Pieter Wittenberg (74), gepensioneerd zakenbankier uit het Drentse dorp Peest (bij Assen), was een van de vele Nederlanders die naar Griekenland vertrokken op het hoogtepunt van de vluchtelingencrisis in 2015 en 2016. Nadat zijn jongste zoon om het leven was gekomen bij een verkeersongeval, wilde hij iets zinnigs doen met zijn leven. Hij besloot naar de Griekse eilanden te gaan om zich te wijden aan het helpen van vluchtelingen die daar in boten aankwamen.
Nu staan Wittenberg en 23 andere hulpverleners donderdag op het eiland Lesbos terecht wegens mensensmokkel, spionage, en lidmaatschap van een criminele organisatie. Net als de meeste verdachten werkte Wittenberg voor de Griekse hulporganisatie Emergency Response Centre International (ERCI). Het is een internationaal gezelschap: Grieken, Duitsers, Syriërs, een Zweed, een Japanner, een Argentijn, een Ier.
Wittenberg vertrok vorige week vanuit Nederland naar Griekenland. Daar hangt hem tien tot vijfentwintig jaar gevangenisstraf boven het hoofd. „Ik vind dat ik moet gaan omdat ik erbij wil zijn als er over mij wordt geoordeeld. Ik vind dat ik niet schuldig ben. Daarom moet ik in de rechtszaal zijn en laten zien wie ik ben. Ik moet de rechters in de ogen kunnen kijken, en zij mij. Ik moet ze ervan overtuigen dat er niets mis is met wat ik deed.”
Op een reddingboot
Als ervaren zeezeiler was Wittenberg van mei tot en met juli 2016 kapitein van een reddingboot van ERCI. Elke nacht voer hij met drie collega’s in een speedboot met buitenboordmotor langs de zuidkust van Lesbos, om bootjes vol vluchtelingen op te vangen en veilig aan wal te brengen.
„We gingen ’s nachts rond elf uur de zee op, eerder kwamen er geen boten aan”, herinnert Wittenberg zich. „Als we een boot zagen, namen we niemand aan boord. We bleven op afstand, deelden reddingsvesten uit en zeiden: ‘Volg ons. Wij brengen je naar een veilig punt waar je aan land kan komen’. Want er waren rotsen en ondieptes waar die mensen geen weet van hadden.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2021/09/greece-migrants-france-attacks-trial42509369.jpg)
In het 86 pagina’s tellende politierapport staat dat Wittenberg en zijn medeverdachten lid waren van een criminele organisatie die zich voordeed als ngo, met als doel winst te maken door mensen naar Griekenland te smokkelen. „Volkomen onterecht”, zegt Wittenberg. „We zijn altijd twee mijl uit de buurt van de Turkse zeegrens gebleven. Alle opvarenden van de boten die we zagen en aan wal brachten, hebben we overgedragen aan de Griekse kustwacht.”
Mensenrechtenorganisaties zoals Amnesty International en Human Rights Watch noemen de aanklachten belachelijk. Het proces staat in hun ogen symbool voor een zorgelijke trend: de toenemende criminalisering van humanitaire hulp, niet alleen in Griekenland maar in heel Europa. In andere Europese landen zijn soortgelijke rechtszaken, zoals in Italië tegen de bemanning van Iuventa, een reddingsschip van de Duitse organisatie Jugend Rettet.
„Het misbruik van het rechtssysteem door de Griekse autoriteiten om deze hulpverleners lastig te vallen, lijkt bedoeld ter afschrikking van toekomstige reddingsmissies, wat alleen maar levens in gevaar zal brengen”, aldus Bill Van Esveld van Human Rights Watch. „Het slordige onderzoek en de absurde aanklachten tegen mensen die zich bezighouden met levensreddend werk, riekt naar politiek gemotiveerde vervolging.”
Dit lijkt bedoeld ter afschrikking
Amnesty ziet een verband met het strengere Europese migratiebeleid. „Europese en nationale autoriteiten zijn erop gebrand migranten tegen te houden”, zegt Elisa De Pieri, auteur van het vorig jaar verschenen rapport Punishing compassion: Solidarity on trial in Fortress Europe. „Omdat hulp een aanzuigende werking zou hebben op migranten, kregen ngo’s de afgelopen jaren te maken met tal van repressieve maatregelen om hun werk te beperken.”
