Hebben landen met een hoge CO2-uitstoot een verplichting tot compensatie aan vooral arme landen die door de klimaatschade ten gevolge van die uitstoot worden getroffen? Dat is de vraag die door Vanuatu, een kleine eilandstaat in de Grote Oceaan, aan het Internationaal Gerechtshof is voorgelegd. Vanuatu dreigt namelijk onder water te verdwijnen door de klimaatverandering ten gevolge van die uitstoot.
In zijn artikel De rechter kan niet bepalen van wie de atmosfeer is (16/12) meent Marc Davidson dat het Internationaal Gerechtshof niet de juiste instantie is om dat te bepalen. Het recht kan volgens hem immers alleen toetsen aan politiek vastgestelde normen en die zijn er momenteel niet.
Ik meen dat Davidson hier een te smalle en achterhaalde opvatting van recht huldigt, namelijk het zogeheten rechtspositivisme. Volgens die opvatting is recht wat in de wet staat. Wat er dus niet in staat is geen recht. In die optiek kan de rechter als ‘mond van de wet’ slechts oordelen op basis van bestaande rechtsregels die door de politiek c.q. de wetgever moeten worden aangereikt. Als die laatste het laat afweten kan de rechter, met andere woorden, ook niets.
Als dat het hele verhaal was, hadden we destijds in Nederland ook geen juridische regeling van de euthanasiekwestie en het stakingsrecht gehad. In beide gevallen was de politiek niet in staat tot wetgeving op dat gebied. Toen er toch desbetreffende zaken aan de rechter werden voorgelegd, heeft deze niet steunend op wetgeving regelingen ter zake getroffen. Steunend op het rechtvaardigheidsbeginsel als basis van alle recht heeft de rechter hier recht geschapen.
Uiteraard heeft Davidson gelijk dat de normale situatie is dat de rechter op wetgeving kan steunen. Wetten moeten echter geïnterpreteerd worden en op die manier doet de rechter aan rechtsvinding. Maar als de politiek ernstig in gebreke blijft om effectieve maatregelen te nemen (zie de klimaattoppen die steeds ver achterblijven bij wat zou moeten gebeuren) en er vervolgens een situatie ontstaat waarin urgente actie nodig is, zoals in het geval van Vanuatu, dan zou de internationale rechter, steunend op het beginsel van verdelende rechtvaardigheid, voor een doorbraak kunnen zorgen. De internationale rechter is dan de enige instantie die wij voor zo’n doorbraak hebben.
em. hoogleraar wijsbegeerte