Terug naar de krant

Koen Schuiling weet niet meer wat Nederland beschaafd maakt

profiel

Burgemeester van Groningen De buiten slapende asielzoekers in Ter Apel waren zíjn verantwoordelijkheid. Maar andere gemeenten hielpen niet en het Rijk gaf niet thuis. „Deze crisis creëerden we zelf.”

Leeslijst
Illustratie Chuan Ming Ong

Zijn stem is tegen het monotone aan, zijn voorkomen timide. Kalm, beheerst, bedachtzaam. Zo treedt Koen Schuiling (VVD) op als burgemeester van Groningen. Maar eind maart, op een zonnige vrijdagmiddag, is zijn geduld op en komt hij met een opzienbarend dreigement. Hij denkt eraan het aanmeldcentrum voor asielzoekers in Ter Apel te sluiten.

In de weken ervoor zijn er te veel asielzoekers in Ter Apel aangekomen. Honderden mensen verblijven dicht op elkaar in zes paviljoententen. Jonge en oude, zieke en getraumatiseerde vluchtelingen. Er is geen privacy, kinderen spelen met afval, de toiletten lopen over, er wordt gestolen en de sfeer is opgefokt.

Dagelijks neemt het aantal nieuwe asielzoekers toe. Terwijl het personeel het werk niet aankan en het risico op een corona-uitbraak onder de vluchtelingen groot is.

Het is onverantwoord om mensen onder deze omstandigheden te blijven opvangen, vindt Schuiling, die als voorzitter van de Veiligheidsregio Groningen verantwoordelijk is. Een slot op het hek van het aanmeldcentrum zou betekenen dat het voor asielzoekers in Nederland onmogelijk wordt om asiel aan te vragen, want iedereen die asiel wil aanvragen in Nederland móét eerst langs Ter Apel. Toch overweegt hij de sluiting serieus, hopend dat andere gemeenten dan opvangplekken gaan creëren.

Zijn dreigement lijkt in de rest van Nederland weinig los te maken. Hulp van andere gemeenten komt er dat weekend niet. Op één gemeente na: Utrecht plaatst voor vier weken tweehonderd veldbedjes in een voormalig casino. Dat is te weinig, want wekelijks komen bijna duizend nieuwe asielzoekers aan in Ter Apel.

In de maanden erna wordt de situatie in Ter Apel erger en erger. In de zomer slapen wekenlang honderden asielzoekers op het grasveld buiten de poort. Pas als eind augustus een drie maanden oude baby overlijdt, komt er substantiële hulp.

NRC volgde Koen Schuiling het afgelopen jaar en voerde meerdere gesprekken met de burgemeester over de asielcrisis en hoe die zich ontwikkelde achter bestuurlijke deuren. Tijdens elk van de gesprekken zegt hij: „Deze crisis hebben we zelf gecreëerd.”

Schuilings dreiging met het sluiten van Ter Apel vindt weliswaar weinig gehoor bij andere gemeenten, het kabinet reageert uiteindelijk wel. „Ik merk dat er beweging komt in Den Haag”, appt Schuiling diezelfde vrijdagmiddag eind maart. „Werd tijd.” Hij heeft intensief contact met de nieuwe staatssecretaris voor asiel, Eric van der Burg (Justitie en Veiligheid, VVD). Die belooft snel met grote cruiseschepen te komen waar asielzoekers kunnen worden opgevangen, en belt zelf met burgemeesters om opvangplekken te regelen. Dit zijn oplossingen voor de problemen in Ter Apel die Schuiling al langer hoort, maar deze staatssecretaris – „die oprecht overkomt en zeven dagen per week bereikbaar is” – geeft hij het voordeel van de twijfel.

Schuiling sluit Ter Apel niet.

