Terug naar de krant

Maken pesticiden ziek? De vraag verplaatst zich van lab naar rechtbank – en dat verraadt een groter probleem

achtergrond
Pesticiden Een Franse bloemist eist een schadevergoeding bij de rechter, nadat haar dochter door pesticiden op bloemen zou zijn overleden. Deze week krijgt de zaak een vervolg. Boeren, burgers en bloemisten staan ook in Nederland steeds vaker tegenover elkaar in de rechtszaal.
Leeslijst

„Ik ben me rot geschrokken”, zegt Laura Redeker uit het Limburgse dorpje Sevenum. Parkinson, ALS, alzheimer, schade aan de ontwikkeling van kinderen: de mogelijke gevolgen van langdurige blootstelling aan bestrijdingsmiddelen zijn niet mals, ontdekte ze. Toen de boer tien meter verderop in de buurt overging op leliebollenteelt, berucht om het grote pesticidegebruik, stapte een groep van ruim dertig buurtbewoners naar de rechter. Gesprekken met de teler hadden wel tot enkele concessies geleid, maar niet tot het gewenste resultaat. De boer bleef bij het plan om lelies te telen.

In mei 2024 kwam die rechtszaak er. En dat is op zichzelf al opmerkelijk. De lelieteler werkt namelijk volgens het boekje: hij spuit een breed scala aan veilig bevonden bestrijdingsmiddelen en houdt zich keurig aan de voorschriften. Nog opmerkelijker is dat de voorzieningenrechter in Roermond de buurtbewoners gelijk gaf. Ondanks de veilig bevonden middelen is leliebollenteelt naast de woonwijk te riskant, oordeelt de rechter.

De zaak verraadt een groter probleem met pesticidegebruik – al ver voordat de bollenteler de spuit erbij pakt. Er zitten gaten in de toelating van bestrijdingsmiddelen, waardoor boer en burger in de rechtszaal tegenover elkaar komen te staan.

In binnen- en buitenland is daarom een stroom aan pesticidezaken op gang gekomen. In Frankrijk is een compensatiefonds in het leven geroepen voor mensen die ziek zijn geworden door bestrijdingsmiddelen. Parkinson wordt daar officieel erkend als beroepsziekte onder wijnboeren en gezien als het directe gevolg van pesticideblootstelling. Bij het compensatiefonds zijn maar liefst tweeduizend claims ingediend. Een Franse bloemist kreeg in oktober gelijk: de leukemie van haar overleden dochter zou zijn veroorzaakt door de vele gifstoffen in bloemboeketten. Beide ouders kregen van het compensatiefonds 25.000 euro uitgekeerd, deze week op 4 december gaat de zaak verder in de rechtbank. In het uitgekeerde bedrag zou het lijden van de dochter zelf niet goed zijn erkend, de ouders eisen nu een miljoen.

In Nederland schiet de rechter pijnlijke gaten in de veiligheidsbeoordeling van pesticiden, uitgevoerd door toelatingsautoriteit CTGB. Nederland is de bloemenhub van Europa en binnen die sector zijn met name leliebollentelers met gemiddeld 113 kilo aan pesticiden per hectare grootverbruikers, blijkt uit CBS-cijfers – al is driekwart daarvan van natuurlijke oorsprong en vaak minder schadelijk. Bloemboeketten in de winkel moeten puntgaaf zijn, dus wordt elke schimmel of insectenbeet met de pesticidespuit geweerd.

Wat staat bloemisten, bollentelers en hun buurtbewoners te wachten? Zij komen tegenover elkaar te staan, nu het wetenschappelijk debat over de veiligheid van pesticiden zich verplaatst van het laboratorium naar de rechtszaal. Een blik op de zaken tot dusver, die laten zien wat er misgaat.

Doorbraak in Drenthe

De eerste rechtszaak tussen een leliebollenteler en omwonenden was op 12 juni 2023 in Boterveen. Negen buren in het Drentse dorp maakten zich zorgen om de 55 verschillende bestrijdingsmiddelen bij de teelt, met daarin 33 verschillende gifstoffen. In juni 2023 oordeelde de rechter dat die zorgen gegrond waren. Het is „aannemelijk” dat de pesticiden niet goed getest zijn op „neurodegeneratieve ziektes”, waaronder parkinson. Tel daar de zorgwekkende wetenschappelijke studies bij op, die een breder verband tussen pesticiden en parkinson aantonen, en het risico voor omwonenden is te groot, besloot de rechter.

