Populisme werkt. Bijna de helft van de wereldbevolking kon in 2024 naar de stembus (er waren verkiezingen in meer dan zestig landen) en in veel gevallen zegevierden populisten, zoals de PVV in Nederland en de FPÖ in Oostenrijk. Toonaangevend was de verkiezingswinst van Donald Trump, die voor de tweede keer de race om het presidentschap van de Verenigde Staten won.
Trumps eerste overwinning, in 2016, kwam voor velen nog als een schok, ook in Europa. Zelfs in democratische landen als de VS kon populisme blijkbaar leiden tot verkiezingswinst. Toch waren Europese landen Trump voorgegaan. Al een jaar of vijftien waren in Hongarije, Polen en Slowakije populisten aan de macht, die het gezag naar zich toe trokken en de liberale democratieën autocratische trekjes gaven – wat leidde tot botsingen met de Europese Unie.
De politiek van Hongarije, Polen en Slowakije is de blauwdruk voor populisten in de hele wereld
In Hongarije staat Viktor Orbán met zijn Fidesz-partij al sinds 2010 aan het roer, met vier opeenvolgende regeringen die een meerderheid in het parlement hebben. In Polen kwam de nationalistisch-conservatieve PiS-partij van Jaroslaw Kaczynski in 2015 aan de macht, en behield die tot vorig jaar, toen PiS de verkiezingen verloor van een prodemocratische coalitie onder leiding van Donald Tusk. En in Slowakije was Robert Fico van 2006 tot 2010 en van 2012 tot 2018 premier; in 2023 wist hij vanuit het niets de verkiezingen te winnen en werd hij weer premier.
Hongarije, Polen en Slowakije inspireren elkaar en hun politiek is de blauwdruk voor populisten in de hele wereld. De machthebbers in deze drie landen volgden een vergelijkbare methode waarmee ze in korte tijd wetgeving, onafhankelijke instituties en critici naar hun hand zetten. Enkele basisprincipes uit het handboek regeren voor populisten.
1Win de verkiezingen met een zondebok en cadeautjes
De Hongaarse oud-politicus Zsuzsanna Szelényi in haar boek Tainted Democracy„Het homogene volk vertegenwoordigt al het goede en ligt onverzoenlijk overhoop met de vijand, de gevaarlijke vreemdeling.”
Orbán, Kaczynski en Fico wonnen keer op keer verkiezingen op een vergelijkbare manier: ze spiegelden hun kiezers een beeld voor van een homogeen land dat in verval is en wordt bedreigd door een vijand die tot de minderheid in het land behoort of van buiten komt. Een zondebok.
Zo won Orbán de verkiezingen in 2010 door zijn pijlen te richten op internationale instanties als het IMF, die Hongarije verplichtte te bezuinigen vanwege de wereldwijde economische crisis. Hongarije zou zich „niet laten koloniseren” door buitenlandse organisaties, aldus Orbán.
Na de migratiecrisis van 2015 richtten Kaczynski, Orbán en Fico zich op vluchtelingen. Zo waarschuwde Kaczynski dat migranten „parasieten” met zich meedragen die gevaarlijk zouden zijn voor Polen.
De afgelopen jaren vielen de drie ook land-specifiekere vijanden aan. Orbán bestookte de Europese Unie en de Amerikaans-Hongaarse filantroop George Soros, die veel geld investeert in prodemocratische bewegingen. Kaczynski zette oppositiepolitici neer als „spionnen van Duitsland en Rusland” en begon een strijd tegen ‘lhbti-ideologie’. Fico maakte de NAVO, Oekraïne en de Roma en Sinti in het land tot zondebok.
Dat is niet het enige waarmee deze populisten verkiezingen wonnen. Ook werd kiezers een snelle oplossing voor ervaren problemen beloofd en kregen zij financiële cadeautjes. Zo beloofde Kaczynski in Polen gezinnen met kinderen een hoge kinderbijslag en pensionado’s een extra maand pensioen. En dat kregen ze, direct na de gewonnen verkiezingen. Orbán bouwde een grenshek om migranten vanuit de Balkan tegen te houden en gaf enorme belastingverlagingen aan gezinnen met kinderen. Fico gaf alle gepensioneerden een extra maand pensioen van 600 euro – het dubbele van een gemiddeld pensioen.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2024/12/19111708/data125762280-fc992a.jpg)
2Verander meteen het kiesstelsel
De Nederlandse journalist Marijn Kruk in zijn boek Opstand.„Binnen enkele jaren kreeg de Hongaarse Frankenstaat gestalte, een politiek-bestuurlijk lichaam waarvan de afzonderlijke organen weliswaar van democratische makelij waren, maar die gezamenlijk een monsterlijk gedrocht vormden dat in de praktijk bestuurd werd door één man: Viktor Orbán.”
