Geert Wilders aan de macht. Na de rampzalige verkiezingsuitslag van 22 november wennen Haagse media en politiek verbazingwekkend snel aan de gedachte van een radicaal-rechtse premier in het Torentje.
Natuurlijk, het is kiezen tussen kwaden. Politiek gezien kan Wilders’ PVV bijna niet níet regeren, ook al zijn andere meerderheden mogelijk. Het zou een affront zijn voor een kwart van de kiezers en het vertrouwen in het democratisch bestel verder ondermijnen. Zeker nadat de VVD van Yesilgöz hem deze zomer uit zijn machtspolitieke isolement heeft gehaald, kun je Wilders niet kosteloos terug achter een cordon sanitaire zetten.
De toon van dit Haagse debat is mij echter te sussend. De geruststelling klinkt zo: Nederland kan heus tegen een stootje. Democratie is niet voor bange mensen. Laat Wilders maar verantwoordelijkheid nemen. Hij zal in coalitieverband compromissen moeten sluiten en zich branden aan de macht. En wie weet kukelt het hele zaakje gauw in elkaar, zoals ooit met de LPF gebeurde. Kijk maar, Geert kan geeneens een PVV-verkenner vinden, lachen.
Toch is dit wat snel geredeneerd. Het is hautain, Wilders’ geduld en machtsinstinct onderschattend. En puur binnenlandspolitiek gekeken, terwijl regeringsdeelname van de PVV een krachtig effect zal hebben op de wereld om ons heen. Heel Europa kijkt naar wat dezer dagen in Den Haag gaat gebeuren. Ook in Moskou en Washington let men op.
Voor de buitenwereld hangt veel af van de vraag of Wilders premier wordt als de PVV in de coalitie komt. Vanuit nationale verhoudingen heeft een premierschap voor Wilders veruit de voorkeur. Coalitiegenoten mogen hem niet de kans geven vanuit de Kamer te opponeren tegen een kabinet waarvan hij de sterke man is – hoe verleidelijk de trap naar het Torentje ook moge zijn voor mensen binnen NSC, VVD of BBB. Wilders moet kiezen: radicaal-rechtse volkstribuun in de oppositie óf premier, niet beide.
Tegelijk zet deze binnenlandspolitieke afweging inzake de premiersvraag ook de Europese en internationale repercussies op scherp. De premier belichaamt Nederland buiten de grenzen, meer dan wordt beseft. Het maakt de kosten hoger, de risico’s groter. Die dimensie hoort op tafel bij de komende strategische afwegingen in Den Haag.
Een kabinet-Wilders zal voor Nederland vanaf dag één tot internationaal reputatieverlies leiden. Dit gaat de journalistieke pim-pam-petvraag of Mark Rutte dan nog NAVO-baas kan worden te boven. De gevolgen zijn acuut en zwaar.
Geen Europese regeringsleider zal graag met de bekende islamcriticus, stokebrand en koranverbieder Geert W. gezien willen worden. Althans, niemand behalve rechts-radicale geestverwanten zoals Viktor Orbán in Boedapest, Giorgia Meloni in Rome of de Franse oppositieleider Marine Le Pen. Ook van het Witte Huis onder Biden blijft de deur dicht.
Dit betekent een breuk in het politieke gesprek met Berlijn en Parijs en andere hoofdsteden. Schadelijk, want steeds meer Europese en internationale besluiten vallen op leidersniveau. Een zorgvuldig opgebouwde vertrouwensband met belangrijke collega’s, zoals Merkel en Macron, maakte van Mark Rutte een effectieve belangenbehartiger van Nederland in de Europese Raad, het hoogste gezagsorgaan in de EU. Wilders zal er aan de kant zitten.
Waarom zullen collega-leiders de PVV-leider liefst mijden en hem geen succes gunnen? Dat is niet persoonlijk, maar politiek. Ook de buren hebben een binnenland. Of het nu Emmanuel Macron in Parijs is, Olaf Scholz in Berlijn of premier Alexander De Croo in Brussel: zij willen koste wat kost vermijden dat zij via het Europese podium een rechts-radicale leider legitimeren. Dat geeft alleen maar zuurstof aan de rechts-radicale oppositie thuis, aan Marine Le Pen, de Duitse AfD en Vlaams Belang.
Zie wat gebeurde toen Giorgia Meloni van de partij Broeders van Italië er aan de macht kwam. Prompt ontwaarde Macron doodsgevaar. Relaties tussen Parijs en Rome daalden tot het vriespunt. Hoe langer Meloni het volhoudt als Italiaans premier (ze werkt er hard aan), hoe minder afschrikwekkend, hoe normaler de gedachte van een president Le Pen in Frankrijk. En toegang tot de presidentiële macht van het Elyséepaleis is nog wat anders dan premier in een coalitie-Torentje. Aan deze normalisering van radicaal-rechts in Europa draagt Nederland zo bij, zeker als Wilders het langer zou volhouden dan de 86 dagen van de LPF.
Kortom, op grond van binnenlandse politieke stabiliteit pleit veel voor een kabinet-Wilders I, maar op de weegschaal van voors en tegens hoort ook dit: het maakt Nederland tot exporteur van instabiliteit. Een boemerang die ook weer terug kan komen.