt daar nu flink mee geworsteld. Voorheen bestond er een streng onderscheid tussen etalage en magazijn. Je moest de etalage op orde hebben voor het oog van de maatschappij. Wat je in het magazijn deed was je eigen zaak, dat ging niemand wat aan. Schandaal ontstond wanneer wat in het magazijn plaatsvond in de etalage terechtkwam, zoals de arrestatie van de gedroomde presidentskandidaat Dominique Strauss-Kahn in New York in 2011 na het bespringen van een kamermeisje of president François Hollande, die drie jaar later in een nogal sullige houding gefotografeerd werd achter op een scooter, op weg naar zijn minnares.
Maar die strikte scheiding is allang niet meer houdbaar. Niet alleen vanwege een veranderde moraal, maar ook vanwege nieuwe technologie – de camera is overal. Denk aan die conservatieve Parijse burgemeesterskandidaat die betrapt werd op het sturen van een foto van zijn stijve aan zijn minnares, die vervolgens door een activist via sociale media werd verspreid. Niet die minnares was het probleem, wel zijn onbedoelde exhibitionisme. De man moest zich terugtrekken.
Verschuivingen
Die verschuivingen in de relatie tussen publiek en privé vormen het hoofdthema van L’intime, een nieuwe, groots opgezette tentoonstelling in het Parijse MAD, het Musée des Arts Décoratifs. „Van de kamer naar de sociale media”, luidt de ondertitel. De nieuwe directrice van het museum, Christine Macel, die met deze tentoonstelling haar visitekaartje afgeeft, zet hoog in. „Hoe kunnen we ons rekenschap geven van de snelle veranderingen die we vandaag de dag beleven, in een hectisch dagelijks leven waarin de grenzen tussen het publieke en het privéleven vervagen en poreus worden, waar intimiteit meer dan ooit naar buiten treedt, waardoor we in exhibitionisten veranderen, of in voyeurs?”, schrijft ze in de catalogus.




Aan de hand van bijna vijfhonderd kunstwerken, schilderijen en foto’s, maar ook dagelijkse voorwerpen en design – banken, bedden, een achttiende-eeuws bidet – wordt een poging gedaan te laten zien hoe intimiteit door de eeuwen heen beleefd werd, en hoe ingrijpend dat veranderd is in de loop van de tijd. Schilderijen van interieurs, artistieke foto’s van lichamen, parfumflesjes en seksspeeltjes, op talloze manieren wordt getracht het begrip intimiteit in al zijn uitingsvormen voelbaar te maken.
Vanzelfsprekend gaat het veel over liefde en erotiek. Maar het gaat ook over de intimiteit van de huiselijkheid, je beschermd weten tegen de grote boze wereld. Er is de intieme wereld van het negentiende-eeuwse boudoir, waarin een echtgenote werd geacht haar een eigen nestje in te richten, een afgedwongen geborgenheid die akelig veel weg heeft van een gevangenis.
Er is de intimiteit van het lichaam, onze aandachtige verzorging met hulpmiddelen en producten die ons helpen ons aan de buitenwereld te tonen. Maar vergeet niet de intimiteit van de geest, ons verlangen ons af te zonderen met onze gedachten. Op de tentoonstelling wordt die gesymboliseerd door de dagboeken die mensen door de eeuwen heen bijhielden, in voortdurend gesprek met zichzelf, uiting gevend aan hun diepste gevoelens.
Ieder leven kent een verborgen leven
„Intimiteit is de juiste benaming voor wat wij ‘bewustzijn’ en ‘zorg’ noemen”, schrijft de Italiaanse filosoof Emanuele Coccia in zijn Philosophy of the Home (Penguin, 2024). Die gedachte loopt ook als een rode draad door de tentoonstelling. Onze binnenwereld, of het nu gaat om de kamers in wat wij als ons thuis beschouwen, het bed waarin we slapen, dromen, wakker liggen, lezen, knuffelen of seks hebben, ons lichaam dat we wassen, inwrijven en verzorgen en aanpassen, de gedachten die we op verstilde momenten over onszelf of de wereld hebben – altijd gaat het om een concentratie van aandacht en innerlijkheid. Ieder van ons heeft dimensies die voor de buitenwereld onzichtbaar en onnavolgbaar blijven. Ieder leven kent ook altijd een verborgen leven.