Het is een doorbraak, ook al benadrukt de rechtbank dat de zaak „op zichzelf” staat. Dat wil zeggen: het betreft een spoedprocedure bij de civiele rechter, waardoor er geen sprake is van precedentwerking die de gehele Nederlandse bollenteelt op losse schroeven zet. Ook werd het oordeel in hoger beroep wat afgezwakt: de teler mag zijn oogst nog veiligstellen met 4 middelen in plaats van 55, en stopt daarna vijf jaar lang met lelieteelt. In die tijd kunnen de buurtbewoners een bodemprocedure voorbereiden, voor een definitieve uitspraak.

Desondanks zou Boterveen de inspiratie vormen voor meer rechtszaken. Ruim een jaar later, de zomer van 2024, zijn vier civiele zaken bij de rechter gekomen en kwamen daarnaast zeker vijf groepen bewoners met een teler tot een schikking. Een deel van de zaken loopt nog in hoger beroep. Twee gespecialiseerde advocaten zijn sinds ‘Boterveen’ door ongeveer twintig bewonersgroepen benaderd, vertellen ze aan NRC, vermoedelijk zijn er meer geschillen. Daarnaast heeft burgerinitiatief Meten = Weten al sinds vóór Boterveen zo’n tachtig bestuursrechtelijke zaken lopen, niet tegen individuele telers, maar tegen lagere overheden.

Telers gebruiken alleen gewasbeschermingsmiddelen als het echt nodig is
Hester Maij KAVB

Onrust

Intussen leven er zorgen bij betrokkenen, onder wie telers. Volgens advocaat Stef Nuijen van IJzer Advocatten, die enkele bewonersgroepen bijstaat, heeft dat ertoe geleid dat telers sneller schikken met bewoners: ze spreken bijvoorbeeld af om minder middelen te gebruiken, of alleen te spuiten terwijl kinderen naar school zijn.

„Telers gebruiken alleen gewasbeschermingsmiddelen als het echt nodig is”, zegt Hester Maij van de bollenbelangenvereniging KAVB. „Gezondheid staat hoog in het vaandel. Maar als een virus of plaag uitbreekt, in bijvoorbeeld de bollenteelt maar ook bij pootaardappelen en uien, dan moet je bij de medicijnkast kunnen. Volgens de rechter moeten telers uit voorzorg maatregelen nemen, maar de kernvraag is of je die verantwoordelijkheid wel bij de teler kan leggen, in plaats van bij instanties zoals het CTGB.”

„Ngo’s voeren de druk enorm op om minder middelen te gebruiken”, zegt Ron Mulders van boeren- en tuindersorganisatie LTO, portefeuillehouder plantgezondheid. „Wij willen dat ook graag, want gewasbeschermingsmiddelen zijn nou eenmaal geen limonade. Maar dat betekent een verandering in de hele keten, van nieuwe teeltsystemen bij de boer tot aan een nieuw verwachtingspatroon bij de gebruiker. De consument verkiest nu altijd een puntgaaf product boven eentje met vlekjes en plekjes, zo simpel is het.”

In de lente en zomer kan je elk moment een bericht krijgen dat het spuiten begint. Dat heeft echt een impact op je leven
Laura Redeker inwoner Sevenum

Ook Laura Redeker zit in spanning, terwijl de zaak over bollenteelt bij Sevenum in hoger beroep gaat. Als de teler weer bestrijdingsmiddelen mag spuiten, zal ze een GGD-advies moeten opvolgen dat haar maar weinig geruststelt. „Je moet de ramen en deuren sluiten en kinderen en huisdieren naar binnen roepen. Maar stuur ik ze daarna weer de tuin in? Maak ik de glijbaan en het speelgoed schoon? In de lente en zomer kan je elk moment een bericht krijgen dat het spuiten begint. Dat heeft echt een impact op je leven.”

