Terug naar de krant

Menselijke mensen

column Raoul de Jong
Leeslijst

In 1935 begon Aimé Césaire aan zijn bekendste werk, Cahier d’un retour au pays natal. Een gedicht over wat de wereld van zwarte mensen zou kunnen leren over menselijkheid. Tot mijn vreugde ontdekte ik dat Aimé het niet schreef in zijn geboorteland, Martinique, of in de hoofdstad van Martiniques kolonisator, Parijs, maar in een stadje aan de Kroatische kust. Waar hij werd opgevangen en verzorgd door een witte, Kroatische vriend, de schrijver Petar Guberina.

En zo belandde ik vorige week op het vliegveld van Split. Waar ik werd opgewacht door de Bosnische schrijver Senka Maric.

Senka is een van de 35 schrijvers met wie ik vorig jaar tien weken dag en nacht samenleefde, tijdens het International Writing Program aan de universiteit van Iowa. Senka – 51 jaar, groot, blond, moeder van twee kinderen – vluchtte op haar negentiende uit Mostar naar Londen. Zes jaar later keerde ze terug naar een door oorlog verwoest land, waarin de helft van haar jeugdvrienden was gestorven. Op haar 42ste kreeg ze borstkanker. Daar schreef ze het boek Kintsugi Tijela over, dat meermaals werd bekroond.

Over een spectaculaire kustweg rijden we richting het Kroatische vissersdorpje waar Senka al komt sinds haar kindertijd. Senka vloekt op de file, toetert naar trage automobilisten en beantwoordt ondertussen mijn vragen over haar nieuwe boek, dat ze tien dagen geleden heeft ingeleverd bij haar redacteur. Het is geschreven als een brief aan haar oudste zoon en gaat over onze tijd in Iowa. Haar redacteur las tot nu toe slechts het begin en hij schrok. „Hij verwachtte een boek vol poëtische mijmeringen”, lacht Senka. „O jee”, zeg ik, want ik weet dat we in Iowa allemaal veranderden in pubers en dat Senka, tot haar eigen verbazing, het middelpunt werd van talloze romantische misverstanden en een twerk contest. „Het is belangrijk”, zegt ze strijdlustig, „dat onze zonen leren dat hun moeders ook mensen zijn.”

Toch gaat de grootste les die Iowa haar leerde niet over haarzelf, maar over deze planeet. Het overgrote deel van onze wereldwijde schrijversgroep kwam uit landen die ergens in de geschiedenis met veel geweld werden veroverd, bezet, uitgebuit of verwoest. En al die schrijvers hadden daar dingen door begrepen die hen onmiddellijk met de andere schrijvers verbonden, ondanks alle verschillen in leeftijd, seksuele geaardheid en huidskleur. „Je leest het zelden in de krant”, zegt Senka, „maar als je uitzoomt op de wereldkaart dan zijn menselijke mensen in de meerderheid.”

De volgende dag zit ik op een bankje aan de felblauwe zee, naast twee keuvelende Kroatische oma’s, en herlees ik de woorden die Aimé 85 jaar geleden schreef aan deze zelfde kust: ‘Hoera voor hen die nooit iets/ uitvonden/ voor hen die nooit iets onderzochten/ voor hen die nooit iets overmeesterden/ maar die wel, bezeten, zichzelf gaven/ aan de essentie van alles’.

Een van de oma’s zegt iets tegen me in het Kroatisch. Ik hoop dat het gaat over het boek op mijn schoot, dus hou ik het omhoog en zeg: „Aimé Césaire, a friend of Petar Guberina.” De oma lacht, heel vriendelijk en antwoordt iets wat ik wederom niet versta, behalve het laatste woord: lijepo. Dat is het eerste woord wat Senka me leerde. Het betekent: mooi.

Raoul de Jong is schrijver.

Een versie van dit artikel verscheen ook in de krant van 1 juni 2024.

Mail de redactie

Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?

U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.

Maximaal 120 woorden a.u.b.
Vul je naam in