Eddy van Hijum (52) maakt zich al lang druk om arbeidsmigranten in Nederland. Twaalf jaar geleden hield hij zich al met arbeidsmigratie bezig, toen nog als Tweede Kamerlid voor het CDA. Het kabinet dacht destijds dat bedrijven en uitzendbureaus problemen als uitbuiting zelf zouden gaan oplossen. „Ik moet helaas constateren dat zelfregulering onvoldoende gelukt is”, zegt Van Hijum, die nu als minister (Sociale Zaken en Werkgelegenheid, NSC) verantwoordelijk is voor dit dossier. „En dat de misstanden alleen maar zijn toegenomen.”
Met arbeidsmigranten in Nederland gaat het inmiddels slechter dan ooit. Driekwart van achttien grote gemeenten zag dit jaar de problemen met arbeidsmigranten toenemen, blijkt uit een enquête van magazine Binnenlands Bestuur. Duizenden arbeidsmigranten zijn hier dakloos. Drie van de vijf mensen die op straat slapen, zijn arbeidsmigranten. Ze werken veelal op tijdelijke contracten en verliezen bij ontslag vaak ook hun woning.
De afgelopen jaren verschenen op verzoek van bewindspersonen verschillende rapporten met aanbevelingen om deze misstanden terug te dringen. Maar met die aanbevelingen is tot op heden weinig gebeurd. In 2011 schreef een onderzoekscommissie van de Tweede Kamer al dat Nederland het zich niet kon „permitteren om nog langer te overleggen, te verkennen en te onderzoeken”. De belangrijkste aanbevelingen die de commissie-Roemer in 2020 deed, zijn nog steeds niet uitgevoerd.
Het zoveelste rapport
Dus wat doet Van Hijum? Net als zijn voorgangers bestelt hij het zoveelste rapport. In het najaar van 2024 verzoekt hij de Sociaal-Economische Raad (SER) te onderzoeken hoe bedrijven minder afhankelijk kunnen worden van laagbetaalde arbeidsmigranten. Daarnaast organiseert hij een ‘arbeidsmigratietop’ waarbij werkgevers en vakbonden hierover met elkaar in gesprek moeten. Een wet die de bonafide uitzendbureaus van de malafide moet scheiden, een toelatingsstelsel voor uitzendbureaus, stelt hij noodgedwongen uit. Het kabinet heeft voor de wet nog geen geschikte uitvoerder kunnen vinden.
Van Hijum laat ten slotte een zogeheten verkenning uitvoeren voor een uitzendverbod in de vleessector. De Arbeidsinspectie signaleerde vorig jaar dat arbeidsmigranten in deze sector op grote schaal op staande voet worden ontslagen. De Adviesraad Migratie, een belangrijke kabinetsadviseur, deed het vorige kabinet ook al de aanbeveling om in deze sector een uitzendverbod in te voeren. In Duitsland geldt een dergelijk verbod al jaren. De positie van arbeidsmigranten in de vleesindustrie is daar aanzienlijk verbeterd.
Het lijkt wel alsof ook u een minister bent van uitstel.
„Deze opmerking had ik al een beetje verwacht, maar dat is niet waar. We hebben de capaciteit van de Arbeidsinspectie vergroot, boetes verhoogd en een wet waarmee we uitbuiters strafrechtelijk kunnen vervolgen wordt eind deze maand in de Tweede Kamer behandeld. We hebben wettelijke kaders gekozen die dingen kunnen veranderen. Maar een belangrijke vraag die we eerst moeten beantwoorden, is hoe de economie en de arbeidsmarkt van de toekomst eruit moeten zien. Dat kun je uitstel noemen. Ik zie dat anders.
„Ik vind dat de regering de economie en de arbeidsmarkt niet aan een touwtje heeft. Wij kunnen niet opleggen hoe de economie van morgen eruit moet zien. Ik geloof niet dat de overheid bedrijven kan opleggen minder afhankelijk te worden van laagbetaalde arbeid. Dat gesprek moet je voeren met sectoren zelf. Je zult de morele verantwoordelijkheid van bedrijven om fatsoenlijk met mensen om te gaan ook nodig hebben om daar te komen. Dat kan de overheid nooit in zijn eentje dragen.”
De morele verantwoordelijkheid van bedrijven is op dat vlak in veel gevallen niet zo sterk gebleken.
