Ik heb stage gelopen bij de Verenigde Naties. Bij wijze van grap werd daar altijd aan nieuwe medewerkers gevraagd waarom ze kozen voor een baan als hulpverlener: waren ze avonturier, idealist, of opportunist? En, werd erbij gezegd, je kunt maar twee van de drie zijn, niet alle drie. De avonturier en de idealist gaan hand in hand.
Er zit een herinnering in m’n hoofd aan een lange donkere steeg die achter het huis van een vriendje liep. Wij waren een jaar of vijf. Die steeg vond ik héél eng, maar ik voelde ook de aantrekkingskracht: waar loopt-ie heen, wat kom je tegen, hoe leven mensen daar verderop? Nieuwsgierigheid maakt de wereld grenzeloos. Ik ben altijd benieuwd geweest naar de wereld buiten mijn eigen leefwereld. Als kind had ik al een fascinatie voor andere landen, andere culturen, zoals Japan. Ik was een judo-kind, dat ook geïnteresseerd raakte in zowel de eeuwenoude Japanse tradities, als in Japanse hightech-games en animatiefilms. Ik heb die eindeloos gespeeld en gekeken.
Ik kom uit een sociaal bewogen gezin. Mijn moeder heeft altijd met vluchtelingen gewerkt. Mijn vader heeft grote politieke belangstelling. Discussies aan de eettafel zijn heel belangrijk in het leven van een kind. Mij hebben die gevormd. Daardoor is mijn belangstelling gewekt voor internationale studies en banen.
Na de middelbare school heb ik een jaar doorgebracht in een boeddhistische gemeenschap in Kyoto, Japan. Ik koos hiervoor omdat ik zocht naar iets compleet anders dan wat ik gewend was in Nederland. Het ging me niet om een religieuze beleving. Het was zoals je kunt verwachten: een prachtige ervaring, met ook moeilijke momenten. Hoe hard ik ook m’n best deed om een van hen te zijn, ze bleven me aanspreken met gaijin-san, meneer vreemdeling. Wie een stempel opgedrukt krijgt als buitenstaander zal altijd een buitenstaander blijven.
Mensen die elkaar insluiten en uitsluiten – daarover raak ik niet uitgedacht. Het is absurd dat een overheid kan zeggen: jij bestaat en jij bestaat niet. Dat begint al wanneer iemand de juiste papieren mist. Computer says no. Voor deze mensen, zogenaamde staatlozen, heb ik jarenlang gewerkt bij UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de VN. Het is kafkaësk, misdadig, om groepen mensen op die grond fundamentele rechten te ontzeggen. Elke dag opnieuw kan ik daar pislink van worden.
Ik voel mij volledig op m’n plek bij Artsen zonder Grenzen. Landsgrenzen, politieke systemen, religieuze overtuigingen – ze bestaan, ze hebben hun functies. Wat daar bovenuit stijgt, is het humanistische principe dat niemand ooit een medemens aan z’n lot mag overlaten wanneer die, door welke oorzaak dan ook, in nood verkeert. Er zullen altijd natuurrampen en epidemieën zijn, en gewapende conflicten, massamigratie. Er zal dus ook altijd solidariteit moeten zijn, als garantie voor een menswaardig bestaan.
Mijn voornaamste drijfveer is allang niet meer het redden van mensen, maar het tonen van solidariteit. Mijn redderscomplex is verdwenen. Toegang tot medische zorg behoort tot de fundamentele rechten van de mens, die het hardst nodig is onder de zwaarste omstandigheden. Maar verwoesting en conflicten los je daarmee niet op. Uiteindelijk moeten mensen hun eigen problemen oplossen.


Zo’n vijf jaar heb ik voor de VN en Artsen zonder Grenzen in Irak gewerkt, op verschillende plekken. Ik woonde er in de tijd dat Al-Qaida weer opkwam en ISIS volop aanslagen pleegde. Ik heb schrijnend menselijk leed gezien. Tegelijk heb ik meegemaakt hoe mensen ook gewoon hun dagelijks leven leefden: in hechte families en wijken, gastvrij, vol zwarte humor. Totaal verschillende werkelijkheden kunnen naast elkaar bestaan. Het ene moment zit je midden in de gevolgen van een bomaanslag, diezelfde avond beleef je plezier aan het kaartspelletje Uno.
Regelmatig vragen mensen me: hoe hou je dit vol? Sommigen vullen dan in: je moet mentaal zeker ook afstand kunnen houden tot al die ellende. Zo zit ik niet in elkaar. Ik probeer het maximale uit mezelf te halen, om vervolgens te kunnen zeggen: dit is wat ik te bieden heb. Niemand houdt dit werk vol door zichzelf te kastijden met de gedachte dat je méér en nóg meer zou moeten doen.
