Terug naar de krant

In elkaar hebben Nederlanders veel vertrouwen

commentaar

Sociale cohesie

Leeslijst

Het land van duizend meningen, vol groepen van protest en wars van betutteling, was eind jaren negentig in de ogen van muziekproducenten Fluitsma en Van Tijn nog iets vrolijks. Iets om trots over te zingen; de – toen 15 miljoen – Nederlanders schreef je immers geen wetten voor.

Die duizend meningen zijn er nog steeds, de protesten ook. Al lijken die de afgelopen jaren te zijn verdubbeld, verhevigd misschien wel, verhard. Over sommige kwesties lijken mensen zich vast te klampen aan hun eigen gelijk, minder bereid te zijn naar elkaars mening te luisteren, en zich op te sluiten in een eigen bubbel. Nederland lijkt cancelend en scheldend in polarisatie ten onder te gaan.

Lijkt, want in tegenstelling tot waar mensen zich zorgen over maken, komt uit langdurig onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) een ander beeld naar voren over Nederland: geen polarisatie, maar saamhorigheid. De reële zorgen die mensen hebben – over wonen, zorg, onderwijs, migratie en inkomen – komen vaak overeen, net als een gedeeld idee dat ‘de politiek’ die zorgen niet voldoende adresseert.

Van de inmiddels 18 miljoen inwoners voelt zich het grootste deel thuis in dit land. Wantrouwen is vooral gericht aan Tweede Kamerleden, niet andere democratische instituties als de rechterlijke macht. Noch de medemens: zeven op de tien mensen heeft vertrouwen in de ander. Dat is in vergelijking met de rest van Europa hoog, en dat sociale vertrouwen is bovendien sinds 2012 toegenomen, schreef het SCP begin deze maand in Samenleven in de toekomst.

Dat is van belang. Zoals het planbureau schrijft: sociale cohesie is „de lijm die mensen verbindt, ongeacht hun achtergrond, overtuigingen of status”. Een saamhorige samenleving is weerbaarder, mensen voelen zich er veiliger. Als mensen elkaar vertrouwen is dat goed voor economische groei, voor welzijn en welbehagen.

In dat opzicht is het zorgelijk dat uit hetzelfde SCP-onderzoek blijkt dat de verbondenheid met Nederland vrijblijvender is geworden. Men voelt zich wel thuis, maar ziet voor zichzelf geen rol weggelegd in het bijdragen aan de samenleving, om daar iets voor over te hebben. Slechts 36 procent voelt zich verantwoordelijk voor Nederland, ruim een derde heeft niet de indruk dat zij invloed kunnen uitoefenen op het reilen en zeilen van dit land.

Opleidingsniveau maakt daarbij uit: hoe hoger opgeleid, hoe groter het verantwoordelijkheidsgevoel. Hoe hoger opgeleid, hoe groter ook het vertrouwen in elkaar en instituties. Ook dat is zorgelijk. Verschil van opleiding zou geen invloed mogen hebben op het gevoel dat jouw deelname óok van belang is en ertoe doet, en op de bereidheid om actief mee te doen.

Het gaat daarbij niet alleen om het spreekwoordelijke pannetje soep of de arm om een schouder – die misschien juist extra nodig zijn in deze donkere dagen. Tot dergelijke solidariteit zijn mensen zeker nog bereid, zie bijvoorbeeld de snelheid waarop na de explosies in de Haagse wijk Mariahoeve buurtbewoners kleding en eten kwamen brengen, en geld inzamelden voor de slachtoffers van de Tarwekamp.

Maar een samenleving is pas echt een samenleving als haar inwoners zich verantwoordelijk voelen voor al haar instituties en politiek. Thuis is immers niet alleen waar je woont, maar ook de huiskamer die je gezamenlijk hebt ingericht.

Correctie (25 december 2024): in een eerdere versie stond dat 21 procent van de Nederlanders zich verantwoordelijk voelt voor Nederland. Dat is 36 procent en is hier aangepast.
Een versie van dit artikel verscheen ook in de krant van 24 december 2024.

Mail de redactie

Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?

U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.

Maximaal 120 woorden a.u.b.
Vul je naam in