Verborgen intimiteit
Intimiteit had traditioneel met afzondering te maken, maar de manier waarop wij intimiteit beleven stond nooit los van de maatschappij. Integendeel. De tentoonstelling van Christine Macel wil laten zien hoe de buitenwereld ons idee van intimiteit voortdurend beïnvloedt en vormgeeft. Veranderende normen en waarden spelen daarbij een rol, maar die worden zeker ook versterkt door de commercie.
Dat het Franse modemerk Sonia Rykiel ruim twintig jaar geleden vibrators ging maken, zei iets over de veranderende status van seksspeeltjes, maar zal daar ook aan hebben bijgedragen.
Ook aan meubeldesign zijn opvattingen over intimiteit af te lezen. De schelpachtige Womb Chair van de Fin Eero Saarinen uit 1946 had bijvoorbeeld mede tot doel „een zeker psychologisch comfort te bereiken door een grote komvormige schaal te bieden waarin zich men kan oprollen”, zoals Saarinen zei. De hoge, modulaire, aan de binnenkant met zachte stoffen als kunstbont beklede Sofa Bazaar van het Italiaanse Superstudio (eind jaren zestig) was bedoeld als een ruimte binnen een ruimte, een deels afgebakende zone voor een kleine groep.
Het begrip intimiteit wordt steeds opnieuw geladen, krijgt steeds een nieuwe betekenis. Maar hoe dat gebeurt, daar was tot nu toe vrij weinig aandacht voor. Juist omdat de tentoonstelling die verschuivingen in onze beleving van intimiteit wil laten zien, ga je jezelf ook lastige vragen stellen. Wat betekent intimiteit eigenlijk voor jou? Hoe openbaar wil je zijn? Wat laat je zien, wat scherm je af? Als je recht hebt op intimiteit, heb je dan ook het recht om dingen verborgen te houden, je volledig onbespied te weten? Als je alles aan de wereld laat zien, ben je dan authentiek of juist niet meer?
Het is een open deur te stellen dat technologie intieme relaties – vluchtig of duurzaam – tussen mensen ingrijpend heeft veranderd. Beeld en scherm hebben ons vertrouwd gemaakt met zaken en praktijken waarvan we vroeger geen idee hadden. We zien oneindig veel meer, we laten veel meer zien. Voorheen bleef veel onzichtbaar, zoals de praktijken in Chez Christiane, veel was mysterie ook, ontelbaar veel dingen kende je alleen van horen zeggen. Nu zie je ze, ook al bevinden ze zich ver buiten je belevingswereld. Steeds vaker moet je je blik afwenden omdat je iets niet wilt zien.
Niet alleen zijn de grenzen tussen wat publiek en privé is vervaagd, zoals de makers van L’intime stellen, ook de aard van de relaties tussen mensen zelf is veranderd. Het intieme ‘ik’ wordt geacht zich te laten zien aan de wereld, mag maatschappelijk zijn plek opeisen. Omdat je zoveel van jezelf mag laten zien, is alles in de buitenwereld persoonlijker geworden. Sterker nog, het persoonlijke geldt zelfs als voorwaarde van publieke authenticiteit. Persoonlijke, en ook intieme, ervaringen maken onherroepelijk deel uit van je publieke persoonlijkheid, ze hebben je gemaakt tot wie je bent. Wie delen van zijn leven verborgen houdt, geldt in zo’n klimaat al snel als onoprecht of hypocriet. Sterker nog, heel het idee van een jardin secret, een geheime tuin, doet wangedrag vermoeden, iets wat het daglicht niet kan verdragen.