Alleen: de staatssecretaris heeft geen macht om gemeenten te dwingen opvangplekken te creëren of cruiseschepen te laten aanmeren. Bovendien zijn de asielzoekers in Ter Apel niet het enige opvangprobleem voor de staatssecretaris: vanaf eind februari bereiken dagelijks honderden Oekraïners Nederland, op de vlucht voor de net uitgebroken oorlog. Voor hen lukt het gemeenten wel om opvangplekken te regelen. Binnen enkele weken zijn er tienduizenden bedden geregeld in voormalige kantoren, hotels en kazernes. Dat is goed nieuws voor die vluchtelingen, maar het maakt de kans nog kleiner dan er iets geregeld kan worden voor mensen uit andere landen. Tijdens het Paasweekend, een paar weken later, maken Schuiling, het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA), de gemeente Westerwolde (waar Ter Apel onderdeel van is) en staatssecretaris Van der Burg de afspraak dat de paviljoententen binnen een week worden afgebroken en er vanaf dat moment in Ter Apel maximaal tweeduizend asielzoekers worden opgevangen – zoals de vergunning van het asielcentrum ook voorschrijft. Met deze maatregelen zou de ergste druk van de ketel moeten zijn.

Die tweeduizend plekken zijn niet alleen voor de asielzoekers die hun eerste asielaanvraag doen. Voor hen zijn 275 bedden in de nachtopvang beschikbaar, die in rustiger tijden alleen bedoeld is voor mensen die ’s avonds laat aankomen. De rest van het enorme complex tussen de Groningse aardappelvelden bestaat uit een regulier asielzoekerscentrum, een locatie voor alleenstaande minderjarigen en een vrijheidsbeperkende afdeling voor mensen die terugmoeten naar hun land van herkomst. En aan de voorkant van het complex staat de toegangspoort van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en de Vreemdelingenpolitie, die beide kantoor houden in Ter Apel. Daar moet elke nieuwe asielzoeker in Nederland zich melden.

Slapen op IND-kantoorstoelen

In de weken voor Pasen telden COA-medewerkers tot wel 2.700 asielzoekers op het complex. Dat kan het personeel niet aan, de voorzieningen zijn er niet, waardoor mensen genoodzaakt zijn in de paviljoententen te slapen. Die waren geplaatst in de coronatijd om het houden van afstand te vergemakkelijken. Vanwege de asieldrukte ná de lockdowns zijn de tenten nooit weggehaald.

Ook de aanmeldloketten van de IND lopen over, vertelt Schuiling aan Van der Burg als deze laatste Ter Apel bezoekt. Beiden noemen het gesprek na afloop „hard”, maar er is resultaat: het kabinet kondigt de komst van vier nieuwe aanmeldcentra aan. Waar en wanneer, dat hoort Schuiling niet.

Illustratie Chuan Ming Ong

Al snel blijkt de grens van maximaal tweeduizend asielzoekers op het complex onhoudbaar. Omdat de paviljoententen weg zijn, slapen in april binnen een paar weken dagelijks tientallen tot bijna tweehonderd asielzoekers in de kantoren van de IND op het complex in Ter Apel. Op de grond, in de wachtruimtes en gangen. Sommigen zelfs op kantoorstoelen van de IND. En op 11 mei slapen de eerste asielzoekers buiten de hekken van het complex. Onder de blote hemel, op het gras.

Het is half juli. Om half elf ’s avonds op een zaterdag appt Schuiling aan NRC foto’s en filmpjes van de situatie voor de hekken van het asielcomplex in Ter Apel. Tientallen mensen liggen op witte kleedjes op het gras, omringd door afval. De vier door de Veiligheidsregio geplaatste toiletcabines zitten vol poep. „Hele dag aan het duwen en sleuren en 0 resultaat, zelfs niet voor 200 man”, appt Schuiling die avond. En hij belt met verschillende burgemeesters, maar geen enkele gemeente kan die avond opvang regelen. De tweehonderd mensen – zoveel zijn het er op dat moment – moeten buiten slapen.

