Bij de ingang van het metrostation van Aksaray, een wijk in hartje Istanbul waar veel migranten wonen, staat een grote witte passagiersbus. Daarnaast staat een kleiner voertuig met een EU-logo op de voordeur. Het gebied is afgezet met politiehekken.
Om de zoveel tijd brengt een politieagent mensen die zijn aangehouden naar de auto met het EU-logo. Hun identiteit wordt gecontroleerd. Migranten die hun papieren niet bij zich hebben, of niet op orde hebben, worden in de passagiersbus gezet en naar een uitzetcentrum voor migranten gebracht. Op de achterdeur van de auto hangt een bord met de tekst: ‘Dit project is gefinancierd door de Europese Unie’.
Een Syriër belandde vorig jaar in zo’n uitzetcentrum. De slanke, lange man van in de dertig, zit in een Syrisch restaurant aan de rand van Istanbul. De redactie kent zijn naam, maar om veiligheidsredenen wil hij niet dat deze genoemd wordt. Daarom heet hij in dit stuk: de oud-reddingswerker. In Syrië werkte hij vijf jaar als vrijwilliger voor de Syrische Burgerbescherming (ook bekend als de Witte Helmen, NRC heeft foto’s van hem in uniform), maar in 2022 ontvluchtte hij het oorlogsgebied en vestigde zich illegaal in Istanbul. Eind september 2023 betaalde hij een smokkelaar om door te reizen naar Europa, vertelt hij, maar bij de grens werd hij in de kraag gevat.
De oud-reddingswerker werd eerst naar een uitzetcentrum bij de westelijke Turkse grensstad Edirne gebracht. Hij laat foto’s zien die NRC geolokaliseerde. De foto toont een binnenplaats waar hij naar zijn zeggen met honderden andere migranten op de grond in de buitenlucht sliep. Op het containergebouw naast die binnenplaats valt weer een EU-logo te zien.
Na acht dagen werd de oud-reddingswerker, vertelt hij, in een bus gezet en overgebracht naar een tweede uitzetcentrum buiten de stad Gaziantep, bij de grens met Syrië. NRC ging het gebouw bekijken. Het omvangrijke complex telt vijf verdiepingen en staat op een heuvel met uitzicht op pistache- en olijfbomen. Eromheen staan muren met daarop hoge metalen hekken en prikkeldraad. En voor de ingang een bord, met daarop de tekst: ‘Dit project is mede gefinancierd door de Europese Unie’.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2024/10/10154901/web-1210BUIturkije_gaziantep.jpg)
Direct na aankomst daar werd zijn telefoon afgenomen, zegt de oud-reddingswerker, en moesten hij en andere Syriërs in de rij gaan staan voor een kamer. Terwijl hij stond te wachten, vloog de deur open en werd de man die voor hem in de rij had gestaan afgevoerd door twee bewakers. „Ze namen hem mee naar een kamer zonder camera’s om hem in elkaar te slaan. Later zagen we zijn opgezwollen gezicht.”
Daarna was de oud-reddingswerker zelf aan de beurt. In de kamer zat een geblondeerde vrouw van in de dertig, vertelt hij, die hem vroeg wat formulieren te tekenen om later zijn telefoon terug te kunnen krijgen. Maar toen hij zich over het document boog, zag hij in het Arabisch en het Turks de woorden: „vrijwillige terugkeer naar de Arabische Republiek Syrië”.
Ze namen hem mee naar een kamer zonder camera’s om hem in elkaar te slaan. Later zagen we zijn opgezwollen gezicht
„Ik zei tegen die vrouw dat ik een advocaat wilde, maar ze antwoordde dat er veel mensen in de rij stonden en daar geen tijd voor was”, zegt de oud-reddingswerker. „Toen ik aandrong, zei ze: ‘wil je echt dat ik die bewakers weer daarbinnen roep?’”
Gedwongen uitzetting
Het centrum nabij Gaziantep waar de oud-reddingswerker in vastzat, was net als vijf soortgelijke centra aanvankelijk gepland als ‘ontvangstcentrum’, zo staat in openbare EU-stukken. Maar in 2015 ging Brussel akkoord met een Turks verzoek om deze gebouwen te laten ombouwen tot ‘uitzetcentra’, blijkt uit een brief van de Europese Commissie aan mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch, gedeeld met NRC. In de jaren die volgden, bleef de EU geld uittrekken voor deze uitzetcentra. Inmiddels zijn dat er 32, aldus Turkse overheidscijfers, met een gezamenlijke capaciteit om bijna 20.000 mensen vast te zetten.
NRC deed samen met onderzoekscollectief Lighthouse Reports en acht andere mediapartners, waaronder El País, Der Spiegel, Politico en Le Monde, meer dan een half jaar onderzoek naar deze door de EU-gefinancierde uitzetcentra. Middels een FOI-procedure (Freedom of Information-request) aan de Europese Commissie bemachtigde een team van ruim twintig journalisten honderden pagina’s aan projectrapportages en andere interne stukken over de centra. Op basis van zowel die documenten als openbare informatie berekenden we dat de EU sinds 2007 in totaal 213 miljoen euro uittrok voor projecten gerelateerd aan de uitzetcentra. We brachten in kaart waar het geld precies naartoe ging – van beddengoed tot prikkeldraad.
