Terug naar de krant

Iedereen verdient een bruiloft voor hij naar de oorlog vertrekt

column Eva Peek
Leeslijst

Wie niet beter weet, denkt waarschijnlijk dat het een verjaardagsfeest is. Een groep van zo’n veertig twintigers heeft zich verzameld rondom een boomlange blonde jongen met ronde bril in deftig driedelig pak. Over zijn schouders hangen glitterende linten in alle kleuren van de regenboog. De groep staat op het perkje naast een rommelige bar in een hipsterwijk in Kyiv. Het gras is nog nat van de zomerse onweersbui die ’s middags over de stad heeft geraasd. Een voor een gaat iedereen met de jongen op de foto. Ze juichen soms, en klappen, al klinkt er meestal gedragen meerstemmige traditionele zang. De liederen klinken veel te klagelijk voor een verjaardag. En sommigen kunnen door hun tranen heen niet eens zingen.

Het is de vierde keer in zes weken dat ik een avond met deze mensen doorbreng. Het zijn de leden van een kleine gemeenschap in Kyiv van jonge mensen die traditionele volksmuziek spelen. In een blije chaos danst iedereen op hun muziekavonden in het park in paren en door elkaar, jongens met meisjes, of met elkaar, dat maakt allemaal niet uit. ‘Traditionele cultuur zonder traditionele waarden’, is hun motto. Daarbij wordt dan uitbundig gezongen, oude Oekraïense liedjes over verliefdheid of verloving. „Vroeger lag ik in de armen van mijn moeder, nu in de armen van mijn vriend!” Hoeveel plezier mag ik als buitenlander eigenlijk hebben in een stad in oorlog, dacht ik op zulke momenten wel eens.

Deze avond gaan alle liederen over soldaten. De 27-jarige jongen met de ronde bril is deel van de nieuwste golf gemobiliseerden: hij heeft een paar dagen ervoor gehoord dat hij is opgeroepen. Het is een kalme jongen en een excentrieke, indrukwekkend hippe verschijning. Hij is tekenaar, maakt zijn eigen kleren en bouwt zijn eigen violen. De week ervoor had hij me op een terras uitgebreid zijn liefde voor volksmuziek uit de doeken gedaan, die hij (daar is hij best trots op) zichzelf zonder officiële opleiding heeft eigen gemaakt. Morgenochtend vertrekt hij naar zijn militaire training, waar hij daarna terecht komt weet hij niet.

Ik ben nog nooit op een feest met zo’n rare sfeer geweest. Bij vlagen is het uitgelaten vrolijk. Iedereen probeert duidelijk de moed erin te houden, want al te erg huilen impliceert ook dat hij niet meer terug komt. Alles komt vast goed, hoor je om je heen, en ook als ik met hem op de foto ga probeer ik niet te pessimistisch te kijken. Maar wat is de juiste lach voor zo’n moment? Elke foto heeft de potentiële zwaarte van: ‘dan was dit dus de laatste’. In een poging tot smalltalk begin ik over zijn nieuwe viool. Ik heb geen flauw idee wat ik tegen hem moet zeggen.

Hij ondergaat alle aandacht bewonderenswaardig soeverein. Op zijn jasje krijgt hij kleurig geborduurde zakdoeken gespeld, en als hij ook moet huilen gebruikt hij die om zijn tranen te drogen. Meisjes hangen hem nog meer linten om. Van een jongen krijgt hij een tourniquet.

Ze hebben hem uitgedost als bruidegom, legt een van zijn vrienden me uit. Dat was eeuwen geleden al gebruikelijk als een ongetrouwde jongen naar de oorlog vertrok. „Iedereen verdient een bruiloft voor hij sterft, dat is het idee.” Hij begint te huilen. „Maar dit voelt zo raar! Als een begrafenis. Ik ken hem vijf jaar, maar het lijkt mijn hele leven. Ik weet niet wat onze gemeenschap moet zonder hem.” Hij probeert zich te vermannen. „Ik weet zeker dat iedereen in het leger van hem gaat houden.”

Na een rondedans om hem heen volgt een group hug. Dat is geen plattelandstraditie, maar voelt wel gepast.

Het feest verplaatst vervolgens van het grasveldje naar de veranda. De dansers klimmen op de tafels, stampen, joelen, draaien hun pirouettes steeds sneller en feller. Af en toe slaat de uitbundige sfeer om en verzamelen ze zich weer om hem heen om meerstemmig te zingen. „Nee! Deze verdrietige liedjes helpen niet met de vibe!”, roept een vriendin wanhopig tegen me uit. Steeds begint ze te huilen, als ze wéér een lied zingen over gesneuvelde soldatenzonen.

De bar sluit, en we staan met zijn allen buiten in het absolute duister. De elektriciteit is weer eens afgesloten. Met smartphones wordt in de kring licht bijgeschenen. „Nog vele, vele jaren”, heffen ze met zijn allen tot slot maar aan. Toch nog een verjaardagslied.

Eva Peek is redacteur van NRC.

Een versie van dit artikel verscheen ook in de krant van 25 mei 2024.

Mail de redactie

Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?

U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.

Maximaal 120 woorden a.u.b.
Vul je naam in