Een hittegolf bereikt Nederland die week. Voor de poorten van Ter Apel wachten inmiddels twee- tot driehonderd asielzoekers. Gezinnen met grote, volle koffers, jonge mannen met alleen een plastic tasje, oma’s, baby’s. Maar de hekken van het aanmeldcentrum zijn dicht. Het is al wekenlang vol.

Een paar keer per dag komt er een COA-medewerker bij het hek staan. Die pikt de meest kwetsbare mensen uit de groep wachtenden. Vrouwen met kinderen, alleenstaande minderjarigen, bejaarden en lhbti’ers. Zij krijgen voorrang bij het aanmeldproces. Maar de IND en de Vreemdelingenpolitie kunnen slechts tachtig mensen per dag registreren, terwijl elke dag zo’n honderd asielzoekers zich melden in Ter Apel. En dus neemt het aantal wachtenden buiten de hekken dag na dag toe.

Naast de vier toiletcabines regelt de Veiligheidsregio een luifeltent voor beschutting, en waterbakken. Aan het COA wordt gevraagd voor iedereen een dagelijkse maaltijd te regelen.

‘Oplosbare’ crisis

Een week na de appjes over „0 resultaat” zit Schuiling in een kantoor van de gemeente Groningen. Hij praat zachter dan normaal, hij is moe. En gefrustreerd. „We zien sinds augustus 2021 het probleem al ontstaan”, zegt hij. Toen werd het door de opgeheven coronarestricties weer makkelijker om te reizen, en nam het aantal nieuwe asielzoekers in Ter Apel flink toe. Maar nu, bijna een jaar later, blijkt de urgentie bij andere gemeenten – er moeten écht extra opvangplekken bijkomen – nog steeds te ontbreken. „Dit is een humanitaire crisis, maar het besef is er niet.” Bovendien, zegt Schuiling, is het oplosbaar. „Het gaat niet om megagrote aantallen vluchtelingen. Alleen: de fundamentele wil om als land eraan te gaan staan, zoals tijdens corona, ontbreekt.”

Al sinds het voorjaar komen de Veiligheidsregio’s van Nederland regelmatig samen om over de asielcrisis te praten. Als alle 344 gemeenten een aantal van de asielzoekers opvangen, dan hoeft er volgens Schuiling niemand voor de poort van Ter Apel te slapen. Dan kan er een systeem voor onderverdeling en vervoer komen, waarbij asielzoekers naar opvangplekken in het hele land worden gebracht en weer worden opgehaald zodra ze in Ter Apel aan de beurt zijn.

De fundamentele wil om als land
eraan te gaan staan,
zoals tijdens corona, ontbreekt

Maar tijdens deze overleggen merkt Schuiling dat er vooral discussies zijn over de cijfers die de Veiligheidsregio’s zelf aanleveren, van het aantal geregelde opvangplekken. Regio’s die volgens de cijfers tekortschoten, zeggen dat de cijfers niet kloppen, dus dat ze niet meer hoeven te doen. De Veiligheidsregio Groningen, waarvan elke gemeente asielzoekers en Oekraïners opvangt, zegt dat ze al meer dan genoeg doet en niet nog meer mensen gaat opvangen.

Voor gevluchte Oekraïners zijn inmiddels, in een paar maanden tijd, wel zo’n vijftigduizend opvangplekken geregeld. Maar opvang regelen voor asielzoekers, die onder een andere opvangregeling vallen, doen gemeenten maar mondjesmaat. Bijna tweederde van de gemeenten biedt geen asielopvang aan, blijkt in augustus uit onderzoek van NRC. Die gemeenten zeggen dat ze geen locaties kunnen vinden, dat er geen draagvlak is onder de bevolking of dat ze alle opvangplekken nodig hebben voor Oekraïners.