Daarnaast spraken we meer dan honderd bronnen in Turkije, Syrië, Afghanistan en Brussel, onder wie meer dan veertig voornamelijk Syrische en Afghaanse (ex-)gedetineerden. Uit hun getuigenissen, alsook uit geverifieerd beeldmateriaal uit de centra en tal van rapportages door ngo’s, blijkt dat de omstandigheden in veel van de door de EU-gefinancierde centra erbarmelijk zijn en dat gedetineerden er regelmatig mishandeld worden.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2024/10/10155405/web-1210BUIturkijegaziantep3.jpg)
NRC richtte zich tijdens het onderzoek vooral op Syriërs. Ankara stelt dat alle terugkeer naar Syrië vrijwillig is, omdat, zo bevestigt het Turkse ministerie van Binnenlandse Zaken in een reactie op vragen van Lighthouse, „Syrië één van de landen is waarop het non-refoulementsbeginsel van toepassing is.” Dat beginsel is een basisbegrip van het internationaal recht en betekent dat vluchtelingen niet gedwongen mogen worden terug te keren naar gebieden waar ze gevaar lopen. Turkije zegt zich daar aan te houden, maar de werkelijkheid is anders. Dit beginsel, waar Turkije volgens zowel het Turkse als het internationale recht aan gehouden is, stelt dat vluchtelingen niet gedwongen teruggestuurd mogen worden als ze gevaar lopen in eigen land.
In Turkije worden Syriërs systematisch gedwongen of onder druk gezet om zogeheten ‘vrijwillige terugkeerformulieren’ te ondertekenen. Dat overkwam niet alleen de oud-reddingswerker, maar nagenoeg alle ruim twintig Syrische gedetineerden die we spraken. Daarnaast hebben het Turkse Constitutioneel Hof en het Europees Hof van de Rechten van de Mens in meerdere zaken vastgesteld dat deze praktijk voorkomt. Ook meerdere voormalige en huidige Turkse ambtenaren geven tegenover NRC toe dat niet alle terugkeer naar Syrië vrijwillig is. Gevraagd wat de regering doet met mensen die niet terug willen, antwoordt een topambtenaar die tot vorig jaar adviseur was van president Erdogan: „Dan sturen ze hen alsnog.”
De Europese Unie is hiervan al jaren op de hoogte, blijkt uit gesprekken met dertien Europese diplomaten en ambtenaren in Brussel en Turkije. De Europese Commissie schreef in 2020 in haar eigen jaarlijkse ‘Turkije rapport’ dat “er gevallen zijn geweest van migranten die worden gedwongen om vrijwillige terugkeerformulieren te ondertekenen.” Toch bleef de EU de steun aan deze centra doorzetten en wordt in Brussel momenteel overlegd over verlenging van die steun aan Turkije op het gebied van migratiemanagement, inclusief nieuwe steun voor de uitzetcentra. Dit terwijl naleving van het non-refoulementbeginsel een grondvoorwaarde was van de zogeheten ‘Turkijedeal’ die Brussel in 2016 met Ankara sloot, mede op aandringen van oud-premier Rutte.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2024/10/10155659/web-1210BUIturkije_deal1.jpg)
Rood-witte busjes
Ankara’s uitzetcampagne belandde in een stroomversnelling na de presidentsverkiezingen van mei 2023. Bij die stembusgang viel de oppositie president Erdogan aan op zijn ‘te softe’ migratiebeleid en sloot oppositiepartij CHP een verbond met de extreemrechtse Overwinningspartij. Dit leidde tot een campagne vol racistische uitspraken en oproepen tot massadeportatie van de ‘13 miljoen’ Syriërs die in Turkije zouden zijn. In werkelijkheid zijn er ruim 3 miljoen geregistreerde en naar schatting vele honderdduizenden ongeregistreerde Syriërs in Turkije, op een bevolking van ruim 85 miljoen. CHP-leider Kemal Kiliçdaroglu omschreef vluchtelingen als „een ongecontroleerde vloedstroom die iedere dag onze aderen infiltreert […] en op een dag ons voortbestaan zal bedreigen”.
Hoewel Erdogan de toon van de oppositie veroordeelde, nam hij een deel van hun boodschap over en beloofde ook hij „de terugkeer te verzorgen” van één miljoen Syriërs. Na zijn nipte overwinning was de opdracht van de nieuwe directeur van het departement voor migratiemanagement (de zogenaamde Presidency of Migration Management of ‘PMM’) dan ook helder, zeggen meerdere diplomaten en Turkse bronnen in Ankara: versterk de grenzen, pak irreguliere migratie aan en zorg dat zoveel mogelijk Syriërs terugkeren. „Integratieprogramma’s zijn aan de kant gezet”, zegt zo’n Turkse bron, die veel contact heeft met het PMM. „Alles draait er nu om zoveel mogelijk mensen te deporteren.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2024/10/10152251/web-1210BUIturkije_busjes2.jpg)
Stap één in Turkijes uitzetketen is het opsporen en aanhouden van mensen die Ankara aanduidt als ‘irreguliere migranten’. Vaak gaat het om vluchtelingen die niet de kans hebben gekregen hun status te reguleren. Zo wordt aan Afghaanse vluchtelingen ondanks de komst van het Taliban-regime in 2021 al jaren vrijwel nooit meer asiel toegekend, zeggen tal van diplomaten en advocaten, en krijgen Syriërs die formeel recht hebben op ‘tijdelijke bescherming’ deze status al sinds eind 2017 de facto niet meer in Istanbul en andere provincies waar veel Syriërs wonen, aldus Human Rights Watch.
Om deze mensen op te sporen kwam het PMM in juli 2023 met een nieuw project: ‘mobiele migratie voertuigen’. Deze rood-witte busjes patrouilleren door de straten van Turkse steden of houden de wacht bij metro- en busstations, op zoek naar buitenlanders zonder papieren. „Als deze voertuigen komen, kan niemand naar buiten”, zei binnenlandminister Ali Yerlikaya in augustus in een interview met de Turkse zender Habertürk. „Ik bedoel natuurlijk niet de legale migranten die geregistreerd zijn”, voegde hij daar snel aan toe. „Maar voor de anderen geldt: zodra ze naar buiten gaan, pakken we ze.”
