Een oom nam Juan Camilo Alzate mee naar zijn eerste stierengevecht. Tien jaar oud was hij en tijdens de jaarlijkse kerstmarkt in Cali keek hij zijn ogen uit in de arena. „Die grote krachtige stieren, de koninklijke kleding van de toreros, de spanning in dat immense stadion, het maakte op mij grote indruk.”
Alzate (37) vertelt het terwijl hij een bord filet mignon met rijst op tafel zet. Hij serveert de lunch in het familierestaurant dat hij bestiert aan de rand van Cali, een valleistad in het zuidwesten van Colombia. Ook uit andere wijken komen klanten af op de populaire, pittige vleesschotels. In de hoek staat een tv aan, die onafgebroken stierengevechten uit Spanje toont.
Toen Alzate een paar jaar na zijn eerste indrukwekkende beleving van een corrida (stierengevecht) een poster zag hangen van een weekendschool in de arena om stierenvechten te leren, wist hij: dit wil ik. „Ik was dertien toen ik me aanmeldde. Eerst leer je de bewegingen en krijg je krachttraining. Pas later wordt er geoefend met minder gevaarlijke dieren, zoals koeien. Op mijn vijftiende hield ik mijn eerste stierengevecht.”
Inmiddels is hij de tel kwijt, maar Alzate schat dat hij meer dan driehonderd stieren heeft gedood. Dat worden er als het aan hem ligt nog veel meer, maar in Colombia zelf zal dat binnenkort niet meer kunnen. President Gustavo Petro zette dit jaar zijn handtekening onder een verbod op stierenvechten. Over het wetsvoorstel is jarenlang verhit debat gevoerd tussen de liefhebbers en beoefenaars van de ‘traditie’ en een sterke lobby van dierenrechtenactivisten. Uiteindelijk werd in mei de wet ‘No más olé’ (Geen olé meer) met een overweldigende meerderheid goedgekeurd door het Congres.
Dierenactivist Terry Hurtado voerde jaren felle strijd tegen stierenvechten, hij protesteerde door het hele land bij arena’s en fokkerijen. Nu kan hij opgelucht ademhalen, zegt hij. „Ik ben blij dat martelen en vermoorden van stieren en paarden – want die worden ook bij de gevechten ingezet – straks volledig verboden is. Het is niet meer van deze tijd. Ik vind ook dat kinderen niet moeten worden blootgesteld aan dit afschuwelijke en gewelddadige schouwspel.”
Omscholen
Tot 2027 geldt een overgangsperiode, daarna wordt een totaalverbod van kracht. Arena’s moeten worden omgevormd tot culturele instellingen, sportlocaties of ziekenhuizen. De overheid zal zich inzetten om nieuw werk te vinden voor de duizenden stierenvechters en andere mensen die in de sector werken.
Stierenvechters kunnen zich de komende drie jaar omscholen. „Ik zal meer tijd in dit restaurant steken en ik denk dat ik mijn studie medicijnen weer oppak”, zegt Juan Camilo Alzate. „Ik zou dan als huisarts kunnen gaan werken of me verder specialiseren.”
Een andere optie is dat hij vertrekt en zich vestigt in Mexico, waar (nog) geen totaalverbod op stierenvechten is. Zijn laatste gevecht daar zal hij niet snel vergeten. Hij gleed met doek en al uit in de arena van Guadalajara, werd gegrepen door de stier, die zijn hoorns tegen zijn gezicht duwde terwijl Alzate spartelend op de grond lag. „Ik kwam op de eerste hulp terecht met zware hoofdverwondingen. Maar ook dat hoort erbij.”
De gemeenschap van stierenvechters ziet het verbod als een verlies van hun cultuur. „Het is door onze voorouders meegenomen uit Spanje, het is deel van onze geschiedenis”, zegt Miguel Yusti, president van de Plaza de Toros in Cali. Hij loopt tot de bovenste ring van de arena en kijkt om zich heen. „Ze willen dat wij de arena’s omvormen tot sport- en muziekstadions. Maar waarom moet het allemaal zo geforceerd? Als het stierenvechten vanzelf zou stoppen omdat er geen publiek meer komt dan zou ik er geen moeite mee hebben. Maar het wordt ons opgedrongen.”



Stierenvechter Juan Camilo Alzate. „Ik denk dat ik mijn studie medicijnen weer oppak.”
Foto’s: Jair F. CollSalsaband
Beneden zijn werknemers bezig de vloer van de arena te vernieuwen. „Schuif die stenen naar de zijkant!”, beveelt Yusti een jongen die met een kruiwagen aankomt. Over een paar dagen treedt hier een salsaband op. Kaartjes gaan als warme broodjes over de toonbank in salsa minnend Cali. Uiteindelijk zullen de muzieksterren het hier overnemen van de stierenvechters.
„Het stierenvechten is inzet geworden van een cultuurstrijd, aangezwengeld door de politiek”, zegt Yusti. „Onze linkse president Petro zegt dat hij opkomt voor minderheden. Maar blijkbaar geldt dat alleen als je inheems of zwart bent of tot de lhbt-minderheid behoort. En wij dan? Wij zijn ook een minderheid, alleen hebben wij geen rechten en wordt er niet naar ons geluisterd.”
