Terug naar de krant

Komt de bonusregeling nou wel of niet boven op het basissalaris?

rubriek Economie & recht
Met de bonusregeling voor succesvolle verkopen kan de salesmedewerker zijn salaris mooi aanvullen. Hij blijkt de regeling echter heel anders uit te leggen dan zijn werkgever.
Leeslijst

De zaak

Een salesmedewerker gaat als ‘security expert plus’ aan de slag bij een alarmservicesbedrijf. Ze komen een basissalaris overeen en het bedrijf werkt met een bonusregeling, afhankelijk van het aantal ‘sales’ dat de medewerker weet te bewerkstelligen. Om uit te leggen hoe het werkt, geeft de werkgever de nieuwe medewerker een boekje mee met een zogeheten componentenschema. Daarin staat het basissalaris aangegeven en de bonussen die bij de verschillende aantallen verkopen horen. Bovendien zal de werkgever jaarlijks een overzicht geven van de variabele beloning die de medewerker toekomt, dat wordt in de contracten een addendum genoemd.

Uiteindelijk zal de man iets minder dan anderhalf jaar bij het bedrijf werken, op basis van drie contracten, tussen september 2019 en februari 2021. Zo’n addendum krijgt hij niet één keer. Wel wisselen werkgever en werknemer een paar keer berichten uit over de berekening van de bonus die de medewerker toekomt. Daarover blijken ze van mening te verschillen. De werkgever zegt dat het basisloon van het bonusbedrag moet worden afgetrokken. De werknemer is ervan overtuigd dat de bonus hem volledig, boven op het basissalaris, toekomt. Hij stapt naar de kantonrechter in Amsterdam, maar vangt daar bot. In hoger beroep krijgt hij wel gelijk. Gerechtshof Amsterdam oordeelt, kort samengevat, dat de werkgever zich niet aan zijn informatieplicht heeft gehouden en dat daarom wordt uitgegaan van de lezing van de medewerker. Daartegen gaat vervolgens het alarmservicesbedrijf in cassatie.

De Uitspraak:
Schending informatieplicht niet genoeg

De Hoge Raad stelt dat de werkgever er inderdaad niet in slaagt te bewijzen dat hij de medewerker goed heeft ingelicht over de manier waarop de bonusregeling werkt. Het staat onduidelijk in de contracten en het boekje en er kwam geen addendum. Daarmee heeft de werkgever dus ook zijn informatieplicht geschonden. Maar de Hoge Raad gaat niet mee in de conclusie dat dan automatisch de lezing van de werknemer geldt. Uit de rechtspraak volgt dat dan volgens de zogeheten Haviltex-maatstaf moet worden beoordeeld welke lezing de juiste is, die van de werkgever of die van de werknemer. Als een bepaling in een contract taalkundig niet tot eenduidigheid leidt, dan moet worden gekeken wat beide partijen hebben bedoeld. Hoe is erover gesproken? Er moet breder worden gekeken dan wat er op papier staat. En dat heeft het gerechtshof Amsterdam onvoldoende gedaan, zegt de hoogste rechter. Argumenten die de werkgever aandroeg die pleitten voor zijn lezing, zijn niet meegewogen. En daarom vernietigt de Hoge Raad de beschikking van het gerechtshof, die bepaalt dat de werkgever de medewerker nog ruim 32.000 euro aan achterstallige bonus/basissalaris moet betalen. De Hoge Raad verwijst het geding naar gerechtshof Den Haag. Dat moet zich nu over de kwestie buigen en opnieuw een oordeel vellen.

Het commentaar

De werkgever is verplicht om medewerkers te informeren over het loon en over alle bestanddelen binnen dat loon, zoals deze bonusregeling. Dat is een wettelijke plicht. De werkgever moet de werknemer over tal van zaken informeren. „Die plicht is in 2022 uitgebreid na implementatie van de Europese Richtlijn inzake transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden”, zegt arbeidsrechtadvocaat Pascal Besselink van DAS. Als de werkgever zich niet aan deze informatieplicht houdt, en de werknemer ondervindt daar schade van, dan is de werkgever daarvoor aansprakelijk, voegt hij toe. „Voor het hof betekende dat dat de lezing van de medewerker moest worden gevolgd en dat de bonus dus boven op het basissalaris moest worden betaald. Maar de Hoge Raad zegt nu: nee, je moet alsnog beide lezingen tegen elkaar afzetten. Overigens zal de schending van de informatieplicht dan wel een belangrijke rol spelen in de afweging. Het is vooral dat de schending niet automatisch leidt tot de keuze voor de uitleg van de werknemer. Maar de kans bestaat dat gerechtshof Den Haag na een betere afweging toch tot dezelfde conclusie komt.”

De Hoge Raad moest nu volgens de Haviltex-maatstaf beoordelen. Besselink: „Als de Hoge Raad gebruik had gemaakt van de contra proferentem-regel, die inhoudt dat een onduidelijke regel altijd voor rekening komt van de contract opstellende partij, in dit geval dus de werkgever, dan was de medewerker er waarschijnlijk al geweest.” Maar voor zover Besselink het overziet, heeft de Hoge Raad dat in arbeidsrechtelijke kwesties nog nooit gedaan. Wel wees de Hoge Raad in het cao-recht die contra proferentemregel af.

„Er wordt niet veel geprocedeerd over de informatieplicht”, zegt Besselink. Misschien verandert dat. Want er is dus die Europese richtlijn over arbeidsvoorwaarden en daaruit is in Nederland de Wet transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden voortgekomen, die sinds 2022 geldt. En in die richtlijn en wet is de lijst met gegevens waarover een werkgever een informatieplicht heeft – binnen een week of maand na aanvang van het dienstverband – uitgebreid. Zo moet de werkgever bijvoorbeeld nu ook iets zeggen over de regels bij ontslag.

Uitspraak: Hoge Raad, 13 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1871

Een versie van dit artikel verscheen ook in de krant van 24 december 2024.

Mail de redactie

Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?

U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.

Maximaal 120 woorden a.u.b.
Vul je naam in