Halverwege het urenlange onderhoud haalt Johan van Laarhoven (64) zijn telefoon uit zijn broekzak. In de schaduw van de gele parasol, op het terras dicht bij de kust, laat hij een foto zien van een Thaise gevangeniscel. In een krap vertrek liggen, schouder aan schouder, zo’n vijftig gevangenen op een stenen vloer. De mannen dragen alleen een korte broek of een lendendoek. Op waslijnen langs de muren hangen de bruine gevangeniskloffies. Elke centimeter in de cel is bezet.
Met ingetogen woede beschrijft Van Laarhoven „de hel van Bangkok”, zoals hij zijn leven in gevangenschap noemt. Hij beschrijft hoe een volle zaal van tegen elkaar aan liggende mannen ’s nachts verandert in een zee van wiebelende lichamen zodra er twee seks met elkaar hebben. Hij vertelt over de vechtpartijen tussen gedetineerden, over gewelddadige groepsverkrachtingen en over celgenoten die met scheermesjes hun aderen doorsnijden omdat ze het bajesleven niet langer verdragen. Pas als ’s ochtends half zeven de deuren van de kooi weer opengaan, kijken bewaarders om naar gewonde gevangenen of wordt een stoffelijk overschot geruimd.
Van 23 juli 2014 tot 16 januari 2020 zat de in Tilburg geboren Johan van Laarhoven in Bangkok in de gevangenis. Eerst in de Remand en daarna in Klong Prem Prison. De voormalige uitbater van Brabantse coffeeshops rentenierde sinds 2009 met zijn Thaise echtgenote Tukta en twee kinderen in de kustplaats Pattaya. Hij wordt opgepakt als het Openbaar Ministerie in Breda aan de collega’s in Thailand doorgeeft bezig te zijn met een strafrechtelijk onderzoek tegen onder meer Johan van Laarhoven en zijn broer Frans. De mannen worden verdacht van drugshandel, belastingfraude en het witwassen van miljoenen euro’s aan drugsgeld.
Ik was een model-coffeeshopondernemer. De politie, fiscus, gemeente: allemaal kwamen ze bij mij kijken hoe het eraan toeging
In een schrijven van 14 juli 2014 vragen de Nederlandse opsporingsautoriteiten de Thai „to initiate a criminal case” tegen Johan van Laarhoven. Een goede week later worden Van Laarhoven en zijn vrouw met veel machtsvertoon in hun woning ingerekend. De aanhouding is groot nieuws in Thailand. De ‘Pablo Escobar van de Lage Landen’ is opgepakt in Pattaya, zo luidt de boodschap.
Pas 66 gruwelmaanden later gaan de celdeuren weer open. Dat gebeurt na een uitzonderlijke interventie van Justitie-minister Ferdinand Grapperhaus (CDA). In 2019 reist die, naar eigen zeggen „tot ongenoegen van het OM”, naar Bangkok om bij de premier van Thailand te pleiten voor de vrijlating van de Brabander. Die is daar inmiddels tot 75 jaar cel veroordeeld. In januari 2020 wordt Van Laarhoven naar Nederland gevlogen en komt hij, na nog eens acht maanden detentie in Vught, met een enkelband op vrije voeten.
Deze maand is ook de Nederlandse strafzaak beëindigd na een strafrechtelijk onderzoek dat dertien jaar heeft geduurd. De rechtbank in Breda verklaarde het OM op eigen verzoek niet-ontvankelijk. De Nederlandse zaak tegen Van Laarhoven en zijn medeverdachten is daardoor van de baan.
Na jarenlang onderhandelen schikte justitie met in totaal 21 verdachten: zowel personen als vennootschappen. Ze betaalden boetes, vervulden taakstraffen en moesten 7,75 miljoen euro aan wederrechtelijk verkregen voordeel afstaan. „Een rechtvaardige uitkomst”, noemde officier van justitie Charles Wiegant het in zijn requisitoir.
Johan van Laarhoven denkt daar anders over. Hij vecht terug en zal via de civiele rechter alsnog compensatie zoeken voor het onrecht dat hem naar eigen zeggen is aangedaan.
