Het is weer een weldaad, om in het magische universum van Harry Potter te verkeren. De grote lijn van het verhaal kende ik natuurlijk nog op mijn duimpje, die is zo ongeveer in mijn ziel geëtst, maar al het andere – de kleine lijnen zeg maar, dus de rijke stoffering van de tovenaarswereld, de vrolijkmakende inventiviteit ervan, de toch echt wel secure psychologie van de personages, de taalgrapjes van Wiebe Buddingh’ – biedt verrassing en herkenning tegelijk. Oja, in Harry Potter en de Gevangene van Azkaban (1999) verliet Harry zijn oom en tante per ‘Collectebus’, de pimpelpaarse driedubbeldekker die op magische wijze door de wereld vloeit. Oja, die onbesuisde prepuberale vrijheidsdrang van Harry, die per se in de weekends de kroeg in wil, terwijl alle volwassenen hem proberen te beschermen tegen een voortvluchtige crimineel die het op hem gemunt zou hebben. Oja, die Sirius Zwarts, van wie een hysterisch vijandbeeld wordt gecreëerd (ten onrechte, waardoor je mooi inzicht krijgt in de machinaties van vijanddenken). Oja, Sirius, die eigenlijk de oude kameraad van Harry’s vader was – en oja, de oude, nog dooretterende jaloezie daarop van professor Sneep, die zich nu uit in kleine sneertjes.
Excuus: het bovenstaande is misschien onbegrijpelijk voor wie geen fan is, maar tja, het zijn toch precies dit soort details die mijn herlezing van Harry Potter en de Gevangene van Azkaban kleuren – en de moeite waard maakten. Bewondering voor de world building, voor het karakterologische vernuft, voor de volwassen thematiek die hier zo duidelijk intreedt in wat in de boeken daarvoor nog echt een kinderboekenreeks was.
Wat me ook opviel: dat ik niet gehinderd werd door een gedachte aan de schepper van dit alles, de onverdraagzame, rabiate anti-transgenderactiviste J.K. Rowling.
Ooit was ik fan. Ik las Harry Potter, herlas Harry Potter, stond middenin de nacht voor boekwinkels voor de nieuwe Harry Potter, maakte van Harry Potter mijn voornaamste hobby, maakte deel uit van een community, ik kwam op radio en tv als fan van Harry Potter, want ik maakte een website over Harry Potter, een nieuwsbrief, leerde mezelf daarmee journalistiek schrijven omwille van Harry Potter – en je zou zonder erg te overdrijven kunnen zeggen dat mijn huidige leven als literatuurcriticus begonnen is bij Harry Potter.
Zoals dat gaat met iets waar iets anders uit voortkomt: het resultaat is de bron gaan overstemmen
Zoals Claire Dederer ‘fandom’ definieert in haar boek Monsters. Dilemma’s van een fan (nogal een lumineuze essaybundel, over hoe om te gaan met ‘fout’ gebleken, al dan niet gevallen kunstenaars), namelijk als een obsessie, komt in de buurt bij hoe het was. ‘Het betekent: ik ben een fan, een superfan, een intergalactische fan, ik ben voorwaar gedefinieerd door dit ding, het is mijn persoonlijkheid, het is mij, ik ben het’, schrijft Dederer.
Maar ik noem mezelf geen fan meer. Zoals dat gaat met iets waar iets anders uit voortkomt: het resultaat is de bron gaan overstemmen. Ik ben nu vijfentwintig jaar ouder, meer criticus dan fan, het identiteits-definiërende aspect van mijn Harry Potter-fandom is gaandeweg afgenomen. Ja, ik ben naar Londen geweest voor het toneelstuk Harry Potter and the Cursed Child, maar bij de Fantastic Beasts-films verloor ik mijn interesse en ik heb nooit de game Hogwarts Legacy gespeeld. En ik ben ook afgehaakt bij de ellenlange thrillers van Robert Galbraith (een pseudoniem van Rowling).
Een kunstwerk los zien van de maker is voor de fan bijna niet te doen, aldus Claire Dederer. ‘Je hebt de kunst niet alleen bewonderd, niet alleen geconsumeerd, maar je bent die kunst geworden. En daarom heb je een nieuwe, veel intiemere relatie met de maker’, schrijft ze. Dederer wijdde een hoofdstuk aan de woede van in het bijzonder queer fans over J.K. Rowlings standpunten tegen trans vrouwen, die als verraad voelden: ‘Rowlings verhaal over een plaats waar anders-zijn werd geaccepteerd sloot hen uiteindelijk toch buiten.’
Daar is geen speld tussen te krijgen: dan is je wezen aangetast, inderdaad. Maar zo persoonlijk als dat is, zo is het cancelen van Rowlings werk ook een persoonlijke afweging. En hoewel J.K. Rowling voor mij ook afgedaan heeft, deren haar geradicaliseerde meningen mij niet op die manier. Niet ten koste van Harry Potter. Want haar boeken betekenen iets voor mij, maar J.K. Rowling zelf niet. Dát is wat herlezing van Harry Potter en de Gevangene van Azkaban me opleverde. Het besef: die boeken die lang angstvallig onaangeraakt in mijn kast stonden (uit angst voor bederf door de kennis van nu), zijn van mij, en niet van een auteur die nog iets kan verpesten. Mijn gloedvolle herinnering gun ik mezelf én ik ontzeg mezelf niets door er niet meer voor open te staan. Want de boeken leven, maar de auteur laat me koud. Die heb ik ergens in het verleden weggecijferd: haar boeken zijn allang losgeweekt uit de greep van haar auteurschap. Harry Potter is groter dan zij.