Dat de asielzoekers ondertussen al maanden af en aan noodgedwongen buiten slapen is in strijd met internationale verdragen en de Nederlandse wetgeving. Zo is er te weinig toegang tot sanitaire voorzieningen, gezondheidszorg en onderwijs. „Dat vind ik wel een puntje”, zegt Schuiling onderkoeld op het gemeentekantoor. Hij belt die weken in juli en augustus zelf collega-burgemeesters om aan te dringen op opvangplekken, en vermoeit medewerkers van de Veiligheidsregio met telefoontjes over maaltijden en busvervoer van Ter Apel naar (het geringe aantal) opvangplekken elders in het land; het COA is namelijk niet verantwoordelijk voor wat er buiten de hekken van Ter Apel gebeurt. Op dat uitvoerende niveau moet ik belletjes plegen”, zegt Schuiling. „Hoelang kan ik dit volhouden?”

Schuiling heeft al twee drukke zomers achter de rug, vanwege de handhaving van de steeds maar weer veranderende coronaregels. De komende drie weken wil hij even vrij nemen.

Maar na zijn eerste vrije week thuis appt hij alweer: „Slapeloze nacht gehad.” In de dagen ervoor zijn vechtpartijen uitgebroken onder asielzoekers, voor de poorten van Ter Apel. Het aantal mensen dat buiten moet slapen, loopt op sommige dagen op tot zevenhonderd. „Zij die het minste leveren, maskeren dat door hun grote mond”, appt hij, doelend op gemeenten die openlijk, via de media, weigeren extra asielzoekers op te vangen. „Dat ergert me nog het meest.”

‘Ik kon wel door de grond zakken’

Op donderdagmiddag 8 september - asielzoekers slapen nu al de hele zomer buiten - stapt Koen Schuiling in de trein voor een reis van drie uur naar Eindhoven, voor het afscheidssymposium van zijn collega-burgemeester John Jorritsma (VVD). Onderweg gaat zijn telefoon. Er is overlast van amokmakers die Ter Apel al weken teisteren, hoort hij van een Haagse ambtenaar.

Tijdens de receptie in het Muziekgebouw in Eindhoven krijgt Schuiling continu berichten binnen op zijn telefoon. Meteen na het applaus snelt hij naar een stil kamertje, druk telefonerend. Even later heeft hij politie-inzet geregeld.

Op de terugweg krijgt hij weer een telefoontje, in een stampvolle trein. Honderden asielzoekers staan voor de poort van Ter Apel, terwijl het buiten giet van de regen. Gefrustreerd hoort hij het aan. Waarom hoorde hij dat niet tijdens het telefoontje eerder die dag? Dan was er nog wat te regelen geweest.

Kort daarna krijgt hij een geruststellend bericht: de mensen krijgen onderdak.

Om twaalf uur ’s avonds staat hij voor zijn bed als wéér de telefoon gaat. Het is toch niet gelukt om de tweehonderd mensen op te vangen. De bussen stonden klaar om de asielzoekers naar een opvangplek elders te brengen, maar door de opstootjes eerder die dag voelden de COA-medewerkers die dat moesten regelen, zich niet veilig. Ze durven uit angst voor agressie niet buiten de hekken om de asielzoekers naar de bussen te dirigeren.

„Ik kon wel door de grond zakken”, zegt Schuiling tijdens een gesprek, later in het stadhuis. „Ik was boos omdat ik dacht dat het goed geregeld was en schaamde me voor de mensen die buiten bleven en de medewerkers die dat moesten meemaken.”

Normaal gesproken begint Schuiling de dag met een uur thuis roeien met op de achtergrond klassieke muziek. Nu niet. Hij staat om zes uur op en meteen stuurt hij appjes naar de verantwoordelijke medewerkers. Vanaf zeven uur hangen ze al aan de lijn. Hij hoort dat een paar honderd mensen buiten hebben moeten slapen. Er was geen ruimte in de nachtopvang of in de wachtruimtes van de IND.

