Hassnae Bouazza is schrijver, journalist en programmamaker.
Toen ze een uitnodiging voor koffie kreeg, wist Hassnae Bouazza al wat de boodschap zou zijn. Als de hoofdredactie wil praten, moet je als freelancer eigenlijk hard wegrennen om het vonnis zo lang mogelijk uit te stellen. Maar dit wordt geen treurig afscheid, integendeel.
De VVD-motie over het bijhouden van culturele en religieuze normen en waarden van Nederlanders met een migratie-achtergrond is volgens Hassnae Bouazza de zoveelste fluim in het gezicht van de mensen die door de politiek gegijzeld worden in het hokje ‘buitenstaander’. „Je vraagt je af wanneer het genoeg is geweest.”
Sinds de onrust in Amsterdam neemt de criminalisering van het ‘vrije woord’ koortsachtige vormen aan; zo is voorgesteld Instagram-account Cestmocro te verbieden. Maar wat maakt Cestmocro eigenlijk erger dan De Telegraaf?
Trump won de verkiezingen, maar er werden ook twee progressieve congresleden herkozen. En dat leert ons een les, schrijft columnist Hassnae Bouazza. „Diep ademhalen en door. Hoe zinloos het na ieder verlies ook voelt, opgeven is geen optie.”
Nuance is niet ergens in het midden nutteloos blijven hangen terwijl de verhoudingen steeds verder verschuiven richting de afgrond, maar de complexiteit van onderwerpen en mensen zien en op basis daarvan een positie innemen.
De eerste keer dat ik over Andrew Tate hoorde, was toen hij zich zogenaamd tot de islam had bekeerd. Uit de berichtgeving erover begreep ik dat hij een gewelddadige manfluencer is die zijn miljoenenpubliek via sociale media bespeelt met giftige en seksistische praatjes over mannelijkheid en vrouwen.
Columnist Hassnae Bouazza draait er niet meer omheen: ze radicaliseert. De vernietiging van de Palestijnen door Israël maakt haar duidelijk dat mensenrechten alleen voor het witte Westen en bondgenoten zijn, ieder ander moet het doen met hun totale minachting.
Die ziekelijke neiging progressieve vrouwen klein te houden, gebeurt ook in Nederland, ziet Hassnae Bouazza. De vrouwenhaat van GeenStijl en Vandaag Inside is lucratief. „Door intimidatie, georkestreerde aanvallen en bedreigingen proberen horden mannen onafhankelijke vrouwen de mond te snoeren.”
De leugen regeerde weer deze zomer. Neem de afschuwelijke steekpartij in het Engelse Southport: racistische hitsers beweerden dat de dader een moslimvluchteling was.
Het moet maar weer. De hoofddoek. Alles wat erover te zeggen valt, is al gezegd. Maar de obsessie ermee van links tot rechts is onverzadigbaar.
Dit is dus hoe democratieën omvallen, schrijft Hassnae Bouazza: een „zakkenvullende, complotdenkende” minister staat tegenover mensen met een „blind, gevaarlijk geloof dat het allemaal wel goedkomt”.
Ik begreep als dwars kind de noodzaak niet, maar als volwassene besefte ik wat een enorme rijkdom mijn ouders me hadden gegeven: ik kan in alle Arabischsprekende landen vloeiend met mensen communiceren, van Algerije tot Soedan, Libanon tot de Golfstaten. Taal opent deuren en verkleint afstanden.
Een van de ergerlijkste uitspraken, die meteen populair werd en ingeburgerd raakte, is Michelle Obama’s „When they go low, we go high”.
Twee uur in de lucht waren we, onderweg naar Marokko voor de boekenbeurs, toen we wat rumoer opmerkten achter ons.
‘Ik voel me onveilig.’ De eerste keer dat ik zag tot wat voor dynamiek zo’n opmerking leidt, was in een appgroep.
De manier waarop Kamerleden over biculturele Nederlanders, moslims, niet-westerse allochtonen, migranten en vluchtelingen spreken, is onbeschaamd en bloedstollend.
In haar beginjaren in Nederland vierde het gezin van columnist Hassnae Bouazza het Suikerfeest in een isolement. Maar inmiddels is het feest ingeburgerd ziet ze, zij het door de commercie.
Columnist Hassnae Bouazza vertaalde talloze tapgesprekken toen ze nog werkte als tolk. En daar leerde ze: je moet voorzichtig zijn met privégesprekken, zoals dat nu volgens haar ook moet gebeuren met de opnames van Khalid Kasem.
Niets heeft Trump in toom kunnen houden, schrijft Hassnae Bouazza. Als het iets laat zien, is het hoe kwetsbaar de democratie is.
Volgens de Amerikaanse regering bracht Assange soldaten in gevaar door de documenten ongelakt te publiceren. Dat is toch wel ironisch van een overheid met nul achting voor de veiligheid van onschuldige burgers.
Altijd als ik iets van plan ben, zeg ik ‘inshallah’. Uit angst dat als ik het niet zeg, het niet doorgaat.
Als je de wereld inricht naar jouw mores, ga je denken dat je de norm bent, schrijft Hassnae Bouazza. Ze ziet dat superioriteitsgevoel bij nogal wat westerse regeringen, en constateert dat het leidt tot meten met dubbele maten. „Gekmakend.”
Het politieke debat is één grote gaslight-exercitie: harde cijfers worden agressief weersproken met persoonlijke meningen of gevoelens.
Veel mensen zullen zeggen dat het niet zo’n vaart zal lopen, maar het begint met een ondemocratische leider die verkozen wordt en voor je het weet, wordt er aan allerlei rechten gemorreld.
Media, kunst en cultuur: er wordt op neergekeken door een bepaald slag politici en hun volgers. Ze zouden elitair zijn, overbodig. Maar het mooie van cultuur is nou juist dat ze je leert om zélf woorden te vinden voor je gevoelens en gedachten.
Wie zich tegen racisme uitspreekt en daarna een schouderklopje verwacht, kan beter thuisblijven en zijn innerlijke superioriteit vieren. De strijd tegen racisme en onrecht hoort onvoorwaardelijk te zijn en het eigen ego te overstijgen.
Een groot deel van de Nederlanders „heeft hun racisme liever zo puur en ongegeneerd mogelijk”, ziet columnist Hassnae Bouazza – en ze is er ontdaan van. Niet dat het sentiment nieuw is, maar omdat het nu vrijelijk geuit kan worden.
De kloof tussen politiek en volk is enorm. Dit gaat niet om pro-Israël of pro-Palestina, maar om mensenrechten. Ieder mens is gelijk of niemand is gelijk.
De uitzichtloosheid van de Palestijnen, het besef dat hun verdriet, hun verlies, hun lijden politici in het Westen onberoerd laat: het is wat veel voor een volk om te dragen, schrijft Hassnae Bouazza.