Terug naar de krant

Hardlopen van Kaapstad naar Londen: Deo Kato legde meer dan 13.000 kilometer af in de strijd tegen racisme

interview
Deo Kato | Ultraloper en activist Als eerste mens rent de Oegandees-Britse ultraloper Deo Kato van Kaapstad naar Londen, om het „ware verhaal van de menselijke migratie” te vertellen. Na anderhalf jaar komt hij dit weekend thuis.
Leeslijst
Deo Kato in Zuid Afrika, de eerste week van zijn tocht.
Foto Deoruns

Honden. Als Deo Kato één constante moet noemen in de bijna anderhalf jaar dat hij nu aan het rennen is, zijn het honden. Ontelbaar vaak is hij achternagezeten door ze, in alle soorten en maten. Honden van witte boeren in Zuid-Afrika. Zwerfhonden in Egypte. Waakhonden op de Balkan. „In Griekenland en Albanië ben ik het bangst geweest”, zegt hij. „Daar riepen de baasjes hun honden niet terug als ze grommend en met ontblote tanden voor me stonden.”

Tot twee keer toe werd hij omsingeld door een roedel honden. „Ik wist zeker dat ze me zouden aanvallen. Pas op het aller-, allerlaatste moment riep iemand ze tot de orde.” Hij leerde vanzelf hoe je agressieve honden moet afschrikken. „Een steen oprapen van de grond. Of doen alsof je er eentje pakt. Dan worden ze bang en rennen ze weg.”

In juli 2023 begon de Britse ultraloper Deo Kato in Kaapstad met rennen. Gemiddeld 40 tot 50 kilometer per dag. Nu – anderhalf jaar, vijftien paar schoenen, twintig landen en meer dan 13.000 kilometer verder – is hij bijna thuis. Als Kato zoals gepland komende zondag in zijn woonplaats Londen arriveert, is hij de eerste mens die heel Afrika én heel Europa rennend heeft doorkruist.



Wat hij, behalve die honden, onderweg zoal heeft meegemaakt? Tja, wat níet eigenlijk: slagregens, overstekende olifanten, verschroeiende hitte, een zonnesteek, verstrijkende visa, voedselvergiftiging. Van de medemens: achterdocht en agressie, met als dieptepunt een arrestatie in Zuid-Soedan, maar ook ontzagwekkende steun en gastvrijheid. Twee keer stond hij op het punt om met zijn tocht te kappen, beide keren zette hij toch door.

Kato – klein, tenger, zachte stem – vertelt zijn verhaal terwijl met kleine hapjes een kaneelbroodje eet in een lunchroom in Mons, Franstalig België. Het is zaterdag 14 december, dag 510 van zijn tocht. Buiten is het koud, nat en guur. Hij is gisteren komen rennen vanuit het dorpje Silenrieux aan de voet van de Ardennen. 49 kilometer, iets meer dan de gemiddelde afstand. Vandaag is een rustdag. Zijn hardloopkleding heeft hij gewoon aan – iets anders heeft hij niet bij zich. „Ik was mijn kleren iedere avond. De volgende ochtend hoop ik dat ze droog zijn.”

Foto’s: Nick Somers

Twee marathons op één dag

Deo Kato (37) werd geboren in Oeganda en verhuisde op zijn tiende naar Londen. Hardlopen doet hij „eigenlijk pas” vanaf zijn twintiger jaren, „daarvoor vond ik er niet veel aan.” Van hardloper transformeerde hij tot ultraloper – lange afstanden bleken hem goed te liggen. Twee jaar geleden rende hij de marathon van Londen twee keer op één dag: eerst van de finish naar de start, daarna van de start naar de finish.

Kato, in het dagelijks leven hardloopcoach en personal trainer, verbindt ultralopen nadrukkelijk met activisme. In 2020, na de moord op George Floyd, rende hij meer dan een jaar lang elke dag tien kilometer als statement tegen racisme en politiegeweld. Het idee voor zijn ‘Kaapstad-naar-Londen’-project kwam hieruit voort. Zo bescheiden als hij overkomt, zo ambitieus is zijn doel: to end all racism.