Vier zaken, één overeenkomst

Rechters maakten in de civiele zaken tot dusver verschillende afwegingen. In het Drentse Wittelte stond alleen nog de laatste spuitronde van het seizoen op het programma. Die mocht doorgaan van de rechter, daarna volgt een bodemprocedure. In Sevenum legde de rechter een algeheel spuitverbod op. In Oost-Brabant woog het zakelijk belang van de teler voor nu zwaarder, bovendien stopt de teler de komende acht à tien jaar met lelies, in afwachting van nieuw onderzoek.

Bij elk oordeel maakt de rechter een afweging tussen het maatschappelijk belang van de bollenteelt, financieel belang van de teler en de gezondheid van omwonenden. Zo speelt mee dat bollentelers geen essentiële voedselvoorziening bieden en dat het pesticidegebruik zo hoog is. Daarnaast maakt de afstand tot de bebouwde kom uit, net als het zakelijke belang van de telers.

Op één cruciaal punt oordelen rechters steeds hetzelfde: hoewel alle bestrijdingsmiddelen door het CTGB veilig bevonden zijn, is niet zeker dat ze dat ook echt zijn.

Met name Radboudumc-neuroloog Bas Bloem spreekt zich de laatste jaren veelvuldig uit over gezondheidsschade door pesticiden. Ze zijn volgens hem hoofdverdachte bij het veroorzaken van parkinson – de snelst groeiende hersenziekte wereldwijd, zei hij eerder tegen NRC.

Verbanden tussen bestrijdingsmiddelen en parkinson zijn aangetoond
Roel Vermeulen hoogleraar milieu-epidemiologie

Volgens Roel Vermeulen, hoogleraar milieu-epidemiologie aan de Universiteit Utrecht, is niet onomstotelijk bewezen dat buurtbewoners risico lopen, maar zijn er wel signalen. „Verbanden tussen bestrijdingsmiddelen en parkinson zijn aangetoond”, maar het lastige is: wie de ziekte heeft, is misschien wel veertig jaar geleden aan giftige stoffen blootgesteld. Misschien zijn de boosdoeners al van de markt af, zoals het beruchte middel Paraquat.

Bloem ziet dat het misgaat bij de goedkeuring van bestrijdingsmiddelen. Pesticideproducenten hoeven geen studies aan te leveren die de afname van zogenoemde zwarte cellen in de hersenen meten. Sterven er daar te veel van af, dan krijg je vele jaren later parkinson – maar de symptomen komen pas als het veel te laat is. Met de gebruikelijke kortdurende proefdierstudies zie je de ziekte over het hoofd.

Bloem krijgt bijval van adviesorganen RIVM en de Gezondheidsraad. De Gezondheidsraad adviseerde in 2020 om uit voorzorg het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen verder te beperken, vanwege een mogelijk verband tussen pesticiden en hersenziekten waaronder parkinson. En in een rapport uit 2021 stelt het RIVM gebreken bij de goedkeuring van middelen op de markt vast. „Bij de meeste pesticiden kan je niets zeggen over of ze parkinson veroorzaken”, zegt RIVM-neurotoxicoloog Harm Heusinkveld daarover.

Ook de Nederlandse toelatingsinstantie CTGB ziet dat parkinson „inderdaad een lacune in de beoordeling” vormt, zegt directeur Marcel van Raaij. „Dat hebben we zelf in Europa aangekaart, samen met Bas Bloem en het RIVM. Door de tijd heen verandert de wetenschap vaak van inzichten en moeten we het beoordelingskader daarop aanpassen.” De Europese toelatingsinstantie EFSA werkt inmiddels aan een testmethode.

Het feit dat RIVM, de Gezondheidsraad en het CTGB het ontbreken van tests op parkinson zwart-op-wit erkennen, blijkt cruciaal in de rechtszaal. „De twijfels zijn dermate groot dat pesticidegebruik van bollentelers in strijd is met het Europese voorzorgsbeginsel”, zegt advocaat Marijn Kingma van Höcker Advocaten in Amsterdam. Ze vertegenwoordigt omwonenden bij een deel van de civiele zaken.

