De Belgische sekswerker Sophie moest doorwerken terwijl ze negen maanden zwanger was. Na een keizersnee had ze eigenlijk zes weken bed moeten houden, maar dat ging niet. „Ik kon niet stoppen met werken, want ik had het geld nodig”, zei ze afgelopen week tegen een verslaggever van de BBC in Brussel. Voormalige escort Victoria, tevens bestuursvoorzitter van sekswerkersvakbond Utsopi, deed eens aangifte van verkrachting. Sekswerkers, kreeg ze te horen op het politiebureau, „kunnen niet worden verkracht”.
Het zijn ervaringen waar sekswerkers wereldwijd mee te maken hebben. België hoopt dat nieuwe arbeidswetgeving, die afgelopen weekend in werking trad, de positie van sekswerkers versterkt. „Het oudste beroep is nu ook officieel een beroep”, kopte De Standaard. Na de legalisering van sekswerk in 2022 krijgen zij nu meer rechten en daarmee naar verwachting een zekerder bestaan. Dat zou het werk ook veiliger moeten maken. Na Nieuw-Zeeland is België wereldwijd het tweede land dat sekswerk volledig decriminaliseert.
1. Wat gaat er veranderen onder de nieuwe wet?
Sekswerk is sinds 1 december een erkende vorm van werk. Belgische sekswerkers kunnen behalve als zzp’er nu dus ook in loondienst gaan werken. Als zij in dienst gaan, liggen hun rechten vast in een officieel arbeidscontract, waardoor ze recht hebben op pensioen, ziektedagen, een werkloosheidsuitkering en zwangerschapsverlof. Willen sekswerkers in loondienst stoppen? Voortaan kunnen zij ieder moment besluiten dat te doen.
2. Waarom doet België dit?
De Belgische regering wil met de wet het werk van sekswerkers zekerder én veiliger maken. Sekswerkers die in loondienst zijn kunnen voortaan een klant afwijzen of beslissen om bepaalde seksuele handelingen niet uit te voeren. Dat zou niet meer tot ontslag moeten leiden, zoals in het verleden gebeurde.
Voor werkgevers gelden strenge regels. Zij krijgen geen vergunning als ze in het verleden veroordeeld zijn voor zware misdrijven, zoals mensenhandel, het verspreiden van wraakporno, verkrachting, moord, kidnapping of afpersing. Zonder zo’n vergunning kunnen werkgevers vervolgd worden als pooier, zoals in het verleden sowieso bij een werkgever-werknemerrelatie in deze branche het geval was.
België loopt voorop omdat daar „korte metten gemaakt is met de macht van de kerk”, zegt directeur Daan Bauwens van belangenorganisatie Utsopi. „De christen-democraten waren de eersten die met dit voorstel kwamen. Het belang van vakbonden zit in het Belgische dna.”
3. Maakt de wet echt een eind aan de misstanden?
„Zeker niet helemaal”, zegt Bauwens. Volgens hem is de nieuwe wet een „belangrijke stap”, maar een groot aantal sekswerkers in België heeft geen geldige verblijfspapieren en kan daardoor ook geen arbeidscontract tekenen. Malafide werkgevers hebben, zegt hij, waarschijnlijk ook geen zin om statuten aan te passen, een vergunning aan te vragen en de arbeidsinspectie langs te laten komen. „Al met al, en dat is een schatting, verwachten we dat zo’n 5.000 sekswerkers een arbeidscontract zullen tekenen.” Het totaal aantal sekswerkers in België ligt volgens Bauwens tussen de 10.000 en 25.000.
Maar, zegt Bauwens ook, „er zijn nu tenminste afdwingbare regels. Wie malafide is, wordt actief opgespoord door de politie. Werkgevers onder de radar komen boven de radar”. Daarnaast kunnen organisaties als Utsopi zich volgens hem bezighouden met sekswerkers die ook in de nieuwe situatie kwetsbaar zijn. „Terwijl wij ons voorheen op alle sekswerkers moesten richten.”
4. Hoe is de situatie in Nederland?
Veel sekswerkers staan niet ingeschreven bij de Kamer van Koophandel; ze werken veelal illegaal. Ze maken vaak gebruik van de zogenoemde opting-in-regeling, een fiscale constructie waarbinnen sekswerkers geen formele werknemers zijn en de bordelen waarin zij werken geen arbeidsrechtelijke bescherming bieden. Ze betalen wel inkomstenbelasting en dragen kosten af aan het bordeel, maar bij ziekte of werkloosheid worden ze niet doorbetaald.
Het bordeelverbod werd in 2001 afgeschaft, maar dat zorgde volgens sociaal wetenschapper Linda Duits, gespecialiseerd in gender en seksualiteit, niet voor méér, maar juist minder vergunningen. „De verantwoordelijkheid kwam bij gemeenten te liggen, maar die dachten: not in my backyard”, zegt ze. Het internet kwam daarnaast op, wat het volgens haar voor sekswerkers makkelijker maakte om de illegaliteit in te gaan. „Een sekswerker heeft dan geen vergunning nodig.”
5. Is een wet zoals in België dan ook mogelijk in Nederland?
Decriminalisering zou ook in Nederland veel problemen kunnen oplossen, zegt Duits. „Raamwerk is het meest veilige werk, want het is in het zicht. Daarnaast stapt een sekswerker bij economische uitbuiting of mishandeling eerder af op de politie. Voor sekswerkers is die momenteel niet je vriend.”
Maar ze ziet het er niet snel van komen. Niet alleen omdat „conservatieve stemmen” in de Nederlandse politiek decriminalisering van sekswerk vrijwel onmogelijk maken, ook omdat in Nederland nauwelijks sprake is van een lobby. „Die was er in Nieuw-Zeeland [dat sekswerk legaliseerde in 2003] wel. Niet alleen van sekswerkers zelf, maar ook van belangenorganisaties en wetenschappers. Die sterke lobby is daar erg belangrijk geweest, net als in België.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2024/10/18123645/web-1810BIN_SeksueleUitbuiting.jpg)