Even later appt minister Dilan Yeşilgöz-Zegerius (VVD, Justitie en Veiligheid) hem. Schuiling is dan zelf nog aan het uitzoeken waar het de vorige avond precies mis is gegaan. De minister blijft appen, ze zit in het Torentje en móét Schuiling spreken. Even later gaat de telefoon. „En ja hoor, Mark Rutte zelf”, zegt Schuiling er later over. „Hij was des duivels, ik zou dit toch óplossen.”

Inmiddels is er volop aandacht vanuit Den Haag voor de asielcrisis in Ter Apel. Een paar weken eerder overleed de baby van drie maanden in een sporthal van het asielcomplex. Later blijkt uit onderzoek van het Openbaar Ministerie dat er geen strafbare feiten zijn begaan. Over de doodsoorzaak wordt verder niets bekend.

De telefoon gaat.
Ja hoor, Mark Rutte zelf.
‘Hij was des duivels,
ik zou dit toch óplossen’

Opeens let niet alleen Den Haag op Ter Apel, maar ook de Inspectie Gezondheidszorg en Artsen Zonder Grenzen, twee organisaties die na de dood van de baby eind augustus naar Ter Apel komen. Er is een groot risico op infectieziekten door het gebrek aan hygiëne, zegt de Inspectie. Burgers roeren zich ook: mensen delen eten uit, en een ondernemer uit Groningen brengt 164 tenten naar Ter Apel. „Ik werd erop aangesproken dat ik meer moest doen”, zegt Schuiling medio september in zijn ruime kamer in het net gerenoveerde stadhuis.

Na de dood van die baby voelt Schuiling zich bozer en bozer. „Wij lieten de GGD in október 2021 al rapporten schrijven over de situatie in Ter Apel, zegt hij, maar na het trieste overlijden van de baby trekken organisaties opeens een grote broek aan en gaan ze wijzen – dat de medewerkers in Ter Apel niet genoeg zouden doen. Dat schiet me zó in het verkeerde keelgat.”

Van een afstand is het makkelijk oordelen, zegt Schuiling. ‘Zet even extra waterbakken neer, regel wat extra toiletcabines’, krijgt hij te horen. „Ik begrijp dat verwijt, maar bij die spullen horen mensen.” Het water uit zulke bakken moet gezuiverd, voor de toiletten zijn schoonmakers nodig. „We hebben al maanden een beroep op onze mensen gedaan. Weer een avond door, weer een paar uurtjes extra. Ik krijg vanuit de politie, ambtenarij en asielmedewerkers steeds vaker ‘nee’ te horen.”

Hij voelt zich in de steek gelaten, in de eerste plaats door veel andere gemeenten, die volgens Schuiling wegkijken. Dan door Den Haag, dat herhaaldelijk zegt dat het crisis is in Ter Apel, maar daar niet naar handelt. En uiteindelijk ook door de Inspectie Gezondheidszorg, die volgens Schuiling veel en veel te laat naar Ter Apel kwam. „Wat was er in godsnaam nog meer nodig om duidelijk te maken dat het zo niet langer kon?”

Het luidste applaus

Op een ijskoude zaterdagochtend in november loopt Schuiling naar de achterkant van de voormalige Van Nelle Fabriek in Rotterdam. Daar is de ingang van het najaarscongres van zijn partij, de VVD. Het is het drukst bezochte congres in jaren, zeker 1.600 leden zijn aanwezig in de oude tabaksfabriek. Want er staat wat op het spel: de leden mogen stemmen over de nieuwe asielwet. Stemmen ze voor, dan kan staatssecretaris Van der Burg gemeenten dwingen asielzoekers op te vangen – een maatregel waar in Den Haag al een jaar over wordt gedebatteerd. Stemmen ze tegen, dan dreigt een kabinetscrisis.

Ruim voor aanvang van het congres zit Schuiling op een van de witte stoelen in de zaal, die nog vrij leeg is. Hij heeft plaatsgenomen naast een microfoon. „Wellicht ga ik wat zeggen als ik de kans krijg”, zegt Schuiling, die bekendstaat als een linkse VVD’er en zich eerder kritisch uitsprak over het „populistische toontje” dat zijn partij vaak hanteert.