’t Torenhoekske
In jongerencentrum ’t Torenhoekske in Berkel-Enschot ontdekt Johan van Laarhoven op zijn dertiende softdrugs. Jeugdwerkers verkopen er voor een paar gulden in zilverfolie verpakte blokjes hasj. Met een pijpje neemt Van Laarhoven zijn eerste trekjes. De introverte jongen ervaart meteen een onbeschrijflijk geluksgevoel. „Wauw, een nieuwe wereld.” Blowend vergeet de puber zijn stress – na een vechtpartij met de gymnastiekleraar is hij al in de tweede klas van de lagere technische school gestuurd.
Van Laarhoven rookt al snel zo’n vijf gram hasj per dag. Hij begint en eindigt de dag met een joint. Hij geeft meer uit aan hasj dan hij verdient met zijn eerste baantje bij een groothandel in groente. Om toch in zijn behoefte te kunnen voorzien, begint hij te handelen. Een plak hasj die hij voor 100 gulden koopt, snijdt hij in elf stukken. Tien verkoopt hij er voor een tientje en zo rookt hij zelf gratis. Als handelaar maakt hij bovendien de blits in de verpleegstersflat in Tilburg waar hij vaste leverancier wordt.
Gerard Spong was de allerduurste. Per uur rekende hij 600 euro
Ook in de kraakpanden waar Van Laarhoven vanaf zijn zeventiende woont, verkoopt hij softdrugs. In 1981 opent hij de eerste coffeeshop beneden de Moerdijk: Le Copain. Op de begane grond serveert hij zelfgebakken appeltaart aan veelal bejaarde Brabanders. In de kelder zitten jongeren te blowen. Een jaar later opent hij Ochtendgloren, die volledig draait op de verkoop van softdrugs. Op zijn 24ste is Johan financieel onafhankelijk.
Met zijn bedrijf The Grass Company exploiteert Van Laarhoven in totaal vier coffeeshops: twee in Tilburg, twee in Den Bosch. De tegenstrijdigheden van het Nederlandse gedoogbeleid maakt hij decennialang van dichtbij mee. Nadat minister van Justitie Dries van Agt (CDA) in 1976 zorgt voor een wettelijk onderscheid tussen harddrugs (zoals cocaïne) en softdrugs (zoals cannabis), gedoogt de overheid de verkoop van cannabis door coffeeshops. De ‘achterdeur’ – teelt, handel, inkoop en transport – blijft illegaal.
Van Laarhoven memoreert hoe hij in de jaren tachtig – toen coffeeshops nog niet belast werden – zélf naar de Belastingdienst stapte met het verzoek inkomstenbelasting te mogen betalen. „Ik hoefde geen zwart geld. Ik wilde gewoon ondernemer zijn.” Hij werd weggestuurd. „Ik verkocht een illegaal product en over illegale producten mocht je geen belasting heffen, dus het kon niet. Tot ik een artikel tegenkwam over een gepakte cocaïnedealer die door de fiscus werd aangeslagen. ‘Krijg nou tieten!’, dacht ik. Dus dat artikel heb ik opgestuurd. Toen kon het wel.”
/s3/static.nrc.nl/bvhw/files/2024/08/data120105176-177ab1.jpg)
Krachttermen
De Brabander in Van Laarhoven is nog altijd goed te horen. „Ik heb nooit geen gram over de grens verkocht.” Als hij vertelt over zijn jaren voor de arrestatie in 2014, klinkt hij ontspannen, maar over de periode daarna is de conversatie doorspekt met krachttermen. Motherfuckers is nog de vriendelijkste belediging aan het adres van zijn ‘tegenstanders’, de mensen die hem in de Thaise cel deden belanden.
NRC spreekt hem in een warm buitenland. Sinds hij werd vrijgelaten vier jaar geleden, is Van Laarhoven op zoek naar een nieuw thuis. „Ik walg van Nederland.”