Surveillance
Die zucht naar volledige zichtbaarheid komt in de Parijse tentoonstelling ook aan bod, zoals de toenemende mate waarin ons privéleven aan surveillance wordt onderworpen uit naam van volledige transparantie. Dat wordt vooral als autoritair gezien, als de geest van Big Brother die zich zonder pardon meester maakt van wat van privé is, wat we voor onszelf willen houden. De buitenwereld – bedrijven en overheid – dreigt zich voorgoed meester te maken van onze binnenwereld. We worden bespied, gemeten en genudged en gemonitord.
Maar het andere aspect van het vervagen van de grens tussen privé en publiek is volgens mij niet minder belangrijk: de mate waarin je jezelf kwijt dreigt te raken door wat persoonlijk is openbaar te etaleren, via sociale media en apps.
De huiselijke intimiteit die tradwives scheppen lijkt voor de bühne
Natuurlijk, jezelf aan de buitenwereld laten zien ging altijd al gepaard met stilering en zelfenscenering, dat laten die talloze verzorgingsproducten en designvoorwerpen uit voorbije tijden op de tentoonstelling mooi zien. De intieme vertrekken in je huis zijn ook een soort kleedkamer, waarin je jezelf voorbereidt op het betreden van het podium van de maatschappij.
Maar wat als je zelf zelfs je meest persoonlijke gevoelens en ervaringen deel van die zelfpresentatie maakt, als je je voorneemt om alles van jezelf te laten zien, volledig transparant en ongefilterd? Is dat überhaupt mogelijk? Is de verleiding – bewust of onbewust – niet groot om die persoonlijke ervaringen net zo goed te stileren en te verfraaien, net zoals je je lichaam aankleedt en verzorgt voordat je de straat opgaat?
Ik denk dat dat geloof in het radicale persoonlijke een illusie is – en meestal gewoon bedrog. Te vaak lijken persoonlijke uitingen die bedoeld zijn als steun bij maatschappelijke bewustwording van anderen op een berekende uitverkoop van intieme ervaringen, die daardoor hun authenticiteit juist verliezen. Een veelzeggend voorbeeld vind ik het fenomeen van de zogenaamde tradwives, vrouwen – vooral in de Verenigde Staten – die hun geslaagde carrière en zelfstandigheid vrijwillig opgeven en kiezen voor een meer dan traditioneel bestaan als huisvrouw, volledig gericht op de zorg voor man en (veel) kinderen. Daarvan getuigen ze in ontelbare filmpjes op sociale media, waarin trouwe volgers hen kunnen zien koken en poetsen. Er wordt een beeld geschapen van huiselijke intimiteit, een manier van leven die natuurlijker en intiemer zou zijn dan de levens van zelfbewuste, individualistische vrouwen, zoals bijvoorbeeld de vrouwen op het France FemDom-congres.
Maar het is precies dat: een beeld. Je kijkt naar intimiteit, maar je voelt die niet. Er wordt waardevolle huiselijkheid gesuggereerd, maar de ‘bewustwording’ en ‘zorg’ waar Emanuele Coccia het in zijn boek over heeft als voorwaarden van intimiteit, zijn hier producten voor in de etalage geworden, iets dat getoond en verkocht kan worden. Het bewustzijn dat onlosmakelijk is verbonden met intimiteit is veranderd in een vakkundig uitgespeeld zelfbewustzijn, waardoor de getoonde intimiteit niet langer echt aandoet, bedoeld lijkt voor de bühne. Daardoor gaat iets wezenlijks verloren. Wat je krijgt is zogenaamde intimiteit. Narcisme en intimiteit gaan niet samen.
Bovendien leidt het onherroepelijk tot nieuwe vormen van hypocrisie – wat je te zien krijgt is niet hoe het werkelijk is. Openbare intimiteit is een rollenspel. Altijd zal er iets verborgen blijven, zelfs de grootste emotionele exhibitionist heeft ergens een geheime tuin die zich aan het oog van de wereld onttrekt. Maar waar dat vroeger stilzwijgend erkend werd, wordt het nu angstvallig ontkend. Omdat niemand ervoor uit wil komen dat hij iets te verbergen heeft. Je kunt je afvragen of dat vooruitgang is.