Het voorzorgsbeginsel, waarbij voorstanders van een mogelijk schadelijke ingreep eerst moeten bewijzen dat die ingreep niet schadelijk is, zit normaal gesproken al in het toelatingssysteem van pesticiden gebouwd. Maar omdat dat in het geval van parkinson onvoldoende is gedaan, zet de rechter dat beginsel alsnog in.

Pesticidencocktail

De rechter schiet nog een tweede gat in de toelatingsprocedure voor bestrijdingsmiddelen. Dat heeft te maken met een stapelingseffect van de middelen. Onderzoeken wijzen uit dat een combinatie van pesticiden schadelijker kan zijn dan je zou verwachten als je de individuele effecten bij elkaar optelt. Een ‘something from nothing’-effect noemen toxicologen het.

Toelatingsautoriteiten beoordelen middelen niet op zo’n cocktaileffect. Dat is ook heel erg lastig, zegt Heusinkveld van het RIVM. „Dat er stapelingseffecten zijn van pesticiden, dat weten we. Maar er is geen manier om dat mee te nemen in de risicobeoordeling. Mengsels zijn complex en blootstelling verschilt per persoon.” Het CTGB werkt aan een model om deze effecten toch te kunnen inschatten, voegt Van Raaij toe.

Het blijkt dat pesticideresten in de eerste 250 meter rond een perceel nauwelijks afnemen in huisstof en lucht

Het RIVM doet sinds een paar jaar onderzoek bij omwonenden van agrariërs, in samenwerking met de Universiteit Utrecht. Uit het eerste afgeronde deel blijkt dat pesticideresten in de eerste 250 meter rond een perceel nauwelijks afnemen in huisstof en lucht. De middelen worden ook bij mensen teruggevonden in urine. In het tweede deel van het onderzoek, dat loopt tot 2031, onderzoeken het RIVM en UU wat dat betekent voor de menselijke gezondheid. Tot de uitkomst daarvan is er weinig te zeggen over het mengsel van pesticiden dat omwonenden van een bollenveld binnenkrijgen – en of zij daar ziek van worden.

Beroepsziekte

Bij een andere risicogroep is wél meer bekend over gezondheidsschade. Dat zijn mensen met een ‘beroepsmatige blootstelling’ aan pesticiden, zegt Vermeulen. Dat zijn bijvoorbeeld boeren, die tijdens het werk in aanraking komen met pesticiden. „Beroepsmatige blootstelling is veel hoger dan wanneer je naast een veld woont. Er zijn heel veel studies in de internationale literatuur die aantonen dat dat kan leiden tot parkinson.”

In Frankrijk staat het probleem nadrukkelijk op de agenda. Bij het opgetuigde compensatiefonds om juridische geschillen sneller af te handelen, ligt de bewijslast om ziekte door bestrijdingsmiddelen aan te tonen, aanzienlijk lager dan bij de rechter. Dat leidde tot de recente zaak van de 11-jarige Emmy, dochter van een bloemist, die veel heeft losgemaakt in Frankrijk. Ze werd geboren met een zwarte placenta, kreeg op haar vierde leukemie en overleed zeven jaar later – volgens de wetenschappelijke raad van het fonds waren pesticiden de oorzaak.

Het is een nieuwe wending: voor het eerst is sterfte door pesticiden in de sector van bloemisten als ‘bewezen’ verklaard. Al zou deze zaak bij de rechter in Nederland weinig kans maken, denkt Vermeulen. „Er is veel onzekerheid over een mogelijk verband tussen pesticiden en kinderleukemie. Ook als dat verband er op populatieniveau is, kan ik niet bedenken hoe je dat bij één persoon wetenschappelijk kan aantonen.”