Tevergeefs probeerde hij zich de afgelopen jaren te vestigen in Sri Lanka, Panama, Cambodja en op Bali. Waar hij nu is neergestreken, wil de Brabander geheimhouden, om zijn kansen op een normaal bestaan niet te frustreren. Zijn verleden achtervolgt hem overal, waardoor zelfs het openen van een bankrekening onmogelijk blijkt. Wijst de bank hem niet al bij binnenkomst de deur, dan wel in de maanden daarna. Van Laarhoven staat als ‘alleged suspect of transnational narcotics trade and money laundering’ geregistreerd bij World-Check: een database die banken gebruiken om te achterhalen of klanten een verhoogd risico opleveren. Verwijzingen naar krantenartikelen met koppen als ‘Dutchman jailed for 103 years for laundering drug money’ (Bangkok Post) worden in het systeem nog altijd aan hem gekoppeld en weigert World-Check te verwijderen.
„Crimineel? Dat heb ik nooit willen zijn”, zegt Van Laarhoven. „Altijd deed ik alles volgens het boekje”, zegt Van Laarhoven. „Ik heb nooit een medewerker zwart betaald. Ik stond bekend als een model-coffeeshopondernemer. De politie, de Belastingdienst, de gemeente: allemaal kwamen ze bij mij in de coffeeshops kijken hoe het eraan toeging.”
Achteraf, denkt Van Laarhoven, gaat het fout als in Nederland – na de Paarse kabinetten – ruim twintig jaar geleden het perspectief op coffeeshops begint te kantelen. Honderdduizenden Nederlanders blowen en coffeeshops trekken veel toeristen. Van Laarhovens coffeeshops lopen als een trein. „Vanaf eind jaren negentig verkochten we steeds meer en meer. Bij elkaar ging er in mijn shops 35 tot 40 kilo in de week doorheen.”
Ik ben gedwongen tot die schikking. Ik kon niet anders, want ik ben niet de enige verdachte
En dat botst met het Nederlandse gedoogbeleid. Een van de gedoogcriteria is namelijk dat coffeeshops slechts een handelsvoorraad van vijfhonderd gram mogen hebben. Het betekent dat ze hun werkelijke benodigde voorraad elders, illegaal moeten opslaan.
Lang gaan de autoriteiten daar pragmatisch mee om, vertelt Van Laarhoven. Zo ontdekt de Bossche politie in 1998 zijn opslag in een kelder van de buren aan een gezamenlijke binnenplaats. Hij wordt uitgenodigd op het bureau waar hem wordt voorgehouden dat hij niet meer dan vijfhonderd gram voorradig mag hebben. „Het zou jullie sieren als jullie nooit meer op de binnenplaats komen. Want als ik het hier niet opsla, moeten wij vier of vijf keer per dag met een halve kilo over straat met het risico dat we door tuig met vuurwapens worden beroofd. Dat is niet goed voor de buurt”, zegt Van Laarhoven bij de politie. „Tien jaar zijn ze niet op de binnenplaats gekomen.”
Tot mei 2008. Dan wordt Van Laarhoven door de politie gebeld, die staat met de Belastingdienst voor de opslagplek. De opsporingsambtenaren nemen 2,6 kilo cannabis in beslag en zetten Van Laarhoven enkele uren vast. Nadat de coffeeshophouder een schikking heeft geweigerd vanwege de gentlemen’s agreement die hij met de politie had, wordt de zaak geseponeerd.

‘Ha pi’: vijf jaar
Eind 2008 neemt Van Laarhoven een radicaal besluit. Hij stopt niet alleen met blowen, maar verhuist ook met Tukta naar Thailand. Het land liet hem sinds een eerste bezoek eind jaren tachtig nooit meer los. „De vriendelijke mensen, het eten, de geuren, de vrijheid”, zo haalt hij terug. „Ik heb altijd gezegd dat ik in mijn vorige leven wel een Thai zal zijn geweest.”
Van Laarhoven komt weliswaar niet in de buurt van Henk de Vries, de oprichter van The Bulldog-coffeeshops , die tegenwoordig met 125 miljoen euro in de Quote 500 staat, maar hij is rijk genoeg om niet meer te hoeven werken. In 2009 bevalt Tukta van hun dochter. Met Tukta’s zoon uit een eerdere relatie strijkt het gezin neer nabij de kustplaats Pattaya en stort Van Laarhoven zich op het ontwerp en de bouw van een villa. In 2011 doet hij ook zijn aandelen in The Grass Company van de hand.