Dat werkt uitstekend, verkondigde een trotse Yerlikaya eind september in een ander interview, met de zender A Haber. Sinds zijn aantreden in juni 2023, aldus de minister, hebben de ‘mobiele migratie’ teams 190.000 ‘irreguliere migranten’ opgepakt, meer dan 180.000 mensen gedeporteerd en zijn zo’n 160.000 Syriërs ‘vrijwillig teruggekeerd’ naar Syrië. „Vorig jaar hadden we de grootste deportatiegolf aller tijden”, zei Yerlikaya, die niet naliet te melden dat alle 27 Europese lidstaten in 2023 samen ‘slechts’ 92.000 migranten hebben uitgezet. „Wij zijn het enige land ter wereld dat dit op deze manier gedaan krijgt.”


Op het Aksaray-plein in Istanbul waar migranten worden aangehouden staan ook verschillende voertuigen met EU-logo’s. Het voertuig rechts wordt ingezet voor identiteitscontroles.
Foto’s Bülent Kiliç en Melvyn InglebyEuropese landen hebben wel een handje geholpen. Zo investeerde de EU al jaren geleden in het uitbreiden van de zogeheten ‘GöçNet’ (MigratieNet) database met persoonsgegevens van migranten en leverde het zeker 800 vingerafdruk-scanners, onder meer direct aan de Turkse politie, valt te lezen in een interne rapportage van het PMM aan de EU uit 2020. Die technologie wordt nu ingezet in de rood-witte busjes om de identiteit van migranten te controleren, staat op de website van het PMM. Bovendien gebruiken de Turkse autoriteiten bij de aanhoudingen ook voertuigen die een EU-logo dragen, zoals de auto op het Aksaray-plein in Istanbul.
Of er ook Europees geld naar de ‘mobiele migratie voertuigen’ ging, staat niet vast, maar drie bronnen in Ankara zeggen dat dit project mede gefinancierd is door het Verenigd Koninkrijk. De Britse ambassade in Ankara en het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken hebben die aantijging desgevraagd niet ontkend.
EU-prikkeldraad
Toen de EU in 2015 akkoord ging met het Turkse verzoek om zes ‘ontvangstcentra’ om te bouwen tot ‘uitzetcentra’, was de afspraak duidelijk: de Turkse regering zou de kosten van de transformatie betalen. Althans, dat schrijft de Europese Commissie in de brief aan Human Rights Watch.
Het liep het anders. Het PMM betaalde weliswaar voor ‘ijzeren tralies voor alle ramen’ en ‘het veranderen van noodzakelijke deuren van hout naar staal’, maar die maatregelen waren kennelijk ontoereikend. Dus trok de EU zeker 1,4 miljoen euro uit voor het ‘verhogen van de externe muren’ met metalen hekken van 4,5 meter en prikkeldraad, zo staat in een rapportage over een EU project dat is uitgevoerd tussen de jaren 2016 en 2019. Eén van de centra waar de muren volgens dit document verhoogd zijn en waar tijdens het bezoek van NRC de hoge muren met hekken en prikkeldraad bovenop te zien waren, is het centrum van Gaziantep, waar de oud-reddingswerker vastzat.
Turkije zegt momenteel 32 van deze uitzetcentra in gebruik te hebben. De EU betaalde mee aan de bouw van veertien en aan de renovatie of herinrichting van nog eens elf andere centra, schrijft een woordvoerder van de Commissie desgevraagd. Wat de woordvoerder niet vermeldt, maar wel uit de interne EU-stukken blijkt, is dat Brussel daarnaast óók betaald heeft voor personeelskosten of het verlengen van muren om nog eens negen andere centra. Al met al bereikte Europees belastinggeld nagenoeg ieder Turks uitzetcentrum. Door de jaren heen zijn enkele centra weer gesloten, vandaar dat de optelsom hier boven de huidige 32 centra uitkomt.
In totaal trok de EU 213 miljoen euro uit voor projecten die direct verband houden met de centra, blijkt uit interne en openbare stukken. Een woordvoerder van de Commissie zegt dat het totaalbedrag dat de EU aan de centra uitgaf zo’n 200 miljoen euro is, maar specificeert niet exact om welke projecten het gaat. Mogelijk is een deel van het geld dat is toegezegd nog niet uitgegeven (enkele projecten lopen nog). Bovendien ontving het PMM, dat de centra beheert, nog meer geld. Een woordvoerder van de Commissie laat desgevraagd niet weten hoeveel precies, maar schrijft dat er sinds 2014 in totaal 915 miljoen euro aan EU-steun naar Turkije’s grens- en migratiemanagement ging. Migratiemanagement is al sinds de oprichting in 2013 de taak van het PMM, grensmanagement sinds vorig jaar.
:format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2024/10/10140910/data122807671-81c7d4.png)
Vrijwel al dit geld is afkomstig uit zogeheten pretoetredingsfondsen (ook wel ‘IPA’ genoemd, een acroniem voor ‘Instrument for Pre-accession Assistance’), bedoeld voor de financiering van hervormingen in kandidaat-lidstaten die EU-toetreding dichterbij moeten brengen.
In het geval van Turkije staan onderhandelingen over die toetreding al sinds 2016 stil en schortte de EU zelfs bepaalde IPA-steun op vanwege Erdogans autoritaire koers. Toch bleef de IPA-steun voor migratiemanagement onverminderd doorgaan .
Voor Brussel is Turkije dan ook een belangrijke poortwachter én opvangplek voor de vluchtelingen die EU-lidstaten zelf niet willen opnemen. Die rol werd bezegeld toen de EU en Ankara in maart 2016 de zogenaamde Turkijedeal sloten. Voortaan zou Ankara ‘irreguliere migranten’ die naar de Griekse eilanden overstaken terugnemen, in ruil voor een hulppakket van tweemaal 3 miljard euro bestemd voor de opvang van Syrische vluchtelingen. In 2021 kwam daar nog een derde keer drie miljard bij. Dit geld ging voornamelijk naar broodnodige gezondheidszorg, onderwijs en steun in contant geld voor Syrische vluchtelingen. Toch was zeker één project ter waarde van 60 miljoen euro dat begroot werd in het kader van de Turkijedeal bestemd voor de uitzetcentra: het project waarmee onder andere het verhogen van de muren in voormalige ‘ontvangstcentra’ betaald is.
