Terug naar de krant

In Lwów leefden de meest uiteenlopende volken in vriendschap samen ondanks hun onderlinge tegenstellingen

column Michel Krielaars
Leeslijst

Het leukste hotel waar ik ooit heb gelogeerd staat in de Oekraïense stad Lviv. Het is gevestigd in de voormalige citadel en kijkt uit over het oude centrum. Trams slingeren er door de straten met hun barokke en Jugendstilgebouwen en je hebt weinig fantasie nodig om je in het Habsburgse Lemberg van voor 1918 te wanen of in het Poolse Lwów van voor 1945. Want zo heette Lviv totdat het leger van de Sovjet-Unie de stad in 1944 innam en er de Poolse bevolking verdreef om die te vervangen door Oekraïners en Russen – de tienduizenden Joodse inwoners waren inmiddels door de nazi’s en hun bondgenoten vermoord.

Toe Lviv nog Lwów of Lemberg heette, was het een kosmopolitische metropool met het uiterlijk van het Habsburgse keizerrijk. Er bestond een rijk cultureel leven waarin Polen, Joden, Oekraïners, Armeniërs en Oostenrijkers in opperste harmonie samenleefden. Beroemde inwoners waren Joseph Roth, Franz Xaver Wolfgang Mozart (de zoon van), Leopold von Sacher-Masoch en Józef Wittlin. Van die laatste is nu een ontroerend, door Dirk Zijlstra vertaald en door Jan Paul Hinrichs van een nawoord voorzien ego-document verschenen met als titel Mijn Lwów. Het is een liefdesverklaring uit 1946 van een Pools-Joodse schrijver, die op het nippertje voor de nazi’s naar Amerika is gevlucht, maar zijn leven in die, inmiddels door de Sovjet-Unie ingelijfde en daardoor onbereikbare stad niet kan vergeten.

Wittlin (1896-1976) is de schrijver van de onvergetelijke anti-oorlogsroman Het zout der aarde (1935). Hij laat daarin het absurdisme zien van de Eerste Wereldoorlog, die vanaf Habsburgse militaire bureaus werd begonnen en het Oude Europa vernietigde. Het boek leverde Wittlin in 1939 een nominatie op voor de Nobelprijs voor Literatuur en doet denken aan het werk van Wittlins beste vriend Joseph Roth, die het van een voorwoord voorzag.

Uit Mijn Lwów kun je opmaken dat Wittlin zijn inspiratie voor zijn roman uit de stad van zijn jeugd met zijn markante inwoners haalde. De smeltkroes van nationaliteiten, die het voor 1918 voortreffelijk met elkaar konden vinden, maar door het beest van het nationalisme tegen elkaar werden opgezet, leidde tot een grote culturele en intellectuele creativiteit. Zo schrijft Wittlin dat het geen kunst is om vrienden te maken binnen je eigen clan, volk of partij, maar dat echte liefde, vriendschap en kameraadschap pas beginnen „waar ze ontluiken tegen de achtergrond van soms schrille contrasten en tegenstellingen.” Zelfs tijdens de Pools-Oekraïense oorlog van 1918-1919 over de controle van Oost-Galicië, toen Lwów in twee kampen werd gesplitst, ervoer hij die harmonie, tussen antisemieten en Joden, socialisten en conservatieven, ‘moskofielen’ en Oekraïense nationalisten.

In 1946, als Wittlin een imaginaire rondgang door de inmiddels in Lviv omgedoopte stad maakt, verlangt hij terug naar die wereld. „Laten we dus idylletje spelen”, schrijft hij. „Laten we sowieso een spelletje spelen en onze ogen sluiten.” Als hij dat inderdaad doet, hoort hij de Lwówse klokken van alle verschillende kerken en ziet hij voetballers van de Joodse club Hasmonea naast de leden van de Pools nationalistische gymnastiekvereniging Sokoly lopen. Des te meer betreur je het dat die bijzondere stad nu opnieuw onder vuur ligt en iedereen door Poetin tegen elkaar wordt opgehitst.

Een versie van dit artikel verscheen ook in de krant van 27 december 2024.

Mail de redactie

Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?

U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.

Maximaal 120 woorden a.u.b.
Vul je naam in