Van justitie is hij evenwel niet af. Voor coffeeshophouders steekt vanaf 2008 een gure wind op. Het OM besluit meerdere shops op de korrel te nemen, onder meer vanwege te grote voorraden. Officier van justitie Lucas van Delft in Breda richt zich op The Grass Company.
Het onderzoek start met de verdenking van te grote voorraden softdrugs en het vermoeden van mensenhandel. Dat laatste blijkt niet te kloppen. De Thaise vrouwen die voor The Grass Company in de kelder voorverpakte joints rollen, verblijven legaal in Nederland en staan netjes op de loonlijst. En omdat het OM bij de vervolging van ’s lands grootste coffeeshop Checkpoint niet-ontvankelijk wordt verklaard – grote voorraden zijn onvermijdelijk bij een goedlopende coffeeshop – verlegt het ministerie de focus naar de geldstromen van The Grass Company.
In juni 2014, een maand nadat het Thaise leger een coup heeft gepleegd, doet Nederland tevergeefs een rechtshulpverzoek aan Thailand. Zo vraagt het om de telefoon van Van Laarhoven af te luisteren. Als de Thai niet willen meewerken, kiest het OM ervoor de koers te wijzigen. Via de regionale attaché van de Nederlandse politie wordt een brief gestuurd aan de Thaise autoriteiten waarin de hoofdofficier wordt verzocht een strafrechtelijk onderzoek te beginnen naar Van Laarhoven en Tukta.
De Brabander wordt gepresenteerd als iemand die zich in Thailand heeft gevestigd om buiten het bereik van de Nederlandse opsporingsdiensten te blijven. De brief benadrukt dat hij in 2008 in Nederland is gearresteerd in verband met de inbeslagname van 2,6 kilo softdrugs. Dat die zaak is geseponeerd, blijft onvermeld.
Justitie meldt de Thai dat zijn coffeeshops sinds 2008 tussen de 101 en 135 miljoen dollar wisten om te zetten en dat hij de opbrengst van de „verkoop van drugs via de vermeende criminele organisatie The Grass Company” witwast in Thailand, waar hij „verschillende misdrijven” zou plegen, waaronder witwassen en lidmaatschap van een criminele organisatie. Ook Tukta wordt verdacht van betrokkenheid.
Negen dagen later vallen de Thaise autoriteiten met veel machtsvertoon de villa van Van Laarhoven binnen en wordt het stel gearresteerd en afgevoerd naar het beruchte huis van bewaring Remand. Daar krioelt het van de kakkerlakken, muggen en wespen. Er is geen schoon drinkwater, het eten bestaat uit grijze rijstsoep en ‘douchen’ moet gezamenlijk onder een pvc-buis met gaten erin. „I am fucked”, realiseert Van Laarhoven zich.
Van Laarhoven blijkt in Thailand te worden vervolgd voor het witwassen van drugsgeld. „Geld dat ik legaal met mijn coffeeshops in Nederland had verdiend.” Hij houdt daarom hoop op vrijspraak. Maar als de rechter op 10 november 2015 uitspraak doet, begrijpt van Laarhoven met zijn basiskennis Thais al snel dat het mis is. „Ha pi”, klinkt het na iedere zin van de rechter: vijf jaar.
Willem-Alexander
Van Laarhoven wordt in totaal tot 103 jaar celstraf veroordeeld – waarvan hij er minimaal twintig moet uitzitten. „Ik ben voor iedere losse witwasactie veroordeeld. Als ik in een keer 10 miljoen euro had overgemaakt naar mijn Thaise rekening, had ik maar vijf jaar kunnen krijgen.” Zijn vrouw krijgt achttien jaar celstraf opgelegd. „Ik was al onschuldig, maar zij was nog onschuldiger dan ik, zij had helemaal niks met mijn onderneming te maken.”
Dat hij zijn familie ooit weer bij elkaar brengt, houdt Van Laarhoven in de gevangenis op de been. Wekelijks verstuurt hij zo’n veertig brieven. Hij zoekt overal hulp en smeekt koning Willem-Alexander om de goede banden met het Thaise koningshuis aan te wenden voor zijn vrijlating. Tevergeefs. De Nederlandse vorst verwijst hem naar het OM.
