Drie dagen voor de heropening van de Notre-Dame staan er nog heel wat mensen op het dak. Een gele hijskraan takelt loom steigeronderdelen weg door de koude lucht. Tussen de toeristen voor de kathedraal op het Île de la Cité in Parijs wordt een restaurateur geïnterviewd. Een Amerikaanse toerist zegt verrukt dat ze heeft gehoord dat „honderdduizenden mensen geld hebben gedoneerd voor de restauratie”. Een Française weet dat „zelfs Donald Trump dit weekend komt”.
Dit weekend opent de kathedraal, in april 2019 gedeeltelijk verwoest door een brand waarvan de oorzaak nooit is opgehelderd, opnieuw haar deuren. In plechtige ceremonies zal worden gebeden en gezongen. Tal van artiesten, geestelijken, staatshoofden (en Trump) komen naar Parijs. President Macron, deze week in het nauw gebracht door de val van de regering-Barnier, zal er meermaals het woord nemen.
Macron beloofde een dag na de brand al dat de kathedraal na vijf jaar weer open zou gaan, „nog mooier dan ze al was”, terwijl de omvang van de schade nog niet eens bekend was. Veel Fransen geloofden er niet in, maar Macron zette alles op alles. En het lukte.
/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data43871861-59edaa.jpg)
‘Een oudere buurvrouw’
Macron schatte haarfijn in hoe belangrijk de Notre-Dame voor de Fransen is, zegt socioloog Nathalie Heinich, die onderzoek deed naar de waarde die Fransen aan de kathedraal hechten. „Erfgoed is heel belangrijk in Frankrijk. We hebben veel patrimoine, veel instituties die zich bezig houden met het behoud daarvan en onze erfgoedkundige rijkdom trekt toeristen naar Frankrijk.”
En de Notre-Dame heeft een speciaal plekje in Franse harten. „Voor sommigen is de kathedraal het symbool voor onze hele natie, anderen zien de Notre-Dame als een familielid, een naaste.” Dit bleek ook uit de woorden die Parijzenaren en politici kozen na de brand: zij noemden de kerk het „embleem van onze gemeenschappelijke geschiedenis” of „een oudere buurvrouw”. Velen zeiden fysieke pijn te voelen toen ze de kathedraal zagen branden.
Bij deze betrokkenheid spelen de grootte, de oudheid en de schoonheid van de gotische kerk natuurlijk mee. Net als het feit dat de kathedraal in Parijs staat, waar de meeste journalisten gevestigd zijn, en dat de brand online wereldwijd gevolgd en becommentarieerd werd via livestreams en tv-uitzendingen.
En de Notre-Dame speelt een belangrijke rol in de Franse literatuur en geschiedenis. Het is de kathedraal van Victor Hugo’s De Klokkenluider van de Notre-Dame, de plek waar Napoleon zich tot keizer liet kronen, de locatie van de uitvaartdienst voor president François Mitterrand. „De Notre-Dame is een plek waaraan veel betekenis verbonden is”, zegt Heinich. „De kathedraal herinnert ons aan onze rijke geschiedenis.”
Volgens Heinich zag Macron terecht dat de gedeeltelijke verwoesting van dit met emotie beladen gebouw een nationaal probleem was „dat hij als leider moest oplossen”.
Ook zag de president een kans zijn naam aan een groot, cultureel project te verbinden. Tot aan de economische crisis van 2008 was het gebruikelijk dat Franse presidenten dit minstens eenmaal deden. Zo ontstonden bijvoorbeeld het Centre Pompidou (gebouwd tijdens de ambtstermijn van de president met die naam) en de Grands Travaux van Mitterand (bouwwerken van de glazen piramide voor het Louvre tot de nieuwe Opéra Bastille).
En sowieso past het deze president, die graag verrast en groots uitpakt – zoals bij de Olympische Spelen afgelopen zomer, die deels plaatsvonden op historische locaties. „Het is de methode-Macron”, zei een adviseur tegen Le Monde. „Hij kan overkomen als gek, bruut, autoritair, maar hij geeft ook richting. Men zei [na de brand]: ‘Ik zal haar nooit meer zien, het Parijs dat ik kende bestaat niet meer’. (…) Tegenover een land dat van somberen houdt, dwingt hij het hoofd omhoog te houden.”