Het eerste wat Orbán deed na de gewonnen verkiezingen in 2010, was het kiesstelsel zodanig veranderen dat Fidesz bij de volgende verkiezingen meer kans zou maken op winst. Dankzij een absolute meerderheid in het parlement kon Fidesz een hele reeks kieswetten aanpassen.
Zo kregen Hongaarse minderheden die al bijna een eeuw in buurlanden zoals Roemenië en Oekraïne wonen een paspoort, en daarmee kiesrecht. Dat ging om meer dan één miljoen mensen. In 2014 gingen slechts negentigduizend van hen daadwerkelijk stemmen, maar 95 procent van deze nieuwe kiezers stemde op Fidesz. Ondertussen werd het Hongaren in West-Europa juist moeilijker gemaakt om te stemmen: zij konden alleen stemmen op de Hongaarse ambassade in hun land – voor velen een lange reis.
Ook werd het Hongaarse parlement verkleind van 386 naar 199 zetels, waarbij de kiesdistricten hertekend werden door Fidesz-functionarissen. Deze wijziging werkt in het voordeel van Fidesz, dat vooral veel stemmen krijgt op het platteland. Door de hervorming slaagde Fidesz er in 2014 in om met 45 procent van de stemmen toch een tweederde meerderheid te behalen in het parlement.
In Polen verliep de aanpassing van het kiesstelsel subtieler, omdat Polen minder centralistisch geleid wordt dan Hongarije. PiS regelde meer stembureaus op het platteland, waar ze de meeste stemmen kregen. Ook kregen ouderen, de grootste groep kiezers van PiS, gratis vervoer naar het stembureau. PiS noemde het ‘pro-opkomst-maatregelen’. Al gold dat niet voor de kiezers in het buitenland. Hun stemmen, veelal voor de oppositiepartijen, moesten binnen 24 uur geteld zijn, terwijl dat voor stembureaus in Polen niet gold.
Hoewel Kaczynski en Orbán hun politiek rechtvaardigen met de stemmen die ze kregen bij democratisch verlopen verkiezingen, concluderen onafhankelijke internationale waarnemers dat verkiezingen in deze landen „vrij maar niet eerlijk” verliepen, vanwege ongelijkheid tussen de regerende partijen en oppositiepartijen, bijvoorbeeld in mate van aandacht van publieke media.
3Pak de onafhankelijke rechtspraak aan
De Oostenrijks-Hongaarse journalist Paul Lendvai in de biografie Orbán.„De nieuwe grondwet werd in negen dagen door het parlement gejaagd, zonder voorafgaand nationaal debat, zonder politieke of juridische discussie, en natuurlijk zonder volksraadpleging.”
Toen de Slowaakse premier Fico in het najaar van 2023 aan de macht kwam, doekte hij meteen de Speciaal Openbaar Aanklager op. Deze afdeling van het Openbaar Ministerie deed onderzoek naar corruptie onder het bewind van Fico. Tientallen corruptiezaken kwamen voor de rechter en ook Fico werd onderzocht. Daar kwam een einde aan na zijn herverkiezing tot premier. Voor corruptie veroordeelde bevriende politici en zakenmensen liet hij vrij uit de gevangenis.
In Polen brak PiS de onafhankelijke rechtspraak binnen enkele jaren af. Als eerste vulde PiS het Constitutioneel Hof, het hoogste rechtsorgaan dat wetten aan de grondwet toetst, met sympathisanten. De minister van Justitie kreeg een dubbelfunctie en werd ook hoofd van het Openbaar Ministerie. Bovendien werden rechters vervroegd met pensioen gestuurd. Daarvoor in de plaats kwamen 2.200 door PiS benoemde en met de partij sympathiserende rechters – een kwart van alle rechters in Polen. Ook kwam er een tuchtkamer voor rechters – tot ongenoegen van de Europese Unie, die als reactie tientallen miljarden aan steungeld bevroor. Later werd deze kamer onder internationale druk opgeheven.