Na zijn veroordeling in hoger beroep in 2017 – tot 75 jaar – wordt de situatie zo uitzichtloos dat Van Laarhoven pijnstillers opspaart en zelfmoord overweegt. Hij krijgt het niet over zijn hart. „Mijn kinderen lijden al zo veel. Als ik me van kant zou maken, is dat egoïstisch.” Een aanbod van een hoge politiegeneraal om hem tegen betaling in een lijkzak de gevangenis uit te smokkelen en naar Laos te brengen, slaat hij af. „Hij wilde niet hetzelfde voor Tukta doen.”
In 2019 begint zijn zaak te kantelen. In maart brengt de Nationale Ombudsman een buitengewoon kritisch rapport uit over de handelwijze van het OM. Dat verzocht Thailand in 2014 een strafrechtelijk onderzoek naar Van Laarhoven te openen, verstrekte de Thai bewijsmateriaal – waaronder financiële informatie – en liet drie Nederlandse agenten getuigen. Dat het, zoals het OM tegen de Ombudsman stelt, nooit de bedoeling was dat de Thai een zelfstandig onderzoek zouden beginnen, acht de Ombudsman „volstrekt ongeloofwaardig”. Nederland verzocht de Thai immers zelf per brief om een onderzoek te starten.
Ook vindt de Ombudsman het onverkwikkelijk dat Tukta, tegen wie in Nederland géén onderzoek liep, in de brief als verdachte werd geïntroduceerd. Men moest de Thai, zo verklaart officier van justitie Van Delft, immers „iets in handen geven om het onderzoek te starten”.
In het Kamerdebat naar aanleiding van het rapport van de Ombudsman belooft minister Grapperhaus in gesprek met zijn Thaise ambtgenoot te gaan. Hij zegt geraakt te zijn door een brief die hij van de oud-coffeeshophouder ontving.
Zuiveren
Van Laarhoven is nu vier jaar op vrije voeten, maar het is niet wat hij ervan had gehoopt. Zijn gezin, dat hem in de cel op de been hield, is kapot. Hij is gescheiden van Tukta, die in juli 2020 werd vrijgelaten en met mentale problemen kampt. Hun tienerdochter, die tijdens hun detentie door oom Frans van Laarhoven werd opgevoed, wil niets meer met haar ouders te maken hebben.
De kans zijn naam te zuiveren is hem door het Openbaar Ministerie ontnomen, vindt Johan van Laarhoven. De strafzaak tegen The Grass Company – een van de grootste Nederlandse strafzaken op coffeeshopvlak – kwam begin december ten einde door een schikking. Tot een openbare rechtszaak waarin onafhankelijke rechters het bewijsmateriaal wegen, komt het dus niet.
„Ik ben gedwongen tot die schikking. Ik kon niet anders, want ik ben niet de enige verdachte”, zegt Van Laarhoven, onder meer verwijzend naar zijn broer die kwakkelt met zijn gezondheid. „Nu kan ik nooit aantonen dat ik onschuldig ben.”
Er is geen schoon drinkwater, het eten bestaat uit grijze rijstsoep en ‘douchen’ moet gezamenlijk onder een pvc-buis met gaten
Volgens Van Laarhoven lijdt het geen twijfel dat hij zou worden vrijgesproken van witwassen en lidmaatschap van een criminele organisatie. „Het OM stelt onder meer dat omdat wij meer dan de toegestane vijfhonderd gram voorraad hebben gehad, onze vergunning niet geldig was en we dus illegaal geld hebben verdiend.” Hij gelooft niet dat die redenering bij de rechter stand had gehouden.
Ook voor de kerstboom met zo’n dertig vennootschappen in Nederland, Luxemburg, Cyprus en Panama – die het OM op de tenlastelegging noemt – heeft hij een verklaring. Die werden aangeraden door een Luxemburgse fiscaal advocaat die hij inschakelde, nadat hij vanwege afpersing door twee criminelen het eigendom van zijn coffeeshops op afstand had geplaatst. „We begonnen met twee vennootschappen, maar als de regels veranderden, werd ons aangeraden om er vennootschappen bij te plaatsen. Achteraf is dat ook gewoon een verdienmodel voor die advocaat geweest.” Van belastingontduiking, zegt Van Laarhoven, is nooit sprake geweest.