„Nee, in te veel gevallen inderdaad niet. Dat ontken ik ook helemaal niet. Maar als ik niet meer zou denken dat bedrijven en sectoren daarop aanspreekbaar zouden zijn, zou dat een slechte zaak zijn. Ik durf ervan uit te gaan dat veel bedrijven wel voelen dat ze een verantwoordelijkheid hebben.”
Dat er tot nu toe zo weinig gebeurd is, komt inmiddels bijna over als politieke onwil.
„Nou, dat is echt niet het geval. Je moet je realiseren dat onze economie voor een deel is gaan leunen op laagbetaalde arbeid. En op verdienmodellen die echt onwenselijk zijn. De economische realiteit is te weerbarstig om dit van de ene op de andere dag te kunnen terugdraaien. Daar heb je een lange adem voor nodig.”
Is de adem nog niet lang genoeg geweest?
„Er is te veel geleund op vrijwilligheid uit de branche en afspraken die niet hard genoeg zijn gebleken.”
Het lijkt vooral alsof economische belangen zwaarder hebben gewogen.
„Bedrijven hebben volop de ruimte gekregen om gebruik te maken van laagbetaalde arbeid. Het klopt dat financiële belangen hiermee te maken hebben.”
Schaamt u zich weleens voor Nederland?
„De manier waarop we hier met arbeidsmigranten omgaan vind ik Nederland onwaardig. Maar ik wil niet in dat gevoel blijven hangen. Het gaat erom hoe ik hier iets aan kan doen. Ik heb vanaf het begin van mijn ministerschap gezegd dat dit voor mij een absolute prioriteit is.”
U bestelde een verkenning voor een uitzendverbod voor de vleessector, terwijl bekend is dat deze maatregel in Duitsland goed werkt.
„Ik kijk er serieus naar, maar ik moet eerst weten of ik dit vergaande instrument volgens de wet kan inzetten en wat daar de randvoorwaarden zijn. Het is een misvatting dat je zomaar even een sectorverbod kunt opleggen.”
U heeft de vleessector „stevig” aangesproken omdat deze niet voldoende voortgang maakt in het terugdringen van misstanden. Is dat gezien de ernst van de situatie niet een beetje mild?
„Nee. Mijn voorganger heeft de sector in juni vorig jaar een ultimatum opgelegd: in een jaar tijd moet een einde zijn gemaakt aan de misstanden. Dat tijdspad volg ik. Ik ben nog niet overtuigd van wat ik tot nu toe van de sector heb gezien, maar we zitten nog midden in het proces.”
Heeft u geen haast, aangezien NSC nú aan de macht is?
„Ik voel zeker de urgentie om hier iets aan te doen. Maar we zijn een proces ingegaan waarbij de sector een jaar de tijd heeft om zelf orde op zaken te stellen. Ik heb ook gezegd: je kunt eindeloos blijven onderzoeken, maar we weten dat een groot deel van die massa-ontslagen in de roodvleessector [vlees van runderen, varkens, schapen en geiten] plaatsvinden.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2025/01/10165957/data125760017-634c68.jpg)
En toch geeft u veel vertrouwen aan sectoren die al decennialang laten zien niet goed voor arbeidsmigranten te zorgen.
„Ik weet niet waarom u dat constateert. Ik heb juist een heel strak proces met de sector afgesproken, waarin ze binnen een jaar zelf de misstanden moeten oplossen. Daarnaast werk ik aan allerlei andere instrumenten en onderzoek ik de mogelijkheid tot een uitzendverbod.”
U kijkt uit naar een bepaling in de nieuwe cao van de roodvleessector, waarmee arbeidsmigranten beter worden beschermd, schrijft u in een Kamerbrief.
„Ik vind dat we niet zonder cao’s kunnen om het verdienmodel van arbeidsmigratie aan te pakken. In cao’s worden nu ook al stappen gezet. In de pluimvee cao is bijvoorbeeld opgenomen dat uitzendkrachten na twee jaar dienst een vast contract krijgen aangeboden. Ja, we hebben veel strakkere wet- en regelgeving en handhaving van de overheid nodig. En ja, er is veel te lang te veel ruimte geweest voor marktwerking en praktijken die we niet acceptabel vinden. Maar je hebt uiteindelijk ook werkgevers en sectoren nodig om het goede te doen. Dat kan nooit alleen maar op de schouders van de overheid komen te rusten.”