Hoewel onder dat project ook geld ging naar zaken als toiletartikelen, dekens, babyspullen, kussens en zelfs muziekinstrumenten, zeggen meerdere gedetineerden dat zulke hulp niet altijd goed terecht. „Toen we het kamp inkwamen, moesten we een papiertje tekenen waarop stond dat we shampoo, zeep, een dekentje en een kussen zouden krijgen. Maar dat kregen we niet”, zegt een Afghaanse man die voor het Britse leger als vertaler werkte en moest vluchten voor de Taliban, over zijn tijd in het uitzetcentrum van Kirklareli. „Er waren veel goede dingen die de EU betaald had, zoals douches en voetbalvelden, maar wij mochten die niet gebruiken.”
Een woordvoerder van de Commissie liet weten dat de EU ‘monitoringsmissies’ aan de centra uitvoert om te controleren of hulp goed terecht komt. Een Woo-verzoek om de rapportages daarvan in te zien, werd echter afgewezen door de Commissie. De documenten zouden „kritische observaties” bevatten die, indien gedeeld met derden, „de bilaterale relaties tussen de Europese Commissie en Turkije zouden kunnen beschadigen”.
Mishandeling
Hoewel de situatie per centrum kan verschillen, komen slechte omstandigheden en verschillende vormen van mishandeling op grote schaal voor, blijkt uit interviews met veertien advocaten die de centra bezoeken, drie (ex-)personeelsleden en bijna veertig (ex-)gedetineerden. Die laatste groep zag tezamen bijna driekwart van de centra.
Alle drie de personeelsleden (twee huidig en één voormalig) zeggen dat de centra „erger zijn dan gevangenissen”. „De hygiëne is erbarmelijk, het eten vreselijk, alles is vies en de gebouwen zijn overvol”, zegt een tolk die in meerdere centra werkt. Bovendien is het personeel zo vermoeid en overwerkt, zegt een ander huidig personeelslid, „dat veel van hen buitenlanders enkel als nummers zien”.
Overbezetting is een groot probleem. Zo blijkt uit door Lighthouse gegeolokaliseerde beelden die vorig jaar vanuit het uitzetcentrum van Tuzla, een district in Istanbul, op sociale media werden gezet, dat gedetineerden tussen het afval op elkaar gepakt zitten op een omheind basketbalveld. „We werden als sardientjes op elkaar gepropt”, zegt een man uit Azerbeidzjan die naar eigen zeggen vorige herfst in dat centrum vastzat. „Ze gaven ons één deken per vier personen en we moesten tegen wildvreemden aankruipen om niet dood te vriezen.” Een Syriër die hier werd vastgezet vertelt dat er „ratten uit de riolen sprongen”. Ankara’s mensenrechtenwaakhond TIHEK schreef vorig jaar in een rapport over Tuzla over „levende en dode insecten in de kamers”.


Het uitzetcentrum in Tuzla even buiten Istanbul. Gedetineerden die hier vastzaten, spreken van erbarmelijke omstandigheden
Foto’s Bülent KiliçDe drukte en slechte hygiëne leiden tot ziektes en infecties. Zo vertelt een Syrische man die begin dit jaar van Tuzla zegt te zijn overgeplaatst naar het centrum van Sanliurfa dat hij kort na aankomst hevige pijn in zijn buik kreeg. Binnen drie weken was zijn maag volledig opgezwollen en kon hij niet meer lopen van de pijn, vertelt de man, maar de dokter in het met EU-geld gebouwde centrum liet hem pas na ruim twee maanden naar een ziekenhuis overbrengen. „Ik woog 73 kilo toen ik Sanliurfa binnenkwam, en 44 kilo toen ik eruit kwam”, zegt de man aan de telefoon vanuit Noord-Syrië, waar hij naar zegt te zijn uitgezet nog voordat zijn behandeling in het ziekenhuis was afgerond. NRC beschikt over een document waaruit blijkt dat hij in Sanliurfa vastzat en een video van de volledig uitgemergelde Syriër.
Geslagen
Ongeveer de helft van de gedetineerden die we spraken zegt te zijn geslagen en zo’n driekwart zegt getuige te zijn geweest van zulk geweld. Vier van hen, plus twee advocaten, hebben het over ‘koelruimtes’ waarin ‘speciale gevallen’ worden toegetakeld of ijswater over zich heen krijgen. Het PMM ontkent in een geschreven antwoord op vragen van Lighthouse die laatste aantijging en benadrukt dat er in de centra een ‘zerotolerancebeleid’ tegen mishandeling van kracht is.
Toch wijzen ook EU-stukken op zijn minst op zeer gespannen omstandigheden. Zo staat in een rapportage uit 2023 dat in het jaar 2022 er 218 gevallen van „zelfbeschadiging en gewelddadige incidenten” gemeld zijn in de centra – bijna dubbel zoveel als het jaar ervoor. De bron voor dat aantal is het PMM. En achter „verificatiemethode” staat: „Het bekijken van PMM cijfers.”
Naast fysiek geweld vertellen vrijwel alle gedetineerden over racistische opmerkingen en beledigingen. „De bewakers zeiden dat we dieren zijn, en dat een echte man terugkeert naar Syrië om te vechten voor zijn land”, zegt de oud-reddingswerker. Het raakte een gevoelige snaar bij hem, die naar eigen zeggen jarenlang gebombardeerde gebouwen insnelde om burgers te redden. „Toen ik dat probeerde uit te leggen, zeiden ze: dat boeit ons niet. Als je dood gaat, ga dan vooral dood in Syrië.”