Topstrafpleiters
De jurist uit Luxemburg is niet de enige advocaat op wie hij kritiek heeft. Om vrij te komen, omringde Van Laarhoven zich met juristen. Naast advocaten in Thailand schakelde zijn broer voor hem topstrafpleiters uit Nederland in, onder wie Gerard Spong en Geert-Jan Knoops. Hij schat zo’n 3 miljoen euro te hebben uitgegeven aan de Nederlandse advocaten.
Gerard Spong was de allerduurste. Als hij Van Laarhoven in Bangkok bezocht, sliep hij in het peperdure Kempinski hotel, op kosten van Van Laarhoven. Per uur rekent hij 600 euro. „We kregen wel wat korting, maar het is gewoon belachelijk. Hij zou me wel even uit de gevangenis halen. Nou, niet dus.” Nu laat Van Laarhoven zich bijstaan door advocaat Jan Sneep uit Breda. Tot volle tevredenheid, voor de helft van Spongs uurtarief.
Ook is hij te spreken over de bijstand die hij kreeg van mensen in Bangkok. Die wisten de juiste personen in het gevangeniswezen geld toe te stoppen. Daardoor mocht hij onbeperkt brieven schrijven, in plaats van maximaal vijftien regels per week. Hij kreeg een kluisje voor zeep en tandpasta en dagelijks fruit en ander eten, zodat hij het „varkensvoer” kon overslaan.
Hoewel hij in de cel zeker dertig kilo verloor, is Johan van Laarhoven fysiek inmiddels redelijk hersteld. De vermagerde man die zich met een stok voortbewoog in de Thaise gevangenis, loopt weer bijna als vanouds en weegt inmiddels weer meer dan honderd kilo.
Hij heeft zelfs nieuw liefdesgeluk gevonden. Met zijn 27 jaar jongere vrouw heeft hij een dochtertje dat zich tijdens het gesprek stilletjes amuseert met een tablet en kleurplaten.

Erkenning
Mentaal ondervindt Van Laarhoven nog wel naweeën. Een psychiater constateerde PTSS bij hem. Hij slaapt met het licht aan – net zoals in de gevangenis. Af en toe ontploft hij in driftbuien. Daarnaast koestert hij bijzonder veel wrok richting de Nederlandse opsporingsdiensten. Vandaar dat hij in een civiele procedure tegen de Nederlandse staat een miljoenenclaim wil indienen. Al is geld niet alles. „Na deze ervaring ga ik jaren eerder dood. Hoe kan je dat vergoeden?”
De leiding van het OM Zeeland-West-Brabant laat, ook na herhaald verzoek, tegenover NRC weten „geen verdere toelichting” op de afhandeling van de strafzaak te willen geven. Evenmin is officier van justitie Lucas van Delft bereid terug te blikken op de vervolging, die in 2011 onder zijn leiding begon. „Ik kan er geen zinnig woord over zeggen omdat ik al negen jaar niet meer bij het onderzoek betrokken ben”, aldus Van Delft. Hij werd in 2016 geschorst omdat hij een bedreiging uit het criminele milieu tegen zichzelf ensceneerde. Tegenwoordig verdient hij de kost als advocaat-generaal bij het gerechtshof in Den Haag. „Ik vertrouw erop dat door mijn collega’s een verstandige beslissing is genomen.”
Het steekt Van Laarhoven dat hij excuses noch erkenning van het OM heeft ontvangen voor zijn leed.
Dat het ook anders kan, ervoer hij vorige maand in Breda. De voorzitter van de rechtbank aldaar, Daniël van Kralingen, zei aan het eind van de laatste zitting tegen hem: ‘Ik weet niet waar u naartoe gaat maar ik wens u een goede reis en veel succes in uw leven’.
„Dat vond ik heel fijn.”
/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data125421283-2a74f8.jpg)