Ze vond Latin-muziek altijd al leuk en zag elke donderdagavond mensen salsa en merengue en bachata dansen in het Amsterdamse Westerpark, waar ze naast woont. Ze dacht: dat wil ik. „Maar ik voelde me er te oud voor”, zegt ze. Een jaar of tien geleden was dat, Mathilde Boom was begin zeventig. Ze besloot zich toch op te geven voor een proefles salsa in de buurt. Daar bleken allemaal twintigers en dertigers te dansen. „Ik voelde me niet op m’n gemak.” Ze probeerde het in Zaandam. Salsa in een kerk. Een andere vrouw liep binnen, die was er ook voor het eerst. „Ze bleek drie jaar ouder.”
Ze danst nog altijd, in een vast groepje, acht mannen en vrouwen. Zestigers vooral en dan die iets oudere vrouw en zijzelf. Ze salsadansen in Landsmeer inmiddels en soms in Heerhugowaard en ze drinken en eten samen. De „eet- en zuipclub” noemen ze zich.
Mathilde Boom is 81 maar wordt meestal geschat op 65 à 70. Ze heeft „genetisch geluk”, zegt ze. En ze leeft gezond en besteedt veel aandacht aan haar uiterlijk. Oorbellen, rode lippen, ogen achter een dik, modieus montuur, gouden versiertanden, tatoeages op haar armen en op de rug van haar handen en in haar nek en – cadeautje van haar tatoeëerder voor haar tachtigste verjaardag – een gratis exemplaar op de zijkant van haar opgeschoren schedel. Ja, ze vindt zichzelf ijdel.



Mathilde groeide op in Amsterdam en IJmuiden in „een beetje een excentriek nest” met een „heel creatieve moeder”. Op een snikhete zomerdag stuurde ze Mathilde naar haar katholieke school in een kort, mouwloos jurkje. Ga maar weer naar huis, zeiden ze op haar school, kom maar terug met bedekte armen en benen. „Maar mijn moeder stuurde me gewoon weer terug in mijn jurkje.”
Ze trouwde en vanaf haar negentiende kreeg ze snel achter elkaar vier kinderen. „Die zijn inmiddels dus pre-bejaard”, lacht ze. Mathilde scheidde op haar veertigste en na decennia als huisvrouw werd ze fulltime juridisch secretaresse op het kantoor van een strafrechtadvocaat. Op haar 65ste wilde ze nog niet stoppen, ze werkte twee jaar door. „Het liefst had ik tot mijn tachtigste doorgewerkt. Ik vond het zó’n leuke baan.” Ze solliciteerde elders maar kwam niet meer aan de bak.
Tja, de maatschappij vindt haar al jaren oud. Op salsafeestjes ziet ze het met eigen ogen: oudere mannen die alleen maar met jonge vrouwen willen dansen. „Ze voelen zich jonge goden, al zijn ze tachtig. Maar ik laat me niet uit het veld slaan.” Als ze danst, dan voelt ze zich „zo licht als een veertje.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2024/12/19113418/data125491444-5b6891.jpg)
Betutteling vindt ze het ergst. Zoals een jaar geleden toen een vrouwelijke taxichaffeur haar opeens ging uitleggen wat een rood stoplicht betekende. „Dat betekent, mevrouw, dat we niet verder mogen”, zei de chauffeur.
Ze zít natuurlijk in de „laatste fase”, zegt ze. „Zo voelt het wel ja”. Ze ruimt op, gooit oude brieven weg. Ze heeft broze botten, osteoporose, ze fietst niet meer na een val zes jaar geleden. Haar boodschappentassen hing ze altijd aan haar stuur maar nu heeft ze „zo’n trekkarretje” – verschrikkelijk, zegt ze, ze heeft het „gepimpt” met rozen. Ja hallo, moet de esthetiek nu ook al met pensioen?
Een paar maanden geleden kwam bij de tramhalte een vrouw naar haar toe. „‘O, wat ziet u er mooi uit’, zei ze, ‘maar ik zou me niet zo durven uitdossen want ik ben al zo oud.’ Ik zei: ‘Hoe oud bent u dan?’ ‘75’, antwoordde ze. ‘Nou, ik ben tachtig’, zei ik. En toen schrok ze eigenlijk. ‘O echt?’ ‘Ja’, zei ik, ‘alle mogelijkheden liggen nog open!’”



/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2024/12/19113411/data125491188-72fe02.jpg)