



Foto’s Kees van de Veen
‘En… wie zijn pr verbetert mag een lekker cadeautje gaan halen”, klinkt het uit de luidspreker. Een pr is een persoonlijk record. En het lekkers staat al klaar achter het verkoopluik van Snacker Dekker.
Het Nederlands record polsstokverspringen is 20,21 meter en staat op naam van Jaco de Groot. De biomelkveehouder uit Kamerik behaalde het in 2017 op dit wedstrijdterrein van polsstokclub Zegveld, een van in totaal vijf niet-Friese polsstokclubs die allemaal in dorpen rondom Woerden liggen.
Talloze pr’s zullen deze avond sneuvelen. Maar van de jeugdspringers en de jongens en meisjes uit de derde klasse van de Polsstokbond Holland (PBH) die in Zegveld om de Verburg Kaas Bokaal strijden, springt er niemand verder dan 13,80 meter. Overigens indrukwekkend genoeg: eerst een sprint over dertig meter naar de kop van een steigertje (de schans) om de polsstok te grijpen die daar in een brede waterpartij klaarstaat en je zelf vooruit te slingeren (de insprong) en dan, terwijl stok en springer naar voren bewegen zo hoog mogelijk zien te klimmen (de klim) om vervolgens, als de stok over het dode punt is af te zetten aan de stok om zo ver mogelijk in het zandbed aan de overkant neer te komen (de uitsprong).
De springer die tijdens de sprong ‘contact maakt met het water’, zegt het reglement droogjes, maakt een ‘foutsprong’. „Het oogt simpel maar je komt hard in aanraking met een stilstaand object en dan is het: gaat-ie recht over of ga je nat”, zegt wedstrijdleider Annie van de Geer.




Foto’s Kees van de Veen
„Volgende keer iets meer power in je aanloop, jongen”, zegt de luidspreker, als Tjerk van Sligtenhorst, een derdeklasser, de stok tijdens zijn eerste van drie sprongen niet over het dode punt weet te krijgen en in het water plonst. Opvallend: noch het publiek, noch andere springers lachen als het misgaat. Dit is een ernstig spel, geen Bloopers of Te land, ter zee en in de lucht. Er is alleen die plons en meteen de luidsprekerrecensie van de commentator in het busje van de Polsstokbond Holland, waarin de vijf clubs uit het Groene Hart zijn verenigd. Plons. „Volgende keer je kop achter de stok houden.” Plons. „Hij krijgt niet de tijd om de stok uit te klimmen.” Plons. „Ja, als je je lichaam opzij gooit, gaat de stok meestal mee.”
En als het goed gaat, zoals bij Stijn van de Water, die zijn pr naar 13,51 meter verlegt door tot helemaal boven in te klimmen: „Jahaa, een handje op de top, dat is een magisch gevoel.”
In Nederland zijn zo’n zeshonderd wedstrijdspringers. Tussen die uit Friesland, waar zeven Friese fierljepclubs en één Groningse zijn verenigd in de Frysk Ljeppers Boun, en die van de PBH bestaat felle concurrentie. Ze treffen elkaar op landelijke toernooien individueel en hoogtepunt is de jaarlijkse Tweekamp, waarin 48 springers in twee teams het tegen elkaar opnemen. Deze ‘polsstokinterland’ is op 6 juli bij de senioren gewonnen door de ‘Hollandse’ springers.
Fotograaf Eadweard Muybridge (1830-1904) was een pionier die bewegingen in afzonderlijke foto’s wist te ontleden: de galop van een paard, een dansend koppel, jongens die haasje-over springen. NRC-fotograaf Kees van de Veen maakte de foto’s bij dit stukje en doet met zijn foto’s van springers op een eersteklasse-wedstrijd in IJlst, Friesland, het omgekeerde. Door de afzonderlijke fases van een polsstoksprong – waarop springers ook afzonderlijk oefenen – naast elkaar te monteren, toont hij al die sprongen samen als één sprong die de perfectie van een vloeiende beweging benadert.




Foto’s Kees van de Veen