Hoe gaat u afdwingen dat die afspraken in cao’s komen?
„Afdwingen dat afspraken in cao’s komen kan ik niet. Ik kan oproepen en aanspreken op verantwoordelijkheden.”
U kunt weigeren de cao algemeen bindend te verklaren zolang die afspraken er niet in staan. Gaat u dat doen?
„Ik kan niet zomaar een cao wel of niet algemeen bindend verklaren. Daar moet ik een gegronde reden voor hebben. Bijvoorbeeld dat de cao ingaat tegen het recht. Ik kan sociale partners wel stimuleren om iets op te nemen in de cao.”
In welke cao’s wilt u graag nieuwe afspraken zien om arbeidsmigranten beter te beschermen?
„De uitzendsector zelf. Maar ook de vleessector, de tuinbouw, distributie, de bouw. De cao’s in sectoren waar de meeste arbeidsmigranten werken.”
U wilt geen uitspraken doen over welke sectoren moeten krimpen. Ontbreekt het u aan een visie op de economie?
„Ik heb gezegd dat ik nóg geen uitspraken wil doen, omdat ik het belangrijk vind om hier eerst met werkgevers en vakbonden over te spreken. Ik vind echt dat ik niet vanuit de ivoren toren in Den Haag kan en mag bepalen welke sectoren moeten krimpen. Ik ontken niet dat er keuzes gemaakt zullen moeten worden, maar ik wil dat graag in overleg met sectoren doen.”
Wat hoopt u dat bedrijven tijdens zo’n overleg zullen zeggen?
„Ik hoop dat ze onder ogen zien dat arbeidsmigratie niet de oplossing is voor personeelskrapte. En dat ze zelf met oplossingen komen om minder afhankelijk te worden van arbeidsmigranten. We moeten af van het idee dat arbeidskrachten uit het buitenland onze problemen komen oplossen.”
U kunt besluiten strenger te gaan handhaven op de regels voor uitbetaling van het minimumloon, en het minder makkelijk maken voor bedrijven om tijdelijke contracten aan te bieden. Dan wordt het minder aantrekkelijk om laagbetaalde arbeidskrachten in te zetten. Gaat u dat doen?
„Op de uitbetaling van het minimumloon is de Arbeidsinspectie al streng aan het handhaven. Daarnaast werk ik aan een aantal concrete wetsvoorstellen die ervoor moeten zorgen dat bij structureel werk een vast contract hoort. Zo krijgen werkenden met een oproepcontract voortaan een vast basiscontract voor het aantal uren waarvoor ze ten minste standaard worden ingeroosterd. Nulurencontracten worden straks verboden. En de regels voor tijdelijke contracten worden strenger, zodat tijdelijk werk ook echt tijdelijk is.”
Arbeidsmigranten zijn de grootste aanjagers van de bevolkingsgroei in Nederland. Gaat het in uw kabinet niet te veel over asielmigratie?
„Nou, het gaat om de combinatie. We praten over asielmigratie en arbeidsmigratie. Ik denk dat het kabinet zich voor de hele opgave verantwoordelijk voelt. En ja, arbeidsmigratie is daar een heel belangrijk onderdeel van.”
Columnist Marike Stellinga beschreef in NRC het gepraat en overleg over arbeidsmigratie in Den Haag als „lachwekkend”. Begrijpt u dat?
„Het gevoel van ongeduld wel, dat is ook mijn motivatie. Ik wil geen dingen op de lange baan schuiven, maar juist keuzes maken. Ik herken me niet in het beeld dat wij nu dingen vooruitschuiven. We moeten ons ook realiseren dat je vastberadenheid en een lange adem nodig hebt. De illusie dat we de problemen morgen gaan oplossen, heb ik niet. Maar ik heb een hele sterke motivatie om deze problemen aan te pakken.”
Waarom zou de gemiddelde burger u wel geloven? Wat maakt u anders dan uw voorgangers?
„Dat weet ik niet. Ik kan mij voorstellen dat veel mensen zullen zeggen: eerst zien, dan geloven. Nou, die mensen wil ik uitnodigen om mijn beleid dit jaar actief te blijven volgen. Ik kan alleen maar laten zien dat ik daadwerkelijk ga doen wat ik heb gezegd. Dat is hoe ik het verschil wil maken. Of ik daarin anders ben dan anderen, weet ik niet.”