Ik wil de kinderen horen, voor wie de wereld nieuw is. Ik wil de varkens horen in de stallen en het slachthuis. Ik wil de zieken horen, met hun zachte stemmen. Ik wil de ganzen horen met hagel in hun lijf. Ik wil de ouderen horen die genoeg hebben van het leven, en ik wil de ouderen horen die er geen genoeg van hebben. Ik wil de alleenstaande moeders horen met drie banen. Ik wil de mensen horen die worden afgekat en uitgejouwd, omdat ze moslim zijn of Zwart of joods of queer. Ik wil de vluchtelingen horen en van ze leren.
Ik wil de merels horen in de schemering. Ik wil de muggen horen om te weten dat ze er nog zijn. Ik wil de zee horen, die aan mij voorafging en me zal overleven. Ik wil de mensen horen die elke dag moeten bevechten. Ik wil de meisjes met hoofddoeken horen en de meisjes zonder. Ik wil de honden horen, omdat ze aardig zijn en weten waartoe we dienen. Ik wil het land horen, dat zo moe is, en de bodemdieren, ook de allerkleinsten. Ik wil de dichters horen over de kern.
Ik wil de bomen horen, die weten wat de tijd is. Ik wil mijn moeder horen, nu ik nog naar haar kan luisteren. Ik wil het zeewier horen en de vissen, over de wereld onder water. Ik wil de gekken horen, die de achterkant van het leven kennen. Ik wil de schrijvers horen die een ander verhaal vertellen. Ik wil de activisten horen, die de strijd belangrijker vinden dan hun tijd en ik wil de feministen horen, zeker de oudere, omdat ze die strijd ook voor mij hebben gevoerd.
Ik wil de paarden horen, die meer weten over rechtvaardigheid dan mensen. Ik wil de schoonmakers horen die ’s nachts de treinen boenen. Ik wil de mensen horen die beperkt zijn en laten zien hoe beperkt onze samenleving is. Ik wil de kippen horen die nooit het daglicht zien – ik wil dat iedereen die kippen hoort.
Ik wil de vrouwen horen die bang zijn voor hun partner en de kinderen die bang zijn voor hun ouders. Ik wil de boeren horen die het anders doen. Ik wil de wetenschappers horen en ik wil ze zien demonstreren. Ik wil de daklozen horen bij het station. Ik wil de bijen horen, die zo hard voor ons aan het werk zijn. Ik wil de ratten horen en kraaien en de zwerfkatten. Ik wil de sneeuw horen vallen terwijl de kans daarop steeds kleiner wordt. Ik wil de stilte horen in een land dat te luid is. Ik wil de rivieren horen en de bossen en het zand. Ik wil de schimmels horen, ik wil weten wat ze zeggen. Ik wil de oude dieren horen, omdat ze wijs zijn. Ik wil de eenling horen en de ander.
Ik wil niet de politici horen die angst en tweespalt zaaien. Niet de zakenmensen die zich verschuilen achter een systeem dat blijft vervuilen. Niet de rijken. Niet de columnisten die het beter weten. Niet de managers, de dierenmartelaars, de BN’ers, de zelfontplooiers, de opstokers, de bureaucraten, de feitenhaters, de napraters.
Ik wil de kinderen horen, voor wie de wereld nieuw is. Ik wil de merels horen zingen in de schemering. Ik wil hun verhalen horen, en wie weet. Er is nog tijd.