In een houten veldhospitaal, dicht bij de frontlinie in het bergachtige gebied van Oost-Myanmar, toont dokter Saung zijn oorlogsbuit. Balen rijst en flessen olie bedekken de vloer. Op de kleine tafel slingeren zakjes instant thee met het opschrift „army personnel only”. De voorraden zijn buitgemaakt op de troepen van het regime, en meegenomen van militaire bases van de junta. Het staatsleger werd onlangs op enkele plaatsen verslagen door een samenwerking van het leger van de etnische minderheid de Karen en de People’s Defence Forces. Die laatste werden na de legercoup in 2021 opgericht door opstandige burgers.
Het junta van Myanmar laat zich de laatste tijd weer van zijn wreedste kant zien, meldde de speciale VN-rapporteur voor het land eind november. Het legert onthoofdt burgers en maakt zich schuldig aan groepsverkrachtingen en martelingen. Onder de slachtoffers zijn kinderen en ouderen.
De toenemende wreedheid lijkt een reactie op de zware verliezen die het regime sinds de staatsgreep leed. Bij gevechten in het noordoosten raakte het aan de legers van etnische minderheden en burgermilities niet alleen terrein kwijt, maar ook een van zijn belangrijkste commandocentra en de grens met Bangladesh. De structuur van het leger én het moreel van de soldaten kregen een ongekende klap.
Het leger kampt al sinds de staatsgreep in 2021 met deserteurs. Dokter Saung is er daar een van. Hij is eind dertig, draagt een wijde sportbroek, en met zijn nonchalante verschijning lijkt hij prima op zijn gemak in de jungle, waar het met schaarse middelen behoorlijk improviseren is. Hij is opgeleid als legerarts. Jarenlang stond hij aan het hoofd van een militair ziekenhuis, totdat hij zich na de staatsgreep aansloot bij de opstandelingen. „Ik weet hoe de top van het leger denkt”, zegt hij. Die kennis gebruikt hij nu in de strijd tegen datzelfde leger.
Turbulente jaren
Het huidige regime van Myanmar, de State Administration Council, gaat in zijn propaganda prat op een leger van 350.000 tot 400.000 militairen, maar de omvang van de geharde gevechtstroepen wordt door deskundigen eerder geschat op 100.000. Deze Myanmarese strijdkrachten, ze noemen zich Tatmadaw, vinden hun oorsprong in de Burma Independence Army. De BIA werd in 1941 opgericht door een groep jonge nationalisten om te vechten voor onafhankelijkheid van de Britten, en stond onder leiding van Bogyoke (grote generaal) Aung San. In een plechtige ceremonie dronken de kameraden druppels van elkaars bloed en zwoeren eeuwige trouw aan het vaderland. Duizenden Myanmarezen sloten zich bij het nieuwe leger aan.
Er volgden turbulente jaren waarin etnische minderheden die meer autonomie of zelfbeschikking eisten, slaags raakten met het centrale gezag. Toen de regering toezegde dat daarover te praten viel, grepen de militairen in 1962 de macht. Zij waren ervan overtuigd dat het land anders uiteen zou vallen. Zo begon de krijgsmacht aan zijn opmars als fanatieke hoeder van de natie. „Alleen de Tatmadaw is een vader, alleen de Tatmadaw is een moeder”, luidde een bekende slogan op billboards langs de wegen of in de staatskrant.
Het was vooral in de gebieden van de opstandige minderheden dat het leger in totale straffeloosheid opereerde. Martelingen, executies en verkrachtingen waren er aan de orde van de dag. En al was het geen oorlog in Centraal-Myanmar, ook daar kregen burgers te maken met zware onderdrukking. Wie zich waagde aan kritiek werd door de beruchte geheime dienst afgevoerd naar martelcentra en daarna voor jaren opgesloten.
Een staat in de staat
Nadat de bevolking in 1988 massaal maar tevergeefs tegen het militaire gezag protesteerde, consolideerde de Tatmadaw zijn macht nog meer. Er kwamen modernere wapens uit onder andere China en Rusland. Het aantal militairen werd uitgebreid. Officieren en andere hogere militairen kregen speciale opleidingen. „De triomferende elite van de toekomst”, luidde de tekst bij de ingang van de meest prestigieuze academie in de bergen bij Pyin Oo Lwin, ten oosten van de tweede grote stad, Mandalay.
Het leger nestelde zich in alle lucratieve sectoren van de economie
Militairen werden ook klaargestoomd voor bestuursfuncties. Via enorme conglomeraten nestelde het leger zich in alle lucratieve sectoren van de economie. Het zette eigen media, ziekenhuizen en banken op. Zo werd de Tatmadaw een staat in de staat. Contact met burgers was er nauwelijks.
Aan interviews deed het gesloten bolwerk niet, maar het Tatmadaw-museum in Yangon gaf een kijkje in de keuken. Het toonde uitgestrekte rijen wapentuig maar ook wegen, bruggen, dammen, rijstmolens, vliegvelden, elektriciteitscentrales en andere infrastructuur die door het leger was aangelegd. De bevolking werd via dwangarbeid gedwongen eraan mee te werken, maar profiteerde nauwelijks van de voorzieningen.

/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data102444920-62130a.jpg)
De Tatmadaw beschouwde zichzelf daarbij niet alleen als een professionele gevechtsmachine, maar ook als de stichter van een moderne natie. Bogyoke Aung San ging de geschiedenis in als de vader van het moderne Myanmar. En de Tatmadaw had daarbij altijd een heldere boodschap over de identiteit van het land: die lag verankerd in een boeddhistische Birmaanse etniciteit. Minderheden, zoals de Rohingya, waren tweederangsburgers.