Vóór de stemming over de wet houdt partijleider Mark Rutte een speech, waarin hij de noodzaak van de wet verkondigt, maar vooral benadrukt dat hij een minder hoge asielinstroom wil. Daarna volgen de leden. De een is tegen de asielwet omdat er geen huizen gebouwd kunnen worden vanwege de stikstofcrisis. Een ander vindt dat IS-bruiden eerst hun nationaliteit moet worden afgepakt. Weer iemand anders vindt dat Nederland vol is en er een asielstop moet komen. Er klinkt applaus. Schuiling klapt niet mee.

Hij gaat staan achter de microfoon. Hij krijgt 45 seconden om de zaal te overtuigen vóór de asielwet te stemmen. Hij begint zijn verhaal over Groningen, de provincie die al getroffen is door de aardbevingen en daardoor een woningtekort heeft, maar waar toch alle gemeenten „schouder aan schouder” vanuit „humanitaire liberale waarden” opvangplekken hebben geregeld voor asielzoekers. „Maar Groningen kan het niet alleen”, eindigt hij, waarna het luidste applaus van die middag volgt.

Uiteindelijk stemt 77 procent van de VVD-leden vóór de nieuwe asielwet. Schuiling is „opgelucht”, zegt hij.

Een week later loopt hij ontspannen door de gang van het stadhuis. Sinds half september slapen er geen asielzoekers meer buiten de poorten van Ter Apel, mede dankzij de komst van een nieuwe opvanglocatie voor zevenhonderd mensen, die dient als wachtkamer voor Ter Apel. De locatie ligt in Zoutkamp. Wéér in de provincie Groningen.

Hij heeft eindelijk wat ruimte in zijn hoofd om na te denken. „Dagelijks belast ik me met de vraag”, zegt hij. „Of ik niet nog een tandje harder had kunnen of moeten lopen.” Het personeel van het COA, de politie en zijn ambtenaren heeft hij „tot het uiterste gedreven” in hun werk. „Mensen met gezinnen die ik niet nóg meer had kunnen vragen.”

Of hij dat toch had moeten doen? „Ik kan het antwoord nog niet formuleren.”

Al was er één actie die hij misschien toch had moeten doorzetten: een bus vol asielzoekers naar het Binnenhof in Den Haag sturen. Schuiling besprak de mogelijkheden daarvan meermaals met zijn ambtenaren, wanneer Ter Apel weer eens volliep en de urgentie bij andere gemeenten ontbrak om snel opvang te regelen. In het voorjaar, in de zomer, vaak dacht hij eraan om die bus te sturen. Toch zag hij ervan af: „Ik vond dat moreel toch wel ingewikkeld.”

Terugkijkend op het jaar herhaalt hij wat hij vanaf het begin gezegd heeft: „Dit is een totaal onnodige crisis die door onszelf gecreëerd is”. Collega-burgemeesters die wegkijken, Den Haag dat beloftes niet nakomt. „In maart hoorden we dat er vier nieuwe aanmeldcentra zouden komen, nu is er nog geen één geregeld.” Medio december zijn er voldoende opvangplekken, er is zelfs overcapaciteit. Maar in het voorjaar zal de instroom weer toenemen, terwijl enkele grote opvangcontracten op 1 april aflopen.

Eén ding zit Schuiling het meest dwars. „In Nederland hebben we een humanistische traditie, waarbij we mensen helpen. Dat verhaal heb ik het afgelopen jaar te weinig gehoord. Dat moeten politici meer gaan vertellen: wat zijn we voor land, wat vinden wij erg en wat niet? Wat maakt dat wij een beschaafd land zijn?”

Een versie van dit artikel verscheen ook in de krant van 24 december 2022.

Mail de redactie

Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?

U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.

Maximaal 120 woorden a.u.b.
Vul je naam in