Hij wil met zijn tocht „het ware verhaal van de menselijke migratie vertellen”, zegt Kato. „Als mensen tegen je zeggen, zoals mij in het Verenigd Koninkrijk vaak is overkomen: ‘Ga terug naar waar je vandaan komt’, dan antwoord ik: de mens komt oorspronkelijk uit Afrika, dus álle mensen zijn uit Afrika geëmigreerd. Als ik terug moet naar waar ik vandaan kom, dan moeten we allemáál samen terug.”

Ja, zegt Kato, hij was zich ervan bewust dat hij begon aan een krankzinnig avontuur. Afrika rennend doorkruisen van zuid naar noord was weleens gedaan: de Brit Nicholas Bourne was de eerste, in 1998. Maar óók nog eens heel Europa door – dat was nog nooit vertoond.

Zijn voorbereiding verliep verre van vlekkeloos. Na „een paar ultra’s van honderd kilometer” en een estafettetocht in de woestijn van Nevada om te wennen aan het lopen in de hitte, rende Kato in april 2023 acht dagen achtereen een marathon. „Mijn voeten en rechterenkel waren helemaal opgezwollen. Op de vijfde dag dacht ik: dit gaat me niet lukken.” Het was drie maanden voor zijn beoogde vertrek.

Hij ging toch. „Uiteindelijk zei ik tegen mezelf: je moet gewoon aan de start verschijnen. Vanaf daar doe je wat je moet doen en kijk je hoe het gaat.”

Slapen in de auto

Op 24 juli 2023 vertrok hij uit Kaapstad, vanaf het Long March to Freedom-monument – het gedenkteken voor de strijd tegen apartheid. Begeleid door een bevoorradingsauto met chauffeur, van wie hij er uiteindelijk vier zou verslijten. Slapen deden ze in accommodaties, of als die er niet waren in de auto. Een team van twee mensen in Londen hielp met de dagelijkse logistiek – parttime, naast hun vaste baan. Zijn tocht werd gefinancierd door crowdfunding en een bijdrage van sportkledingfabrikant Adidas, maar het budget was voortdurend krap.

Behalve geldzorgen doemden er vrijwel meteen andere obstakels op. In de noordelijke Kaap, nabij de stad Uppington, werden Kato en zijn chauffeur bijzonder agressief bejegend door een groep witte boeren. „Het was al donker en ik was nog steeds aan het rennen. De boeren blokkeerden het pad en bedreigden ons. Ze zeiden dat we zo snel mogelijk weg moesten, anders zou ons iets overkomen. Later vertelde de politie ons dat de boeren dachten dat we erop uit waren om hun land af te pakken.”

Het was al donker en ik was nog steeds aan het rennen. De boeren blokkeerden ons pad en bedreigden ons. Ze zeiden dat we zo snel mogelijk weg moesten, anders zou ons iets overkomen

In het noorden van Botswana vormden wilde dieren een hindernis: navraag ter plaatse leerde dat de leeuwen, neushoorns en olifanten vrij rondliepen op de beoogde route. „Toen hebben we een langere route genomen, die voerde voor een groot deel door een nationaal park. Dus heb ik alsnog olifanten voor m’n neus zien oversteken.” In Tanzania regende het dagen aaneen zo hard dat het hele openbare leven tot stilstand kwam – en Kato ook.

In het voorjaar van 2024 arriveerde hij in Oeganda, zijn geboorteland. Kato had speciaal een omweg ingetekend. Hij keek ernaar uit om zijn familie in Kampala te bezoeken, maar eenmaal ter plekke was er een forse tegenvaller. Zijn Zambiaanse chauffeur greep de aanstaande autowissel aan om af te haken: hij voelde zich onveilig in Centraal-Afrika. Dat was de eerste keer dat Kato dacht aan stoppen. „Alles leek in te storten. Ik had geen chauffeur meer, geen auto, geen geld. Ik rende nog wel elke dag, om mijn streak vol te houden, maar slechts korte afstanden. Uiteindelijk heeft het me twee weken gekost om alles weer op de rails te krijgen.”

