Het begon met een artikel in deze krant over neurodivergentie. Of nee, eigenlijk begon het veel eerder, met Kim Polling, de Nederlandse judoka die nu voor Italië uitkomt. Dertien jaar geleden interviewde ik haar eens, en schreef:
„Een gesprek met judoka Kim Polling (21) is als een rit in de achtbaan. Als je denkt dat ze linksaf gaat, zwiept haar verhaal met een scherpe bocht naar rechts en vervolgens met een even grote boog weer terug. Ze lacht hard en veel, praat overal doorheen, slikt zinnen en woorden half in, onderbreekt zichzelf telkens en becommentarieert haar verhaal met een laag stemmetje. Kim Polling is een van de grootste judotalenten van Nederland. En ze heeft ADHD – en niet zo’n beetje ook.”
Het interview ging over hoe ze door judo met haar aandoening had leren leven, sterker: adhd maakte haar zo’n goede judoka. Het gaf haar vuur op de tatami. Aandoening, zo omschreef ik het toen. Hoe anders zie ik dat nu, en dat begon met een verhaal getiteld ‘Stuur in godsnaam een paar dyslectici naar Schiphol – de toekomst is aan neurodivergente mensen’ in deze krant.
Nel Hofmeester, autoriteit op het gebied van dyslexie, vertelt: „Dyslectici denken net als andere neurodiverse mensen conceptueel, snel, ze overzien het grotere plaatje en kunnen zien wat er moet gebeuren. Daar kan ik onbeschaamd stellig over zijn: het zijn out-of-the-box-denkers.”
De schellen vielen me van de ogen bij het lezen van het verhaal over de enorme talenten van mensen met autisme, ADHD, ADD, dyslexie, hoogbegaafdheid. Hun breinen worden allemaal ‘neurodivergent’ genoemd, een variatie op het ‘neurotypische’ standaardbrein. Naar schatting heeft 15 tot 20 procent van de mensen een neurodivergent brein.
Dat is geen stoornis of aandoening, het brein werkt gewoon ánders – en heeft het lastig in een samenleving die is ingericht op standaardbreinen. Dyslectici bijvoorbeeld denken in beelden. Ze zien een Eiffeltoren op de kop precies hetzelfde als een Eiffeltoren rechtop. Daarom zien de p, de b en de d er voor hen ook precies hetzelfde uit. Dyslectici kunnen best leren lezen en schrijven, maar op een andere manier. En autisten kunnen excelleren als de omgeving wordt ingericht op een wijze die voor hen prettig is. Dus met zo min mogelijk prikkels, en vrij van verwachtingen om mee te doen met de gezamenlijke lunch of borrel. Disclaimer: ook elk neurodivergent mens is uniek, dus wat ik schrijf geldt niet voor elke dyslect of autist.
In de topsport kom ik relatief veel ADHD’ers tegen, en deze week zocht ik eens op of daar al onderzoek naar is gedaan. Met ADHD komt, naast de clichés die iedereen kent: het vermogen tot hyperfocus. Presteren onder druk. Heel goed gaan op een strak geregeld leven, op structuur. En laten dat nu net mentale talenten van topsporters zijn.
Google leert me dat er nauwelijks onderzoek is naar neurodiversiteit in de topsport, maar mijn aanname dat er relatief veel ADHD’ers rondlopen, lijkt te kloppen – vind ik in een recent overzichtsonderzoek in BMJ.
Als je dit weet, heb je als coach goud in handen. Niemand is in een mal te duwen, maar neurodivergenten al helemaal niet. Ze excelleren juíst bij een persoonlijke aanpak. Los daarvan weet ik zeker dat het atleten als Kim Polling ook gewoon heel goed zou doen om te voelen dat ze een extra kracht, in plaats van een stoornis, hebben.