Met tienduizenden waren ze gekomen in september – naar Arnhem, Oosterbeek en Ede. Nederlanders, Britten, Polen, Amerikanen, volwassenen, kinderen en een handvol nog levende veteranen: ze verzamelden zich op de plekken waar tachtig jaar geleden de verloren slag om Arnhem werd uitgevochten. Er dwarrelden parachutes uit de lucht, koning Willem-Alexander schudde de hand van de oud-strijders en er klonken woorden van dankbaarheid voor de offers die in 1944 zijn gebracht en woorden van bezorgdheid over de oorlog die nu al bijna drie jaar woedt in Oekraïne. Vrijheid en vrede zijn niet meer vanzelfsprekend, was de boodschap.
Bij de herdenking in juni van de tachtigste verjaardag van D-Day in Normandië was sprake van eenzelfde mix van emoties. Er bestaat kennelijk een grote behoefte om nog één keer met de allerlaatste ooggetuigen stil te staan bij de oorlog die tussen 1939 en 1945 de wereld verscheurde, in het volle besef dat zoiets zomaar weer zou kunnen gebeuren. Kenmerkend voor deze verbinding tussen heden en verleden was de emotionele ontmoeting tussen de Oekraïense president Zelensky en de 99-jarige Amerikaanse veteraan Melvin Hurwitz. Beide mannen zongen de lof van elkaars daden en wilden van hun eigen heldendom niks weten.
Over vier maanden bereikt dit bijzondere, tachtigste herdenkingsjaar zijn hoogtepunt als in mei het einde van de oorlog in Europa zal worden gememoreerd en gevierd. Over de juiste invulling van Dodenherdenking en Bevrijdingsdag wordt in Nederland al decennia gediscussieerd, en ook komend jaar zal niet iedereen tevreden zijn over de wijze waarop de slachtoffers van de oorlog worden herdacht.
Naast de oorlog in Oekraïne is er namelijk nog een conflict dat de gemoederen bezighoudt en tot verdeeldheid leidt: de vernietigende oorlog die in Gaza woedt sinds de aanslagen van Hamas op 7 oktober vorig jaar. Deze strijd heeft zijn sporen nagelaten in de Nederlandse maatschappij. Voor sommige mensen zal het betekenisloos zijn om de Tweede Wereldoorlog te herdenken zonder aandacht te vragen voor wat er gebeurt met de Palestijnen, terwijl anderen zo’n protest als een affront zullen ervaren richting de slachtoffers van de nazi’s – en dan met name de ongeveer zes miljoen Joden die werden vermoord.
Nu is het te hopen dat er zo snel mogelijk een einde komt aan de strijd in Gaza en dat de oorlog daar in mei voorbij is, maar zelfs als dat het geval zou zijn, is het niet vanzelfsprekend dat de Nationale Dodenherdenking vlekkeloos zal verlopen. Dit jaar moesten belangstellenden zich van tevoren aanmelden en werden bezoekers gefouilleerd voordat ze de Dam op mochten. Gezien de gespannen situatie in Amsterdam was dit een verstandige maatregel, maar het zou betreurenswaardig zijn als het ook komend jaar nodig is de plechtigheid op deze manier te beveiligen.
Het is van belang voor de maatschappij dat er een dag is waarop de slachtoffers van oorlogsgeweld op een waardige wijze worden herdacht. Een samenleving kan niet zonder zulke gezamenlijke rituelen. Dat wil niet zeggen dat elke Nederlander verplicht is hetzelfde te denken. Op 4 mei kan iedereen zelf beslissen welke doden een moment stilte waard zijn.
Dit bijzondere herdenkingsjaar verdient het om in 2025 op een gepaste wijze te worden afgesloten. Dat is Nederland de laatste nog levende ooggetuigen van de Tweede Wereldoorlog verschuldigd.