Pogrom
Hoewel de Turkse samenleving aanvankelijk grote verdraagzaamheid toonde jegens Syrische vluchtelingen, is het draagvlak voor hun opvang inmiddels volledig verdwenen , zegt Murat Erdogan, een migratie-expert verbonden aan het Mülkiye Migratie Onderzoekscentrum van de Universiteit van Ankara (en geen familie van de president). Waar in 2017 minder dan de helft van de Turken vond dat Syriërs terug moesten, lag dat percentage in 2023 op zo’n 90 procent, blijkt uit jaarlijkse peilingen die de academicus uitvoert. Steun voor gedwongen deportatie lag in 2023 op zo’n 70 procent.
Dit heeft tal van redenen, legt Erdogan uit in een café in Ankara. Zo is er onvoldoende geïnvesteerd in integratie en kampt Turkije al sinds 2018 met een zware economische crisis. Maar ook Europa speelde volgens hem een rol in de omslag. De afspraak bij de Turkijedeal was dat de EU per teruggestuurde Syriër een andere via legale wegen zou opvangen, maar in de praktijk kwam hiervan weinig terecht en hebben EU-landen via deze weg sinds 2016 slechts zo’n 40.000 Syriërs ‘hervestigd’ − ongeveer 1 procent van het aantal in Turkije.


Syriërs in de Turkse stad Gaziantep. De rellen van Kayseri verspreidden zich ook naar deze stad, waar veel Syriërs wonen.
Foto’s Bülent Kiliç„Als ik tegen Europese politici zeg dat ze minstens 50.000 Syriërs per jaar moeten overnemen als ze serieus zijn over lastenverdeling, zeggen zelfs de progressieven onder hen: oh nee! Dat kan echt niet, dan komt extreemrechts aan de macht en dat brengt ons land in gevaar”, zegt Erdogan, duidelijk gefrustreerd. „Dan denk ik: en óns land dan? En extreemrechts hier? Europa onderschat wat hier te gebeuren staat.”
Afgelopen zomer kwamen de spanningen al tot een uitbarsting, in de nacht van 30 juni op 1 juli. In de centraal-Anatolische stad Kayseri trokken die nacht en in de dagen daarna vele honderden Turken plunderend door de straten, op zoek naar Syriërs. Bijna 400 Syrische winkels, huizen en auto’s waren het doelwit en werden beschadigd of in brand gestoken, aldus Le Monde.
Aanleiding was een bericht op sociale media dat een Syriër een meisje zou hebben verkracht (de precieze toedracht blijft onduidelijk). Dat de lokale politiechef onmiddellijk zei dat het slachtoffer geen Turk was en beloofde de man „en zijn familie” te zullen straffen, „inclusief deportatie”, kon het geweld niet voorkomen. In de dagen erop verspreidden de rellen zich juist naar steden overal in Turkije. In de stad Antalya werd zelfs een 17-jarige Syrische jongen doodgestoken.
Dan denk ik: en óns land dan? En extreemrechts hier? Europa onderschat wat hier te gebeuren staat
„Dit was een pogrom, een massale racistische aanval”, zegt parlementariër Mustafa Yerenoglu van de DEVA-partij vanuit een café in Ankara. Hij is één van de weinige politici in Turkije die zich blijft uitspreken voor de rechten van vluchtelingen. „We zien het ontstaan van een lynchcultuur tegen Syriërs, en de politie grijpt vaak onvoldoende in. Sterker nog: Syriërs die naar de politie gaan om aangifte te doen, worden gewoon gedeporteerd. Er heerst volstrekte wetteloosheid.”
IJzeren staven
„Kom op, tekenen.” De vrouw met het geblondeerde haar werpt een dreigende blik op de oud-reddingswerker. Hij aarzelt, maar denkt aan de man die zojuist is afgevoerd en pakt de pen op. „Ik heb getekend om niet geslagen te worden”, zegt hij verslagen. „Om mijn waardigheid te behouden.”
Meer dan driekwart van de Syrische gedetineerden die we spraken zegt onder druk te zijn gezet of fysiek gedwongen om formulieren te tekenen. Meestal in uitzetcentra, maar soms ook pal voor de grens met Syrië. „Toen we rond middernacht bij de grens aankwamen, stopten ze ons in een kamertje en vroegen ze: wie wil er naar Syrië?”, zegt een Syrische man die naar eigen zeggen in de lente van 2023 is gedeporteerd. „Daarna deden ze het licht uit en begonnen ze ons te slaan met ijzeren staven. Vervolgens deden ze het licht weer aan en zei iedereen: „we willen naar Syrië.” De man zegt daarop naar een andere kamer te zijn gebracht waar hij een formulier moest ondertekenen en voor een camera moest zeggen dat hij vrijwillig terug zou gaan. „Sommigen huilden terwijl ze dit zeiden, anderen hadden de sporen van de klappen nog op hun gezicht.”
In een reactie op vragen van Lighthouse bevestigt het PMM dat er video’s gemaakt worden van „Syriërs die hun wens uitdrukken om vrijwillig naar hun land terug te keren.” Maar het PMM ontkent iedere vorm van dwang en zegt dat alle terugkeer naar Syrië „vrijwillig, veilig en waardig” is. Bovendien onderstreept het dat „er toegang tot juridische bijstand wordt verstrekt aan alle gedetineerden.”
Ze deden het licht uit en sloegen ons met ijzeren staven
Toch staat in een voortgangsrapportage uit 2023 over een EU-project mede gericht op het verbeteren van juridische bijstand, dat in 2022 slechts 20 procent van de gedetineerden een advocaat in de arm nam – het jaar ervoor was dat zelfs maar 10 procent. Meerdere advocaten zeggen dat ze moeite hebben hun cliënten te zien of contact verliezen na een eerste ontmoeting vanwege de constante overplaatsingen.