Hetzelfde gebeurde in Hongarije, waar Orbán het Constitutioneel Hof uitbreidde met sympathisanten en tegelijkertijd de bevoegdheden van het Hof inperkte. Wetten over de staatsfinanciën mocht het Constitutioneel Hof niet meer toetsen. Ook werden 274 rechters met vervroegd pensioen gestuurd.
Bovendien riep Orbán tijdens de coronacrisis de noodtoestand uit, waardoor Fidesz makkelijker wetten door het parlement kon loodsen. Maar al eerder kon Fidesz door aanpassing van parlementaire procedureregels in vredestijd noodwetgeving aannemen waarvoor geen debat nodig was. Die noodwetgeving geldt nog steeds, nu vanwege de oorlog in Oekraïne.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2024/12/19111706/data125761995-d01fd1.jpg)
4Maak van de media propagandakanalen
De Amerikaans-Poolse historicus Anne Applebaum in haar boek Autocratie bv.„Moderne autocraten vermijden moord. Een martelaar kan een politieke beweging inspireren, terwijl een succesvolle, geraffineerde lastercampagne er een kan vernietigen.”
Viktor Orbán was voor het eerst premier in Hongarije tussen 1998 en 2002, maar werd niet herkozen. Hij verweet zichzelf één ding: hij had de media niet genoeg naar zijn hand gezet. Na zijn comeback in 2010 bracht hij de publieke omroep en het landelijke persbureau meteen onder controle van Fidesz-loyalisten. Tegelijkertijd kochten bevriende oligarchen commerciële media op.
Onafhankelijke media kregen te maken met dalende advertentie-inkomsten vanuit de overheid en staatsbedrijven. Dat leidde ertoe dat veel kwaliteitsmedia binnen enkele jaren rode cijfers schreven en alsnog werden opgekocht door regeringsgezinde zakenlui. Buitenlandse eigenaren werden gedwongen hun publicaties te verkopen. Vervolgens werden al deze mediakanalen spreekbuizen van de regering van Orbán, naar believen ingezet voor lastercampagnes tegen de oppositie. Onafhankelijke media zijn in Hongarije alleen nog online beschikbaar.
Toen Kaczynski in 2015 in Polen aan de macht kwam, vormde hij de publieke omroep razendsnel om tot een propagandazender van de PiS-partij. De omroep bevoordeelde traditioneel de regerende partij, maar PiS tilde de propaganda naar een nieuw niveau. In elke uitzending werden oppositieleden, migranten en later lhbti’ers zwart gemaakt en kreeg de PiS-partij louter lof. Algemeen wordt aangenomen dat de man die in 2019 de burgemeester van de havenstad Gdansk vermoordde, was geïndoctrineerd door propaganda op de publieke zender TVP. Die berichtte in het jaar voor zijn moord vijf keer per dag over de burgemeester en schilderde hem af als corrupt.
Ook probeerde Kaczynski zijn grip op de media te vergroten door een concern van regionale kranten te laten opkopen door staatsoliebedrijf Orlen. Hij wilde media die in handen waren van buitenlandse eigenaren „herpoloniseren”. Duizenden journalisten werden ontslagen of verlieten de regionale bladen. Toch wisten veel onafhankelijke media stand te houden – ook doordat het merendeel in buitenlandse handen was.
De invloed van de publieke omroep op het electoraat leek voor PiS genoeg om verkiezing na verkiezing te winnen. Miljoenen Polen hebben geen kabeltelevisie en kunnen alleen de publieke omroep ontvangen. Het zwartmaken van tegenstanders via de publieke omroep ging acht jaar door, totdat de prodemocratische coalitie van Donald Tusk vorig jaar de verkiezingen won.
Fico heeft de lessen van Polen en Hongarije geleerd en hief de Slowaakse publieke omroep RTVS een paar maanden na zijn herverkiezing op. Dit jaar kwam er een door de staat gecontroleerde omroep, STVR, voor in de plaats. En in Roemenië bleken sociale media een doorslaggevende rol te spelen in de laatste – inmiddels door Russische inmenging ongeldig verklaarde – presidentsverkiezingen, waar de populistische kandidaat Calin Georgescu uit het niets de eerste ronde won dankzij talloze filmpjes op TikTok.
5Snoer overgebleven critici de mond
De Slowaakse Bohunka Koklesova, rector van de Kunstacademie in Bratislava, in een interview met NRC.„Totalitaire regimes willen de cultuursector onder controle hebben, omdat cultuur vrij is om de politiek en maatschappij te bekritiseren. En dat is precies wat deze minister doet: het vernietigen van deze vrije stem.”