Foto Nick Somers

Drie weken detentie

Toch was dit niets vergeleken bij wat hem te wachten stond in Zuid-Soedan. Aanvankelijk was Kato helemaal niet van plan om door Zuid-Soedan te rennen, een van de heetste, armste en gevaarlijkste landen van Afrika. Maar zijn beoogde route, oostelijker via Ethiopië, bleek een no go. Aan de grens kregen Kato en zijn nieuwe chauffeur Mulondo te horen dat ze het land alleen in kwamen als ze een heffing betaalden van 100 procent van de waarde van hun auto – zo’n beetje het hele budget voor de rest van de tocht.

Toch maar door Zuid-Soedan dus. Aanvankelijk ging dat goed, zegt Kato. „Onze papieren waren in orde. We deden wat we in ieder land deden: onszelf voorstellen bij de autoriteiten, uitleggen waarmee we bezig waren, informeren of er zaken waren die we moesten weten.” Totdat ze bij een militair checkpoint kwamen – in Zuid-Soedan troffen ze er „dagelijks zeker tien” – waar geen enkele interesse bestond in hun papieren. „Ze zeiden: jullie zijn illegaal in dit land. We werden eindeloos ondervraagd, door steeds weer nieuwe mensen. Na een paar uur zeiden ze: we gaan jullie arresteren.”

Wat volgde was drie weken detentie, eerst in de beruchte Riverside-gevangenis in Juba, later in het hoofdkwartier van de nationale veiligheidsdienst. „Overdag werden we naar buiten gelaten. Moesten we voor onze cel zitten. Als de bewakers er genoeg van hadden, stopten ze ons terug in onze cel, die één klein raampje had.” Kato en Mulondo sliepen op de betonnen vloer, zonder matras of deken, en kregen één maaltijd per dag: ugali, het lokale gerecht met maïsmeel. „We zaten met z’n drieën in die cel, daar hebben we nog geluk mee gehad.”

Hoe reageerde je lichaam? Na een jaar lang iedere dag rennen zat je ineens de hele dag stil.

„Het was een schok voor mijn lichaam. Ik had op dat moment 315 dagen achtereen gerend, elke dag. Mijn hoofd zei: gaan, gaan, gaan. Je kunt niet zomaar stoppen, je moet afbouwen. Ik had allerlei pijnen, mijn ademhaling raakte van slag. Ik was ontzettend bang dat er iets mis zou gaan met mijn lichaam. Al denk ik dat die pijn ook kwam door het slapen op de vloer.”

Ondertussen wisten jullie niet of en wanneer jullie vrij zou komen.

„Dat vond ik niet het moeilijkste. Het zwaarste was dat we geen contact mochten hebben met de buitenwereld. Mijn team in Londen wist niet waar we waren en wat er aan de hand was. Eerst dachten ze: slecht bereik, daar in Zuid-Soedan. Maar we hadden een satelliettelefoon in de auto en daar reageerden we ook niet op. Na twee weken hebben ze ons als vermist opgegeven.”

Uiteindelijk kwam hun detentie aan het licht door een medegevangene die was vrijgelaten. Hij nam contact op met het team en vertelde wat er aan de hand was met Kato en Mulondo. „Die hebben gezorgd dat het in ’t nieuws kwam, waarna de Britse ambassade zich ermee ging bemoeien. Toen realiseerden de autoriteiten zich dat ze een fout hadden gemaakt. En dat ze ons zo snel mogelijk moesten laten gaan.”

Heb je na Zuid-Soedan niet gedacht: ik ga naar huis?

„Nee, ik was juist gemotiveerder dan ooit. Door de verhalen van de andere gevangenen die ik had gehoord, wist ik: ik móét doorgaan. Ik begrijp nu beter waarom mensen hun land ontvluchten.”