Ik geniet ervan deel uit te maken van een wereldwijde beweging. We zijn met zo’n 60.000 medewerkers – de helft medisch geschoold, de andere helft in logistieke en andere ondersteunende functies. Tegelijk, om mezelf op te laden, heb ik het nodig om regelmatig alleen te zijn. Ik ben een filmliefhebber. Een zomerse dag in een lege bioscoop zitten kan puur geluk brengen. Of laat mij een berg oplopen, stap voor stap, dag na dag – heerlijk.
Als directeur van Artsen zonder Grenzen, sinds dit voorjaar, sta ik letterlijk meer op afstand van het veldwerk. Dat is wennen. Uiteindelijk vormt de directe hulpverlening de kern van dit werk. Maar dat is ook een beetje egoïstisch geredeneerd. Ik heb nu twee jonge zoontjes. Ik vond het steeds moeilijker voortdurend op reis te zijn. Gevaar en het nemen van risico’s kan je anders ervaren als je vader bent.
Het voelt af en toe ongemakkelijk de rol van boegbeeld te spelen. Mijn primaire gevoel moet ik dan wegdrukken: joh, sta jezelf niet zo te verkopen. Maar het draait niet om mij. Een directeur hoeft niet altijd ‘de baas’ te zijn. Mijn rol is nu: het verhaal van ons werk vertellen, vragen beantwoorden, netwerken onderhouden, onze organisatie en vooral onze patiënten een gezicht en een stem geven.
Voordat ik aan mijn huidige functie begon, zag ik op tegen gesprekken over fondsenwerving. Inmiddels beleef ik dat heel anders. De meeste mensen vinden het makkelijker om te geven dan om te vragen. Mensen horen graag over ons werk, uit oprechte betrokkenheid en compassie. Deze december hebben we een campagne waarin mensen medische goederen cadeau kunnen doen aan mensen in nood. De bereidheid om te geven is groot in Nederland, in heel Europa eigenlijk, en in de Verenigde Staten – en ook steeds meer in andere delen van de wereld.
Wij werken voor bijna 90 procent met particuliere giften en vrijwel niet met overheidsgeld. Dat is een garantie voor onze onafhankelijkheid. Wij verlenen medische noodhulp, ongeacht de politieke situatie in een land. Het is dan ook goed dat we nu geen cent ontvangen van de Nederlandse overheid. Dat Artsen zonder Grenzen ook in mijn eigen land in actie moest komen, twee jaar geleden in Ter Apel, heb ik als een schande ervaren. In Nederland heerst een bewust gecreëerde opvangcrisis, die de allerzwakste mensen treft.
Ik ben ervan overtuigd dat kiezers ánders hadden gestemd als ze echt hadden beseft dat mensen, met miljarden aan Europees geld, actief de dood worden ingejaagd, door hen te mishandelen in Turkse kampen, van de kust weg te duwen op de Middellandse Zee en aan hun lot over te laten in de Noord-Afrikaanse woestijn. Het zijn Europese overheden die willens en wetens fundamentele rechten van de mens schenden. Alleen al onder die omstandigheden zal het werk van Artsen zonder Grenzen altijd nodig blijven.”
CV Karel Hendriks
- 1986
- Geboren in Amsterdam, opgegroeid in Haarlem
- 2004
- Diploma Stedelijk Gymnasium Haarlem
- 2009
- Bachelor culturele antropologie en sociologie van niet-westerse samenlevingen, Universiteit van Amsterdam
- 2010
- Master internationale betrekkingen, Universiteit van Amsterdam
- 2010
- Stage bij VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR, in Amsterdam (bureau) en Tanzania (vluchtelingenkamp)
- 2011
- Onderzoeker bij UNHCR naar staatloosheid van vluchtelingen in Nederland
- 2012
- Advanced Master internationale ontwikkeling, Radboud Universiteit Nijmegen
- 2012
- Projectmedewerker bij ontwikkelingsorganisatie Hivos
- 2012
- UNHCR-medewerker in Bagdad
- 2014
- Coördinator ASKV, vluchtelingenorganisatie die zich inzet voor ongedocumenteerden, Amsterdam
- 2017
- Medewerker Artsen zonder Grenzen in onder meer Irak, Jordanië, Nigeria, Bangladesh, Maleisië, Myanmar
- 2024
- Directeur Artsen zonder Grenzen Nederland en adjunct-directeur Médecins sans Frontières
- Karel Hendriks is getrouwd en is vader van twee zoons (2 en 6 jaar). Het gezin woont in Zaandam