Het was geen makkelijke opgave. De klokkentoren en de meeste iconische glas-in-lood-ramen overleefden de brand, maar het houten dak stortte in en de herkenbare torenspits met gouden haan brak af. Ook raakten schilderijen, muurschilderingen en het orgel zwaar beschadigd door vuur, rook en bluswater.
Roet op glas-in-loodramen
De herstelwerkzaamheden hadden zomaar tien jaar of langer kunnen duren – zeker gezien de Franse bureaucratie en alle regels omtrent werelderfgoed. Dus nam het Franse parlement kort na de brand een uitzonderingswet aan die doneren voor de restauratie fiscaal aantrekkelijker maakte en toestond dat werd afgeweken van bepaalde regels omtrent aanbestedingen, erfgoedbescherming en milieu. Ook kwam er een speciaal overheidsinstituut waarmee een aantal administratieve drempels werd weggenomen.
Een militair kreeg de leiding: Jean-Louis Georgelin, voormalig hoofd van de Franse strijdkrachten. Hij overzag de enorme operatie waaraan ongeveer 250 bedrijven en meer dan tweeduizend mannen en vrouwen werkten: van schoonmakers tot steenhouwers, timmerlieden, schilderijrestaurateurs, meesterglasmakers en architecten.
Het eerste jaar bestond uit het stabiliseren en veiligstellen van de kerk, daarna begonnen de restauratie en wederopbouw. Niet alleen de schade van de brand moest worden weggepoetst, ook de eeuwenlang opgestapelde viesheid is aangepakt – daarom zijn de kleuren in de kerk nu helderder. In de documentaire Notre-Dame Résurrection is te zien hoe met tandenborstels roet van glas-in-lood-ramen werd geschrobd, enorme muurschilderingen met penseeltjes zijn bijgewerkt, eikenbomen voor het dak met de hand zijn gekliefd. Torenspits en haan werden met minutieuze precisie van bovenaf teruggeplaatst.




Herstelwerkzaamheden aan de Notre-Dame.
Foto's: Martin Bureau/AFP, Stephane de Satukin/AFP, Foto Ian Langsdon/AFPNotre-Dameblues
Het ging niet zonder slag of stoot. Er was kritiek op de miljoenendonaties van miljardairs en bedrijven (terwijl ‘de gele hesjes’ al weken protesteerden voor een eerlijker verdeling van de welvaart), corona bracht vertraging, er waren milieuzorgen vanwege het gebruik van lood en vorig jaar overleed generaal Georgelin plotseling door een val tijdens een wandeling in de Pyreneeën (hij werd opgevolgd door zijn adjudant). Er waren verhitte discussies over de wijze van restaureren, en ook de tijdsdruk eiste zijn tol. Meerdere restaurateurs zeggen in de documentaire dat ze moeite hebben het project los te laten. „Wij hebben de Notre-Dameblues”, aldus een beeldhouwer. Hoofdarchitect Philippe Villeneuve zei tegen Le Monde uit de restauratie te komen zoals de torenhaan uit de brand: gehavend en gebutst.
Bij het live uitgezonden laatste bezoek van Macron voor de heropening, vorige week vrijdag, stonden meermaals de tranen in de ogen van herstelmedewerkers. En ook de ogen van de president glansden toen hij stilstond bij de dood van Georgelin.
De vraag is of Macron zal profiteren van de snelle heropening. De Fransen zullen waarderen dat ze zo snel weer ‘hun’ Notre-Dame kunnen bezoeken. Maar de president staat er door de aanhoudende politieke crises zwak voor, benadrukt socioloog Heinich. „Ik denk niet dat de heropening van de Notre-Dame dat radicaal zal veranderen.”
/s3/static.nrc.nl/inbeeld/files/2019/04/notredame14.jpg)