Guantánamo
Naast officiële uitzetcentra gebruikt Ankara nog andere locaties om vluchtelingen op te sluiten: de zogeheten ‘tijdelijke opvangcentra’. Dit zijn vaak omvangrijke kampen met containerwoningen die gebouwd zijn om vluchtelingen op te vangen, maar gedeeltelijk dienst doen als de-facto detentiecentra en wachtkamers voor gedwongen uitzetting.
Het meest beruchte centrum, zo zeggen tal van advocaten en gedetineerden, is dat bij het plaatsje Harran, vlakbij de Syrische grens. „Zie het als Guantánamo”, zegt Abdullah Öncel, voorzitter van de Orde van Advocaten in de nabijgelegen stad Sanliurfa. „Niemand weet wat daar gebeurt. Toegang tot een advocaat is heel moeilijk. Toegang tot het recht onmogelijk.”
Door de EU-gefinancierde ‘opvangstcentra’ zijn veranderd in de-facto gevangenissen
NRC ging naar Harran toe. Om het kamp staan wachttorens en een muur met prikkeldraad waarin hier en daar een rugtas hangt, alsof mensen hebben geprobeerd te ontsnappen. De torens kijken uit over zo’n 2.000 containerwoningen.
De krant sprak met vijf Syrische mannen en één Afghaanse vrouw die hier zijn vastgezet. Vier van hen vertellen over zelfmoordpogingen. Sommigen wisten hun telefoons te behouden en stuurden video-beelden vanuit het kamp. Daarop is te zien dat er ook jonge kinderen in Harran verblijven en dat gedetineerden in de brandende hitte in lege containers slapen, pal naast een lekkend toilet. „Vandaag heeft een vrouw zichzelf neergestoken om naar buiten te komen”, berichtte een Syrische man deze zomer vanuit het centrum. „De vernedering hier is ondraaglijk.”
Twee andere mannen die samen vanuit hun container bellen, vertellen over iemand die zich afgelopen juli in brand probeerde te steken, maar daarvan op het nippertje werd weerhouden door de bewakers. Een van de mannen zegt dat hij een dag eerder is toegetakeld door zo’n zeven bewakers die hem met stokken te lijf gingen. Hij opent een video op zijn telefoon en laat zijn borst vol rode striemen zien. De vriend die naast hem in de container zit, bevestigt zijn verhaal en zegt dat de bewakers regelmatig geweld gebruiken. „Ze eisen dat we terugkeerformulieren tekenen of ze willen geld. Sommigen vragen duizenden dollars in ruil voor vrijlating.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2024/10/10170345/web-1210BUIturkije_harran.jpg)
Zowel de Europese Commissie als het PMM zegt dat Harran geen EU-financiering ontving. Daarbij ontkent het PMM de aantijgingen over zelfmoordpogingen en mishandeling door personeel. Het PMM bevestigt desgevraagd wél dat er sinds oktober vorig jaar drie sterfgevallen zijn geweest onder gedetineerden in de door de EU gefinancierde centra, maar het zegt dat ze overleden zijn om medische redenen.
Schuimbekken
In juli dit jaar stierf de 37-jarige Syrische man Ibrahim Izziddin kort na te zijn vastgezet in het uitzetcentrum van Kirklareli − één van de centra die deels met EU-geld gebouwd is.
De Turkse krant Karar berichtte dat Izziddin zou zijn gestorven door mishandeling. Daarop bracht de gouverneur van Kirklareli een verklaring uit met een „voorlopige diagnose”: de Syrische man zou zijn gestorven aan een longembolie. Het autopsie-rapport zou niet wijzen op geweld.
NRC sprak de broer van de overleden Syriër, die in Duitsland woont en overkwam voor de begrafenis. Drie dagen daarna kreeg hij een belletje uit Syrië. „Het was een man die me vertelde dat hij bij Ibrahim in het centrum had gezeten en dat hij direct na zijn dood gedeporteerd was”, zegt de broer. De man vertelde hem dat Ibrahim was geslagen en de ochtend daarop begon te schuimbekken. Toen hij om hulp riep, zou de bewaker tegen hem hebben gezegd dat hij hem zou doodslaan als hij zijn mond niet hield. Pas toen een andere bewaker aan zijn dienst begon, zou er een ambulance zijn gebeld. „De man zei dat Ibrahim toen al wist dat hij doodging en hem had gevraagd zijn zoontje te vertellen dat zijn vader van hem houdt.”
Op Izziddins overlijdensakte, in bezit van NRC, staat dat de doodsoorzaak niet genoteerd is omdat een tweede dokter nog geen akkoord heeft gegeven. Een verzoek om inzage van het autopsierapport liet het kantoor van de gouverneur onbeantwoord. Ook de broer zegt dat hij dat rapport nog niet ontvangen heeft. Het online artikel in de krant Karar over de dood van Izziddin is geblokkeerd.
‘Iedereen weet ervan’
Advocaat Tom de Boer van advocatenkantoor Prakken d’Oliveira, dat dit jaar namens een aantal ngo’s de Nederlandse staat dagvaardde wegens de Turkijedeal en de daarop volgende schendingen van vluchtelingenrechten op de Griekse eilanden, zegt „dat er juridische aanknopingspunten zijn” om naast Turkije ook de EU aansprakelijk te houden voor mensenrechtenschendingen in de mede door de EU-gefinancierde centra. „Zowel de EU als lidstaten hebben een zorgplicht; ze moeten mensenrechtenschendingen tegengaan, ook buiten het eigen grondgebied. Je zou dus moeten onderzoeken of de EU de risico’s op mensenrechtenschendingen kende, of had moeten kennen, en er toch voor koos om deze centra te financieren.”