Beneden bij de ingang hangen foto’s van bekende stierenvechters die in de gloriedagen de arena op z’n kop zetten. Verderop in het stadion, naast een standbeeld van Joselillo de Colombia, een beroemde nationale stierenvechter, hangen Spaanse tegeltjes met geelrode versieringen. Namen van de beste stieren van dat jaar en de veehouderijen waar ze vandaan komen zijn erop geschreven.


‘Vechten zit in hun dna’
„Deze stier, Boticario 98, komt van ons landgoed. Kijk, hier staat mijn achternaam”, zegt Maria Francisca Gutíerrez trots. Haar familie heeft een van de grootse fokkerijen in de regio en ze groeide op in een wereld van landeigenaren, vechtstieren en torero’s. Als kleuter ging ze al mee naar de arena met haar vader, nu runt ze zelf de fokkerij die haar voorouders in de vorige eeuw begonnen.
„Wat me vooral aantrekt is alles eromheen, de kleding, de zwaarden”
„Stierenvechten is niet zomaar even wat dieren vermoorden. Het spel in de arena, de interactie met het publiek. Deze stieren worden speciaal gefokt om te vechten, het zit in hun dna. En soms als het publiek zo onder de indruk is van wat een stier laat zien, dan wordt hij gespaard”, vertelt ze. Hij krijgt dan ‘vergiffenis’ en hoeft nooit meer te vechten. „Als ze eenmaal hebben gevochten kun je ze niet nog eens inzetten. Ze zijn te slim en zouden nooit meer een wedstrijd verliezen.”
Aan de achterkant van de arena liggen de vertrekken van de stieren. Normaliter wordt een stier een dag voor zijn gevecht al naar de arena gebracht, om ‘op kracht’ te komen. Een eindje verderop is een hok waar de stier na het gevecht naar toe wordt gesleept en de slager al klaar staat. „Weet je hoeveel mensen straks zonder inkomsten zitten door het verbod? Al die mensen die in de arena’s werken, in de veehouderijen. Er zit een hele business om heen. Daar denkt de regering niet aan”, zegt Gutíerrez.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2024/12/04124138/data125128553-9787ff.jpg)
De stier is niet mijn vijand, maar mijn beste vriend
Toch zijn veel Colombianen blij met het verbod. „Vroeger was het heel gewoon om naar stierengevechten te gaan. Maar ik ken niemand die daar nog heen gaat”, zegt Nicolas Lopez, die met zijn taxi geparkeerd staat voor het restaurant van Juan Camilo Alzate en een steak-sandwich komt afhalen. „Zo’n dier dat wordt afgemaakt met speren in de nek, al dat bloed. Een grote slachtpartij als entertainment. Ik ga liever naar een voetbalwedstrijd”, zegt hij.
De laatste gevechten
Na het serveren van de lunch haast stierenvechter Alzate zich naar de arena voor wat krachttraining. In december beginnen de jaarfeesten van Cali en worden er drie dagen lang stierengevechten gehouden. Door het aankomend verbod zouden dit wel eens de laatste gevechten hier kunnen zijn, realiseert Alzate zich met pijn in zijn hart.
„Voor mij is het kunst, geen sport”, zegt hij. „De dynamiek die ik samen met de stier ervaar is onbeschrijfelijk en dat wil ik laten zien aan het publiek. De stier is niet mijn vijand, maar mijn beste vriend. Om te winnen moet ik het dier beter kennen dan mezelf. Voor stierenvechten is tactiek en moed nodig. Dat is verslavend.”
Aan het einde van de middag, als de hitte uit de stad is getrokken, komen de eerste torero’s oefenen in de arena. Met een roze doek zwaait de 19-jarige aankomend stierenvechter Alejandro Londoño richting zijn trainer Ricardo Santano, die met grote stierenhoorns op hem afkomt, om hem aan te vallen.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2024/12/04124126/data125128570-d1df66.jpg)
‘Sterven in een eervolle strijd’
Zeven maanden geleden begon Londoño met trainen, binnenkort hoopt hij op zijn eerste stierengevecht. „Ik was er nooit zo mee bezig. Maar dit jaar was er zoveel aandacht voor stierenvechten door het verbod, dat ik juist nieuwsgierig werd. Wat me vooral aantrekt is alles eromheen, de kleding, de zwaarden. En de geestelijke en lichamelijke kracht die je als mens nodig hebt om tegen een stier te vechten”, zegt hij.
Juan Camilo Alzate hoopt vurig dat een nieuwe regering in Colombia (in 2026 zijn er verkiezingen) het verbod alsnog zal afblazen. Of dat het de regering niet lukt om middelen vrij te maken om de arena’s een nieuwe bestemming te geven. „Deze stieren zouden op een dag toch dood gaan, net als wij allemaal”, zegt Alzate. „Nu sterven ze tenminste in een eervolle strijd, in de arena. Dat is toch een veel mooiere dood dan wanneer ze alleen geslacht zouden worden?”