Eind november maakte de aanklager van het Internationale Strafhof (ICC) bekend de verantwoordelijk militair leider Min Aung Hlaing te willen vervolgen vanwege de repressie van Rohingya in 2017, toen die massaal de grens over werden gedreven naar Bangladesh. Min Aung Hlaing is nog steeds legerleider en inmiddels ook waarnemend president van Myanmar.
Vrije verkiezingen
Dat minderheden tweederangs waren, was ook de boodschap die Thinzar Shunlei Yi met de paplepel ingegoten kreeg. Ze kwam in 1991 als dochter van een militair ter wereld op een legerbasis. De eerste zestien jaar van haar leven zag ze weinig anders dan de compound, met zijn goed uitgeruste scholen en sportfaciliteiten. Ze geloofde heilig in de missie van de Tatmadaw om het land te beschermen en bijeen te houden. Tot ook zij gedesillusioneerd raakte.
Toen ze tijdens haar studie het neerslaan van protesten van burgers en arrestaties van dichtbij meemaakte, kwam haar bestaan volledig op zijn kop te staan. Ze sloot zich aan bij de campagnes voor een vrijer en democratischer land. Vandaag de dag hoeft ze niet lang na te denken om de psyche van de legertop in enkele woorden te schetsen: „Racistisch, nationalistisch en paranoïde.”
De afgelopen decennia nam de corruptie in het leger almaar toe. Terwijl het merendeel van de bevolking in armoede leefde, baadde de legertop in steeds grotere weelde. Legerleiders pronkten met hun kapitale villa’s, de duurste auto’s en decadente huwelijken.
2015 leek een keerpunt. Het land hield de eerste vrije verkiezingen, en Aung San Suu Kyi, dochter van generaal Aung San, won met overgrote meerderheid. De grondwet garandeerde de militairen 25 procent van de zetels in het parlement. Ook behielden zij de totale controle over de belangrijkste ministeries: Defensie, Binnenlandse Zaken en Grensbewaking.
De generaals wantrouwden de civiele leider Suu Kyi ten diepste. Met haar aan het roer zou het land uiteenvallen, kregen militairen ingeprent. Ze zou het boeddhisme verkwanselen en Myanmar uitleveren aan moslims. Ook zou ze geen toegewijd patriot zijn omdat ze met een buitenlander was getrouwd, de in 1997 overleden Britse academicus Michael Aris.
Nadat de partij van Suu Kyi bij de verkiezingen in 2020 een nog grotere overwinning boekte, groeide bij het leger de angst voor het verlies van macht en rijkdom. Er hingen maatregelen in de lucht om de economische belangen van de legertop aan te pakken. Toen de spanningen tussen Suu Kyi en opperbevelhebber Min Aung Hlaing verder opliepen, besloot de laatste tot een coup, onder het voorwendsel dat er verkiezingsfraude was gepleegd. Suu Kyi en talloze andere politici uit de democratische beweging werden opgesloten. Demonstraties werden met geweld neergeslagen.
Bezittingen van deserteurs worden besmeurd met modder, op achtergelaten uniformen wordt geürineerd
Deserteren
Vooral veel oudere militairen steunden de staatsgreep, vertelt een gedeserteerde hoge militair, die uit veiligheidsoverwegingen niet met zijn naam in de krant wil. „Ze wilden hun oppermachtige positie en privileges van voorheen terug. Onder de jongere officieren waren er meer net als ik geschokt en boos.”
Op deserteren staan zware straffen en de controle op de strijdkrachten is groot. Een andere hoge officier die het leger verliet en daarom anoniem wil blijven, vertelt dat er tientallen regels zijn voor het gebruik van internet, om te voorkomen dat contact wordt gelegd met verzetsgroepen om te ontsnappen uit het leger. Soldaten en hun familieleden moeten het nummer van hun mobiele telefoon en hun wachtwoorden voor socialemedia-accounts aan superieuren geven. Telefoons worden regelmatig geïnspecteerd door speciale teams.
Er worden zelfs magische rituelen ingezet om het noodlot te bezweren. Zo worden bezittingen van deserteurs besmeurd met modder of krijgen hun collega’s het bevel te urineren op achtergelaten uniformen.
Hoewel het aantal deserteurs de slagkracht van het regime niet wezenlijk aantast, maakt het regime zich wel zorgen. Door een grootschalige gewapende opstand van burgers uit Centraal-Myanmar en ervaren legers van etnische groepen moet het op veel fronten tegelijk vechten.
Dokter Saung beseft als ex-militair als geen ander dat het gevaar ondanks de recente overwinningen van verzetsgroepen niet is geweken. Volgens hem wil het regime de gebieden die het is kwijtgeraakt, zoveel mogelijk vernietigen. „Ze kunnen elk moment bombarderen. Veiligheid bestaat hier niet”, zegt Saung met een wrang lachje, terwijl naast het hospitaaltje een nieuwe schuilplaats wordt uitgegraven en afgedekt met boomstammen.
In de lucht maakt de State Administration Council de dienst uit. Gevechtsvliegtuigen, helikopters en artillerie bombarderen in grote delen van het land regelmatig civiele doelen als dorpen, scholen, ziekenhuizen, kerken en pagodes. Steeds vaker doen drones hun verwoestende werk. „Het leger beschouwt zijn eigen bevolking als een vijand.”