Organisaties als Amnesty International en Human Rights Watch rapporteren al sinds 2015 over illegale deportaties en de situatie in de door de EU gefinancierde uitzetcentra. „Iedereen weet ervan. Mensen sluiten hun ogen”, zegt een voormalig ambtenaar bij de Europese Commissie, die desgevraagd bevestigt dat er bij de Commissie „constante zorgen” bestaan over de juridische risico’s van de EU-financiering.
Maar het beleid is niet veranderd. En toen Brussel in 2021 wederom 3 miljard euro steun toezegde in het kader van de Turkijedeal, ging 250 miljoen daarvan naar grens- en migratiemanagement. Uitgaand EU Commissaris voor Nabuurschap en Uitbreiding Olivér Várhelyi (een partijgenoot van de Hongaarse premier Viktor Orbán die in 2019 aantrad) zou zelfs „superblij” zijn geweest over berichten dat Turkije zoveel Afghanen deporteert en hebben gepleit voor meer EU-steun aan Turkije bij het terugsturen van Syriërs, aldus dezelfde ex-ambtenaar van de Commissie.
De zes Europese diplomaten van vijf nationaliteiten die we in Turkije spraken, zijn eveneens goed op de hoogte van misstanden in de uitzetcentra. Eén van hen noemt dit dossier „het niet te missen onderwerp”. Een ander zegt video’s te hebben gezien van Syriërs die zeggen dat ze gedwongen zijn om terugkeerformulieren te ondertekenen. Weer een ander zegt dat „EU-gefinancierde ‘ontvangstcentra’ zijn veranderd in de facto gevangenissen”.


Een man controleert zijn documenten bij het immigrantencentrum in Essenler. Een vrouw en kind lopen naar het immigrantencentrum van Essenler.
Foto’s Bülent KiliçMeerdere diplomaten zeggen hun hoofdsteden te hebben ingelicht over hun zorgen, die zij ook onderling bespreken bij de Europese delegatie in Ankara. Maar het „aankaarten” van die zorgen bij de Turken lijkt weinig op te leveren. „We zoeken niet echt de confrontatie op”, zegt één van de zeven diplomaten die we in Turkije spraken. „We vragen de Turken gewoon: hoe zorgen jullie ervoor dat terugkeer vrijwillig is? Dan zeggen zij: alles is vrijwillig, want mensen ondertekenen een formulier en hebben toegang tot advocaten. En dat is meestal het einde van het gesprek.”
Wat dit soort gesprekken lastig maakt, aldus een andere diplomaat die zegt harder te hebben aangedrongen, is dat het moeilijk te beoordelen is hoe „systematisch” gemelde misstanden zijn omdat zelfs organisaties als de UNCHR onvoldoende toegang tot de centra krijgen en „niet kunnen monitoren wat ze willen monitoren.” De toegang van diplomaten lijkt beperkt tot vooraf georganiseerde bezoeken, die één van hen omschrijft als ‘propagandashows’.
Daarbij geven diplomaten aan dat zij juist in het belang van de vluchtelingen voorzichtig te werk moeten gaan. Nu Ankara volledig gericht is op terugkeer, is er weinig politieke ruimte voor EU-projecten op het gebied van integratie en bescherming. Die ruimte vergroot je niet door al te hard de confrontatie over de centra aan te gaan.
Uitzetcentra geopend in Turkije per jaar

„We moeten een balans vinden”, zegt een diplomaat die oprechte zorgen uitstraalt over het lot van vluchtelingen in Turkije. „De UNHCR zit ook in een hele moeilijke positie. Achter de schermen kaarten ze hun zorgen aan, maar als ze het te hard en publiekelijk spelen, hebben we hier straks geen UNHCR meer.”
Tot slot wijzen meerdere diplomaten op een fundamenteler probleem: Europa heeft door haar eigen vluchtelingenbeleid sterk ingeboet aan morele geloofwaardigheid – en de Turken laten niet na dat te benadrukken. Als jullie echt zo bezorgd zijn over het welzijn van die vluchtelingen, klinkt het dan, waarom nemen jullie hen dan niet zelf op?
Uitzetting
Op een vroege ochtend halverwege oktober werd de oud-reddingswerker gewekt door de bewakers van het uitzetcentrum van Gaziantep. „Ze zeiden dat we onze spullen moesten pakken”, zegt hij. „Daarna brachten ze ons met zo’n vijftig tot zestig mensen naar het basketbalplein en zetten ze ons op een bus.”
Diezelfde dag zegt de voormalige reddingswerker te zijn uitgezet via de Syrische grensovergang bij de stad Jarabulus. NRC beschikt over een grensdocument dat bevestigt dat hij halverwege oktober 2023 via deze grensovergang Syrië binnenkwam.
Ook in dit laatste stadium van de uitzetketen lijken de Turken door de EU gefinancierd materieel te gebruiken. Aan de andere kant van diezelfde grensovergang, bij de Turkse plaats Karkamis, stond in augustus dit jaar een grote witte passagiersbus, zo zag een journalist van het Lighthouse-team die de plek bezocht en een foto maakte. Op de zijkant staat het logo van de PMM, op de deur een afbeelding van een vlag van de EU en Turkije. Gevraagd om een reactie schrijft een woordvoerder van de Commissie alleen dat de inzet van EU-materieel nauw word gemonitord en er „geen berichten” zijn van misbruik van door de EU gefinancierde voertuigen.
Natuurlijk zijn er naast gedwongen uitgezette Syriërs zoals de oud-reddingswerker ook Syriërs die uit eigen beweging terugkeren naar hun thuisland. In openbare Turkse overheidscijfers wordt evenwel geen onderscheid gemaakt tussen deze twee groepen: alle 160.000 Syriërs die volgens Ankara sinds juni vorig jaar terugkeerden staan genoteerd als gevallen van „vrijwillige terugkeer.” Alleen de veel gebruikte Syrische grensovergang Bab al-Hawa hanteert in zijn statistieken wél een onderscheid tussen „vrijwillige terugkeer” en „deportatie.” Uit de cijfers die deze grensovergang maandelijks op zijn website plaatst, blijkt dat dit jaar ongeveer de helft van de mensen die via Bab al-Hawa vrijwillig terugkeerde. De andere helft is gedeporteerd.