In 2018 besloot de Central European University in Boedapest grotendeels te verhuizen naar Wenen. Orbán had de universiteit, opgericht door filantroop Soros, jarenlang getreiterd. Door de universiteit via wetgeving te verhinderen diploma’s uit te reiken, werd lesgeven in Hongarije onmogelijk gemaakt. Veel regeringskritische studenten en docenten trokken weg uit Hongarije. Tegelijkertijd kreeg het Mathias Corvinus Collegium, een universiteit die de standpunten van Fidesz uitdraagt, ruim 1,5 miljard euro aan overheidssteun.
Ook maakte Orbán het ngo’s die de regering kritisch volgen, moeilijk om te opereren in Hongarije door de ‘buitenlandse agenten-wet’ te introduceren. Met deze wet – een kopie van Russische wetgeving – kunnen door het buitenland gefinancierde ngo’s extra worden gecontroleerd en gesanctioneerd door de regering. Daarnaast werden buitenlandse bedrijven extra belastingen opgelegd, die nationale concurrenten niet kregen.
Hongarije en Polen kwamen in opspraak omdat ze journalisten, activisten en oppositieleden jarenlang zouden hebben bespied met spionagesoftware Pegasus. Bovendien begonnen beide landen een stevige campagne tegen de lhbti-gemeenschap, met wetten tegen ‘lhbti-propaganda’. In Hongarije werden lhbti’ers beticht van pedofilie, in Polen verklaarden ruim honderd lokale overheden hun regio tot ‘lhbti-vrije zone’.
In Slowakije ontsloeg de regering van Fico invloedrijke directeuren van culturele instellingen, zoals van het Nationale Theater en het Nationaal Kunstmuseum. De verdeling van honderden miljoenen aan cultuursubsidies werd onder een politieke commissie geplaatst. Datzelfde gebeurde in Polen. Bovendien richtte PiS nieuwe musea op en paste het schoolcurriculum aan om Poolse heldendaden uit het verleden te verheerlijken.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2024/12/19111703/data125762319-2f9106.jpg)
6Epiloog – Hoe populisten te verslaan?
De les van de verkiezingswinst van de Poolse oppositie in 2023, aldus de Poolse socioloog Przemyslaw Sadura tegen NRC.„Om van de populisten te winnen moet de democratische oppositie dezelfde gereedschappen gebruiken, dezelfde retoriek toepassen en op dezelfde emotie inspelen als de populisten.”
Aan de acht jaar dat PiS aan de macht was, kwam vorig jaar een einde. Naast een positieve campagne, die meer uitging van saamhorigheid en solidariteit dan van angstzaaien en vijandsbeelden, wist de prodemocratische coalitie van Tusk de verkiezingen ook te winnen dankzij een slimme strategie. Ze tornden niet aan de financiële cadeautjes die PiS de kiezer eerder had gegeven, zoals het verhoogde pensioen en de kinderbijslag. Sterker nog, toen PiS tijdens de campagne beloofde de kinderbijslag nog meer te verhogen, verraste Tusk iedereen door die verhoging over te nemen. Bovendien nam hij de nationalistische en anti-migratieretoriek van PiS over en viel hij Kaczynski keihard aan op zijn rechtsstaatschendingen.
In Hongarije doemt na jaren voor het eerst een serieuze oppositiekandidaat op die mogelijk een einde kan maken aan de hegemonie van de Fidesz-partij. Péter Magyar, ooit Fidesz-ambtenaar en ex-man van voormalig Justitieminister Judit Varga, heeft met zijn partij Tisza in recente peilingen Fidesz zelfs ingehaald. Zijn truc? Een even conservatieve boodschap uitdragen als Fidesz, maar dag na dag laten zien hoe de corruptie onder Fidesz zorgt voor de erbarmelijke staat van zorg en onderwijs door deze plekken te bezoeken.
In Slowakije bleek Fico’s heerschappij al eerder niet onkwetsbaar. Na massale protesten vanwege de moord op onderzoeksjournalist Jan Kuciak moest hij in 2018 aftreden. Zijn politieke carrière leek ten einde, maar vooral het falen van de oppositie tijdens de coronacrisis zorgde voor zijn politieke wedergeboorte. Hij lijkt geleerd te hebben dat je met alleen retoriek niet aan de macht blijft, daarvoor zijn ook autocratische hervormingen nodig. De Slowaakse oppositie lijkt er nog geen antwoord op te hebben.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2024/10/11133924/data122867556-43ca87.jpg)