De vervolging van hulpverleners is volgens De Pieri slechts het meest zichtbare gevolg van dat beleid. In het rapport behandelt ze rechtszaken in Griekenland, Italië, Kroatië, Malta, Spanje, Frankrijk, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk. „Doordat de wettelijke definitie van mensensmokkel in veel landen nogal vaag is, kunnen mensen makkelijk worden vervolgd.”
Richtlijn aanpassen
Ook de Europese migratierichtlijn maakt geen duidelijk onderscheid tussen mensensmokkel en reddingswerk. Daarom willen critici dat de richtlijn wordt aangepast. „Humanitaire hulp moet worden uitgezonderd van vervolging, want het is duidelijk dat het niet strafbaar moet zijn”, meent Europarlementariër Tineke Strik (GroenLinks). „Daar is al langer debat over binnen de Europese Commissie, maar die heeft er tot nu toe niets aan gedaan.”
De rechtszaak tegen Wittenberg en zijn 23 medeverdachten is de grootste in zijn soort in Europa. Maar het is niet het eerste proces tegen hulpverleners op Lesbos. In 2018 werden drie Spaanse brandweermannen en twee Deense vrijwilligers vrijgesproken van soortgelijke aanklachten. De rechter achtte niet bewezen dat de verdachten schuldig waren aan mensensmokkel en de intentie hadden een misdrijf te plegen.
/s3/static.nrc.nl/bvhw/files/2020/03/data56286637-fb5abe.jpg)
Ondanks de vrijspraak begon de aanklager op Lesbos drie maanden later een strafrechtelijk onderzoek tegen ERCI wegens mensensmokkel. Diverse medewerkers werden opgepakt, onder wie de Griekse directeur van de organisatie, Nassos Karakitsos. De politie was ook op zoek naar Wittenberg. Hij was op dat moment in Nederland en meldde zich later bij de politie. De in Duitsland geboren Ier Seán Binder en de Syrische Sara Mardini hadden minder geluk. Zij zaten 106 dagen in voorarrest.
Binder gaf in The Guardian toe „doodsbang” te zijn weer achter de tralies te verdwijnen. „Ik heb geproefd van het leven in de gevangenis op Chios”, zei hij over zijn verblijf in voorarrest. „Het was allemaal schurft en bedwantsen met zeventien van ons in een cel. De politiecellen waren nog erger, de vreselijkste plek op aarde: smerige kamers zonder ramen en vol met asielzoekers, alleen maar omdat de autoriteiten ze nergens anders kwijt konden.”
Wittenberg put hoop uit het feit dat de eerdere zaak eindigde in vrijspraak. „Maar ik zou het niet erg vinden naar de gevangenis te gaan. Als dat het offer is wat ik moet brengen, dan is het zo, want dan is het voor de goede zaak. Als ik 25 jaar krijg, dan zit ik tot mijn 99ste in de bak. Zo oud word ik toch niet. En het gaat niet om mij, maar om het grotere geheel. Ik hoop dat ons proces bijdraagt aan het besef dat hulp niet strafbaar is en dat we op een glijdende schaal zitten.”
Voordat Wittenberg vrijdagavond naar Lesbos vertrok, had hij nog een leuke dag. Zijn oudste zoon studeerde cum laude af in twee masters. „Notabene Europees bestuur, Europees recht, en rechtsgeleerdheid.” De ironie ontgaat hem niet. Als hulpverlener heeft hij het liberale mensenrechtensysteem dat na de Tweede Wereldoorlog is opgebouwd, in Europa, voor zijn ogen zien afbrokkelen.
Dit gaat Wittenberg aan het hart, ook vanwege zijn familiegeschiedenis. Zijn Joodse vader vluchtte vlak voor de Duitse invasie van Tsjecho-Slowakije naar Nederland. „Na de Tweede Wereldoorlog hebben we de rechten van de mens opgesteld. Nu worden ngo’s die opkomen voor die rechten vervolgd. Het doel is afschrikking, zodat ze vluchtelingen kunnen opsluiten in kampen zonder dat iemand naar ze omkijkt. Dan is het gedaan met de mensenrechten.”