Foto Nick Somers

Zo snel mogelijk het land uit

In de lunchroom in Mons heeft het kaneelbroodje plaatsgemaakt voor frambozenlimonade en een vegan croque-monsieur. Kato is veganist – een „extra uitdaging” bovenop de dagelijkse marathon, zegt hij grinnikend. Toch is hij er de hele tocht in geslaagd zijn dieet vol te houden. „Het is niet makkelijk, maar het lukt. Eigenlijk is het lastiger in Europa dan in Afrika. Het eten hier is veel meer gericht op vlees dan op plantaardige ingrediënten. Op de Balkan weten ze echt niet wat vegan is.”

Na zijn detentie in Zuid-Soedan moest Kato zo snel mogelijk het land uit. Hij vloog naar het zuiden van Egypte om zijn tocht voort te zetten – Soedan, toneel van een burgeroorlog, sloeg hij na zijn gevangenschap liever over. „Ongeveer twee weken” had hij nodig om te herstellen, zegt hij. „Ik had maagproblemen en mijn lichaam moest weer wennen de inspanning.”

Kato moest ook wennen aan het klimaat. Het was inmiddels augustus, in het zuiden van Egypte werd het overdag tussen de 40 en 45 graden. „De locals dachten: welke gek gaat hier nu rennen?” Hij doorstond de hitte met een ijzeren hydrateringsregime: elke vijf kilometer ijskoud water drinken, klaargemaakt door zijn chauffeur in een koelbox met ijs.

Vanuit Noord-Egypte vloog Kato naar Athene, vanwaar hij begon aan het Europese deel van zijn tocht. Hij besloot afscheid te nemen van zijn auto en chauffeur. „Ik had tijd nodig op mezelf, om te verwerken wat er gebeurd was in Zuid-Soedan.”

Als hij eerlijk is, zegt Kato, heeft hij het in Europa zwaarder gehad dan in Afrika: kouder, duurder, onvriendelijker. De wegen zijn smaller en drukker en hebben geen harde berm, omdat er geen grote groepen mensen langs lopen zoals in Afrika. Inmiddels kan hij de toeters van automobilisten precies identificeren. Een paar keer kort achter elkaar: hup, ga zo door! Lang en hard: rot op van de weg!

Bewoners maakten stiekem foto’s van me en gaven me aan bij de autoriteiten

In Kroatië beleefde Kato de tweede grote crisis van zijn tocht. De herfst was ingetreden, het begon te regenen. Kato voelde zich neerslachtig: de gebeurtenissen in Zuid-Soedan had hij „nog niet goed verteerd”. Bovendien sjouwde hij – nu hij geen auto meer had – een rugzak met zich mee van 15 kilo: slaapzak, tent, extra kleding, kookspullen, twee dagen proviand. Rennen werd wandelen – wat zijn dagelijkse afstand beperkte.

Maar het zwaarste waren de confrontaties met de politie. In Kroatië was Kato terechtgekomen op de clandestiene migratieroute van Afrika naar Noordwest-Europa. En dat heeft hij geweten, als zwarte man. „Gemiddeld twee keer per dag werd ik aangehouden door de politie. Weken achtereen. Bewoners maakten stiekem foto’s van me en gaven me aan bij de autoriteiten.” Het optreden van de Kroatische politie was „zelden menselijk”, zegt Kato. „Ze zeiden tegen me: laat je papieren zien, anders nemen we je mee. En als ik die tevoorschijn haalde, zeiden ze nooit: prima, we zien dat je geen illegale immigrant bent, dank voor de moeite en een fijne dag nog.”

„Door die ervaringen dacht ik: wat doe ik hier? Waarom kap ik er niet mee, dan hoef ik dit allemaal niet te doorstaan. Normaal gesproken spring je op de trein als het je ergens niet bevalt, en ben je zo het land uit. Maar voor mij als hardloper ging dat niet zomaar. Ik had geen keuze.”

Kato’s tocht had een extra dimensie gekregen: behalve een reprise van de vroegste menselijke verhuizing was het nu ook een simulatie van hedendaagse migratie geworden. „Ik realiseerde me: zoals ik me voel, voelt een immigrant zich ook. Je wilt je verbergen om niet lastig te worden gevallen door de autoriteiten. Uiteindelijk sterkte dat me in mijn overtuiging dat ik moest doorzetten.”