Omwonenden zijn bang voor dat de bij lelieteelt gebruikte pesticiden niet goed getest zijn op neurodegeneratieve ziektes als parkinson.
Foto Marcel Berendsen / ANP

Bloemist

Bloemenhandel is niet hetzelfde als de bollensector, al vallen beide onder de ‘sierteelt’. Snijbloemen, die je bijvoorbeeld bij een bloemist kunt kopen, komen altijd uit kassen. De bollenteelt is herkenbaar door de wereldberoemde Nederlandse lelie- of tulpenvelden in de buitenlucht, en is bedoeld om bollen te kweken voor verkoop. De bloemen zijn slechts een bijproduct en worden meestal weggegooid.

In Nederland is de bloemensector tot nu toe buiten schot gebleven van pesticidezaken. Maar als de Franse zaak een voorbode is, dan moet de Nederlandse sector opletten – gezien de centrale rol ervan in Europa. Bij het veilingbedrijf Royal Floraholland, met koninklijk predicaat, kwamen vorig jaar zo’n negen miljard stuks bloemen of planten naar binnen en buiten. Een derde daarvan komt van buiten de Europese Unie, vertelt een woordvoerder, met name uit Kenia en Ethiopië. De overige zes miljard stuks komen vrijwel allemaal uit Nederlandse kassen. Floraholland verkoopt aan distributeurs in heel Europa, die op hun beurt weer aan bloemisten verkopen. Het bedrijf zette vorig jaar 5 miljard euro om.

Hoewel er geen rechtszaken zijn geweest, maken slechte veiligheidsvoorschriften de sierteelt kwetsbaar. Er bestaan in Europa geen maximaal toelaatbare gehalten voor bestrijdingsmiddelen, zoals die er voor etenswaren wel zijn. En bij het grote deel snijbloemen dat van buiten de EU komt, is de kans groot dat ook illegale giftige pesticiden aanwezig zijn. In Ethiopië en Kenia zijn slechts zo’n tien middelen verboden, meldt milieugroep Pesticide Action Network, in Europa zijn dat er 269.

De milieugroep trof in 2022 bij een test van twaalf verschillende bloemboeketten gemiddeld 25 pesticiden per boeket aan, waarvan een derde verboden in Europa. Eerder bestudeerden Belgische onderzoekers vier jaar lang Belgische bloemenwinkels en zij vonden honderd verschillende pesticiden op boeketten. Zeventig daarvan waren terug te vinden in de urine van bloemisten. Desondanks zijn bloemisten nog altijd niet vertegenwoordigd in het maatschappelijke debat – in media noch in de rechtszaal.

Natura2000

Intussen is in het kleine Friese dorpje Boijl, toevallig zo’n vijftien kilometer verwijderd van Boterveen, recent een grote juridische stap gezet. Ook daar staat het pesticidegebruik van een lelieteler in de rechtszaal ter discussie. Maar in tegenstelling tot Boterveen, de civiele zaak die nadrukkelijk ‘op zichzelf’ staat, kan een bestuursrechterlijke uitspraak als deze wél landelijke gevolgen hebben.

Het bollenveld in Boijl ligt dichtbij het Drents-Friese Wold, een Natura2000-gebied dat door Europese wetgeving wordt beschermd. Bestrijdingsmiddelen kunnen daar zeker schade aanrichten, aangezien ze uitdrukkelijk als doel hebben om insecten, schimmels of planten te doden. Dat mag niet, zo besloot de Rechtbank Noord-Nederland eind oktober. Elke boer die pesticiden gebruikt, moet aantonen dat die buiten het perceel in het natuurgebied geen schade aanrichten – een vrijwel onmogelijke eis. De zaak gaat verder bij Gedeputeerde Staten.

Gelijktijdig rolt het balletje al verder: ook rond de teler in Boterveen, een steenworp verderop en grenzend aan hetzelfde natuurgebied, hebben omwonenden zich aangesloten bij een bestuursrechtelijke zaak om het pesticidegebruik volledig een halt toe te roepen.

De uitkomst van deze zaken kan, vergelijkbaar met de stikstofcrisis, intensieve landbouw rond beschermde natuurgebieden enorm in de weg zitten. Een nieuwe bom onder het landelijke landbouwbeleid lijkt zo geplant.

Een versie van dit artikel verscheen ook in de krant van 3 december 2024.

Mail de redactie

Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?

U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.

Maximaal 120 woorden a.u.b.
Vul je naam in