Eenmaal aan de andere kant van de grens belanden de Syriërs ofwel in de provincie Idlib, waar de opvolger van de Syrische tak van al-Qaida aan de macht is, ofwel in andere delen van het noorden en noordwesten van het land, waar door Turkije getrainde rebellen van het zogeheten ‘Syrian National Army’ (SNA) het voor het zeggen hebben. Beide groeperingen maken zich schuldig aan arbitraire arrestaties, ontvoeringen, marteling, en gedwongen rekrutering, blijkt uit tal van rapporten.
Bovendien wordt met name Idlib nog regelmatig gebombardeerd door het regime van de Syrische president Assad en zijn de humanitaire noden in heel noordwest Syrië niet te overzien: 80 procent van de bevolking van 5 miljoen mensen is afhankelijk van humanitaire steun.
De gedeporteerde Syriërs zijn in die constellatie „de zwakste schakel”, zegt een Syrische hulpverlener die regelmatig in noordwest Syrië komt vanuit zijn kantoor in de Turkse stad Gaziantep. Ook hij durft niet met zijn naam in dit artikel genoemd te worden, maar die is wel bij de redactie bekend. „Ze hebben geen kleren, geen SIM-kaart en vaak weet hun familie niet eens waar ze zijn. Ze nemen ieder baantje om rond te komen en kunnen door iedereen gerekruteerd worden.”
Dat is precies wat de oud-reddingswerker overkwam. Hij werd al snel benaderd door strijders van de Sultan Murat Brigade, een door Turkije betaalde en getrainde militie, met de vraag of hij meewilde naar Niger − een populaire bestemming voor vanuit Turkije overgevlogen Syrische huurlingen, aldus ook de BBC. „Ze zeiden dat ik 3.500 dollar per maand zou krijgen, als Turks-Arabische vertaler zou werken en dat ik niet zou hoeven vechten,” zegt de oud-reddingswerker, die een Whatsapp-groep laat ziet met potentiële rekruten waaraan hij is toegevoegd. „Voor sommigen is het de enige uitweg. Maar ik wil geen huurling zijn.”
In plaats daarvan zegt de oud-reddingswerker 2.600 dollar te hebben neergelegd voor een smokkelaar. Hij deed naar eigen zeggen twaalf vergeefse pogingen en bracht vele nachten door in de bossen en bergen buiten Idlib. „Maar de dertiende keer lukte het en bracht de smokkelaar me helemaal naar Istanbul”. Hij laat een selfie zien, genomen in het laadruim van een bestelwagen. „Godzijdank, want veel jongens die naar Niger gingen, zijn nu dood.”
Totale mislukking
De gedeporteerde Syriërs die terugkeren naar Turkije hebben geen toekomstperspectief. Hun identiteitsbewijs, voor zover ze dat ooit hadden, is immers ingetrokken en ze kunnen dus op elk moment weer worden opgepakt en uitgezet. En dan rest er maar een doel: Europa bereiken.
Dat is terug te zien in de statistieken van UNHCR. De illegale aankomsten vanuit Turkije naar Griekenland nemen al enkele jaren gestaag toe. Waar het in 2021 nog om zo’n 9.000 mensen ging, waren dat er bijna 50.000 in 2023 − het jaar dat president Erdogan de presidentsverkiezingen nipt won en de uitzettingen van „irreguliere migranten” werden opgevoerd. De angst voor deportatie naar Syrië, zeggen verschillende diplomaten, is momenteel een belangrijke pushfactor naar Europa.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2024/10/10140840/data122825662-543321.jpg)
„Het is een totale mislukking”, zei één van die diplomaten over het EU-beleid om te investeren in de Turkse uitzetcentra. „Niet alleen in termen van mensenrechten, maar zelfs in termen van migratiebeheer.”
Momenteel debatteren EU-functionarissen in Brussel over hoe ze een nieuw hulppakket van 2 miljard euro, dat in februari aan Turkije werd toegekend, precies moeten besteden. Daarbij wordt ook gesproken over eventuele nieuwe steun aan de uitzetcentra, bevestigt het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken na vragen van NRC. „Op dit moment is nog geen besluit genomen”, schrijft BZ. „We kunnen daarom niet ingaan op de lopende discussie.” Een EU-diplomaat laat weten dat „er een verwachting [is] om de financiering voor migratie en grensbeheer te verhogen, omdat dit een toezegging was van onze commissaris” − dat is de vertrekkende Olivér Várhelyi.
Zestig push-ups
Ondertussen is de oud-reddingswerker in het afgelopen half jaar één keer de deur uit geweest, zegt hij. Uit angst opnieuw te worden uitgezet zit hij sinds zijn terugkeer in Istanbul ondergedoken in het restaurant van een vriend. Hij slaapt achterin de zaak en bewaart zijn weinige bezittingen – een overhemd, een deken, een flesje parfum – in een kast naast het toilet. Om niet gek te worden, zegt hij, traint hij: iedere dag zestig sit-ups en zestig push-ups.
De rest van de tijd werkt hij in de keuken van het restaurant. Hij heeft veel geld nodig. De schuld die hij maakte om de vorige smokkelaar in Syrië te betalen, heeft hij al afgelost, vertelt hij trots. Nu hoeft hij nog maar drie maanden te sparen om een nieuwe smokkelaar te kunnen betalen voor de reis naar Europa.
„Ik moét hier weg”, zegt de oud-reddingswerker. „Het enige wat ik wil, is weer als een mens behandeld worden.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2024/10/10140900/data122825985-a79905.jpg)