Foto’s: Nick Somers

Geen zware rugzak meer

Kato neemt de laatste hap van zijn croque -monsieur en bestelt nog een frambozenlimonade. Na Kroatië, zegt hij, verscheen er weer licht aan de horizon. Geen politiecontroles meer en ook geen zware rugzak – het was inmiddels te koud om te kamperen.

Met name in Duitsland kreeg hij veelvuldig onderdak van lokale supporters, die hem op het spoor waren gekomen via sociale media. Op zijn account op sportapp Strava zie je hem in die tijd vrijwel elke dag rennen in het gezelschap van andere mensen. Die plaatselijke gastvrijheid, op afstand geregeld door zijn team in Londen, had ook een financieel voordeel: elke gratis overnachting is mooi meegenomen.

Sinds hij de Alpen over is, zegt Kato, is er wel een nieuwe stressfactor bijgekomen: tijdsdruk. Deze zaterdag verloopt Kato’s Schengen-visum en moet hij in Calais op de ferry naar Engeland zijn gestapt – om te voorkomen dat hij straks écht illegaal in Europa verblijft. Dus rent hij de laatste weken vooral langs drukke doorgaande wegen, om zoveel mogelijk kilometers te maken. Het grauwe winterweer en de post-industriële omgeving in Wallonië en Noord-Frankrijk dragen niet bepaald bij aan de feestvreugde. „Ik voel me moe”, zegt hij. „Fysiek, mentaal, emotioneel. Alles. Die lange dagen rennen, alle logistiek – daar raakt je hoofd zo uitgeput van.”

In Londen staat hem een feestelijke ontvangst te wachten. Als het goed is, wordt hij op zijn laatste etappe begeleid door een grote groep renners. Het zal „heel anders” zijn als hij eenmaal thuis is, zegt Kato. Een duidelijk plan heeft hij nog niet. Waarschijnlijk gaat hij weer aan de slag als hardloopcoach. Hij moet sowieso afbouwen, zijn lichaam laten afkicken van al die duizenden kilometers. Hij hoopt ook dat hij scholen langs kan met het verhaal van zijn tocht.

Over zijn maatschappelijke ambitie is Kato opvallend optimistisch. Een wereld zonder racisme zit eraan te komen, gelooft hij. „Wij leggen de fundamenten, de volgende generatie gaat het fixen. Zelf zal ik het niet meer meemaken, maar de wereld zal gelukkiger zijn.”

‘Natte, ellendige omstandigheden’

We stappen naar buiten, de Waalse decembermiezer in, en wandelen naar het appartement waar hij de nacht doorbrengt. Onderweg doet Kato in de supermarkt inkopen voor het avondeten: vegetarisch gehakt, twee bekers instant noodles, een blikje cassis. Wie goed oplet, ziet dat hij een klein beetje mank loopt – het gevolg van een pijnlijke knie. „Mijn eerste en enige blessure in anderhalf jaar.”

In de dagen die volgen heeft Kato het moeilijk, zo valt te lezen op Strava. Dag 511: een zondag, alle winkels dicht. Een local zorgt gelukkig voor snacks en eten. Dag 512: „Koude, natte en ellendige weersomstandigheden”. Dag 513: de knie speelt weer op, na 20 kilometer moet hij stoppen en naar een fysiotherapeut. Dag 514: hij kan verder, maar hardlopen gaat niet meer. Bijna negen uur onderweg.

En dan, op donderdag 19 december, plaatst Kato een foto van zichzelf tegen een donkere winterlucht. Achter hem, in grote verlichte letters: PORT DE CALAIS.

Het is één dag voor het verstrijken van zijn visum.

Foto Deoruns
Een versie van dit artikel verscheen ook in de krant van 21 december 2024.

Mail de redactie

Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?

U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.

Maximaal 120 woorden a.u.b.
Vul je naam in